Regeling uitrusting Defensie

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-04-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op:

artikel 117 en 134 van het Algemeen militair ambtenarenreglement,

artikel 71 van het Burgerlijk ambtenaren reglement

Besluit:

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Betekenis van uitdrukkingen
1.

Voor de toepassing van deze regeling wordt, voor zover niet anders blijkt, verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van deze regeling wordt, voor zover niet anders blijkt, mede verstaan onder:

Artikel 2. Algemene bepalingen inzake rangen
1.

In deze regeling worden tijdelijke en titulaire rangen aangemerkt als effectieve rangen.

2.

In deze regeling wordt een geestelijke verzorger geacht de rang te bekleden van de militair met wie hij in rang is gelijkgesteld.

Hoofdstuk II. Kleding en uitrusting

Titel I. Verstrekking

Artikel 3. Verstrekking van PGU
1.

De defensiemedewerker ontvangt de tot zijn PGU behorende artikelen draagklaar en passend van Defensie in bruikleen, zodra en zolang hij daarover moet beschikken.

2.

In afwijking van het bepaalde in het vorige lid heeft de defensiemedewerker, indien een aantal artikelen niet in natura kan worden verstrekt, ter zake aanspraak op een door de minister vastgestelde tegemoetkoming in de aanschaffingskosten daarvan.

Artikel 4. Verstrekking van PGU in de tropen
1.

Indien de militair is aangewezen voor het verrichten van dienst in de tropen zonder dat er sprake is van plaatsing, kan de minister bepalen of, en zo ja over welk gedeelte van de PGU bestemd voor de tropen de betrokken militair moet beschikken.

2.

De minister kan bij verstrekking van de PGU bestemd voor de tropen rekening houden met eerdere verstrekkingen ingevolge het derde lid.

Artikel 5. Verstrekking van de PGU van een ander krijgsmachtdeel
1.

De minister kan bepalen dat de militair – niet behorende tot het commando der Koninklijke marechaussee – die voor onbepaalde tijd wordt tewerkgesteld bij een onderdeel van een ander krijgsmachtdeel dan dat waartoe hij behoort, moet beschikken over de gehele of gedeeltelijke PGU, – de tot gelegenheidskleding behorende artikelen uitgezonderd – welke bij dat krijgsmachtdeel geldt voor de groep van militairen waartoe hij alsdan geacht wordt te behoren.

2.

De minister kan bepalen dat de militair die bij een onderdeel van een ander krijgsmachtdeel dan dat waartoe hij behoort in opleiding is, met het doel om na het met gunstig resultaat beëindigen van die opleiding ingedeeld te worden bij dat krijgsmachtdeel, mede moet beschikken over de gehele dan wel gedeeltelijke PGU, welke geldt voor de groep van militairen waartoe hij alsdan geacht wordt te behoren.

Artikel 6. Tegemoetkoming in de kosten van aanschaffing van tot de PGU behorende artikelen die niet in natura worden verstrekt
1.

De vrouwelijke militair die ingevolge de voor haar vastgestelde PGU de beschikking moet hebben over artikelen die niet in natura worden verstrekt heeft bij eerste opkomst aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van die artikelen. De tegemoetkoming bedraagt:

(Per 1 januari 2014 komt het bovenstaande lid te vervallen!)

2.

Een militair die ingevolge de voor hem vastgestelde PGU de beschikking dient te hebben over gelegenheidskleding heeft uitsluitend bij de eerste aanschaffing van die kleding aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van aanschaffing daarvan ten bedrage van:

3.

In afwijking van het tweede lid kan de commandant van een operationeel commando er voor kiezen de gelegenheidskleding – al dan niet tegen betaling van een eigen bijdrage – in eigendom te verstrekken.

Titel II. Onderhoud en vervanging

Artikel 7
1.

Het onderhoud en de vervanging van artikelen welke de defensiemedewerker in bruikleen zijn verstrekt, geschiedt door en voor rekening van Defensie.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de commandant van het KPU-bedrijf bepalen dat voor een beperkt aantal artikelen vervanging geschiedt op andere wijze.

Artikel 8. Tenuewijziging

De defensiemedewerker die ten gevolge van een bevordering, de uitvoering van het in zijn bezit zijnde tenue dient aan te passen, heeft aanspraak op verstrekking van de daarvoor benodigde artikelen.

Artikel 9. Draagklaar en passend maken van kleding
1.

