Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 6 december 2017, nr. IENM/BSK-2017/267441, houdende vaststelling van de vereiste kennis, bedrevenheid en ervaring van bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers, de goedkeuring van de desbetreffende opleidingenplannen, alsmede de certificering van opleidingsinstellingen voor vluchtinformatieverstrekkers (Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers)
Gelet op de artikelen 20, eerste lid, onderdeel b, 21, derde en vierde lid, 22c, 22d, tweede lid, 24a, tweede en derde lid, en 24d van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;
BESLUIT:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aantekening OJTI: op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en van dat bewijs deel uitmakende aantekening, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 18a, derde lid, van het besluit die aangeeft dat de houder bevoegd is om opleiding op de werkplek en opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;
- aantekening STDI: op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en van dat bewijs deel uitmakende aantekening, als bedoeld in artikel 18a, derde lid, van het besluit die aangeeft dat de houder bevoegd is om opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;
- assessment: beoordeling overeenkomstig artikel 4, onderdeel 6, van verordening (EU) nr. 2015/340;
- assessor: persoon met de aantekening assessor of met de op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en van dat bewijs deel uitmakende aantekening, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 18a, derde lid, van het besluit die aangeeft dat de houder bevoegd is om de praktische vaardigheden van bedieners en leerling-bedieners van een luchtvaartstation of vluchtinformatieverstrekkers en leerling-vluchtinformatieverstrekkers te beoordelen;
- basisopleiding: theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt;
- bekwaamhedenprogramma voor de eenheid (unit competence scheme): goedgekeurd programma waarin de methode is omschreven waarmee de eenheid de vakbekwaamheden van de houders van een bewijs van bevoegdheid op peil houdt;
- eenheidsaantekening: aantekening betreffende de eenheid als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 18a, derde lid van het besluit;
- examen: formele test overeenkomstig artikel 4, onderdeel 10, van verordening (EU) nr. 2015/340;
- gecertificeerde opleidingsinstelling: een organisatie die door de minister is gecertificeerd voor het aanbieden van een of meer opleidingen tot vluchtinformatieverstrekker overeenkomstig de voorschriften bedoeld in verordening (EU) nr. 2015/340, Bijlage III, Deel ATCO.OR, subdelen A tot en met D;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- opleiding: geheel van theoretische cursussen, praktijkoefeningen, inclusief simulatie of opleidingen op de werkplek, dat vereist is voor het verkrijgen en in stand houden van de vereiste vaardigheden en alsmede de opleiding voor instructeurs of assessors;
- opleiding voor een bevoegdverklaring: theorie- en praktijkopleiding die de kennis en praktische vaardigheden bijbrengt voor een bepaalde bevoegdverklaring en, indien van toepassing, een aantekening bij die bevoegdverklaring;
- opleiding voor de eenheid: opleiding ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid voor vluchtinformatieverstrekker of bediener van een luchtvaartstation, een bevoegdverklaring, en indien van toepassing een aantekening bij die bevoegdverklaring alsmede de aantekening betreffende de eenheid met inbegrip van een overgangsopleiding voorafgaand aan een opleiding op de werkplek;
- opleiding op de werkplek: fase van de opleiding overeenkomstig artikel 4, onderdeel 15, van verordening (EU) nr. 2015/340;
- part-task trainer (PTT): synthetisch opleidingstoestel overeenkomstig artikel 4, onderdeel 17, van verordening (EU) nr. 2015/340;
- simulator: synthetisch opleidingstoestel overeenkomstig artikel 4, onderdeel 25, van verordening (EU) nr. 2015/340;
- synthetisch opleidingstoestel (STD): ieder type toestel waarbij operationele omstandigheden worden nagebootst overeenkomstig artikel 4, onderdeel 26, van verordening (EU) nr. 2015/340;
- voortgezette opleiding: training gericht op het handhaven van de geldigheid van de bevoegdverklaringen en aantekeningen, bestaande uit herhalingsopleidingen en conversieopleidingen.
Artikel 2
Opleidingen voor een ASO of een FISO bestaan uit de volgende typen:
- a. basisopleiding;
- b. opleiding voor een bevoegdverklaring;
- c. opleiding voor de eenheid;
- d. voortgezette opleiding.
