Wet van 26 juli 2017, houdende regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen met betrekking de taken en bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het kader van de nationale veiligheid, de coördinatie van de taakuitvoering van deze diensten, de verwerking van gegevens door deze diensten, de nationale en internationale samenwerking van deze diensten, de uitoefening van het toezicht en de behandeling van klachten en de geheimhouding, alsmede in verband daarmee enkele wetten te wijzigen en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 te vervangen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. dienst: de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
- b. coördinator: de functionaris, bedoeld in artikel 4;
- c. Onze betrokken Minister:
- 1°. ten aanzien van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- 2°. ten aanzien van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: Onze Minister van Defensie;
- 3°. ten aanzien van de coördinator: Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken;
- d. gegevens: persoonsgegevens en andere gegevens;
- e. persoonsgegevens: gegevens die betrekking hebben op een identificeerbare of geïdentificeerde, individuele natuurlijke persoon;
- f. gegevensverwerking of verwerking van gegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot gegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens;
- g. commissie van toezicht: de commissie, bedoeld in artikel 97;
- h. toetsingscommissie: de commissie, bedoeld in artikel 32.
Artikel 2
De diensten en de coördinator verrichten hun taak in gebondenheid aan de wet en in ondergeschiktheid aan Onze betrokken Minister.
Hoofdstuk 2. De diensten en de coördinatie tussen de diensten
Hoofdstuk 3. De verwerking van gegevens
Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen
Paragraaf 3.2. De verzameling van gegevens
Paragraaf 3.2.1. Algemene bepalingen
Paragraaf 3.2.2. Toetsingscommissie inzet bevoegdheden
Paragraaf 3.2.2.1. De instelling, taakstelling, samenstelling en andere bijzondere bepalingen met betrekking tot de toetsingscommissie
Artikel 32
Er is een toetsingscommissie inzet bevoegdheden.
De toetsingscommissie is belast met het toetsen van de rechtmatigheid van de door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in de artikelen 40, derde lid, 42, vierde lid, 43, tweede en vierde lid, 45, derde, vijfde en tiende lid, 47, tweede lid, 48, tweede lid, 49, vierde lid, 50, tweede en vierde lid, 53, tweede lid, 54, tweede lid en 57, tweede lid. Het oordeel van de toetsingscommissie is bindend.
Artikel 33
De toetsingscommissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter. Voorts kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd die de leden vervangen bij verhindering en ontstentenis. De leden en plaatsvervangende leden worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk voor een tijdvak van zes jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd.
Ten minste twee van de drie leden, waaronder de voorzitter, dienen ten minste zes jaar de functie van rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie, te hebben vervuld, dan wel ten minste zes jaar als lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, als lid belast met rechtspraak bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven of als lid belast met rechtspraak bij de Centrale Raad van Beroep werkzaam te zijn geweest.
De leden en de plaatsvervangende leden van de toetsingscommissie kunnen niet tevens lid zijn van de commissie van toezicht of van de afdeling klachtbehandeling van de commissie van toezicht.
De artikelen 99, eerste, tweede, vijfde, zesde, achtste en negende lid, 100, 101, 102 en 104 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34
De toetsingscommissie wordt ondersteund door een secretariaat.
Op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk, op aanbeveling van de voorzitter van de commissie wordt bij koninklijk besluit besloten tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst met de tot het secretariaat behorende personen. Tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk, op aanbeveling van de voorzitter van de commissie besloten, tenzij de voorzitter van de commissie de arbeidsovereenkomst opzegt op grond van artikel 677 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
Bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk kan worden bepaald in welke gevallen het tweede lid niet van toepassing is.
In afwijking van artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 vertegenwoordigt de voorzitter van de commissie de Staat bij het aangaan, wijzigen en beëindigen van individuele arbeidsovereenkomsten met de tot het secretariaat behorende personen.
Artikel 35
De toetsingscommissie stelt voor haar werkzaamheden een reglement van orde op. Dit reglement wordt in de Staatscourant geplaatst.
De vergaderingen van de toetsingscommissie zijn niet openbaar.
De artikelen 23, 24, 132 en 133 zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsingscommissie.