In die gevallen dat aan de defensiemedewerker een kledingstuk wordt verstrekt:

geschieden de desbetreffende werkzaamheden voor rekening van Defensie.

2.

Het in het eerste lid onder a gestelde, is van overeenkomstige toepassing in het gevaluitmonstering moet worden aangebracht in verband met tenuewijziging als bedoeld in artikel 9.

3.

De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden geschieden bij of door de zorg van een door de commandant van het Kleding- en persoonsgebonden uitrusting bedrijf aangewezen onderdeel.

Artikel 10. Onderscheidingen
1.

Een militair aan wie een ridderorde, ereteken of medaille is verleend, waarvan de datum van toekenning is gelegen na 30 november 1999, heeft voor de eerste aanschaf, indien de onderscheiding niet in natura wordt verstrekt, aanspraak op vergoeding van de aanschafkosten van de groot model onderscheiding en de bijbehorende baton, alsmede de eventuele opmaakkosten.

2.

Indien het avondtenue deel uitmaakt van de PGU van de betrokken militair, heeft hij tevens aanspraak op de eerste aanschafkosten van de klein model onderscheiding, alsmede de eventuele opmaakkosten.

3.

Indien de onderscheiding aan een of meer reeds in bezit zijnde onderscheidingen dient te worden toegevoegd, heeft de militair tevens aanspraak op de opmaakkosten van het totaal aan groot model onderscheidingen, batons en – indien het avondtenue deel uitmaakt van de PGU van de betrokken militair – klein model onderscheidingen.

Artikel 11. Tegemoetkoming in de kosten van onderhoud en vervanging van artikelen die niet in natura zijn verstrekt

(Per 1 januari 2014 komt dit artikel te vervallen!)

1.

De vrouwelijke militair als bedoeld in artikel 6, eerste lid, heeft jaarlijks aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud en vervanging van de tot haar PGU behorende artikelen die haar niet in natura zijn verstrekt.

2.

De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt:

Titel III. Aanspraken in verband met het vervullen van bepaalde functies, het verblijf in bepaalde landen of het verrichten van bepaalde diensten

Artikel 12. Vervullen van bepaalde functies
1.

De minister kan bepalen dat de defensiemedewerker in verband met de uitoefening van bepaalde functies moet beschikken over kleding en uitrustingsstukken die niet zijn opgenomen het assortiment van het KPU-bedrijf.

2.

De in het vorige lid bedoelde artikelen worden de defensiemedewerker zodra en zolang hij daarover moet beschikken in bruikleen verstrekt.

3.

In bepaalde gevallen kan de minister bepalen dat, in tegenstelling tot het gestelde in het vorige lid, de betreffende artikelen éénmalig voor rekening van Defensie en in eigendom worden verstrekt.

Artikel 13. Verblijf in door de minister aan te wijzen landen
1.

De minister kan bepalen dat de defensiemedewerker in verband met het verblijf in nader aan te wijzen landen moet beschikken over kleding en uitrustingsstukken die niet zijn opgenomen in het assortiment van het KPU-bedrijf.

2.

De in het vorige lid bedoelde artikelen worden de defensiemedewerker zodra en zolang hij daarover dient te beschikken in bruikleen verstrekt.

3.

In bepaalde gevallen kan de minister bepalen dat, in tegenstelling tot het gestelde in het vorige lid, de betreffende artikelen éénmalig voor rekening van Defensie en in eigendom worden verstrekt.

Artikel 14. Burgerkleding in afwijkende maat uit hoofde van de functie
1.

De minister kent de militair die een functie toegewezen krijgt als opgenomen in Bijlage 4 van deze regeling en zijn werkzaamheden en diensten verricht in bijzonder representatieve burgerkleding waarvan de maat met het oog op de functie-uitoefening afwijkt van de gebruikelijke maat van de militair, een eenmalige tegemoetkoming in de aanschafkosten van deze burgerkleding toe ten bedrage van € 634,38 indien de militair zelf voor de aanschaf van de kleding zorg draagt.

2.

De minister kent de militair, die gecertificeerd is voor de Integrale Beroepsvaardigheid Training en die een functie toegewezen krijgt als opgenomen in bijlage 5 van deze regeling en zijn werkzaamheden en diensten in burgerkleding verricht waarvan de maat met het oog op de functie-uitoefening afwijkt van de gebruikelijke maat van de militair, een eenmalige tegemoetkoming in de aanschafkosten van deze burgerkleding toe ten bedrage van € 311,24 indien de militair zelf voor de aanschaf van de kleding zorg draagt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.