Onderlinge regeling van Sint Maarten en Nederland als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut van Koninkrijk der Nederlanden tot versterking van het grenstoezicht van Sint Maarten (Onderlinge regeling versterking grenstoezicht Sint Maarten)

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-12-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Overwegende dat:

het in het belang van de bevolking van Sint Maarten is maatregelen te nemen die een ordentelijk en voorspoedig verloop van de wederopbouw van Sint Maarten bevorderen;

een van die maatregelen ziet op de versterking van het grenstoezicht;

de landen op 24 november 2017 zijn overeengekomen een onderlinge regeling te treffen waarin bindende afspraken worden gemaakt over de uitvoering en versterking van het grenstoezicht door de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) en de Douane Nederland in Sint Maarten, met als doel een goed functionerend, ordentelijk en ongecompromitteerd grenstoezicht op personen en goederen in Sint Maarten;

deze afspraken rekening houden met de afspraken gemaakt bij de onderlinge regeling tussen Curaçao, Sint Maarten en Nederland, regelende de samenwerking tussen de landen op het gebied van de vreemdelingenketen (Stcrt. 2010, 3443);

het grenstoezicht in crisissituaties en tijden van wederopbouw in Sint Maarten extra kwetsbaar is;

om die reden de regeringen van de landen het noodzakelijk achten dat het grenstoezicht in Sint Maarten substantieel wordt versterkt;

bestaande bedreigingen van het welzijn van de bevolking van Sint Maarten, met name via de grenzen in het bijzonder bestaan uit zware drugs- en wapencriminaliteit, migratiecriminaliteit, de instroom van illegale arbeidsmigranten en ongecontroleerde geld- en goederenstromen;

naar het oordeel van de regeringen van de landen, Sint Maarten op dit moment ondersteuning behoeft bij het bewaken van de in- en uitstroom en personen en goederen aan de grenzen en daarom extra inzet van de KMar en de Douane Nederland – onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie van Sint Maarten – voor de versterking van het grenstoezicht noodzakelijk is;

deze regeling onverlet laat de uitvoering van het op 17 mei 1994 te Parijs tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek inzake personencontrole op de luchthavens op Sint Maarten (Trb. 1994, 144), voor zover het betreft de gemeenschappelijke personencontroles op de internationale luchthaven Princess Juliana International Airport te Sint Maarten;

Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;

Verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

Hoofdstuk 1. Doel

Artikel 1

In het kader van de te nemen maatregelen inzake de wederopbouw stelt Nederland voor de persoonscontrole extra bijstand van de KMar ter beschikking en verleent de Douane Nederland bijstand aan de Douane van Sint Maarten voor de goederencontrole.

Hoofdstuk 2. Verantwoordelijkheid

Artikel 2

De Minister van Justitie van Sint Maarten blijft verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van het grenstoezicht in Sint Maarten.

Artikel 3
1.

De rechtspositionele verantwoordelijkheid voor het KMar-personeel berust bij de Commandant van de KMar.

2.

De rechtspositionele verantwoordelijkheid voor de Douane Nederland berust bij de algemeen directeur Douane van Nederland.

Hoofdstuk 3. Uitvoering en taken

Artikel 4
1.

De verantwoordelijke autoriteiten van Sint Maarten en Nederland werken nadere vormen en modaliteiten voor de uitvoering van het grenstoezicht door de extra inzet van de KMar en de bijstand van Douane Nederland uit in een gezamenlijk plan van aanpak. Zij stellen het gezamenlijke plan van aanpak vóór 1 januari 2018 vast.

2.

In het plan van aanpak wordt in ieder geval een tijdelijke operationele organisatiestructuur opgenomen waarmee de taakuitvoering door de KMar en de Douane Nederland die bijstand verlenen, wordt geborgd.

Artikel 5
1.

De extra bijstand van de KMar en de bijstand van de Douane Nederland wordt ingezet voor het grenstoezicht waartoe in ieder geval de volgende taakvelden behoren:

2.

Binnen de in het eerste lid genoemde taakvelden richt de KMar zich op de personencontrole en de Douane Nederland zich op de goederencontrole.

Artikel 6
1.

Sint Maarten draagt zorg voor de mandatering van alle vereiste bevoegdheden aan de ambtenaren van de KMar en de Douane Nederland, benodigd voor een effectieve en rechtmatige uitvoering en uitoefening van de overeengekomen taken en bevoegdheden op de in artikel 5, eerste lid, genoemde taakvelden.

2.

De ambtenaren van de KMar en de Douane Nederland dragen tijdens de uitvoering van de opgedragen taken het eigen dienstuniform en de eigen bewapening.

