Bijstellingsregeling directe belastingen 2018
Gelet op de artikelen 10.1, 10.2a, 10.2b, 10.3, 10.5, 10.6, 10.6bis, 10.6a, 10.6b, 10.7, 10bis.12 en 10a.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 18ga en 32bb van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 10 van de Wet op de vennootschapbelasting 1969, artikel 35a van de Successiewet 1956, artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, artikel 8 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de artikelen 10aa en 10eb van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, de artikelen 8.1 en 8.2 van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II en artikel 12 van de Wet bankenbelasting;
Besluit:
Artikel I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel II
In de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals deze wet op 31 december 2011 luidde, wordt in artikel 8.18a, tweede lid, ‘€ 210’ vervangen door: € 212.
Artikel III
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel IV
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Artikel V
Wijzigt de Successiewet 1956.
Artikel VI
Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Artikel VII
Wijzigt de Kostenwet invordering rijksbelastingen.
Artikel VIII
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.
Artikel IX
Wijzigt de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.
Artikel X
Wijzigt de Wet bankenbelasting.
Artikel XI
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.
Deze regeling wordt aangehaald als: Bijstellingsregeling directe belastingen 2018.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.