Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 augustus 2017, 2017-0000141181, houdende de toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2017)
Gelet op de artikelen 2, onderdeel e, 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, en 23, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;
Besluit:
§ 1. Begripsbepaling
Artikel 1. Begrippen
In deze regeling en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- directeur: een functionaris die, afzonderlijk of met een andere directeur, leiding geeft aan een of meer directies;
- directie: een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2;
- Directieteam: het Directieteam van de Nederlandse Arbeidsinspectie bestaat uit de inspecteur-generaal en de directeuren van de directies die ressorteren onder de inspecteur-generaal;
- inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie;
- jaarplan: het jaarplan voor de gehele Nederlandse Arbeidsinspectie, genoemd in artikel 8, tweede lid, tweede zin, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;
- opdrachtgever: de functioneel leidinggevende van de programmamanager of de projectleider;
- portefeuille: het totaal aan lijnverantwoordelijkheid van een directeur, gecombineerd met diens functionele verantwoordelijkheid voor programma’s of projecten en de al dan niet door de inspecteur-generaal aan een directeur opgedragen taak of verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, of een samenstel daarvan;
- portfolio: het totaal aan programma’s en projecten van de Nederlandse Arbeidsinspectie gedurende een bepaalde periode;
- programma: een tijdelijke set van activiteiten en projecten die zijn gericht op het bereiken van een of meer samenhangende doelstellingen;
- project: een project is een tijdelijk samenwerkingsverband waarbij binnen een bepaalde tijd wordt toegewerkt naar een door de opdrachtgever gesteld resultaat.
§ 2. Organisatie
Artikel 2. Organisatie Nederlandse Arbeidsinspectie
Onder de inspecteur-generaal ressorteren:
- a. de directie Analyse, Programmering en Strategie;
- b. de directie Toezicht;
- c. de directie Meldingen en Verzoeken;
- d. de directie Informatievoorziening;
- e. de directie Opsporing.
Artikel 3. Het Directieteam
De inspecteur-generaal en de directeuren voeren regelmatig collegiaal overleg over de strategische sturing van de Nederlandse Arbeidsinspectie en over de vervulling van de portefeuilles. Dit overleg staat onder voorzitterschap van de inspecteur-generaal. Beslissingen worden genomen door de inspecteur-generaal, gehoord de overige leden van het Directieteam.
De inspecteur-generaal kan elk van de directeuren schriftelijk belasten met taken en verantwoordelijkheden, de inspectie betreffende, naast de verantwoordelijkheden voor de eigen directie. Over dergelijke taken en verantwoordelijkheden verantwoordt de desbetreffende directeur zich op de wijze, aangegeven door de inspecteur-generaal.
Artikel 4. Sturing organisatie
Het uitvoerende werk van de Nederlandse Arbeidsinspectie vindt zowel plaats in de reguliere lijnstructuur als in programma’s en projecten.
Op basis van een risico- en omgevingsanalyse van de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt een een- of meerjarig portfolio samengesteld en door het Directieteam vastgesteld. In het portfolio wordt tevens op hoofdlijnen bepaald hoe mensen en middelen worden ingezet. Het portfolio wordt periodiek herijkt.
De directie Opsporing voert als Bijzondere Opsporingsdienst onder het gezag van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie strafrechtelijke onderzoeken uit, hetgeen een aantal aanvullende eisen stelt aan de sturing op werkprocessen.
