Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 augustus 2017, 2017-0000141181, houdende de toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2017)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-11-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, onderdeel e, 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, en 23, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Organisatie

Artikel 2. Organisatie Nederlandse Arbeidsinspectie

Onder de inspecteur-generaal ressorteren:

Artikel 3. Het Directieteam
1.

De inspecteur-generaal en de directeuren voeren regelmatig collegiaal overleg over de strategische sturing van de Nederlandse Arbeidsinspectie en over de vervulling van de portefeuilles. Dit overleg staat onder voorzitterschap van de inspecteur-generaal. Beslissingen worden genomen door de inspecteur-generaal, gehoord de overige leden van het Directieteam.

2.

De inspecteur-generaal kan elk van de directeuren schriftelijk belasten met taken en verantwoordelijkheden, de inspectie betreffende, naast de verantwoordelijkheden voor de eigen directie. Over dergelijke taken en verantwoordelijkheden verantwoordt de desbetreffende directeur zich op de wijze, aangegeven door de inspecteur-generaal.

Artikel 4. Sturing organisatie
1.

Het uitvoerende werk van de Nederlandse Arbeidsinspectie vindt zowel plaats in de reguliere lijnstructuur als in programma’s en projecten.

2.

Op basis van een risico- en omgevingsanalyse van de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt een een- of meerjarig portfolio samengesteld en door het Directieteam vastgesteld. In het portfolio wordt tevens op hoofdlijnen bepaald hoe mensen en middelen worden ingezet. Het portfolio wordt periodiek herijkt.

3.

De directie Opsporing voert als Bijzondere Opsporingsdienst onder het gezag van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie strafrechtelijke onderzoeken uit, hetgeen een aantal aanvullende eisen stelt aan de sturing op werkprocessen.

§ 3. Verantwoordelijkheden

Artikel 5. Verantwoordelijkheden directeuren

Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:

Artikel 6. Verantwoordelijkheden directeur Analyse, Programmering en Strategie
1.

De directeur Analyse, Programmering en Strategie is verantwoordelijk voor:

2.

Bij de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde verantwoordelijkheid ten aanzien van de directie Opsporing wordt rekening gehouden met de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, met name waar het betreft de taken en bevoegdheden van de Minister van Justitie en Veiligheid en het College van procureurs-generaal.

Artikel 7. Verantwoordelijkheden directeur Toezicht
1.

De directie Toezicht staat onder verantwoordelijkheid van twee directeuren.

2.

Iedere directeur Toezicht is verantwoordelijk voor:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.