Circulaire uitvoering overeenkomst VWNW-beleid en WW-dossier sector Rijk

Type Circulaire
Publication 2018-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijgevoegd treft u de overeenkomst VWNW-beleid en WW-dossier sector Rijk (verder: de overeenkomst) aan, zoals die op 28 juni jl. in het Sectoroverleg Rijk is vastgesteld. In deze circulaire wordt nadere informatie gegeven die van belang is voor de uitvoering van deze overeenkomst.

1. Regelgeving en inwerkingtreding

De overeenkomst moet nog geformaliseerd worden in de rechtspositionele besluiten. Voorzien is dat dit in het najaar van 2017 wordt gerealiseerd. De afspraken uit de overeenkomst treden in werking vanaf 1 januari 2018; waarbij voor de afspraken rond outsourcing geldt dat de wijzigingen van toepassing zijn op sociale plannen die vanaf 1 januari 2018 worden vastgesteld. Bij het formaliseren in regelgeving zal ook het overgangsrecht komen te vervallen dat gekoppeld was aan het huidige tijdelijke karakter omdat de VWNW-kandidaten vanaf 1 januari 2018 hun aanspraken zullen ontlenen aan het structureel opnemen van het VWNW-beleid in de rechtspositionele besluiten.

Enkele afspraken uit het VWNW-beleid (de wijziging van de definitie van verplichte VWNW-kandidaat en de wijze van het vaststellen van overtolligheid en de daarbij te hanteren peildatum) treden met ingang van 1 januari 2020 in werking. De afspraken met betrekking tot het WW-dossier zijn gekoppeld aan de datum waarop de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt.

2. Remplaçantenmakelaar

De remplaçantenregeling binnen het VWNW-beleid biedt de mogelijkheid om voorzieningen ten behoeve van VWNW-kandidaten ook toe te kennen aan een ambtenaar die geen VWNW-kandidaat is, voor zover daarmee de plaatsing of herplaatsing van een VWNW-kandidaat wordt gerealiseerd of op een andere wijze een bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een taakstelling.

Er wordt een pilot gestart om remplaceren interdepartementaal te stimuleren en te faciliteren. Hiervoor wordt de rol van remplaçantenmakelaar in het leven geroepen. Het EC O&P is verzocht de inrichting daarvan te organiseren.

De remplaçantenmakelaar zal het bevoegd gezag gemotiveerd adviseren over mogelijke matches tussen geïnteresseerden en geschikte verplichte VWNW-kandidaten. Zowel het bevoegd gezag van de verplichte VWNW-kandidaat als het bevoegd gezag van de remplaçant stemmen in met een voorgestelde match, tenzij zij gemotiveerd aangeven waarom het verzoek tot remplaceren wordt afgewezen. Het bevoegd gezag van de verplichte VWNW-kandidaat dient de kosten van de voorzieningen van de remplaçant te dragen.

3. Gemaakte beëindigingsafspraken en wijzigingen stimuleringspremie

De wijziging van het plafondbedrag van de stimuleringspremie en de wijziging van de staffel van de stimuleringspremie hebben geen invloed op voor 1 januari 2018 gemaakte individuele beëindigingsafspraken waarbij het ontslag pas na 1 januari 2018 ingaat.

4. Communicatie

Informatie over de inhoud van de overeenkomst en wijzigingen in het beleid zijn reeds op het Rijksportaal Personeel geplaatst en op de externe site van P-Direkt (www.p-direkt.nl). Met ingang van 1 januari 2018 zullen ook de huidige teksten over het VWNW-beleid worden aangepast aan de afspraken uit de overeenkomst.

5. Implementatiewerkzaamheden

De implementatiewerkzaamheden vanwege de overeenkomst zijn in volle gang. De dienstverleningsystemen van P-Direkt worden waar nodig aangepast aan de overeenkomst en uitgezocht wordt of het mogelijk gemaakt kan worden dat de salarissuppletie in de toekomst pensioengevend is. Ook de dienstverlening door de mobiliteitsorganisaties van het Rijk voor de uitvoering van het VWNW-beleid alsmede de (juridische) advisering door het Expertisecentrum O&P worden aangepast aan de afspraken in de overeenkomst. Met de uitvoerder van de salarissuppletie wordt overlegd over de vormgeving van de nieuwe mogelijkheid om vanaf 1 januari 2018 deze ook maandelijks aan te vragen.