§ 3. Verantwoordelijkheden
Artikel 5. Verantwoordelijkheden directeuren
Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:
- a. het leiding geven aan de eigen directie;
- b. het door tussenkomst van de inspecteur-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie en het attenderen van hen op politiek en maatschappelijk gevoelige aspecten;
- c. het binnen de door de inspecteur-generaal gestelde kaders zorg dragen voor een effectieve en efficiënte organisatie, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor de planning en bewaking van de productie van de eigen directie;
- d. personeelsaangelegenheden van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal, de inspecteur-generaal dan wel de directeur Analyse, Programmering en Strategie;
- e. het zorg dragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden voor zover deze niet is opgedragen aan anderen, zoals de directeur Analyse, Programmering en Strategie, de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel van het ministerie en de Stichting Pensioenfonds ABP;
- f. het op orde hebben van de administratieve organisatie, voor zover deze niet is belegd bij de directeur Analyse, Programmering en Strategie;
- g. het leveren van een bijdrage betreffende zijn directie aan het meerjarig strategisch plan, het jaarplan en het jaarverslag van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
- h. het voorbereiden en uitvoeren van het de eigen directie betreffende deel van het jaarplan binnen de door de secretaris-generaal en inspecteur-generaal vastgestelde uitgangspunten;
- i. het rapporteren aan de inspecteur-generaal over de uitvoering van het de eigen directie betreffende deel van het jaarplan;
- j. het na overeenstemming daarover met de inspecteur-generaal aanwijzen van een plaatsvervangend directeur;
- k. het zorg dragen voor de vastlegging van de organisatie van de eigen directie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de eigen directie;
- l. het behandelen van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op de gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen.
Artikel 6. Verantwoordelijkheden directeur Analyse, Programmering en Strategie
De directeur Analyse, Programmering en Strategie is verantwoordelijk voor:
- a. het in samenwerking met de directies voorbereiden van beslissingen over de strategie en de programmering betreffende de werkzaamheden van de Nederlandse Arbeidsinspectie, waaronder het meerjarig strategisch plan, de landelijke strategieën op het gebied van de programma’s, de opsporing van de directie Opsporing en het uitvoeren van deze beslissingen voor zover het de eigen directie betreft;
- b. het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de Nederlandse Arbeidsinspectie met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;
- c. het verrichten van de risicoanalyse van de Nederlandse Arbeidsinspectie en risicoanalyses voor onderdelen van de Nederlandse Arbeidsinspectie, waaronder mede begrepen rapportages betreffende de opsporing, zoals criminaliteitsbeelden, risicoanalyses en onderzoeksevaluaties;
- d. het uitvoeren van de taken van het verbindingsbureau detacheringsarbeid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie;
- e. het coördineren en opstellen van het handhavingsarrangement, genoemd in artikel 11 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
- f. het bijdragen aan de Integrale Rapportage Handhaving van het ministerie over de realisatie van de afspraken uit het handhavingsarrangement, genoemd in artikel 11 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
- g. het zorgen voor de totstandkoming van handhaafbaarheids- en toezichtbaarheidstoetsen, in samenwerking met de desbetreffende directie;
- h. het verzorgen van de communicatie in brede zin van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
- i. het verzorgen van de beleidsondersteuning en beleidsmatige signalering;
- j. het analyseren van de gemeten effecten betreffende de Nederlandse Arbeidsinspectie en haar activiteiten;
- k. het ondersteunen van inspecteurs en rechercheurs op het gebied van handhavings- en wetgevingskennis en het formuleren van een handhavingsbeleid van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
- l. het bewaken van de kwaliteit en consistentie van de boetebeschikkingen en toepassing van bestuursdwang en het zorg dragen voor de voortgang en bewaking van termijnen;
- m. het opstellen van boete- en bestuursdwangbeschikkingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie in het kader van toezicht en handhaving, en de executie van die beschikkingen;
- n. het geven van waarschuwingen inzake stillegging van werkzaamheden in verband met recidive, alsmede het voorbereiden en bekendmaken van beschikkingen tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive;
- o. de actieve openbaarmaking op grond van de Wet open overheid van inspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen binnen de kaders van het daaromtrent vastgestelde beleid;
- p. het voorbereiden van kaderstellende beslissingen over inrichting en uitvoering van een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering van de Nederlandse Arbeidsinspectie, voor periodieke evaluatie daarvan;
- q. de regie op de calamiteitenorganisatie;
- r. de planning, administratie en control, waaronder mede begrepen het financiële beheer, van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
- s. het voorbereiden van het jaarplan en het jaarverslag van de Nederlandse Arbeidsinspectie, in samenwerking en afstemming met de overige directies van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
- t. het personeelsadvies en -beleid, de personeelsontwikkeling en het personeelsbeheer van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
- u. het facilitymanagement en het relatiemanagement met leveranciers van de Nederlandse Arbeidsinspectie, en de afstemming daarover met de directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel van het ministerie, alsmede de beveiliging van personen en gebouwen;
- v. het materieelbeheer overeenkomstig de Regeling materieelbeheer roerende zaken van het Rijk;
- w. het verlenen van administratieve ondersteuning voor de werkzaamheden van de Nederlandse Arbeidsinspectie en van secretariële ondersteuning van de inspecteur-generaal, de directeuren en de managers.
