Verplaatsingskostenregeling defensie

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Besluit vastgesteld wordt een Verplaatsingskostenregeling defensie luidende:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Tegemoetkoming verhuiskosten
1.

De aanvraag voor tegemoetkoming in verhuiskosten dient ten minste een maand vóór de datum van de verhuizing bij het bevoegd gezag te zijn ingediend.

2.

Het bedrag, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder f en artikel 12, eerste lid, onder c van het besluit, bedraagt: € 6.000,–.

3.

Het voeren van een eigen huishouding, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder f en artikel 12, eerste lid, onder c, van het besluit, wordt geacht voort te duren indien dit voeren van de eigen huishouding met maximaal 6 maanden voorafgaande aan de datum van de verhuizing is onderbroken.

4.

Bij het verlaten van een ambts- of dienstwoning, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het besluit bedraagt de aanspraak op de overige kosten bedoeld in artikel 12, eerste lid onder c van het besluit, € 1.350,–.

5.

Bij een verplaatsing naar Nederland, met toepassing van artikel 2, derde lid, aanhef en onder b, van het besluit, is het toegestaan te verhuizen naar een ander land dan Nederland met dien verstande dat in dat geval de aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten als bedoeld in artikel 2, vierde lid van het besluit, niet meer bedraagt dan wanneer de defensieambtenaar naar Nederland zou zijn verhuisd, te rekenen tot de gebruikelijke grensovergang in Nederland.

6.

Indien de defensieambtenaar is verhuisd met toepassing van artikel 2, derde lid, aanhef en onder b van het besluit, met een tegemoetkoming in de verhuiskosten naar een ander land dan Nederland, bedraagt de aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten bij een verhuizing naar Nederland niet meer dan wanneer de defensieambtenaar binnen Nederland zou zijn verhuisd, te rekenen vanaf de gebruikelijke grensovergang in Nederland.

7.

Indien wordt verhuisd naar een gestoffeerde en gemeubileerde woning, bestaat geen aanspraak op het bedrag als bedoeld in lid twee.

8.

Bij een verhuizing van de ambtenaar in verband met een ontslag als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het besluit, bestaat geen aanspraak op het bedrag als bedoeld in lid twee.

Artikel 3. Tegemoetkoming transportkosten
1.

De defensieambtenaar heeft aanspraak op het transport van zijn inboedel indien het transport wordt uitgevoerd door een verhuisbedrijf bedoeld in artikel 15 derde lid van het besluit.

2.

De defensieambtenaar die het transport van zijn inboedel niet door een verhuisbedrijf laat verzorgen, maar de verhuizing in eigen beheer uitvoert, heeft aanspraak op vergoeding van de kosten van huur en brandstof van een bestel- of vrachtauto dan wel – indien het transport van de inboedel anderszins plaats vindt – op de tegemoetkoming per kilometer, met dien verstande dat niet meer dan twee ritten van de oude naar de nieuwe woning worden vergoed waarbij de tegemoetkoming wordt bepaald met toepassing van het Besluit dienstreizen defensie. De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag van de transportkosten als bedoeld in het eerste lid.

3.

De defensieambtenaar heeft aanspraak op het transport van een motorvoertuig bij aanspraak op tegemoetkoming in de verhuiskosten naar of van een land buiten Europa, waarbij eventuele invoerrechten ten laste komen van de defensieambtenaar.

4.

De defensieambtenaar heeft aanspraak op een onbelaste tegemoetkoming in de kosten van het transport van huisdieren ingeval van een verhuizing naar of van een land buiten Europa. De tegemoetkoming bedraagt de werkelijke kosten maar ten hoogste € 200,–.

5.

Andere kosten dan transportkosten als bedoeld in het vierde lid, zoals kosten voor een bench, invoerrechten, quarantaine e.d. komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Artikel 4. Tegemoetkoming transportkosten van inboedel, voertuig en bagage
1.

De aanspraak op het transport van de inboedel van de defensieambtenaar en de meeverhuizende gezinsleden bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder a van het besluit is bij verhuizingen naar een land gelegen buiten Europa, met uitzondering van Kreta, beperkt tot de kosten van het vervoer van een 40-voets container.

2.

De aanspraak op het transport van bagage bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder d van het besluit, wordt in het geval van transport per vliegtuig -onverminderd de vrijdom van vracht- beperkt tot 20 kg per persoon.

3.

Het te vervoeren voertuig bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder g van het besluit dient in rijdende staat te verkeren en dient tezamen met de inboedel geladen te kunnen worden binnen de maximale afmetingen van een standaard 40-voets container dan wel indien het voertuig separaat vervoerd wordt binnen de maximale afmetingen van een standaard 20-voets container.

4.