Over de voortgang van de implementatiewerkzaamheden zal via de reguliere kanalen (met name via Rijksportaal en de nieuwsbrief Bedrijfsvoering) informatie worden verstrekt.

Ik verzoek u met de inhoud van deze circulaire rekening te houden en daaraan voor zover nodig uitvoering te geven.

Bijlage. bij circulaire 2017-0000327379

Overeenkomst Van Werk Naar Werk beleid en WW-dossier sector Rijk

Bij overeenkomst van 11 april 2013 hebben de minister voor Wonen en Rijksdienst en de centrales afspraken gemaakt over invoering en vormgeving van het Van Werk Naar Werk (VWNW) beleid per 15 april 2013 tot en met 31 december 2015. Na een tweetal verlengingen loopt het VWNW-beleid per 1 januari 2018 af. In mei 2016 zijn partijen in gesprek getreden om te komen tot meer structurele afspraken over het VWNW-beleid, waarbij vanwege de samenhang ook de reparatie van het derde WW-jaar en de bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid (WW-dossier) is betrokken. Er is uitvoerig overleg gevoerd dat heeft geresulteerd in de hiernavolgende structurele afspraken. Met het maken van structurele afspraken over het VWNW-beleid vervalt met ingang van 1 januari 2018 hoofdstuk VII van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR)1Waar in deze overeenkomst wordt verwezen naar het ARAR worden tevens de overeenkomstige artikelen in het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken bedoeld. alsmede de afspraak uit de overeenkomst van 11 april 2013 dat na afloop van de looptijd de departementale afspraken van onbepaalde tijd met betrekking tot sociaal flankerend beleid weer van toepassing worden. Hoofdstuk VIIbis van het ARAR zal met deze afspraken structureel in het ARAR worden opgenomen. Met het VWNW-beleid en de onderstaande aanpassingen daarin willen partijen zoveel mogelijk focus leggen op het bij organisatieveranderingen vinden van ander werk voor medewerkers die dat het meest nodig hebben en het vergroten van de kans daarop. Daarbij hebben partijen naar de toekomst toe de ambitie om het personeelsbeleid meer te richten op duurzame inzetbaarheid waardoor begeleiden naar ander werk naar verwachting minder instrumentarium zal vergen. Daar waar in deze overeenkomst niet anders is bepaald blijven de bestaande afspraken over het VWNW-beleid en het WW-dossier ongewijzigd.

1. VWNW algemeen

Maatwerk voor groepen

In de praktijk is er soms behoefte aan maatwerk, afhankelijk van de doelgroep en de omvang van de reorganisatie. Partijen willen voorzien in de mogelijkheid tot maatwerkafspraken waar het gaat om aanspraken op voorzieningen en het plaatsingsbereik, als uitzondering op de reguliere regels in het VWNW-beleid.

Afspraak:

Maatwerk voor de toepassing van het VWNW-beleid wordt mogelijk gemaakt voor groepen personeel. Dit kan, ondermeer afhankelijk van de omvang van de reorganisatie of de doelgroep van de organisatie, maatwerk in de aanspraak op VWNW-voorzieningen (artikel 49ff t/m 49ss van het ARAR) zijn als ook maatwerk in het plaatsingsbereik (artikel 49cc van het ARAR), als kenmerken van de doelgroep of specifieke omstandigheden daartoe aanleiding geven. Afspraken over maatwerk worden in het decentraal georganiseerd overleg voorbereid en dienen ter toetsing aan het Sectoroverleg Rijk te worden voorgelegd alvorens deze definitief te maken. Maatwerk is alleen mogelijk als daar aanleiding voor is en geldt uitsluitend als uitzondering.