Artikel 7

Sint Maarten neemt de nodige maatregelen zodat de opvolging van de extra bijstand van de KMar en de bijstand van Douane Nederland, in de rechtshandhavingsketen goed wordt ingericht en daar waar nodig in deze keten wordt geïntensiveerd.

Artikel 8
1.

De KMar en de Douane Nederland voeren uitsluitend opdrachten uit die binnen de in of op grond van deze regeling gemaakte afspraken vallen.

2.

Indien er tussen de landen verschillen van inzicht ontstaan over de uitvoering van de in of op grond van deze regeling gemaakte afspraken, wordt zulks besproken in een overleg tussen de verantwoordelijke Ministers van Sint Maarten en Nederland.

Hoofdstuk 4. Voortgangscommissie

Artikel 9
1.

Er is een voortgangscommissie.

2.

De voortgangscommissie heeft als taak:

3.

In het gezamenlijke plan van aanpak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden de activiteiten van de voortgangscommissie nader uitgewerkt.

4.

De voortgangscommissie bestaat uit een vertegenwoordiger van elk van de deelnemende uitvoeringsorganisaties belast met het grenstoezicht in Sint Maarten en Nederland en een vertegenwoordiger van de verantwoordelijke Minister, bedoeld in artikel 15 eerste lid, per land.

Deze commissie bestaat uit de volgende leden:

5.

De Nederlandse leden van de voortgangscommissie worden door de verantwoordelijke Minister van Nederland, bedoeld in artikel 15, eerste lid, benoemd, geschorst en ontslagen. De leden van Sint Maarten worden door de verantwoordelijke Minister van Sint Maarten benoemd, geschorst en ontslagen. De voorzitter wordt, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties na overleg met de Minister-President van Sint Maarten, bij koninklijk besluit, benoemd, geschorst en ontslagen.

Hoofdstuk 5. Civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid

Artikel 10
1.

Indien ambtenaren van de KMar of de Douane Nederland worden ingezet in Sint Maarten is Sint Maarten aansprakelijk voor de schade die zij bij de uitoefening van de in en op grond van deze regeling gemaakte afspraken veroorzaken. Daarbij geldt het recht van Sint Maarten.

2.

Nederland is aansprakelijk indien deze schade het gevolg is van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag door de ambtenaren van de KMar of de Douane Nederland.

3.

Onverminderd de uitoefening van zijn rechten tegenover derden, ziet Nederland af van vorderingen tegen Sint Maarten wegens geleden schade, behalve ingeval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

Artikel 11

Tijdens de uitvoering van de in en op grond van deze regeling gemaakte afspraken zijn de ambtenaren van de KMar en de Douane Nederland in Sint Maarten onderworpen aan de strafrechtelijke wet- en regelgeving van Sint Maarten.

Hoofdstuk 6. Functievereisten

Artikel 12

De landen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de professionaliteit, kwaliteit en integriteit van de ambtenaren die belast zijn met het grenstoezicht in Sint Maarten. In het plan van aanpak worden maatregelen uitgewerkt die de professionaliteit, kwaliteit en integriteit van de betrokken ambtenaren bevorderen.

Hoofdstuk 7. Privacyaspecten

Artikel 13

De verwerking van persoonsgegevens en informatie-uitwisseling door de KMar en de Douane Nederland in Sint Maarten vindt plaats overeenkomstig de Landsverordening bescherming persoonsgegevens van Sint Maarten. De informatie-uitwisseling is slechts toegestaan voor het doel waarvoor die informatie is gevraagd.

Hoofdstuk 8. Financiering

Artikel 14

De financiering van de bijstand van de Douane Nederland en de extra bijstand van de KMar komt ten laste van het fonds wederopbouw Sint Maarten.

Hoofdstuk 9. Overleg

Artikel 15
1.

De uitvoering van de onderlinge regeling valt onder de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Financiën van Nederland en de Minister van Justitie van Sint Maarten gezamenlijk.

2.

De uitvoering van deze regeling wordt in ieder geval twee keer per jaar besproken door de verantwoordelijke bewindspersonen, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 16
1.

Deze regeling kan alleen met instemming van beide landen worden gewijzigd.

2.

De verantwoordelijke bewindspersonen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, evalueren jaarlijks de werking van deze regeling in de praktijk. De evaluatie kan aanleiding vormen deze regeling met inachtneming van het eerste lid te wijzigen.

Artikel 17
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Onderlinge regeling versterking grenstoezicht Sint Maarten.

Deze regeling wordt binnen 30 dagen na ondertekening geplaatst in de Staatscourant van Nederland en de Landscourant van Sint Maarten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.