De in het eerste lid genoemde opleidingen kunnen in één of in afzonderlijke opleidingenplannen worden opgenomen.
In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde typen opleidingen kunnen bedieners van luchtvaartstations of vluchtinformatieverstrekkers één of meer van de volgende opleidingen volgen:
- a. de opleiding voor praktijkinstructeurs, die leidt tot de afgifte, verlenging of vernieuwing van de aantekening OJTI of de aantekening STDI;
- b. de opleiding voor assessor, die leidt tot de afgifte, verlenging of vernieuwing van de aantekening voor assessor.
Op de onder a en b bedoelde opleidingen is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3
De basisopleiding bevat de theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt.
De opleiding voor een bevoegdverklaring bevat theorie- en praktijkopleiding die de kennis en praktische vaardigheden bijbrengt voor een bepaalde bevoegdverklaring en, indien van toepassing, een aantekening bij de bevoegdverklaring.
Indien niet binnen 1 jaar na het met goed gevolg doorlopen van de in het eerste en tweede lid genoemde opleiding wordt gestart met de opleiding voor de eenheid mag pas worden begonnen met een opleiding voor de eenheid in het kader van die bevoegdverklaring nadat de opleidingsorganisatie die de relevante opleiding heeft verzorgd, heeft beoordeeld of de aanvrager nog voldoet aan de voor de bevoegdverklaring relevante vereisten en nadat de aanvrager heeft voldaan aan eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingsvereisten.
De houder van een bevoegdverklaring die gedurende een direct voorafgaande periode van vier of meer achtereenvolgende jaren de rechten van die bevoegdverklaring niet heeft uitgeoefend, kan pas beginnen met een opleiding voor de eenheid in het kader van die bevoegdverklaring nadat de opleidingsorganisatie die de relevante opleidingen heeft verzorgd, heeft beoordeeld of de houder nog voldoet aan de vereisten voor die bevoegdverklaring en nadat de houder heeft voldaan aan eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingsvereisten.
De opleiding voor de eenheid bevat:
- a. een theorieopleiding die bedoeld is voor het bijbrengen van kennis en begrip van locatiespecifieke operationele procedures en taakspecifieke aspecten, en;
- b. de opleiding op de werkplek die dient om reeds verworven routinewerkzaamheden en vaardigheden die verband houden met het werk, onder toezicht van een gekwalificeerde instructeur in de praktijk te integreren in een situatie met actueel, niet zijnde gesimuleerd, verkeer.
De voortgezette opleiding bevat herhalingsopleidingen en in voorkomend geval conversieopleidingen die zijn bedoeld om bedieners van luchtvaartstations of vluchtinformatieverstrekkers in staat te stellen hun bestaande kennis en vaardigheden op te frissen, te versterken of te verbeteren.
De opleiding voor praktijkinstructeur bevat:
- a. een cursus praktische instructiemethoden voor houders van een aantekening OJTI of STDI, met inbegrip van een beoordeling;
- b. een herhalingscursus praktische instructievaardigheden;
- c. een of meer methoden voor het beoordelen van de bekwaamheid van praktijkinstructeurs.
De opleiding voor assessor bevat:
- a. een cursus voor assessors, met inbegrip van een beoordeling;
- b. een herhalingscursus beoordelingsvaardigheden;
- c. een of meer methoden voor het beoordelen van de bekwaamheid van assessors.
Theoretische kennis en inzicht worden aangetoond door middel van examinering, met als minimumscore 75% van de punten die voor die examens kunnen worden behaald.
Tijdens de opleiding voor de eenheidsaantekening worden praktische vaardigheden aan het eind van de opleiding op de werkplek ten minste één keer beoordeeld in de operationele omgeving onder normale operationele omstandigheden.
Onverminderd het tiende lid kan tijdens een assessment voor een eenheidsaantekening gebruik worden gemaakt van een synthetisch opleidingstoestel om de toepassing van geoefende procedures aan te tonen die zich tijdens de beoordeling niet voordoen in de operationele omgeving.