Functievolgers

Doordat artikel 57, tweede lid, van het ARAR geen werking heeft gedurende de looptijd van het VWNW-beleid (en nu zal vervallen), is (onbedoeld) de grondslag vervallen voor het plaatsen van ambtenaren die in een reorganisatie niet overtollig worden en waarvan de functie niet wordt opgeheven, maar die wel geplaatst worden in een andere passende functie. Voor het plaatsen van deze ‘functievolgers’ is een grondslag in het ARAR nodig.

Afspraak:

Er wordt een grondslag opgenomen om ‘functievolgers’ te kunnen plaatsen in een andere passende functie. Functievolgers zijn ambtenaren wier functie betrokken is bij een reorganisatie maar die geen verplichte VWNW-kandidaat zijn of kunnen worden omdat hun functie niet wordt opgeheven en voor wie er ook geen sprake is van overtolligheid en die ook geen vrijwillige kandidaat zijn geworden.

Interdepartementaal remplaceren

Er wordt weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te remplaceren, zeker over de departementsgrenzen heen, hoewel dit op grond van de regelgeving wel mogelijk is. Als het vaker gedaan zou worden kan dit een positief effect op de mobiliteit hebben. Partijen willen daarom de mogelijkheden van interdepartementaal remplaceren onderzoeken en bezien op welke schaal dit bijdraagt aan mobiliteit.

Afspraak:

Er wordt een rijksbrede pilot gestart met de rol van ‘remplaçantenmakelaar’, onderdeel van de mobiliteitsorganisaties, die onbekendheid weg moet nemen bij (interdepartementaal) remplaceren en matches tot stand brengt tussen geïnteresseerden en verplichte VWNW-kandidaten. Iedere medewerker kan zich aanmelden om als remplaçant te dienen. De remplaçantenmakelaar heeft zicht op de functies van de kandidaat-remplaçanten en de verplichte VWNW-kandidaten en zorgt voor individuele matching tussen de kandidaat-remplaçant en de verplichte VWNW-kandidaat. De remplaçantenmakelaar draagt waar mogelijk meerdere geschikte verplichte VWNW-kandidaten voor aan het bevoegd gezag van de kandidaat remplaçant en motiveert de geschiktheid van de verplichte VWNW-kandidaat voor de functie. Het bevoegd gezag van zowel de kandidaat-remplaçant als van de verplichte VWNW-kandidaat stemmen in met remplaceren, tenzij zij gemotiveerd aangeven waarom het verzoek tot remplaceren wordt afgewezen. Na een jaar zal door het SOR worden geëvalueerd welke bijdrage de remplaçantenmakelaar levert aan het voorkomen en oplossen van overtolligheid. Bij die evaluatie wordt ook betrokken het aantal aanmeldingen ten opzichte van het aantal gemaakte matches.

Rapportage gebruik VWNW-beleid

Partijen spreken af om in 2017 afspraken te maken over de rapportage van het gebruik van het VWNW-beleid. Insteek daarbij is voldoende inzicht te verkrijgen zonder grote uitvoeringslast voor de organisaties binnen het Rijk.

2. VWNW vrijwillige fase

Het doel van de vrijwillige fase is het voorkomen van overtolligheid door vroeg in een proces van organisatieverandering mobiliteit te stimuleren en te faciliteren. In de praktijk blijken enkele elementen van de vormgeving van de vrijwillige fase beter te kunnen, om het doel van de vrijwillige fase te optimaliseren.

Naar aanleiding van een contourenschets kan de vrijwillige fase starten. De bedoeling van partijen was dat een contourenschets een laagdrempelige manier zou zijn om een vrijwillige fase te kunnen starten. In de praktijk blijkt dat de contourenschets veelal dermate gedetailleerd wordt opgesteld dat dit als gevolg heeft dat de vrijwillige fase pas kan starten als de nieuwe organisatie al in grote mate bekend is. Partijen benadrukken dat dit niet de bedoeling is en dat de vrijwillige fase eerder kan aanvangen dan het moment dat de nieuwe organisatie al is uitgewerkt. Dit biedt meer en langer kansen voor geraakte functiegroepen om zich te oriënteren en te bewegen naar ander werk, en voorkomt dat de vrijwillige fase pas laat in het proces van organisatieverandering wordt gestart.

