Interdepartementale afspraken inzake staatssteun 2017
Vastlegging van de actualisatie van de Interdepartementale afspraken inzake staatssteun 2017
De Minister van Economische Zaken,
Gehoord hebbende het Interdepartementaal Overleg voor Wetgeving en Juridische Zaken (IOWJZ) en het Interdepartementaal Steun Overleg (ISO),
Legt de volgende interdepartementale afspraken inzake staatssteun en taakomschrijving van het Interdepartementaal Steun Overleg vast:
1. Inleiding
Aanleiding voor deze actualisatie van de interdepartementale afspraken inzake staatssteun zijn de ontwikkelingen in het Europese staatssteunrecht, met name de modernisering van de EU staatssteunregels door de Europese Commissie en de daarbij gepaard gaande grotere verantwoordelijkheden voor de lidstaat Nederland en de steunverlenende autoriteiten, zoals ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen.
Dit brengt met zich dat zowel de taken van het Interdepartementaal Steun Overleg (hierna: ISO) verbreed zijn als de Interdepartementale afspraken inzake staatssteun uit 2006 (Staatscourant van 14 februari 2006, nr. 35) op enige punten actualisering behoeven.
Het ISO, opgericht in 1999, wordt nog steeds onmisbaar geacht voor coördinatie van de Nederlandse standpuntbepaling over nieuwe en bestaande steunkaders van de Europese Commissie en heeft ook nog steeds meerwaarde om als klankbord en platform voor informatie-uitwisseling op het gebied van staatssteun te dienen.
In 2014 zijn de EU staatssteunregels gemoderniseerd. Dit heeft tot gevolg gehad dat de lidstaten meer verantwoordelijkheid hebben gekregen voor de naleving van de EU staatssteunregels binnen hun lidstaat. De Europese Commissie let er sinds 2014 scherp op of de lidstaten de verplichtingen uit de EU staatssteunregels wel effectief implementeren. De modernisering van de EU staatssteunregels brengt dan ook met zich dat sinds enige tijd binnen het ISO een intensieve samenwerking tussen de steunverlenende instanties plaatsvindt om te komen tot een meer efficiënte aanpak van de gemeenschappelijke onderwerpen op staatssteunterrein. Tevens kan het ISO op verzoek adviezen geven aan ISO leden over staatssteundossiers.
Ook is het ISO onder het Interdepartementaal Overleg voor Wetgeving en Juridische Zaken (hierna: IOWJZ) geplaatst.
Ter verduidelijking van de doelstellingen en de (verbrede) taken van het ISO en naar aanleiding van de modernisering van de staatssteunregels volgen hieronder de geactualiseerde afspraken over de verantwoordelijkheid voor de naleving van de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VwEU) inzake staatssteun.
2. Verantwoordelijkheid voor de naleving van de staatssteunregels
Op basis van artikel 107 en artikel 108, derde lid, van het VwEU is staatssteun in beginsel verboden, tenzij deze door de Europese Commissie na voorafgaande aanmelding is goedgekeurd. In bepaalde gevallen geldt een vrijstelling van deze aanmeldingsplicht. De verplichting tot naleving van de bepalingen van het VwEU inzake staatssteun berust bij de lidstaat Nederland.
Dit brengt met zich dat de lidstaat Nederland moet zorgen dat de verplichtingen van artikel 107, derde lid, van het VwEU worden nageleefd, zoals het tijdig aanmelden van voorgenomen steunmaatregelen en het naleven van de standstill verplichting, dat wil zeggen dat de voorgenomen steunmaatregel niet mag worden uitgevoerd voordat de Europese Commissie een besluit tot goedkeuring van de staatssteun heeft genomen. De lidstaat Nederland omvat alle overheden: centrale overheid, decentrale overheden en zelfstandige bestuursorganen (hierna: ZBO’s). Deze overheden hebben op grond van de bevoegdheidsverdeling naar nationaal recht zelf de verantwoordelijkheid om de staatssteunregels na te leven. Dit houdt in dat zij verantwoordelijk zijn voor de – onder hun toebedeelde huishouding vallende – steunmaatregelen. Dit brengt met zich dat de steunverstrekkende overheid een steunmaatregel moet herkennen, die steunmaatregel zo nodig ter goedkeuring moet aanmelden bij de Europese Commissie of die steunmaatregel moet kennisgeven als daarvoor een vrijstelling van de aanmeldingsplicht geldt, zo nodig moet zorgen voor State aid transparency module meldingen (hierna: TAM), eventuele monitoringsverzoeken van de Europese Commissie moet behandelen en reacties moet geven op klachten over die steunmaatregel. De coördinerende werkzaamheden van andere overheden met betrekking tot de aanmelding, kennisgeving, monitoringszaak of klacht laten de uitsluitende verantwoordelijkheid van decentrale overheden en ZBO’s onverlet.
