Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 27 september 2017 nr. BOACAT2017/063, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting
Gelezen het verzoek van de Inspecteur-Generaal van 25 september 2017;
Gelet op:
artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten.
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen in dienst van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd die op basis van hun functie zijn belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, als genoemd in onderdeel 7.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar, aangevuld met de wetten op het gebied van de volksgezondheid, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
Artikel 4
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 40 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 5
Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het het Functioneel Parket.
Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
Artikel 6
De Inspecteur-generaal Gezondheidszorg en Jeugd brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
- a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;
- b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
- c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 7
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.
Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie voor de Gezondheidszorg 2015 van 1 oktober 2015, kenmerk BOACAT2015/050 wordt ingetrokken
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 6 oktober 2020.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd 2017.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.