Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 28 november 2017, kenmerk DP&O/17/2150354, houdende vaststelling van de organisatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid)
Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. ministerie: Ministerie van Justitie en Veiligheid;
- b. bewindspersoon: de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister voor Rechtsbescherming of de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, afhankelijk van wie het aangaat;
- c. departementsleiding: de bewindspersonen alsmede de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoofddirecteur bedrijfsvoering, de directeuren-generaal, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid gezamenlijk;
- d. bestuursdepartement: de departementsleiding alsmede de beleids-, staf- en bedrijfsvoeringonderdelen ter ondersteuning van de departementsleiding;
- e. bestuursraad: de bestuursraad, bedoeld in artikel 3, zevende lid.
Artikel 2
Het ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoofddirecteur bedrijfsvoering, de clusters, de diensten en baten-lastenagentschappen, het bureau van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen en het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
De clusters van het ministerie zijn:
- a. het cluster secretaris-generaal (SG-cluster);
- b. de Hoofddirectie bedrijfsvoering (HDBV);
- c. het directoraat-generaal Straffen en Beschermen (DGSenB);
- d. het directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s (DGPenV);
- e. het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving (DGRR);
- f. het directoraat-generaal Migratie (DGM);
- g. de programmadirecteur-generaal Ondermijning (DGO);
- h. het programmadirectoraat-generaal Samenleving en COVID-19 (DGSC-19);
- i. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV);
- j. de Inspectie Justitie en Veiligheid.
De diensten en baten-lastenagentschappen, met taken op het terrein van onderzoek, de uitvoering van wet- en regelgeving dan wel beleid, zijn:
- a. de diensten:
- 1°. de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V);
- 2°. de raad voor de kinderbescherming (RvdK);
- 3°. het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC);
- 4°. het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC);
- 5°. de Nationale Opvang Organisatie (NOO);
- 6°. de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA).
- b. de baten-lastenagentschappen:
- 1°. het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB);
- 2°. de Dienst JUSTIS;
- 3°. de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI);
- 4°. de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND);
- 5°. het Nederlands Forensisch Instituut (NFI);
- 6°. de Justitiële Informatiedienst (Justid);
- 7°. de Justitiële ICT Organisatie.
Artikel 3
De secretaris-generaal is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de leiding van de in artikel 2 genoemde dienstonderdelen. De plaatsvervangend secretaris-generaal vervult de rol van eigenaar als bedoeld in de Regeling agentschappen en de circulaire 'Governance ten aanzien van zbo’s’, voor de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in artikel 2, derde lid, de Inspectie Justitie en Veiligheid, het instituut Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen en het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven alsmede voor de hieronder genoemde zelfstandige bestuursorganen. De hoofddirecteur bedrijfsvoering is Chief Information Officer van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
- a. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
- b. de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven;
- c. het Instituut Fysieke Veiligheid;
- d. de Onderzoeksraad voor veiligheid;
- e. de raad voor rechtsbijstand;
- f. het Bureau Financieel Toezicht (BFT);
- g. het College van Toezicht Collectieve Beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (CvTA);
- h. de Kansspelautoriteit (Ksa);
- i. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO);
- j. de Autoriteit Persoonsgegevens;
- k. het College gerechtelijk deskundigen;
- l. het College voor de rechten van de mens;
- m. de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch materiaal (ATKM).
De secretaris-generaal wordt bij afwezigheid vervangen door de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal vindt vervanging plaats door de hoofddirecteur bedrijfsvoering. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal als de hoofddirecteur bedrijfsvoering vindt vervanging plaats door een van de directeuren-generaal van de clusters als bedoeld in artikel 2, tweede lid onderdelen c tot en met h of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, in volgorde van de datum van benoeming. De plaatsvervangend secretaris-generaal en de hoofddirecteur bedrijfsvoering zullen elkaar bij afwezigheid vervangen.
De hoofden van de clusters zijn belast met de beleids- en bedrijfsvoering van de tot hun cluster behorende onderdelen tenzij anders is bepaald.
De directeuren-generaal van de clusters als bedoeld in artikel 2, tweede lid onderdelen c tot en met h, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid vervullen de rol van opdrachtgever als bedoeld in de Regeling agentschappen en de circulaire 'Governance ten aanzien van zbo’s’.
