Wet van 26 juli 2017, houdende regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen met betrekking de taken en bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het kader van de nationale veiligheid, de coördinatie van de taakuitvoering van deze diensten, de verwerking van gegevens door deze diensten, de nationale en internationale samenwerking van deze diensten, de uitoefening van het toezicht en de behandeling van klachten en de geheimhouding, alsmede in verband daarmee enkele wetten te wijzigen en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 te vervangen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

De diensten en de coördinator verrichten hun taak in gebondenheid aan de wet en in ondergeschiktheid aan Onze betrokken Minister.

Hoofdstuk 2. De diensten en de coördinatie tussen de diensten

Hoofdstuk 3. De verwerking van gegevens

Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 3.2. De verzameling van gegevens

Paragraaf 3.2.1. Algemene bepalingen

Paragraaf 3.2.2. Toetsingscommissie inzet bevoegdheden

Paragraaf 3.2.2.1. De instelling, taakstelling, samenstelling en andere bijzondere bepalingen met betrekking tot de toetsingscommissie

Artikel 32
1.

Er is een toetsingscommissie inzet bevoegdheden.

2.

De toetsingscommissie is belast met het toetsen van de rechtmatigheid van de door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in de artikelen 40, derde lid, 42, vierde lid, 43, tweede en vierde lid, 45, derde, vijfde en tiende lid, 47, tweede lid, 48, tweede lid, 49, vierde lid, 50, tweede en vierde lid, 53, tweede lid, 54, tweede lid en 57, tweede lid. Het oordeel van de toetsingscommissie is bindend.

Artikel 33
1.

De toetsingscommissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter. Voorts kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd die de leden vervangen bij verhindering en ontstentenis. De leden en plaatsvervangende leden worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk voor een tijdvak van zes jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd.

2.

Ten minste twee van de drie leden, waaronder de voorzitter, dienen ten minste zes jaar de functie van rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie, te hebben vervuld, dan wel ten minste zes jaar als lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, als lid belast met rechtspraak bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven of als lid belast met rechtspraak bij de Centrale Raad van Beroep werkzaam te zijn geweest.

3.

De leden en de plaatsvervangende leden van de toetsingscommissie kunnen niet tevens lid zijn van de commissie van toezicht of van de afdeling klachtbehandeling van de commissie van toezicht.

Artikel 34
1.

De toetsingscommissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2.

Op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk, op aanbeveling van de voorzitter van de commissie wordt bij koninklijk besluit besloten tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst met de tot het secretariaat behorende personen. Tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk, op aanbeveling van de voorzitter van de commissie besloten, tenzij de voorzitter van de commissie de arbeidsovereenkomst opzegt op grond van artikel 677 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

3.

Bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk kan worden bepaald in welke gevallen het tweede lid niet van toepassing is.

4.

In afwijking van artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 vertegenwoordigt de voorzitter van de commissie de Staat bij het aangaan, wijzigen en beëindigen van individuele arbeidsovereenkomsten met de tot het secretariaat behorende personen.

Artikel 35
1.

De toetsingscommissie stelt voor haar werkzaamheden een reglement van orde op. Dit reglement wordt in de Staatscourant geplaatst.

2.

De vergaderingen van de toetsingscommissie zijn niet openbaar.

3.

De artikelen 23, 24, 132 en 133 zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsingscommissie.

Paragraaf 3.2.2.2. De toetsing door de toetsingscommissie

Paragraaf 3.2.3. Stelselmatig verzamelen van gegevens omtrent personen uit open bronnen

Paragraaf 3.2.4. Raadpleging van informanten

Paragraaf 3.2.5. Bijzondere bevoegdheden van de diensten

Paragraaf 3.2.6. Het uitbrengen van verslag omtrent de uitoefening van enkele bijzondere bevoegdheden

Paragraaf 3.3. Bijzondere bepalingen inzake geautomatiseerde data-analyse

Paragraaf 3.4. De verstrekking van gegevens

Hoofdstuk 4. Overige bijzondere bevoegdheden van de diensten

Hoofdstuk 5. Kennisneming van door of ten behoeve van de diensten verwerkte gegevens

Hoofdstuk 6. Samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten en met andere instanties

Hoofdstuk 3. De verwerking van gegevens

Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen

Artikel 97
1.

Er is een commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

2.

De commissie bestaat uit:

3.

De afdeling toezicht is belast met:

4.

De afdeling klachtbehandeling is belast met:

Artikel 98
1.

De commissie van toezicht bestaat uit vier leden, onder wie de voorzitter. De leden worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk voor een tijdvak van zes jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd. Drie leden, onder wie de voorzitter, worden benoemd in de afdeling toezicht. De voorzitter van de commissie van toezicht is tevens voorzitter van de afdeling toezicht. Een lid wordt benoemd als lid, tevens voorzitter van de afdeling klachtbehandeling.

2.

De afdeling klachtbehandeling bestaat, naast de voorzitter, uit ten minste twee andere leden. Zij worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk voor een tijdvak van zes jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd.

Artikel 99
1.

Voor de benoeming van de leden van de commissie van toezicht en de leden van de afdeling klachtbehandeling wordt door de Tweede Kamer der Staten-Generaal per vacature een voordracht van ten minste drie personen gedaan waaruit Onze betrokken Ministers een keuze maken. Bij haar voordracht slaat de Tweede Kamer zodanig acht als haar dienstig voorkomt op een door de vice-president van de Raad van State, de president van de Hoge Raad der Nederlanden en de Nationale ombudsman gezamenlijk opgemaakte aanbevelingslijst van ten minste drie kandidaten per vacature.

2.

Onze betrokken Ministers kunnen de Tweede Kamer verzoeken een nieuwe voordracht te doen.

3.

Aan ten minste twee van de drie leden van de afdeling toezicht, onder wie de voorzitter, en aan de leden van de afdeling klachtbehandeling dient door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht te zijn verleend, dan wel dienen zij aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het doctoraat in de rechtsgeleerdheid of het recht om de titel meester te voeren te hebben verkregen.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het derde lid gelijk worden gesteld aan de in dat onderdeel bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

5.

Alvorens hun ambt te aanvaarden leggen de leden van de commissie van toezicht en de leden van de afdeling klachtbehandeling in handen van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, af:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.