Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 21 augustus 2017, nr. IENM/BSK-2017/28365, houdende regels betreffende de eisen inzake ecologisch ontwerp van verwarmingstoestellen

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op Richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels (PbEG 1992, L167), Verordening (EU) nr. 813/2013 van de Commissie van 2 augustus 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft (PbEU 2013, L239) en de artikelen 9.4.4, eerste lid, 9.4.5, eerste lid en 11a.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer juncto artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Alvorens de CE-markering en de conformiteitsverklaring overeenkomstig artikel 9.4.5, tweede lid, eerste volzin, van de Wet milieubeheer worden aangebracht op onderscheidenlijk bijgevoegd bij in serie geproduceerde centrale-verwarmingsketels die vallen binnen het toepassingsbereik van richtlijn 92/42/EEG, toont de fabrikant de overeenstemming van de ketels met de eisen inzake ecologisch ontwerp die voor de desbetreffende categorie van ketels gelden op grond van verordening (EU)813/2008, aan door:

2.

Een conformiteitsbeoordeling als bedoeld in het eerste lid, van het rendement van een gasgestookte ketel wordt verricht met toepassing van de procedures voor de beoordeling van de overeenstemming van een dergelijke ketel met de veiligheidsvoorschriften voor gastoestellen die zijn voorgeschreven in artikel 5, tweede lid, van het Besluit gastoestellen.

Artikel 3
1.

De minister kan op aanvraag een erkenning verlenen aan een conformiteitsbeoordelingsinstantie voor het uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid.

2.

Een erkenning kan worden verleend voor de volgende werkzaamheden:

3.

Een erkenning wordt uitsluitend verleend indien een instantie voldoet aan de minimumcriteria die zijn vastgesteld in bijlage V bij richtlijn 92/42/EEG.

4.

Een krachtens het eerste lid verleende erkenning is gebaseerd op een accreditatie die aan de verzoeker is verleend voor het uitvoeren van de in het tweede lid omschreven werkzaamheden waarvoor een erkenning is aangevraagd.

5.

Een krachtens het eerste lid erkende instantie verricht alle werkzaamheden waarvoor de erkenning is verleend, naar behoren en voldoet daarbij aan de verplichtingen die voor haar voortvloeien uit artikel 7, tweede lid, van richtlijn 92/42/EEG en de bijlagen III, IV en V bij die richtlijn.

6.

Het is verboden een werkzaamheid als omschreven in het tweede lid, uit te voeren zonder dat daarvoor wordt beschikt over een krachtens het eerste lid verleende erkenning.

Artikel 4
1.

Een aanvraag om een erkenning wordt ingediend bij de minister.

2.

Bij de aanvraag wordt ten minste de volgende informatie verstrekt:

Artikel 5
1.

De minister beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2.

Een erkenning wordt niet verleend indien de aanvrager in staat van faillissement of surseance van betaling verkeert.

3.

Een erkenning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

4.

De minister meldt de erkende instantie overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van richtlijn 92/42/EEG aan bij de Europese Commissie.

Artikel 6
1.

Een erkenning vermeldt ten minste de naam en de vestigingsplaats van de erkende instantie en de werkzaamheden waarvoor de erkenning is verleend.

2.

Een erkenning geldt voor onbepaalde tijd.

3.

De minister maakt het besluit in de Staatscourant bekend.

Artikel 7
1.

Een erkenning wordt gewijzigd, geschorst, onderscheidenlijk ingetrokken indien:

2.

Een erkenning kan worden geschorst of ingetrokken:

3.

Een erkende instantie stelt de minister onverwijld in kennis van:

Artikel 8

Kiwa Nederland B.V. is ten behoeve van het uitvoeren van de in artikel 3, tweede lid, bedoelde werkzaamheden aangewezen als instantie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van richtlijn 92/42/EEG, tot een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling of het eerdere tijdstip waarop aan die instantie op grond van artikel 3, eerste lid, een erkenning is verleend.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 7a
1.

Het is marktdeelnemers die betrokken zijn of zijn geweest bij het op de markt aanbieden van in serie geproduceerde centrale-verwarmingsketels als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verboden te handelen in strijd met artikel 7, eerste lid, van de EU-verordening markttoezicht.

2.

Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij die betrokken is of is geweest bij het online te koop aanbieden van in serie geproduceerde centrale-verwarmingsketels als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verboden te handelen in strijd met artikel 7, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.