Daarnaast willen partijen de urgentie van mobiliteit in de vrijwillige fase verhogen omdat deze in de praktijk te veel vrijblijvendheid uitstraalt, terwijl partijen eveneens het belang zien de vrijwillige fase niet te veel dicht te regelen.

Afspraken:

3. VWNW verplichte fase

Vaststellen overtolligheid

De nieuwe beleidsregels van het UWV stellen dat AOW-gerechtigden bij overtolligheid als eerste moeten vertrekken (met pensioen). Hiermee wordt voorkomen dat een werknemer die voor zijn inkomen aangewezen is op het verrichten van arbeid plaats moet maken voor een AOW-gerechtigde werknemer voor wie dat niet het geval is. Omdat partijen met het VWNW-beleid beogen de kans op werk voor hen die dat het meest nodig hebben te optimaliseren, achten partijen het redelijk om conform het door het UWV gehanteerde beleid zo veel mogelijk ruimte te creëren voor medewerkers zonder vervangende inkomstenbron en AOW-gerechtigden als eerste te laten afvloeien. Hierdoor krijgt afspiegeling direct gevolgen voor het behouden of verliezen van een dienstverband, waardoor het belangrijk is om afspraken te maken over welke peildatum voor afspiegeling gekozen wordt.

Afspraken:

Verlofopbouw verplichte VWNW-kandidaat

Volgens de regelgeving (artikel 22, negende lid, van het ARAR) stopt de verlofopbouw van de verplichte VWNW-kandidaat als hij geen dienst meer verricht. In de praktijk laten departementen de verlofopbouw van de verplichte VWNW-kandidaat doorlopen, ook als er geen dienst wordt verricht. Dit stelt VWNW-kandidaten in staat vrij te nemen van de zoektocht naar ander werk. De regelgeving behoeft aanvulling.

Afspraak:

Tijdens de verplichte fase loopt de verlofopbouw van de VWNW-kandidaat door. Artikel 22 van het ARAR zal hiervoor worden aangepast.

Benadrukken urgentie vinden ander werk

Partijen benadrukken de urgentie van de begeleiding van verplichte VWNW-kandidaten naar ander werk maar constateren dat in sommige gevallen die urgentie onvoldoende wordt gevoeld. Het vinden van werk heeft prioriteit in de verplichte fase. Partijen zien mogelijkheden om bij reorganisaties de urgentie daarvan zowel voor de werkgever als voor de VWNW-kandidaat meer dan nu te benadrukken. Daarvan blijkt op dit moment nog te weinig gebruik te worden gemaakt (zie ook paragraaf 5).

Afspraken:

4. VWNW voorzieningen

Stimuleringspremie

De stimuleringspremie behoeft enkele aanpassingen en verbeteringen.

Afspraken:

Aflopende vergoeding extra reistijd en reiskosten bij vervolgverplaatsingen

Partijen constateren dat de vergoeding voor extra reistijd en reiskosten bij vervolgverplaatsingen na de eerste plaatsing ongewenste financiële effecten heeft en bij vervolgverplaatsingen op eigen verzoek daardoor gewenste mobiliteit in de weg staat.

Afspraak:

De hoogte van de aflopende vergoedingen van extra reiskosten en reistijd worden ook bij vrijwillige vervolgverplaatsingen gehandhaafd, met dien verstande dat de vergoedingen niet hoger kunnen worden dan de oorspronkelijke toekenning(en) als gevolg van de VWNW-plaatsing. Artikel 49jj en artikel 49kk van het ARAR worden daarvoor aangepast.