Bij de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde verantwoordelijkheid ten aanzien van de directie Opsporing wordt rekening gehouden met de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, met name waar het betreft de taken en bevoegdheden van de Minister van Justitie en Veiligheid en het College van procureurs-generaal.
Artikel 7. Verantwoordelijkheden directeur Toezicht
De directie Toezicht staat onder verantwoordelijkheid van twee directeuren.
Iedere directeur Toezicht is verantwoordelijk voor:
- a. het doen vormgeven van het programmaplan, de doorontwikkeling en de realisatie van de aan hem toegewezen programma’s, met bijzondere aandacht voor de invulling van de politiek-bestuurlijke visie van de programma’s en het zorg dragen voor initiatie, bestuurlijke haalbaarheid en interventies ten behoeve van het bereiken van beoogde maatschappelijke effecten;
- b. actieve afstemming op strategisch niveau met onder meer departementale vertegenwoordigers en externe belanghebbenden ten behoeve van de doorontwikkeling en realisatie van de toezichtsprogramma’s;
- c. het onderkennen en tijdig melden van politiek-bestuurlijke of maatschappelijke risico’s voortkomend uit de toezichtsprogramma’s en het besluiten tot beheersmaatregelen;
- d. het onderkennen en agenderen van programma-overstijgende vraagstukken en risico’s, waaronder allocatie- en portfoliovraagstukken;
- e. het toezicht op de naleving door werkgevers van wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
- f. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en daaraan gerelateerd milieubeheer, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
- g. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van het in de handel brengen van producten, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Warenwet, die bestemd zijn voor de Europese Economische Ruimte alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;
- h. het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsomstandigheden, met name op het terrein van risico’s op zware ongevallen en – waar voorgeschreven – het beschikken over aanvullende risico- inventarisaties en -evaluaties, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten, dit mede ter zake van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- i. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken over het niet naleven van wet- en regelgeving door werkgevers en werknemers betreffende het werkterrein van de Nederlandse Arbeidsinspectie voor zover niet behandeld door de directie Meldingen en Verzoeken, waaronder in geval worden begrepen:
- 1°. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken om onderzoek als bedoeld in artikel 24, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, en verzoeken tot vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 30 van de Arbeidsomstandighedenwet;
- 2°. het behandelen van onderzoeken als bedoeld in artikel 10 van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve overeenkomsten;
- j. het verrichten of laten verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen voor zover niet behandeld door de directie Meldingen en Verzoeken en het verrichten of laten verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen in bedrijven met een hoog risico op zware ongevallen;
- k. de uitvoering van de taken, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met uitzondering van de taken, genoemd in artikel 38, eerste en tweede lid, en artikelen 40 en 41 van voornoemde wet, voor zover zij behoren tot de verantwoordelijkheden van de directeur Analyse, Programmering en Strategie;
- l. het namens de minister uitvoeren van de volgende aan de minister opgedragen taken op grond van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsveiligheid, arbeidsgezondheid en productveiligheid:
- 1°. het op hun verzoek aanwijzen van instellingen als certificatie- of keuringsinstelling die zijn belast met het verstrekken van certificaten dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid, waaronder mede zijn begrepen beslissingen tot wijziging, schorsing en intrekking van aanwijzingen;
- 2°. het uitoefenen van toezicht op en doen van onderzoek naar certificatie- en keuringsinstellingen;
- 3°. het verrichten van onderzoek naar de werking van de stelsels van persoonsregistratie, certificering en keuringen;
- m. het zorgdragen voor de kwaliteitsontwikkeling binnen de vakgroep Programma- & Projectmanagement en de vakgroep Major Hazard Control;
- n. het verlenen van ondersteuning van projecten van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.