← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 1 november 2017, houdende regels inzake de conformiteitsbeoordeling van vaste biomassa voor energietoepassingen door erkende conformiteitsbeoordelingsinstanties (Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen)

Geldende tekst a fecha 2022-03-26

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Economische Zaken van 14 juli 2017, nr. IENM/BSK-2017/143466, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 11a.2 van de Wet milieubeheer en artikel 5.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 oktober 2017, nr. W14. 17.0233/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Economische Zaken, van 25 oktober 2017, nr. IENM/BSK-2017/254082, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Erkenning conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 2. Erkenning
1.

Onze Minister voor Klimaat en Energie kan op aanvraag erkenning verlenen aan een conformiteitsbeoordelingsinstantie.

2.

Onze Minister voor Klimaat en Energie beslist binnen 13 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

3.

De erkenning vermeldt ten minste de naam, adres en de vestigingsplaats van de conformiteitsbeoordelingsinstantie en de werkzaamheid die deze gerechtigd is uit te voeren, alsmede een specificatie van de categorie vaste biomassa waarvoor en de goedgekeurde certificatieschema’s of het verificatieprotocol volgens welke de werkzaamheid mag worden uitgevoerd.

4.

Onverminderd artikel 3 wordt een erkenning voor een werkzaamheid gebaseerd op een accreditatie of een bewijsstuk waaruit ten genoegen van Onze Minister voor Klimaat en Energie blijkt dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie in staat is bij de in de aanvraag aangegeven werkzaamheden te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.

5.

Een erkenning wordt voor onbepaalde tijd verleend.

6.

Een erkenning is niet overdraagbaar.

7.

De erkenning wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

8.

Onze Minister voor Klimaat en Energie houdt een actuele lijst bij van erkende conformiteitsbeoordelingsinstanties alsmede de werkzaamheden die deze mogen uitvoeren, onder specificatie van de categorie vaste biomassa waarvoor en de certificatieschema’s of het verificatieprotocol volgens welke de werkzaamheid wordt uitgevoerd.

9.

Onze Minister voor Klimaat en Energie maakt de lijst op een door hem aan te wijzen website bekend.

Artikel 3. Wederzijdse erkenning
1.

Met een accreditatie als bedoeld bij of krachtens dit besluit wordt gelijkgesteld een accreditatie die is afgegeven door een instelling in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van Onze Minister voor Klimaat en Energie ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale accreditatie wordt geboden.

2.

Met een accreditatie als bedoeld bij of krachtens dit besluit wordt gelijkgesteld een accreditatie die is afgegeven door een instelling die is aangesloten bij het International Accreditation Forum of de International Laboratory Accreditation Cooperation op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van Onze Minister voor Klimaat en Energie ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale accreditatie wordt geboden.

3.

Met een erkenning wordt gelijkgesteld een erkenning of een vergelijkbare beschikking afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van Onze Minister voor Klimaat en Energie ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat bij of krachtens dit besluit wordt geboden.

4.

Artikel 2, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op de erkenning, bedoeld in het derde lid.

Artikel 4. Aanvraag erkenning
1.

Een aanvraag om erkenning wordt ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van een door hem vastgesteld middel.

2.

Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:

Artikel 5. Weigeren erkenning
1.

Een erkenning wordt in ieder geval geweigerd indien de aanvrager in staat van faillissement verkeert of surseance van betaling heeft verkregen.

2.

Een erkenning kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien de aanvrager of een bestuurder daarvan in de drie jaren voorafgaande aan de aanvraag artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht heeft overtreden, voor zover de overtreding verband houdt met een werkzaamheid waarop de aanvraag betrekking heeft.

3.

Indien er aanwijzingen zijn dat sprake is van een overtreding als bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister voor Klimaat en Energie de aanvrager verzoeken binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan twee maanden, te overleggen. Indien de aanvrager niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet, kan Onze Minister voor Klimaat en Energie de erkenning weigeren.

4.

Een erkenning kan tevens worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

5.

Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 6. Wijziging erkenning
1.

Op verzoek van een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie kan de erkenning worden gewijzigd.

