Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen
Gelet op artikel 19, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;
Overwegende dat per 1 januari 2017 de Nadere voorschriften kwaliteitssystemen in werking zijn getreden en dat deze vanaf 1 januari 2018 van invloed zijn op de uitvoering van toetsingen door de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants;
Overwegende dat de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants op grond van artikel 30, tweede lid van de Wet op het accountantsberoep de kosten van de werkzaamheden die zij verricht ter beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening van een accountant in rekening kan brengen bij haar leden of de kantoren waarbij deze leden werkzaam zijn;
Stelt de volgende verordening vast:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
- aan assurance verwante opdracht: aan assurance verwante opdracht als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
- aanwijzing: bindende instructie ten aanzien van het herstel van een geconstateerde tekortkoming;
- accountant: accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep;
- accountantsafdeling: accountantsafdeling als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
- accountantseenheid: accountantseenheid als bedoeld in artikel 1 van de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten;
- accountantsorganisatie: accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a van de Wet toezicht accountantsorganisaties;
- accountantspraktijk: accountantspraktijk als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
- AFM: autoriteit als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht accountantsorganisaties;
- assurance-opdracht: assurance-opdracht als bedoeld in artikel 1 van de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten;
- hertoetsing: toetsing waarbij mede wordt beoordeeld of de accountantseenheid in voldoende mate opvolging heeft gegeven aan het verbeterplan;
- incidentenonderzoek: onderzoek naar vermeende tekortkomingen in de beroepsuitoefening, met uitzondering van de uitvoering van een wettelijke controle;
- intern accountant: intern accountant als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
- koepelorganisatie: organisatie die bevoegd is bindende regels voor kwaliteitsbeheersing op te leggen, te toetsen en de naleving daarvan af te dwingen, aan accountantseenheden die lid of aangesloten zijn;
- kwaliteitsbeleid: beleid waarin de kwaliteitsambitie van de accountantseenheid wordt vertaald in meetbare doelstellingen. Onder kwaliteitsambitie wordt verstaan de kwaliteit die de accountantseenheid nastreeft;
- kwaliteitssysteem: kwaliteitsbeleid en stelsel van kwaliteitsbeheersing;
- openbaar accountant: openbaar accountant als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
- overheidsaccountant: overheidsaccountant als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen, met uitzondering van de overheidsaccountant die werkzaam is bij de belastingdienst en belast is met de controle van door belastingplichtigen ingeleverde aangiften en de overheidsaccountant die aan deze controle direct leiding geeft;
- stelsel van kwaliteitsbeheersing: geheel van maatregelen en procedures gericht op het realiseren van de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid in de werkomgeving van de accountantseenheid;
- systeem van kwaliteitsborging: door een koepelorganisatie getroffen maatregelen en ingestelde procedures ten aanzien de toetsing van de opzet en de werking van het kwaliteitssysteem van de leden of de bij de organisatie aangesloten accountantseenheden;
- thematisch onderzoek: onderzoek naar een bepaald aspect van de uitvoering van assurance- of aan assurance verwante opdrachten;
- toetsing: beoordeling van de opzet en werking van het kwaliteitssysteem van een accountantseenheid.
Artikel 2
Het bestuur verleent de Raad voor Toezicht, ingesteld bij de Verordening op de Raad voor Toezicht, mandaat, volmacht en machtiging voor de uitoefening van de bevoegdheden genoemd in deze verordening.
Het bestuur bepaalt dat de Raad voor Toezicht ondermandaat van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, kan verlenen.
Artikel 3
Het bestuur beoordeelt de kwaliteit van de beroepsuitoefening van een accountant.
In het kader van een kwaliteitsbeoordeling:
- a. toetst het bestuur eenmaal in de zes jaar of het kwaliteitssysteem van een accountantseenheid en voor zover van toepassing een of meer daaraan gelieerde entiteiten in opzet en werking voldoet aan wet- en regelgeving;
- b. voert het bestuur drie jaar voorafgaand aan de toetsing een ontwikkelingsgesprek.
Onverminderd het tweede lid kan het bestuur aanvullend een of meerdere ontwikkelingsgesprekken plannen.
In afwijking van de in het tweede lid genoemde termijnen kan het bestuur het voeren van het ontwikkelingsgesprek en de toetsing van het kwaliteitssysteem eerder laten plaatsvinden of uitstellen.
Het bestuur betrekt in een beoordeling als bedoeld in het tweede lid, niet de uitvoering van een wettelijke controle als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
Artikel 4
Het bestuur vraagt jaarlijks aan de accountantseenheid door middel van een monitoringvragenlijst informatie om inzicht te krijgen in de accountantseenheid.
Voor verkrijging van het inzicht als bedoeld in het vorige lid, kan het bestuur informatie opvragen over de periodieke evaluaties van het kwaliteitssysteem door de accountantseenheid zelf.
Binnen zes weken na ontvangst van het verzoek verstrekt:
- a. degene die verantwoordelijk is voor het kwaliteitssysteem van de accountantseenheid; of
- b. de accountant die mede het dagelijks beleid binnen de accountantseenheid bepaalt deze informatie.
Indien een accountantseenheid lid is van of aangesloten is bij een geaccrediteerde koepelorganisatie kan informatie die in het kader van dit artikel is verkregen worden gedeeld met de koepelorganisatie.
