Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel
Gelet op:
de artikelen 2, 60c, 108, 109 en 111, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement;
artikel 52, eerste lid, onderdeel d, van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
artikel 16, eerste lid, onder c, van het Inkomstenbesluit militairen;
artikel 8, derde en achtste lid, artikel 16, tweede lid, en de artikelen 50 en 69 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
Besluit:
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. hoofd defensieonderdeel
- 1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
- 2°. de commandant operationeel commando voor het desbetreffende commando;
- 3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
- 4°. de commandant van het Defensie Ondersteuningscommando, voor zover het betreft het Defensie Ondersteuningscommando.
- b. commandant de commandant van het dienstencentrum internationale ondersteuning defensie;
- c. defensie-ambtenaar de militair of de ambtenaar;
- d. gezinsleden de echtgenoot van de defensie-ambtenaar en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de defensie-ambtenaar of van zijn echtgenoot;
- e. eigen huishouding voeren hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van het Verplaatsingskostenbesluit defensie;
- f. gehuwde defensie-ambtenaar de defensie-ambtenaar die met één of meer van zijn gezinsleden samenwoont en een eigen huishouding voert in een woning, of een gedeelte daarvan, waarover de gezinsleden de vrije en zelfstandige beschikking hebben;
- g. ongehuwde defensie-ambtenaar iedere niet onder f bedoelde defensie-ambtenaar;
- h. standaard netto Nederland
- 1°. voor de militair:
- (a). de bezoldiging;
- (b). de vaste vergoeding extra-beslaglegging;
- (c). de aanvullende WUL-compensatie;
- (d). de tijdelijke toelage loongebouw;
- (e). de maatregel voor negatieve inkomenseffecten pensioenpremie, verminderd met:
- (f). de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen, die wordt ingehouden krachtens de Kaderwet militaire pensioenen;
- (g). de premie voor het bovenwettelijk arbeidsongeschiktheidspensioen, bedoeld in artikel 23b van het Inkomstenbesluit militairen;
- (h). de voor de militair verschuldigde premie, bedoeld in artikel 4 van de Regeling
- (i). ziektekostenverzekering militairen, na aftrek van de werkgeversbijdrage als bedoeld in artikel 5 van die regeling;
- (j). de WGA-premie;
- (k). de over de voorgaande onderdelen verschuldigde loonheffing volgens de witte maandtabel voor inwoners van Nederland met loonheffingskorting, Vermeerderd met:
- (l). voor de gehuwde militair: het maximum bedrag algemene heffingskorting, en het resultaat vermenigvuldigd met de factor 1,1.
- 2°. Voor de ambtenaar:
- (a). de bezoldiging;
- (b). de inkomenstoeslag;
- (c). in voorkomend geval de vergoeding wegens overwerk, bedoeld in artikel 49 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, verminderd met:
- (d). de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen, bedoeld in het pensioenreglement;
- (e). de premie voor het bovenwettelijk arbeidsongeschiktheidspensioen, bedoeld in het pensioenreglement;
- (f). de WGA-premie;
- (g). de over de voorgaande onderdelen verschuldigde loonheffing volgens de witte maandtabel voor inwoners van Nederland met loonheffingskorting, vermeerderd met:
- (h). voor de gehuwde ambtenaar: het maximum bedrag algemene heffingskorting, en het resultaat vermenigvuldigd met de factor 1,075.