Paragraaf 3.2.2.2. De toetsing door de toetsingscommissie
Paragraaf 3.2.3. Stelselmatig verzamelen van gegevens omtrent personen uit open bronnen
Paragraaf 3.2.4. Raadpleging van informanten
Paragraaf 3.2.5. Bijzondere bevoegdheden van de diensten
Paragraaf 3.2.6. Het uitbrengen van verslag omtrent de uitoefening van enkele bijzondere bevoegdheden
Paragraaf 3.3. Bijzondere bepalingen inzake geautomatiseerde data-analyse
Paragraaf 3.4. De verstrekking van gegevens
Hoofdstuk 4. Overige bijzondere bevoegdheden van de diensten
Hoofdstuk 5. Kennisneming van door of ten behoeve van de diensten verwerkte gegevens
Hoofdstuk 6. Samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten en met andere instanties
Hoofdstuk 3. De verwerking van gegevens
Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen
Artikel 97
Er is een commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
De commissie bestaat uit:
- a. een afdeling toezicht, en
- b. een afdeling klachtbehandeling.
De afdeling toezicht is belast met:
- a. het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van hetgeen bij of krachtens deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken is gesteld;
- b. het gevraagd en ongevraagd inlichten en adviseren van Onze betrokken Ministers aangaande de door de commissie geconstateerde bevindingen. Desgewenst kan de commissie onze betrokken Ministers vragen deze inlichtingen en adviezen ter kennis van een of beide kamers der Staten-Generaal te brengen, waarbij de werkwijze zoals beschreven in artikel 113 van overeenkomstige toepassing is;
- c. het ongevraagd adviseren van Onze betrokken Ministers ter zake van de uitvoering van artikel 59;
- d. het toezicht op de toepassing van de bevoegdheid van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap door Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
De afdeling klachtbehandeling is belast met:
- a. het onderzoeken en beoordelen van klachten;
- b. het onderzoeken en beoordelen van een melding van een vermoeden van een misstand.
Artikel 98
De commissie van toezicht bestaat uit vier leden, onder wie de voorzitter. De leden worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk voor een tijdvak van zes jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd. Drie leden, onder wie de voorzitter, worden benoemd in de afdeling toezicht. De voorzitter van de commissie van toezicht is tevens voorzitter van de afdeling toezicht. Een lid wordt benoemd als lid, tevens voorzitter van de afdeling klachtbehandeling.
De afdeling klachtbehandeling bestaat, naast de voorzitter, uit ten minste twee andere leden. Zij worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk voor een tijdvak van zes jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd.
Artikel 99
Voor de benoeming van de leden van de commissie van toezicht en de leden van de afdeling klachtbehandeling wordt door de Tweede Kamer der Staten-Generaal per vacature een voordracht van ten minste drie personen gedaan waaruit Onze betrokken Ministers een keuze maken. Bij haar voordracht slaat de Tweede Kamer zodanig acht als haar dienstig voorkomt op een door de vice-president van de Raad van State, de president van de Hoge Raad der Nederlanden en de Nationale ombudsman gezamenlijk opgemaakte aanbevelingslijst van ten minste drie kandidaten per vacature.
Onze betrokken Ministers kunnen de Tweede Kamer verzoeken een nieuwe voordracht te doen.
Aan ten minste twee van de drie leden van de afdeling toezicht, onder wie de voorzitter, en aan de leden van de afdeling klachtbehandeling dient door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht te zijn verleend, dan wel dienen zij aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het doctoraat in de rechtsgeleerdheid of het recht om de titel meester te voeren te hebben verkregen.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het derde lid gelijk worden gesteld aan de in dat onderdeel bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.
Alvorens hun ambt te aanvaarden leggen de leden van de commissie van toezicht en de leden van de afdeling klachtbehandeling in handen van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, af:
- a. de eed of verklaring en belofte dat zij tot het verkrijgen van hun benoeming rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of onder welk voorwendsel ook, aan iemand iets hebben gegeven of beloofd, alsmede dat zij om iets in hun ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte hebben aangenomen of zullen aannemen;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.