Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 10 juli 2017 houdende regels met betrekking tot het samenstellen door banken van individuele klantbeelden ten behoeve van het depositogarantiestelsel en het afwikkelinstrumentarium (Beleidsregel Individueel Klantbeeld)
Gelet op artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel d van de Wet op het financieel toezicht en artikel 26a van het Besluit prudentiële regels Wft;
Gelet op artikel 3:261 van de Wet op het financieel toezicht en artikel 29.05, derde tot en met vijfde lid, artikel 29.06, eerste lid, artikel 29.07, vierde lid en artikel 29.16, eerste lid van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft;
Gelet op artikel 212ra van de Faillissementswet;
Na consultatie van de betrokken representatieve organisaties en het bredere publiek;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
De begrippen in deze beleidsregel hebben dezelfde betekenis als in de Wet op het financieel toezicht en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, tenzij deze begrippen uitdrukkelijk anders worden gedefinieerd in deze beleidsregel.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
- b. Wft: Wet op het financieel toezicht;
- c. Bpr: Besluit prudentiële regels Wft;
- e. Depositogarantiestelsel: als bedoeld in artikel 3:259, tweede lid van de Wft;
- f. Bank: een onderneming waarvan de aangehouden deposito’s worden gegarandeerd door het depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 29.01 van het Bbpm;
- g. In aanmerking komend deposito: een deposito dat valt onder de werking van het depositogarantiestelsel;
- h. In aanmerking komende depositohouder: een depositohouder die niet op grond van artikel 29.01, tweede lid, sub a van het Bbpm is uitgesloten;
- i. Gegarandeerd deposito: als bedoeld in artikel 7k, eerste lid van het Bbpm
- j. Depositohouder: de houder, of in het geval van een gezamenlijke rekening als bedoeld in artikel 29.02, tweede lid van het Bbpm, elk van de houders van een deposito, waaronder ook een derde als bedoeld in artikel 29.02, derde lid van het Bbpm wordt begrepen;
- k. Vertegenwoordiger: een persoon die bevoegd is om namens de depositohouder de handeling te verrichten bedoeld in artikel 29.07, eerste lid van het Bbpm;
- l. Individueel klantbeeld: een overzicht van alle deposito’s van een depositohouder bij een bank waarin alle gegevens conform het datamodel als bedoeld in artikel 2 zijn opgenomen;
- m. IKB: individueel klantbeeld;
- n. IKB-bestand: een gegevensverzameling die voldoet aan de in artikel 2 beschreven opbouw, teneinde een overzicht te bieden van alle individuele klantbeelden van een bank;
- o. IKB-systeem: het geheel van procedures en maatregelen waarmee een bank het IKB-bestand kan samenstellen, in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen kan berekenen en eventuele handelingen kan verrichten ten behoeve van de afwikkelingstaak, op een door DNB bepaalde wijze en binnen een door DNB gestelde termijn;
- p. Kleine, middelgrote en micro-ondernemingen: als bedoeld in artikel 212g, eerste lid, onderdeel n, van de Faillissementswet;
- q. ISAE 3402: international standard on assurance engagements 3402, assurance reports on controls at a service organization;
- r. verstoring: een gebeurtenis die naar de verwachting van de bank de werking van het IKB-systeem conform deze beleidsregel twee weken of langer verhindert of kan verhinderen, waaronder begrepen de mogelijkheid om het IKB-bestand tijdig aan te leveren.
Hoofdstuk 2. Inrichting individueel klantbeeld
Afdeling 2.1. Aanlevering en samenstelling IKB-bestand
Artikel 2
Een bank stelt een IKB-bestand samen, dat alle gegevens bevat die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het depositogarantiestelsel, conform een door DNB voorgeschreven datamodel, en dat op een zodanige wijze is vormgegeven dat depositogegevens gekoppeld zijn aan de gegevens van depositohouders en eventuele vertegenwoordigers.
Het IKB-bestand bevat voor alle depositohouders ten minste de volgende gegevens:
- a. Een unieke identificerende sleutel voor elke depositohouder;
- b. Markeringen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a;
- c. Markeringen als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid;
- d. Klantcategorie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a;
- e. Bij natuurlijke personen:
-
- De voorletters en voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, de achternaam zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs en de geboortedatum;
-
- De adresgegevens inclusief het land;
-
- Het nationale identificatienummer of het fiscale identificatienummer en land van uitgifte, indien natuurlijke personen hierover beschikken en het is toegestaan dit nummer te gebruiken in het kader van het voeren van een administratie ten behoeve van de uitvoering van het Nederlandse depositogarantiestelsel;
-
- De levensstatus;
- f. Bij niet-natuurlijke personen:
-
- De geregistreerde naam;
-
- De geregistreerde plaats inclusief het land;
-
- De adresgegevens inclusief het land;
-
- Indien geregistreerd in Nederland het KvK-nummer of het RSIN;
-
- Indien geregistreerd in het buitenland het fiscale identificatienummer of het KvK-nummer en land van uitgifte.