- i. koopkrachtcomponent het door de minister vastgestelde percentage van het Standaard Netto Nederland dat beoogt de koopkracht te behouden van een voor Nederland representatief geacht pakket van goederen en diensten van betrokkene en in voorkomend geval van zijn gezin;
- j. verblijfscomponent het door de minister vastgestelde percentage van het Standaard Netto Nederland dat beoogt een tegemoetkoming te zijn voor de kosten die voortvloeien uit de verschillen in verblijfsomstandigheden tussen Nederland en het land van plaatsing;
- k. verplaatsingcomponent het door de minister vastgestelde bedrag als tegemoetkoming in de kosten die het gevolg zijn van een plaatsing in het buitenland. Het betreft een tegemoetkoming voor de kosten die het gevolg zijn van:
- a. het eventuele verlies van schooljaren van de kinderen waardoor zij langer ten laste van de ouders blijven;
- b. het niet mogen of kunnen werken van de echtgeno(o)t(e) van de militair en de daaruit voortvloeiende derving van inkomsten en de kleinere kans op werk voor de echtgeno(o)t(e) bij terugkeer in Nederland;
- c. het worden geconfronteerd met een taal die men niet beheerst hetgeen in de beginperiode van de plaatsing buiten Nederland kan leiden tot meerkosten waaronder de uitgaven voor taalonderwijs;
- d. het bezit van een woning, met de daaraan verbonden kosten bij verkoop of verhuur (waaronder makelaars- en transactiekosten);
- e. de confrontatie met een hogere huur bij terugkeer uit het buitenland;
- f. de extra kosten die het gevolg zijn van de afstand tussen het land van plaatsing en het thuisland waar de achtergebleven familieleden verblijven;
- g. kosten a.g.v. de extra sociale verplichtingen in geval van plaatsing bij een niet Nederlands onderdeel;
- l. tegemoetkoming meerkosten beginperiode dat deel van de verplaatsingcomponent dat ineens bij aanvang plaatsing in het buitenland wordt uitgekeerd ter bestrijding van de meerkosten in de beginperiode van de plaatsing;
- m. Wet FVP de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP;
- n. Verordeningsland: een land dat valt onder de territoriale werking van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, betreffende de coördinatie van de zekerheidsstelsels. Dit betreft de lidstaten van de Europese Unie, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: IJsland, Liechtenstein en Noorwegen;
- o. vervallen;
- p. ACRU de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen;
- q. post een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland als bedoeld in Bijlage 1 van de ACRU;
- r. vervallen;
- s. basisbeurs de basisbeurs, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet studiefinanciering 2000, dan wel de tegemoetkoming scholieren, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
- t. metterwoon gevestigd het daadwerkelijk wonen, zodanig dat de gezinsleden er het merendeel van de tijd de nacht doorbrengt, de maaltijden gebruikt en over het algemeen aldaar het leefpatroon heeft dat de gezinsleden volgens algemeen aanvaarde normen gewoonlijk op het huisadres pleegt te hebben;
- u. Europa Europa inclusief Turkije;
- v. duurtecorrectie %DC zoals opgenomen in tabel 2.
Hoofdstuk 2. Voorzieningen bij plaatsing buiten Nederland
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 2. Toepasselijkheid
Onverminderd artikel 5, vijfde lid, is dit hoofdstuk van toepassing op de defensie-ambtenaar die is geplaatst in een gebied buiten Nederland, tenzij op hem hoofdstuk 3 dan wel de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO) van toepassing is.
Artikel 3. Plaatsing van de defensie-ambtenaar
De defensie-ambtenaar is geplaatst in een gebied buiten Nederland, indien hij voor een tijdvak van langere duur dan dertig achtereenvolgende dagen – anders dan uitsluitend in verband met een militaire oefening – in dat gebied is tewerkgesteld en in dat gebied is gevestigd.
Artikel 4. Verblijf van het gezin in het gebied van plaatsing
Het verblijf van de gezinsleden van de defensie-ambtenaar in een gebied buiten Nederland wordt uitsluitend in aanmerking genomen, indien de gezinsleden aldaar metterwoon zijn gevestigd en ter zake van dat verblijf is voldaan aan door de minister bepaalde regels.
Artikel 5. Aanvang, einde en duur van de plaatsing
-
- De plaatsing van de defensie-ambtenaar en het verblijf van een of meer gezinsleden in een gebied buiten Nederland vangen aan op de dag van aankomst bij een grensstation of -overgang, in de eerste haven of op het eerste vliegveld aldaar.
-
- Onverminderd het derde tot en met het zesde lid eindigen de plaatsing van de defensie-ambtenaar en het verblijf van een of meer gezinsleden in een gebied buiten Nederland op de dag van vertrek van een grensstation of -overgang, uit de laatste haven of van het laatste vliegveld aldaar.
-
- De plaatsing van de defensie-ambtenaar in een gebied buiten Nederland eindigt, indien hij:
- a. om redenen van dienst – waaronder mede te verstaan medische redenen – het gebied van plaatsing voor een tijdvak van langere duur dan dertig achtereenvolgende dagen verlaat of
- b. om persoonlijke redenen het gebied van plaatsing voor een tijdvak van langere duur dan zestig achtereenvolgende dagen verlaat.
-
- Onverminderd het vijfde lid wordt de plaatsing van de defensie-ambtenaar die is geplaatst in een gebied buiten Nederland en wiens gezinsleden aldaar metterwoon zijn gevestigd, geacht voort te duren zolang die defensie-ambtenaar voor de duur van ten hoogste zes maanden buiten het gebied van plaatsing verblijft, terwijl zijn gezinsleden aldaar achterblijven. In voorkomend geval eindigt de plaatsing op de dag waarop:
- a. de duur van het verblijf van de defensie-ambtenaar buiten dat gebied de termijn van zes maanden overschrijdt, dan wel
- b. de gezinsleden binnen de termijn van zes maanden dat gebied definitief of voor langere duur dan zestig dagen verlaten.