De hoofden van de diensten, baten-lastenagentschappen, genoemd in artikel 2, derde lid, de zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven vervullen de rol van opdrachtnemer als bedoeld in de Regeling agentschappen.
Eén van de tot het directoraat-generaal behorende directeuren wordt op voordracht van de desbetreffende directeur-generaal namens de bewindspersoon door de secretaris-generaal aangewezen als plaatsvervangend directeur-generaal. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid.
De secretaris-generaal (voorzitter), de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoofddirecteur bedrijfsvoering, de directeuren-generaal van de clusters als bedoeld in artikel 2, tweede lid onderdelen c tot en met g en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid vormen samen de bestuursraad. De bestuursraad formuleert de ministeriebrede en gemeenschappelijke kaders en bewaakt dat de activiteiten en het beleid van de onderscheiden clusters daarbinnen blijven.
De voorzitter van het College van procureurs-generaal, de directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen, de directeur-generaal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de korpschef van de Nationale Politie nemen als toehoorder deel aan de bestuursraad.
Hoofdstuk 2. Het cluster secretaris-generaal (SG-cluster)
Artikel 4
Het cluster secretaris-generaal (SG-cluster) heeft taken op de terreinen van wetgeving, Europese en internationale aangelegenheden, onderzoek, strategievorming, innovatie, voorlichting, communicatie, financiën en bestuurlijke en parlementaire ondersteuning.
de plaatsvervangend secretaris-generaal is hoofd van het SG-cluster. De secretaris-generaal blijft verantwoordelijk voor de beleidsvoering ten aanzien van de directie Wetgeving en Juridische Zaken en de directie Financieel-Economische Zaken betreft. Het SG-cluster bestaat uit de Organisatie Integriteit, die tot taak heeft het bevorderen en stimuleren van een goed werkend integriteitsstelsel binnen het ministerie, en de volgende dienstonderdelen:
- a. de directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ);
- b. de directie Europese en Internationale Aangelegenheden (DEIA);
- c. de directie Bestuursondersteuning (DBO);
- d. de directie Communicatie (DCOM);
- e. de directie Financieel-Economische Zaken (DFEZ);
- f. de directie Innovatie, Kennis en Strategie (IKS, ook afgekort als X);
- g. de directie Eigenaarsadvisering;
- h. het bureau Adviescollege Verloftoetsing tbs;
- i. de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB).
Artikel 5
De directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) is belast met de ontwikkeling, de totstandkoming, het beheer en het onderhoud van justitie- en veiligheidswetgeving en van andere wetgeving voor zover deze tot het werkterrein van een dienstonderdeel van het ministerie behoort, alsmede met het ontwikkelen en uitdragen van het wetgevingsbeleid en de toetsing van ontwerpwetgeving van de ministeries op rechtsstatelijke en bestuurlijke kwaliteit, met inbegrip van de constitutionele, Europeesrechtelijke en internationaalrechtelijke toetsing van wetgeving.
De directie is tevens belast met:
- a. het in ondermandaat dan wel met volmacht of machtiging van de hoofden van de clusters en het hoofd van het Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum (WODC) behandelen van bezwaar- en beroepschriften, verzoeken om voorlopige voorziening, aansprakelijkstellingen, verzoeken om schadevergoeding en civielrechtelijke procedures;
- b. het ten behoeve van de hoofden van de clusters opstellen van overeenkomsten en convenanten, anders dan op het gebied van inkoop en aanbesteding;
- c. het desgevraagd adviseren van de leden van de departementsleiding op juridisch-bestuurlijk gecompliceerde of gevoelige onderwerpen, alsmede het vervullen van bijzondere opdrachten van de departementsleiding;
- d. het in samenwerking met de clusters ontwikkelen, beheren en bewaken van de juridische kwaliteitsborging, gericht op het inzichtelijk maken, voorkomen en tegengaan van juridische risico’s en het waarborgen van een adequate juridische inbreng, zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering van beleid;
- e. klachtbehandeling op mensenrechtelijk terrein voor internationale gerechten en comités, mensenrechtelijke advisering in de brede zin en het voeren van internationale onderhandelingen namens het ministerie ten aanzien van mensenrechtelijke onderwerpen;
- f. het onderhouden van het geregelde contact met de landsadvocaat en het beslissen op verzoeken om inschakeling van de landsadvocaat.