De defensieambtenaar heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de transportkosten van bagage bedoeld in artikel 17 van het besluit, indien hij ten minste zes maanden buiten Nederland gaat verblijven. De tegemoetkoming bestaat uit de kosten van het transport van bagage van:

Artikel 5. Tegemoetkoming reis- en verblijfkosten bij een bezichtigingsreis
1.

De tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten bij een verplaatsing naar een land of gebied buiten Nederland bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel b van het besluit, strekt tot alle landen en gebieden.

2.

De tegemoetkoming bedoeld in het eerste lid betreft de gemaakte reis- en verblijfkosten voor de defensieambtenaar en zijn echtgenote, waarbij de reis naar een land binnen Europa de duur van twee overnachtingen niet overschrijdt en waarbij de reis naar een land buiten Europa de duur van vier overnachtingen niet overschrijdt.

3.

De tegemoetkoming wordt bepaald met toepassing van het Besluit dienstreizen defensie.

Artikel 6. Tegemoetkoming autohuur

De defensieambtenaar heeft ingeval van een internationale overzeese verscheping van zijn inboedel als gevolg van zijn verplaatsing van:

aanspraak op een onbelaste tegemoetkoming van ten hoogste € 539,74 in de kosten van de huur van een vervoermiddel gedurende de periode dat hij ten gevolge van die verscheping tijdelijk niet de beschikking heeft over zijn eigen motorvoertuig dan wel indien hij geen eigen motorvoertuig verscheept heeft, voor de periode tot hij kan beschikken over een ter plaatse aangeschaft motorvoertuig.

Artikel 7. Tegemoetkoming in de kosten voor aanschaf ter plaatse van een personenauto
1.

De tegemoetkoming in de gemaakte kosten voor de aanschaf ter plaatse van een personenauto bij verplaatsing naar een land buiten Europa, bedoeld in artikel 16 van het besluit, bedraagt maximaal € 750,–.

2.

De over deze tegemoetkoming verschuldigde loonheffing en inhoudingen komen voor rekening van Defensie.

Artikel 8. Duur van de tijdelijke onderbrenging
1.

De duur van de tijdelijke onderbrenging, bedoeld in artikel 18 van het besluit, bedraagt maximaal 60 dagen.

2.

Indien de defensieambtenaar binnen de in het eerste lid genoemde termijn de definitieve woonruimte, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a van het besluit, nog niet heeft betrokken en hij naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende heeft aangetoond dat hij aan de in het vierde lid van dat artikel genoemde verplichting heeft voldaan, kan de termijn als bedoeld in het eerste lid maximaal vijf keer worden verlengd met ten hoogste 60 dagen per verlenging.

Artikel 9. Aard van de tijdelijke onderbrenging

De tijdelijke onderbrenging bedoeld in artikel 18 van het besluit vindt plaats:

Artikel 10. Kosten van de tijdelijke onderbrenging
1.

Betaling van de kosten van de tijdelijke onderbrenging bedoeld in artikel 18 van het besluit vindt plaats door de zorg van het Rijk mits de hoogte daarvan vooraf is goedgekeurd door het bevoegd gezag. Eventuele bijkomende kosten voor schoonmaken, gas, water, elektriciteit verwarming, televisie, telefoon en toeristenbelasting, komen voor rekening van de defensieambtenaar en worden door de defensieambtenaar rechtstreeks met de verhuurder verrekend.

2.

In het geval van tijdelijke onderbrenging bedoeld in artikel 9, onderdeel a, onder 2°, worden de kosten tot een maximum bedrag van € 874,44 per maand vergoed. Dit maximum bedrag zal jaarlijks worden aangepast op basis van de gemiddelde landelijke huurverhoging.

3.

Indien de defensieambtenaar twee of meer gezinsleden heeft, wordt het in het tweede lid genoemde maximum bedrag verhoogd met:

Artikel 11. Kosten opslag inboedel bij tijdelijke onderbrenging
1.

De kosten van opslag van de inboedel, bedoeld in artikel 18, vierde lid, van het besluit, zijn voor de duur van de tijdelijke onderbrenging voor rekening van het Rijk.

2.

Betaling van de kosten van opslag van de inboedel vindt plaats door de zorg van het Rijk, mits de hoogte van de kosten vooraf is goedgekeurd door het bevoegd gezag.

3.

De verzorging van de opslag van de inboedel, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door een verhuisbedrijf bedoeld in artikel 15, derde lid, van het besluit.

Artikel 12. Eigen bijdrage bij tijdelijke onderbrenging
1.

De defensieambtenaar is voor de tijdelijke onderbrenging een eigen bijdrage verschuldigd tot maximaal de door het Rijk verschuldigde kosten van onderbrenging als bedoeld in artikel 10.

2.

In geval van onderbrenging in gemeubileerde of gestoffeerde woonruimte als bedoeld in artikel 8, onder a, bedraagt de eigen bijdrage 15% van de voor de defensieambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage buitenland indien de tijdelijke onderbrenging plaats vindt in een gebied buiten Nederland.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.