Salarissuppletie

De salarissuppletie behoeft enkele verbeteringen en aanpassingen. In de praktijk blijkt de jaarlijkse betaling van de salarissuppletie achteraf vooral voor de lagere schalen een probleem te zijn. Ook dat de salarissuppletie vanwege het pensioenreglement niet pensioengevend kan zijn, wordt als een probleem ervaren. Partijen hebben pensioengevendheid van de salarissuppletie wel beoogd, in het bijzonder bij herplaatsing binnen de sector Rijk, aangezien de sector Rijk zo veel mogelijk als één werkgever wil functioneren. Tot nu toe is uitvoering daarvan technisch onmogelijk gebleken. Partijen wensen dit nogmaals te onderzoeken en recht te doen aan de oorspronkelijke bedoeling van partijen.

De salarissuppletie is in tijd onbeperkt. Dit staat bij korte dienstverbanden niet in verhouding tot de duur van het dienstverband waaruit de salarissuppletie is ontstaan.

Afspraken:

Proportionele ambtsjubileumgratificatie

Aanspraak op de proportionele ambtsjubileumgratificatie bestaat in de vrijwillige fase alleen als een VWNW-onderzoek is afgerond. Dit werkt beperkend en werpt een onnodige drempel op voor ambtenaren die reeds een andere baan hebben.

Afspraak:

Aanspraak op de proportionele ambtsjubileumgratificatie zoals bedoeld in artikel 49pp van het ARAR zal in de voorbereidende fase ook gelden voor de vertrekkende medewerker die geen VWNW-onderzoek heeft gedaan.

Afkoop van voorzieningen

Bij vertrek bij het Rijk kunnen vergoedingen voor aflopende toelage, reistijd en reiskosten worden afgekocht. Dit levert in de praktijk incidenteel zeer hoge bedragen (hoger dan de stimuleringspremie en hoger dan de aftopping van de stimuleringspremie) op, wat niet beoogd is door partijen.

Afspraak:

Bij vertrek bij het Rijk gelden voor de afkoop van voorzieningen ten aanzien van het maximum uit te keren bedrag dezelfde aftoppingsregels als voor de stimuleringspremie.

5. VWNW outsourcing

Bij outsourcing kunnen ambtenaren er voor kiezen hun werk niet te volgen. Zij blijven achter met de voorziening van een VWNW-kandidaat. Als herplaatsing niet lukt volgt nu ontslag inclusief bwWW.

Ook hier geldt dat deze medewerkers een alternatieve inkomstenbron hebben en dat het niet volgen van de eigen functie bij outsourcing ten koste gaat van de ruimte voor ander werk van kandidaten die geen andere inkomensvoorziening hebben. Aangezien de focus in het VWNW-beleid ligt op het vinden van werk, past het niet om medewerkers die hun werk kunnen behouden bij outsourcing de mogelijkheid te bieden de functie niet te volgen.

Afspraken:

6. WW-dossier

Partijen zijn van mening dat er een belangrijk verband is tussen het VWNW-beleid en de aanspraken na ontslag. Bij het maken van bovenstaande structurele afspraken over het VWNW-beleid constateren partijen dat naar verwachting per 1 januari 2020 de transitievergoeding van toepassing wordt op rijksambtenaren. Daarom spreken partijen af om in plaats van de bwWW een nieuwe aanvulling op de WW te introduceren zodra de transitievergoeding van toepassing wordt. Deze aanvulling komt geheel voor rekening van de werkgever en bevat de onderstaande elementen.

Afspraken:

Partijen beseffen dat de transitievergoeding voordat deze op rijksambtenaren van toepassing wordt, substantieel kan zijn gewijzigd of vervangen door een andere voorziening. In dat geval treden partijen in overleg over een alternatieve regeling. Voor dat overleg is het huidige niveau van aanspraken zoals beschreven onder punt 1 tot en met 3 het uitgangspunt. Indien in dat overleg geen overeenstemming kan worden bereikt over een nieuwe regeling dan blijft de huidige bwWW van kracht en wordt het VWNW-beleid niet voortgezet.

Den Haag, 28 juni 2017

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Namens de Algemene Centrale van Overheidspersoneel FNV,

Namens het Ambtenarencentrum,

Namens de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel,

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.