-
- In afwijking van het vierde lid wordt de plaatsing van de militair als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b, wiens gezinsleden aldaar metterwoon zijn gevestigd, en die is ingezet in het kader van een operatie als bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, geacht voort te duren tijdens de periode van die inzet en van de direct daaraan voorafgaande opleiding ten behoeve van die inzet.
-
- In afwijking van het vierde lid wordt de plaatsing van de militair als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, dan wel de militair als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder f, die is ingezet in het kader van een operatie als bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, geacht voort te duren tijdens de periode van die inzet en van de direct daaraan voorafgaande opleiding ten behoeve van die inzet indien de militair gedurende deze periode kosten maakt gerelateerd aan zijn huisvesting in het land van plaatsing.
-
- Indien de defensie-ambtenaar bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b, bij eindiging van zijn plaatsing in een gebied buiten Nederland zijn gezinsleden daar moet achterlaten, kan hij, om reden van medische noodzaak, het afronden van het schooljaar van het kind van de defensieambtenaar en het verblijven buiten het land van plaatsing voor het volgen van een bij- of omscholingsopleiding met daarbij het oogmerk van de organisatie de defensieambtenaar terug te laten keren naar het land van plaatsing, niettemin in het genot van de toelage-buitenland, de verhoging daarvan en de overige voorzieningen ter zake van die plaatsing in dat gebied blijven.
-
- De dag van aankomst, bedoeld in het eerste lid, mag maximaal vijf werkdagen voor aanvang van de functievervulling liggen.
-
- Onverminderd het zevende lid, mag de dag van vertrek, bedoeld in het tweede lid, maximaal vijf werkdagen na einde van de functievervulling liggen.
Artikel 6. Samenloop
-
- Indien de defensie-ambtenaar reeds uit anderen hoofde aanspraak heeft op voorzieningen – al dan niet in natura – ter zake van zijn plaatsing in een gebied buiten Nederland, kan de aanspraak op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk komen te vervallen.
-
- Indien de echtgenoot van de defensie-ambtenaar over hetzelfde tijdvak aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk of op daarmee gelijk te stellen voorzieningen voor ambtenaren behorende tot de Rijksoverheid: tenzij om dienstredenen geen gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd.
- a. komt de aanspraak van de defensie-ambtenaar op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk te vervallen, indien het standaard netto Nederland van de echtgenoot hoger is;
- b. wordt de aanspraak op voorzieningen verleend aan degene die daarvoor door beiden gezamenlijk is aangewezen, indien het standaard netto Nederland van de defensie-ambtenaar en dat van zijn echtgenoot gelijk zijn,
-
- De defensie-ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, onder a, alsmede de defensie-ambtenaar die niet door beiden gezamenlijk is aangewezen, bedoeld in het tweede lid, onder b, heeft aanspraak op de voorzieningen waarop de ongehuwde defensie-ambtenaar, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, aanspraak zou hebben.
Paragraaf 2. Toelage-buitenland
Artikel 7. Toelage buitenland defensieambtenaren
-
- Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
- a. gehuwd, gezin met kinderen aldaar de gehuwde defensieambtenaar die met zijn echtgenoot en kinderen woonachtig is in het land van plaatsing dan wel de alleenstaande ouder die met zijn kinderen woonachtig is in het land van plaatsing;
- b. gehuwd, gezin zonder kinderen aldaar de gehuwde defensieambtenaar die met zijn echtgenoot woonachtig is in het land van plaatsing;
- c. gehuwd, gezin niet aldaar de gehuwde defensieambtenaar, waarvan geen enkel gezinslid in het land van plaatsing woonachtig is, en die in het land van plaatsing huisvesting en voeding van rijkswege geniet;
- d. gehuwd, gezin niet aldaar, zelfstandig woonachtig aldaar de gehuwde defensieambtenaar, waarvan geen enkel gezinslid in het land van plaatsing woonachtig is, en die metterwoon gevestigd is in het land van plaatsing;
- e. ongehuwd de ongehuwde defensieambtenaar die in het land van plaatsing huisvesting en voeding van rijkswege geniet;
- f. ongehuwd en zelfstandig woonachtig aldaar de ongehuwde defensieambtenaar die metterwoon gevestigd is in het land van plaatsing.
-
- De defensieambtenaar met aanspraak op salaris die is geplaatst in een gebied buiten Nederland heeft aanspraak op een toelage-buitenland bestaande uit:
- a. een koopkrachtcomponent bestaande uit een percentage, indien deze positief is, en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.