3. Uitgangspunten Administratieve Organisatie ministeries
Ieder ministerie heeft een Administratieve Organisatie (hierna: AO) voor de interne procedure met betrekking tot staatssteunaangelegenheden. Elk ministerie dient in zijn AO onder meer te voorzien in een verantwoordelijkheidstoedeling aan dienstonderdelen voor de signalering van steunmaatregelen en naleving van de EU staatssteunregels voor de steunmaatregelen. Bij voorkeur wordt de maatregel getoetst op mogelijke staatssteunaspecten bij een onafhankelijke – ten opzichte van het dienstonderdeel dat voor de steunmaatregel verantwoordelijk is – steundeskundige van de directie juridische zaken binnen het ministerie (het ‘vier ogen’ principe). Het AO dient er tenminste in te voorzien dat bij twijfel over het steunkarakter van een maatregel de bewindspersonen worden geïnformeerd.
4. Doorgeleiding van de steunmaatregelen
De aanmelding of kennisgeving van steunmaatregelen van een lidstaat verloopt via het digitale systeem SANI-2 van de Europese Commissie. Voor de Nederlandse situatie wordt hier als volgt uitwerking aan gegeven:
5. Jaarlijkse staatssteunrapportage
Uit diverse EU staatssteunregels volgen verplichtingen voor de lidstaat Nederland inzake de rapportage van steunmaatregelen van Nederlandse overheden. Voor de Nederlandse situatie wordt hier als volgt uitwerking aan gegeven:
6. Transparantieverplichtingen
De transparantieverplichtingen bestaan kort gezegd uit het plaatsen van het steunverlenende besluit of -regeling op internet en het publiceren van de steunmaatregel op de zogenoemde TAM-website, voor zover deze een bepaald drempelbedrag overschrijdt.
Elke steunverstrekkende overheid is zelf verantwoordelijk voor het publiceren van het steunverlenende besluit of -regeling op internet. De centrale overheid maakt gebruik van de website van de rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/staatssteun/documenten); decentrale overheden maken gebruik van hun eigen websites. Tevens is elke steunverstrekkende overheid zelf verantwoordelijk voor het invoeren en publiceren van de relevante gegevens op de TAM-website (https://webgate.ec.europa.eu/competition/transparency). Voor decentrale overheden geldt dat het Ministerie van BZK zorgt voor de publicatie van steunmaatregelen op de TAM-website; voor waterschappen draagt het Ministerie van IenM zorg voor publicatie.
7. Betrokkenheid meerdere ministeries
In de situatie dat meerdere ministeries betrokken zijn bij een steunmaatregel gelden de volgende uitgangspunten:
8. Coördinerende taak van het Ministerie van BZK t.o.v. decentrale overheden
De coördinerende taak van het Ministerie van BZK ten opzichte van decentrale overheden, niet zijnde waterschappen, houdt het volgende in:
9. Coördinerende taak van het Ministerie van IenM t.o.v. decentrale overheden
De coördinerende taak van het Ministerie van IenM ten opzichte van waterschappen, houdt het volgende in:
10. Rol van de PVEU
Correspondentie van de Europese Commissie over een steunmaatregel wordt door de PVEU doorgeleid naar het relevante ministerie. De PVEU wijst intern de persoon aan die verantwoordelijk zal zijn voor de correspondentie en het overleg met de Europese Commissie.
