← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 20 november 2017, nr. MinBuZa.2017.1204854, houdende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Mali (Sanctieregeling Mali 2017)

Geldende tekst a fecha 2025-04-01

Gelet op Verordening (EU) nr. 2017/1770 van de Raad van de Europese Unie van 28 september 2017 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Mali (PbEU 2017, L 251);

Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 3 van de Sanctiewet 1977;

Besluit:

Artikel 1
1.

Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van Verordening (EU) nr. 2017/1770 van de Raad van de Europese Unie van 28 september 2017 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Mali (PbEU 2017, L 251).

2.

Het verbod te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening (EU) nr. 2017/1770, geldt niet in gevallen waarin artikel 3, eerste lid, artikel 3 bis, eerste of tweede lid, artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid, of artikel 6 van Verordening (EU) nr. 2017/1770 van toepassing is.

Artikel 2
1.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 3 bis, tweede en derde lid, 4, eerste lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1770 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1770 verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1770 verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 7 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 3 bis, tweede en derde lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 3 ter, eerste lid, artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1770 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.

3.

De Minister die het aangaat is, of zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn, onverminderd de bepalingen terzake in bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, in afwijking van artikel 10g van de Sanctiewet 1977 bevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem bij of krachtens enig wettelijk voorschrift opgedragen taken, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in artikel 2 van de Sanctiewet 1977, tenzij:

4.

De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van Verordening (EU) 2017/1770 zijn:

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Mali 2017.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.