De directie Wetgeving en Juridische Zaken is voorts belast met het opdrachtgeverschap als bedoeld in de circulaire ‘Governance ten aanzien van zbo’s’ met betrekking tot het College van Toezicht Collectieve Beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.
De directie bestaat uit:
- a. de sector Straf- en sanctierecht;
- b. de sector Staats- en bestuursrecht;
- c. de sector Privaatrecht;
- d. de sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid;
- e. de afdeling Ondersteuning.
Artikel 6
De directie Europese en Internationale Aangelegenheden (DEIA) draagt zorg voor een ministeriebrede strategie- en visieontwikkeling ten aanzien van multilaterale, Europese en bilaterale horizontale dossiers en beleidsvraagstukken en ten aanzien van Koninkrijksamenwerking, internationale projecten en expertisegebieden. Tevens is de directie belast met de zorg voor een gecoördineerde en effectieve inzet van Nederland op het gebied van Justitie en Veiligheid binnen het kader van de samenwerking binnen de Europese Unie en in het kader van de samenwerking op multilateraal, bilateraal en Koninkrijksniveau. Tenslotte faciliteert de directie de politieke en ambtelijke leiding alsmede de directies in logistieke en instrumentele zin op voornoemde terreinen en verzorgt zij de daarop betrekking hebbende informatievoorziening aan interne dossierhouders en belanghebbenden.
De directie bevordert en bewaakt de eenheid van optreden op de in het eerste lid genoemde terreinen met inachtneming van de eigen beleidsverantwoordelijkheid van andere dienstonderdelen voor de internationale aspecten van hun beleidsterrein.
De directie bestaat uit:
- a. de afdeling Europese Unie;
- b. de afdeling Internationale Betrekkingen en Projecten;
- c. de afdeling Justitie en Veiligheid van de Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie;
- d. de attachees Justitie en Veiligheid op andere Nederlandse ambassades en permanente vertegenwoordigingen in het buitenland;
- e. de managementondersteuning.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
De directie Bestuursondersteuning (DBO) is belast met:
- a. algemene staftaken, ten behoeve van de politieke en ambtelijke leiding;
- b. de protocollaire ondersteuning van de departementsleiding van het ministerie en vervult daarbij een coördinerende rol.
De directie bestaat uit:
- a. de afdeling Advies;
- b. de afdeling Managementondersteuning en Bedrijfsvoering;
- c. het Bureau Protocol en Evenementen.
Artikel 10
De directie Communicatie (DCOM) is belast met het geven van informatie van en over het ministerie. Hierbij wordt gezocht naar een goede balans tussen het belang van het ministerie en dat van de ontvangers. Ook heeft de directie tot taak om politieke en maatschappelijke signalen op te vangen en terug te koppelen binnen de organisatie.
De directie bestaat uit:
- a. het Bedrijfsbureau;
- b. de afdeling Woordvoering, Speeches en Omgevingskennis;
- c. de afdeling Communicatieadvies en Redactie.
Artikel 11
De directie Financieel-Economische Zaken (DFEZ) is de ministeriebrede en DG-controller en belast met:
- a. de advisering van de departementsleiding over het beleid, de uitvoering en de bedrijfsvoering dat aan de departementale begroting ten grondslag ligt;
- b. de coördinatie van het begrotingsproces;
- c. de inrichting en de aansturing van de financiële functie op het ministerie;
- d. het adviseren van de departementsleiding over het functioneren en de inrichting van de controlfunctie binnen het ministerie;
- e. de ondersteuning van de budgethouders bij besluitvorming;
- f. het bewaken van de financiën ten aanzien van de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid.
DFEZ bevordert de integratie van beheer en beleid binnen het domein van de directie en levert daartoe een bijdrage aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van het ministerie. DFEZ doet dit door kaders binnen het domein van de directie voor bedrijfsvoering te stellen, op hoofdlijnen toezicht te houden, financiële en andere bedrijfsvoeringprocessen te begeleiden en ondersteunen, alsmede te adviseren waar dat gewenst wordt of zij dit noodzakelijk acht.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.