Voor de coördinatie van een verzoek tot informatie van de Europese Commissie, neemt de PVEU de uitgangspunten inzake de verantwoordelijkheden bij steunmeldingen en kennisgevingen zoals hierboven beschreven in acht.
De PVEU fungeert als Nederlands (centraal) schakelpunt voor de landencoördinatoren van DG Mededinging en DG Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Europese Commissie.
Verder vervult de PVEU een signaalfunctie met betrekking tot staatssteunontwikkelingen en individuele staatssteundossiers vanuit haar contacten met de Europese Commissie.
11. ISO
De bijeenkomsten van het ISO vinden in beginsel één keer per maand plaats.
Het ISO heeft de volgende taken:
Het ISO heeft als belangrijkste taak het coördineren van de vaststelling van het Nederlandse standpunt en het invloed uitoefenen inzake nieuwe of bestaande wetgeving van de Unie en beleidsvoornemens van de Europese Commissie op het gebied van staatssteun (zoals vrijstellingsverordeningen en kaderregelingen). Deze taak blijft onveranderd.
Voorts blijft een belangrijke taak de kennisdeling en informatie – uitwisseling over staatssteundossiers en staatssteunkwesties tussen de leden van het ISO. Hiertoe kan het secretariaat van het ISO jurisprudentie, artikelen, persberichten, adviezen van externen, mededelingen van de Europese Commissie en overige staatssteun relevante informatie onder de ISO leden verspreiden. In dat kader kan het ISO ook activiteiten rondom staatssteun organiseren, zoals een werkbezoek van het ISO aan de Europese Commissie en de PVEU. Ook het ontwikkelen en onderhouden van handleidingen, zoals de Handreiking Staatssteun voor overheden, checklists en andere producten op het gebied van staatssteun ten behoeve van een uniforme toepassing van de staatssteunregels binnen Nederland behoort tot deze taak. Voorts kan tot deze taak gerekend worden het fungeren als platform voor de uitwisseling van best practices over de toepassing van de staatssteunregels binnen Nederland ten behoeve van het borgen van de juiste toepassing van de staatssteunregels in de Nederlandse regelgeving en bestuurspraktijk of het fungeren als klankbord voor het uitwisselen van inzichten over de inrichting van de steunfunctie in Nederland.
De modernisering van de EU staatssteunregels heeft echter ook tot een aantal nieuwe taken voor het ISO geleid. Zo heeft de taak over de coördinatie van gemeenschappelijke thema’s op staatssteungebied te maken met een aantal Europese verplichtingen of ontwikkelingen die een gezamenlijke aanpak en afstemming vragen vanuit het ISO. Een voorbeeld hiervan is de uitvoering in Nederland van de transparantieverplichtingen zoals voortvloeiend uit de staatssteunkaders. In het kader van het streven naar een sterkere coördinatie en intensievere samenwerking, mede als gevolg van de modernisering van de EU staatssteunregels, worden binnen het ISO ook de vragen van de ISO leden over de verschillende steunkaders (vrijstellingsverordeningen, kaderregelingen etc.) op elkaar afgestemd zodat deze vragen op gecoördineerde wijze kunnen worden aangeleverd aan het eState aid WIKI-netwerk van de Europese Commissie.
De Europese Commissie heeft een zogeheten eState aid WIKI systeem opgezet voor de digitale uitwisseling van vragen en antwoorden tussen de Lidstaten en de Commissie over de uitleg van de staatssteunregels. Het Ministerie van Economische Zaken als voorzitter van het ISO en het Ministerie van BZK ten behoeve van de decentrale overheden fungeren als Nederlandse contactpunten voor het eState aid WIKI systeem van de Europese Commissie.
Ook nieuw is de taak met betrekking tot het voorbereiden van de Nederlandse portfolio van steundossiers ten behoeve van een efficiënte behandeling van Nederlandse steundossiers bij de Europese Commissie. Dit is een nieuwe taak die voorkomt uit de wens van de Europese Commissie om via een zogenoemde portfolio werkwijze te gaan werken. De Europese Commissie heeft met de modernisering van de staatssteunregels ingezet op snellere procedures en wil de voorspelbaarheid over de duur van de aanmeldingstrajecten vergroten. Op deze wijze kan Nederland samen met de Europese Commissie bepalen welke dossiers voor Nederland met name urgent zijn en welke dus met voorrang behandeld moeten worden in een bepaalde tijdsperiode.