§ 2. Afgifte, verlenging en vernieuwing
Artikel 4
Een ASO onderscheidenlijk een FISO wordt verstrekt aan een ieder die blijkens een door een assessor afgenomen en schriftelijk vastgelegd assessment met goed gevolg een opleiding heeft gevolgd overeenkomstig een door de minister goedgekeurd opleidingenplan en die voldoet aan de eisen, bedoeld in paragraaf 3 onderscheidenlijk paragraaf 4.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van bevoegdverklaringen en aantekeningen op een ASO of een FISO.
De aanvraag voor eerste afgifte van een ASO onderscheidenlijk FISO vindt plaats binnen dertig dagen na het met goed gevolg afleggen van het in het eerste lid bedoelde assessment.
De geldigheidsperiode van eenheidsaantekeningen voor eerste afgifte en vernieuwing begint uiterlijk dertig dagen na de datum waarop het assessment met succes is voltooid.
Eenheidsaantekeningen worden verlengd indien:
- a. de aanvrager de rechten van een ASO onderscheidenlijk een FISO heeft uitgeoefend gedurende het minimumaantal uren dat is bepaald in het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid;
- b. de aanvrager binnen de geldigheidsperiode van de eenheidsaantekening een herhalingsopleiding heeft gevolgd overeenkomstig het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid;
- c. de vakbekwaamheid van de aanvrager niet eerder dan drie maanden voor de vervaldatum van de eenheidsaantekening is beoordeeld overeenkomstig het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.
Eenheidsaantekeningen worden binnen drie maanden onmiddellijk voorafgaand aan de vervaldatum verlengd indien voldaan is aan de vereisten, bedoeld in het vijfde lid. In dat geval gaat de nieuwe geldigheidsperiode in op de voornoemde vervaldatum.
Bij verlenging van de eenheidsaantekening vóór de in het zesde lid bedoelde periode, begint de geldigheidsperiode uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling met succes is voltooid, mits tevens is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b.
Als een eenheidsaantekening vervalt, voltooit de houder van een ASO onderscheidenlijk een FISO de opleiding voor een eenheidsaantekening met succes om de aantekening te vernieuwen, overeenkomstig de vereisten, bedoeld in artikel 8 onderscheidenlijk artikel 13, waarbij een reeds goedgekeurde opleiding voor een eenheidsaantekening mag worden aangepast om in voorkomende gevallen rekening te houden met de bevoegdverklaringen of aantekeningen bij bevoegdverklaringen en ervaring van de houder.
§ 3. Goedkeuring van opleidingenplannen voor het ASO
Artikel 5
In het opleidingenplan onderscheidenlijk de opleidingenplannen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden de volgende gegevens opgenomen:
- a. een beschrijving van de inrichting en organisatie van de opleiding;
- b. een beschrijving van de inhoud en de minimumduur van de opleiding en van de door de aanbieder van de opleiding toe te passen opleidingenmethoden;
- c. een beschrijving van het proces voor theorie- en bekwaamheidsbeoordeling van de kandidaten van de opleiding;
- d. de methode voor het vastleggen van de resultaten van de opleiding.
Artikel 6
Een opleidingenplan ten behoeve van de basisopleiding voor een ASO bevat in elk geval:
- a. een theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 1;
- b. een syllabus en de prestatiedoelstellingen.
Artikel 7
Een opleidingenplan ten behoeve van de opleiding voor een bevoegdverklaring voor een ASO bevat in elk geval:
- a. de onderwerpen, thema's en subthema's van ten minste één van de volgende bevoegdverklaringen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit:
-
- ADR (Aerodrome) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 2;
-
- TOW (Towing) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 3;
-
- GCO (Ground Communications Officer) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 4;
-
- DIS (Display) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 5;
-
- OFS (Offshore) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 6.
- b. de praktijkopleiding die de praktische vaardigheden in verband met de operationele procedures bijbrengt.
Artikel 8
Een opleidingenplan ten behoeve van de opleiding voor de eenheid voor een ASO bevat in elk geval:
- a. een syllabus en de prestatiedoelstellingen;
- b. een theorieopleiding die bedoeld is voor het bijbrengen van kennis en begrip van locatiespecifieke operationele procedures en taakspecifieke aspecten;
- c. een training in operationele procedures en taakspecifieke aspecten.
Artikel 9
Een voortgezette opleiding voor een ASO bestaat uit een herhalings- en, indien overeenkomstig het derde lid vereist, conversiecursussen, en wordt gegeven volgens de vereisten van het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.