Besluit van 13 juli 2017, nr. 2022588, strekkende tot vaststelling van de vergoedingen van het College en commissies van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (Vergoedingenregeling NRGD)
Gelet op artikel 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, de artikelen 2, 4 en 5 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies
Besluit:
Artikel 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. College: het College gerechtelijk deskundigen als bedoeld in artikel 3 van het Besluit register deskundige in strafzaken;
- b. commissies: de door het College ingestelde commissies als bedoeld in artikel 7, derde lid, van het Besluit register deskundige in strafzaken en artikel 7, 8 en 9 van het van het Bestuursreglement College gerechtelijk deskundigen;
- c. Besluit: het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.
Artikel 2. Vergoeding werkzaamheden voorzitter en leden van het College
De voorzitter van het College ontvangt voor zijn werkzaamheden een vaste vergoeding per maand op basis van het maandsalaris conform de hoogste trede van schaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren en een arbeidsduurfactor van 0,2.
De leden van het College die niet in dienst zijn van het Rijk ontvangen een vaste vergoeding per maand op basis van het maandsalaris conform de hoogste trede van schaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren en een arbeidsduurfactor van 0,1.
Artikel 3. Vergoedingen commissies
De leden van de commissies ontvangen per vergadering een vergoeding van 3% van de hoogste trede van schaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
Indien de leden van de commissies voor een vergadering in het buitenland de grens over moeten reizen, kan, in afwijking van artikel 2 van het Besluit, de in het eerste lid bedoelde vergoeding worden verhoogd tot maximaal het tweevoudige.
Artikel 4. Vergoeding reis- en verblijfskosten
De voorzitter en de leden van het College ontvangen een vergoeding wegens reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Vergoedingenregeling NRGD.