Nieuw is ook dat in het kader van de intensievere de samenwerking het ISO op verzoek adviezen op het gebied van staatssteun kan geven aan ISO-leden, het IOWJZ of andere interdepartementale gremia of onderdelen daarvan. In voorkomend geval zal het ISO zich verstaan met andere commissies binnen de Rijksdienst die belast zijn met het geven van adviezen op juridisch gebied, zoals bijvoorbeeld de Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER). Afstemming over de Nederlandse standpuntbepaling in rechtstreekse beroepen of prejudiciële vragen op het gebied van staatssteun vindt plaats in de ICER. Tegenwoordig is de ICER geïntegreerd in het IOWJZ.
Belangrijk is voorts de taak voor het bijhouden van overzichten ten behoeve van efficiënte informatiestromen en tijdige voortgangsbewaking. Deze taak heeft alles te maken met het als Nederland in controle zijn van informatiestromen ten behoeve van een tijdig en coherent afdoen van steundossiers of ander belangrijke staatssteunkwesties. Het ISO werkt hierin nauw samen met de PVEU.
Het ISO kan voor de behandeling van bepaalde onderwerpen, al dan niet uit zijn midden, werkgroepen instellen. Het ISO kan zijn werkwijze, die van het secretariaat en zijn werkgroepen nader regelen.
Het ISO bestaat uit:
Het hoofd van de unit staatssteun van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken is voorzitter van het ISO. Het secretariaat van het ISO berust bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken. Het secretariaat ondersteunt het ISO bij de uitvoering van de eerder genoemde taken. Verder is het secretariaat verantwoordelijk voor het organiseren en voorbereiden van het ISO. Het secretariaat is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan het ISO.
De leden van het ISO worden steeds aagewezen op een adequaat ambtelijk niveau, dat wil zeggen dat een lid ambtelijk (juridisch of beleids-) medewerker is met voldoende kennis en ervaring op het gebied van staatssteun om een bijdrage te leveren aan de discussie in het ISO of schriftelijke producten van het ISO. Een aantal ministeries heeft op dit moment naast de ISO leden die daadwerkelijk het aanspreekpunt van hun ministerie vormen in het kader van het ISO, één of meerdere agendaleden aangewezen. Een agendalid fungeert in het kader van het ISO niet als aanspreekpunt van zijn ministerie maar ontvangt slechts de vergaderstukken en wordt niet uitgenodigd voor de vergaderingen van het ISO. Desgewenst kan een agendalid bij de vergadering van het ISO aanwezig zijn.
De Minister van Economische Zaken is binnen het Rijk op grond van zijn portefeuille verantwoordelijk voor de Europese interne markt en mededinging. Dit ministerie voert daarom het voorzitterschap en het secretariaat van het ISO.
Gelet op de verbrede taak van het ISO en de wens om staatssteun te institutionaliseren, is ervoor gekozen het ISO te positioneren onder het IOWJZ. Dit draagt bij aan de versterking van de juridische functie Rijk. Daarbij moet evenwel in ogenschouw worden genomen dat staatssteun een onderwerp is met duidelijke beleidsmatige en politieke componenten. Om deze reden kan het ISO desgewenst – zonder dat tussenkomst van het IOWJZ nodig is – aan de Commissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo) ter besluitvorming voorleggen:
Het ISO kan over de inschakeling van het IOWJZ en de CoCo nadere werkafspraken maken.
12. Interdepartementale afspraken inzake staatsteun 2006
Het besluit van de Minister van Economische Zaken van 14 februari 2006, nr. EP/EIS 5724354, houdende Interdepartementale afspraken inzake staatssteun wordt ingetrokken.
13. Inwerkingtreding
Deze afspraken treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
14. Citeertitel
Deze afspraken worden aangehaald als: Interdepartementale afspraken inzake staatssteun 2017.
De afspraken zullen in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.