2.

Een verzoek wordt in ieder geval ingediend indien de conformiteitsbeoordelingsinstantie erkend wil worden voor het verificatieprotocol of een of meer goedgekeurde certificatieschema’s waarop de erkenning geen betrekking heeft.

3.

Een verzoek tot wijziging wordt ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van het middel, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

4.

Op het verzoek zijn de artikelen 2, tweede lid, en 4, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7. Schorsen en intrekken erkenning
1.

Onze Minister voor Klimaat en Energie kan een erkenning voor een periode van ten hoogste vijf maanden, geheel of gedeeltelijk schorsen, indien:

2.

Onze Minister voor Klimaat en Energie trekt de erkenning geheel of gedeeltelijk in, indien:

3.

Onze Minister voor Klimaat en Energie kan een erkenning geheel of gedeeltelijk intrekken:

4.

De gedurende de schorsing of na de intrekking van een erkenning door de conformiteitsbeoordelingsinstantie afgegeven verklaringen worden niet langer als conformiteitsbeoordelingsverklaringen aangemerkt.

5.

Indien Onze Minister voor Klimaat en Energie kan aantonen dat de voorafgaand aan de schorsing of intrekking afgegeven conformiteitsbeoordelingsverklaringen onterecht zijn afgegeven, worden die verklaringen niet langer aangemerkt als conformiteitsbeoordelingsverklaringen.

6.

Onze Minister voor Klimaat en Energie verwerkt de schorsing en intrekking van erkenningen in de lijst, bedoeld in artikel 2, achtste lid.

Artikel 8. Melding
1.

Een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie doet aan Onze Minister voor Klimaat en Energie onverwijld melding:

2.

Een melding wordt ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van het middel dat door hem beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 9. Verbod

Het is verboden een werkzaamheid uit te voeren in strijd met of zonder een daartoe verleende erkenning.

Hoofdstuk 3. Werkzaamheden

Artikel 10. Goedkeuring certificatieschema
1.

Onze Minister voor Klimaat en Energie kan op aanvraag van een schemabeheerder goedkeuring verlenen aan:

2.

Onze Minister voor Klimaat en Energie verleent goedkeuring aan een certificatieschema dan wel dat deel ervan dat voldoet aan de beheerseisen en aan de duurzaamheidseisen waarvoor goedkeuring is aangevraagd.

3.

Onze Minister voor Klimaat en Energie kan zich ten behoeve van de toepassing van het eerste lid laten adviseren door een daartoe door hem ingestelde adviescommissie.

4.

Onze Minister voor Klimaat en Energie beslist binnen 35 weken na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indien de adviescommissie om advies is gevraagd en binnen 13 weken indien de adviescommissie niet om advies is gevraagd.

5.

De goedkeuring wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

6.

Onze Minister voor Klimaat en Energie houdt een actuele lijst bij met goedgekeurde certificatieschema’s, onder specificatie van de categorie vaste biomassa en de duurzaamheidseisen waarop de goedkeuring betrekking heeft.

7.

Onze Minister voor Klimaat en Energie maakt de lijst op een door hem aan te wijzen website bekend.

Artikel 11. Wederzijdse erkenning
1.

Met een certificatieschema als bedoeld bij of krachtens dit besluit wordt gelijkgesteld een document dat is vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau biedt dat naar het oordeel van Onze Minister voor Klimaat en Energie ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met het certificatieschema wordt geboden.

2.

Artikel 10, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op het document, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 12. Aanvraag goedkeuring
1.

Een aanvraag om goedkeuring van een certificatieschema als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt door de schemabeheerder ingediend bij Onze Minister voor Klimaat en Energie met gebruikmaking van een door hem vastgesteld middel.

2.

Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:

3.

Onverminderd het tweede lid, wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 10, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, uitsluitend in behandeling genomen indien duidelijk is wat de wijzigingen zijn in de versie waarvoor de goedkeuring wordt aangevraagd ten opzichte van de daaraan voorafgaande versie.

4.

Onze Minister voor Klimaat en Energie kan nadere regels stellen met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 13. Verificatieprotocol
1.