Artikel 5
De accountant verleent medewerking aan een beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening als bedoeld in artikel 3 en een onderzoek als bedoeld in artikel 4b.
De accountant verschaft de inlichtingen als bedoeld in artikel 4.
Voor de beoordeling als bedoeld in het eerste lid:
- a. stelt de accountant alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor deze beoordeling; en
- b. verschaft de accountant alle inlichtingen die worden verlangd.
Artikel 6
Het bestuur wijst:
- a. toetsers aan voor het verrichten van de toetsing, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
- b. toetsers aan voor het voeren van het ontwikkelingsgesprek, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
- c. personen aan voor het verrichten van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 3, derde lid;
- d. personen aan die over de specifieke kwalificaties beschikken om een thematisch of incidentenonderzoek uit te voeren voor het verrichten van deze onderzoeken.
Het bestuur is belast met de opleiding van de toetsers.
Artikel 7
Het bestuur kan de bevindingen naar aanleiding van een beoordeling als bedoeld in artikel 3 en een onderzoek als bedoeld in artikel 4b, in de vorm van een klacht ter kennis van de accountantskamer brengen indien daarbij feiten of omstandigheden geconstateerd worden die grond kunnen opleveren tot het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel, althans tot gegrondverklaring van de klacht.
Indien meerdere accountants betrokken zijn bij de bedrijfsvoering en opdrachtuitvoering van de accountantseenheid, bepaalt het bestuur aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving en feitelijke omstandigheden tegen welke accountant of accountants een klacht aanhangig wordt gemaakt.
Hoofdstuk 2. Toetsingen en hertoetsingen
Artikel 8
Het bestuur stelt vast welke accountantseenheden in een bepaald jaar in aanmerking komen voor een toetsing.
Artikel 9
De toetsing en hertoetsing worden uitgevoerd aan de hand van door het bestuur vastgestelde toetsingsprogramma's.
Het bestuur maakt de toetsingsprogramma's bekend aan de leden van de beroepsorganisatie.
Artikel 10
Voor elke toetsing of hertoetsing selecteert het bestuur:
- a. een toetser; of
- b. een toetsingsteam van twee of meer toetsers.
Bij het selecteren van de toetser of het toetsingsteam houdt het bestuur rekening met:
- a. de aard en de omvang van de te toetsen accountantseenheid; en
- b. feiten of omstandigheden die de objectiviteit van de toetsers kunnen aantasten.
Artikel 11
Het bestuur stelt de datum vast waarop de toetsing of hertoetsing plaatsvindt en maakt deze ten minste zes weken van tevoren bekend aan de te toetsen accountantseenheid.
Het bestuur kan op verzoek van de accountantseenheid een andere datum vaststellen, indien de accountantseenheid aannemelijk maakt dat een toetsing of hertoetsing op de datum, bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is.
Het bestuur kan in overleg met de accountantseenheid afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn van bekendmaking indien op verzoek als bedoeld in het tweede lid, een andere datum voor de toetsing of hertoetsing wordt vastgesteld.
De bekendmaking van de datum van toetsing of hertoetsing omvat tevens:
- a. de naam van de toetser of de samenstelling van het toetsingsteam; en
- b. de termijn waarbinnen een wrakingsverzoek kan worden ingediend.
De accountantseenheid kan binnen de termijn, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, het bestuur schriftelijk verzoeken een bij de toetsing of hertoetsing betrokken toetser te wraken op grond van feiten of omstandigheden waardoor gerede twijfel is ontstaan met betrekking tot de objectiviteit van de toetser.
Het bestuur selecteert een andere toetser indien hij naar aanleiding van het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, dan wel uit eigen beweging van oordeel is dat er sprake is van:
- a. feiten of omstandigheden waardoor de objectiviteit van een bij de toetsing of hertoetsing betrokken toetser aangetast kan worden; of
- b. de schijn wordt gewekt dat de objectiviteit van een bij de toetsing of hertoetsing betrokken toetser aangetast kan worden.
Artikel 12
Een toetsing of hertoetsing wordt afgerond met een eindoordeel.
Een eindoordeel na een toetsing luidt:
- a. het kwaliteitssysteem voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep;
- b. het kwaliteitssysteem behoeft verbetering en voldoet in opzet of werking op belangrijke onderdelen niet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep; of
- c. het kwaliteitssysteem voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep.
Een eindoordeel na een hertoetsing luidt:
- a. het kwaliteitssysteem voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep; of
- b. het kwaliteitssysteem voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep.
In het geval een eindoordeel als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, uitsluitend is gebaseerd op het oordeel over de uitvoering van assurance-opdrachten door de accountantseenheid, dan wordt dit vermeld in het eindoordeel.
Artikel 13
Na afloop van de toetsing of hertoetsing bespreekt de toetser of het toetsingsteam op hoofdlijnen zijn bevindingen en zijn voorgenomen advies voor een eindoordeel met de accountantseenheid.
Na de bespreking, bedoeld in het eerste lid, stelt de toetser of het toetsingsteam een concept-toetsingsverslag op waarin is opgenomen:
- a. een weergave van de bevindingen van de toetsing of hertoetsing;
- b. een gemotiveerd voorstel voor een eindoordeel, als bedoeld in artikel 12, tweede lid of derde lid.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.