Het IKB-bestand bevat voor alle vertegenwoordigers ten minste de volgende gegevens:
- a. Een unieke identificerende sleutel voor elke vertegenwoordiger;
- b. De voorletters en voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, de achternaam zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs en de geboortedatum;
- c. De adresgegevens inclusief het land;
- d. Het nationale identificatienummer of het fiscale identificatienummer en land van uitgifte, indien vertegenwoordigers hierover beschikken en het is toegestaan dit nummer te gebruiken in het kader van het voeren van een administratie ten behoeve van de uitvoering van het Nederlandse depositogarantiestelsel;
- e. Het type bevoegdheid van de vertegenwoordiger per vertegenwoordiging.
Het IKB-bestand bevat voor alle deposito’s ten minste de volgende gegevens:
- a. Een unieke identificerende sleutel voor elk deposito;
- b. Markeringen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a;
- c. Het rekeningnummer zoals dat bij de depositohouder bekend is;
- d. De tenaamstelling die voor het deposito is vastgelegd;
- e. Een productnaam of -omschrijving van het deposito zoals bij de depositohouder bekend;
- f. Een categorisering van het soort deposito als bedoeld in artikel 5, tweede lid;
- g. Markeringen als bedoeld in artikel 5, derde lid;
- h. Markeringen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met l;
- i. Markeringen als bedoeld in artikel 6, vierde lid;
- j. De valuta waarin het deposito wordt aangehouden;
- k. Het saldo van het deposito;
- l. Het aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag op het deposito;
- m. Het land waarin het deposito wordt aangehouden;
- n. Het aantal depositohouders van het deposito en bij meer dan één depositohouder per depositohouder het percentage van de aanspraak wanneer deze niet evenredig is;
- o. Indien dat het geval is, het feit dat het deposito vanuit een andere lidstaat wordt aangehouden zonder dat in die lidstaat bijkantoren gevestigd zijn, alsmede de betreffende lidstaat en de taal die door de depositohouder bij de opening van de rekening is gekozen.
Indien een IKB-bestand voor een betreffende depositohouder de gegevens bedoeld in het tweede lid van dit artikel, onderdeel e, sub 3, bevat, geldt in afwijking van het tweede lid van dit artikel, onderdeel e, sub 1, dat voor wat betreft de aldaar genoemde gegevens kan worden volstaan met ten minste de voorletters of de voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, naast de achternaam zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs en de geboortedatum.
Indien een IKB-bestand voor een betreffende vertegenwoordiger de gegevens bedoeld in het derde lid van dit artikel, onderdeel d, bevat, geldt in afwijking van het derde lid van dit artikel, onderdeel b, dat voor wat betreft de aldaar genoemde gegevens kan worden volstaan met ten minste de voorletters of de voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, naast de achternaam zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs en de geboortedatum.
Artikel 3
Bij het samenstellen van het IKB-bestand, als vastgelegd in artikel 2, neemt een bank het volgende in acht:
-
- Een bank waarborgt dat de gerapporteerde saldi van alle deposito’s geen uitgaande betalingen bevatten die op het moment van het genereren van het individueel klantbeeld reeds zijn gedebiteerd van een depositotegoed, ongeacht de daadwerkelijke verwerking van de betaling door de bank zelf;
-
- Een bank waarborgt dat binnen de termijn als bedoeld in artikel 9, eerste lid, de gerapporteerde saldi van alle deposito’s zo veel mogelijk de inkomende betalingen bevatten die voortvloeien uit artikel 212b van de Faillissementswet en samenhangen met de deelname van een bank aan een systeem als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b van de Faillissementswet;
-
- Een bank brengt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen markering aan van de aanvullende garantie in de zin van artikel 29.02, vierde lid van het Besluit bijzondere maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft;
-
- Een bank houdt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen rekening met deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is als volgt uit artikel 29.01, eerste lid, sub a van het Bbpm;
-
- Voor deposito’s aangehouden bij bijkantoren in lidstaten waar bronbelasting wordt geheven, houdt een bank, bij het bepalen van het te rapporteren aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag, rekening met de in te houden bronbelasting en rapporteert deze niet;
-
- Een bank waarborgt dat alle slapende rekeningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel l per depositohouder in het IKB-bestand zijn opgenomen.
Afdeling 2.2. Berekening in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen
Artikel 4
In aanvulling op het IKB-bestand is een bank in staat zowel het in aanmerking komende bedrag als het gegarandeerde bedrag in euro’s van elke depositohouder te berekenen.
Bij het berekenen van de gegevens zoals gevraagd in het eerste lid, neemt een bank het volgende in acht:
- a. Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met k en artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag;
- b. Depositohouders die zijn overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4, en depositohouders als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, worden beschouwd als niet in aanmerking komende depositohouders.
In afwijking van het tweede lid, neemt een bank bij de berekening van de gegevens ter bepaling van de depositobasis als bedoeld in artikel 29.16, eerste lid van het Bbpm het volgende in acht:
- a. Een inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, gebaseerd op een door de bank gekozen wijze als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel e, en deposito’s als bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als gegarandeerd bedrag;
- b. Deposito's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met f, onderdeel h tot en met j en onderdeel l worden beschouwd als in aanmerking komende deposito's, met inachtneming van het maximum gegarandeerde bedrag per depositohouder.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.