Onze Ministers wijzen bij regeling het verificatieprotocol aan dat bij verificatie wordt toegepast, onder specificatie van de categorie vaste biomassa en de duurzaamheidseisen.

2.

Onze Minister voor Klimaat en Energie maakt het verificatieprotocol op een door hem aan te wijzen website bekend.

Artikel 14. Wederzijdse erkenning
1.

Met een verificatieprotocol wordt gelijkgesteld een document dat is vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau biedt dat naar het oordeel van Onze Minister voor Klimaat en Energie ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met het verificatieprotocol wordt geboden.

2.

Onze Minister voor Klimaat en Energie houdt een actuele lijst bij met gelijkgestelde documenten als bedoeld in het eerste lid, onder specificatie van de categorie vaste biomassa en de duurzaamheidseisen waarop het gelijkgestelde document betrekking heeft.

Artikel 15. Verbod

Het is verboden een werkzaamheid uit te voeren in strijd met of zonder toepassing van een goedgekeurd certificatieschema of het verificatieprotocol.

Artikel 16. Duurzaamheidseisen en beheerseisen
1.

Onze Ministers stellen bij regeling duurzaamheidseisen voor categorieën vaste biomassa vast die de schemabeheerder in acht neemt bij het opstellen of wijzigen van het certificatieschema en die zien op:

2.

De categorieën vaste biomassa zien in ieder geval op houtachtige biomassa uit bosbeheereenheden en op reststromen.

3.

Onze Ministers stellen bij regeling de beheerseisen vast die de schemabeheerder in acht neemt bij het opstellen of wijzigen van een certificatieschema en die in ieder geval zien op:

Artikel 17. Toetsen aan certificatieschema en verificatieprotocol

Een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie toetst bij het uitvoeren van certificatie of verificatie aan een certificatieschema of het deel daarvan waaraan goedkeuring is verleend onderscheidenlijk aan het verificatieprotocol.

Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving

Artikel 18. Melding en afgewezen conformiteitsbeoordelingsverklaring
1.

Een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie doet aan Onze Minister voor Klimaat en Energie onverwijld melding van de intrekking van een ten onrechte afgegeven conformiteitsbeoordelingsverklaring.

2.

Onze Minister voor Klimaat en Energie merkt een door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie afgegeven verklaring niet langer aan als conformiteitsbeoordelingsverklaring, indien geen gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin gespecificeerde categorie vaste biomassa is geproduceerd op een wijze die voldoet aan een de duurzaamheidseisen waarop de beoordeling betrekking heeft en die in de verklaring zijn gespecificeerd.

Artikel 19. Aanwijzen toezichthoudende ambtenaren

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit besluit zijn de bij regeling van Onze Ministers aangewezen ambtenaren belast.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 20. Overgangsrecht
1.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die binnen een door Onze Minister voor Klimaat en Energie bepaalde redelijke termijn van ten minste een maand na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag om erkenning heeft ingediend, wordt met ingang van dat tijdstip aangemerkt als tijdelijk erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie totdat onherroepelijk op de aanvraag is beslist.

2.

Een certificatieschema waarvoor binnen een redelijke termijn als bedoeld in het eerste lid na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag om goedkeuring is ingediend, wordt met ingang van dat tijdstip aangemerkt als tijdelijk goedgekeurd certificatieschema totdat onherroepelijk op de aanvraag is beslist.

3.

Certificaten en verificatieverklaringen over vaste biomassa van een conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in het eerste lid die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit zijn afgegeven op grond van een certificatieschema als bedoeld in het tweede lid onderscheidenlijk een verificatieprotocol inzake de duurzaamheid van vaste biomassa, dat van toepassing was op het moment van afgifte, worden aangemerkt als tijdelijke conformiteitsbeoordelingsverklaringen totdat op de aanvraag om erkenning van die conformiteitsbeoordelingsinstantie onherroepelijk is beslist.

Artikel 21. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2017, treedt het besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 22. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1a. Grondslag besluit

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 2. Erkenning conformiteitsbeoordelingsinstanties

Hoofdstuk 3. Werkzaamheden

Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.