Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 december 2017, nr. IENM/BSK-2017/205700, houdende regels met betrekking tot de basisregistratie ondergrond (Regeling basisregistratie ondergrond)
Gelet op de artikelen 5, tweede lid, 8, derde lid, 9, vierde lid, 17, eerste lid, 24, derde lid, en 25, tweede lid, van de Wet basisregistratie ondergrond;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- besluit: Besluit basisregistratie ondergrond;
- catalogus: catalogus registratie ondergrond als bedoeld in artikel 17 van de wet;
- controlerende partij: onafhankelijke en deskundige partij die de controle uitvoert in opdracht van de Minister;
- Minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- Organisatie: Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO als bedoeld in artikel 3 van de TNO-wet;
Hoofdstuk 2. Inrichting van de basisregistratie ondergrond
Artikel 2
De basisregistratie ondergrond wordt vormgegeven aan de hand van een systeembeschrijving, die wordt gevormd door de Globale Architectuurschets Basisregistratie Ondergrond, en de Programma Start Architectuur Basisregistratie Ondergrond, beide opgenomen in bijlage I bij deze regeling.
Artikel 3
Bij de administratieve inrichting van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, worden de processen ter uitvoering van de verplichtingen die bij of krachtens de wet op de Organisatie rusten op een zorgvuldige, transparante, consistente en gebruiksvriendelijke wijze vormgegeven, uitgevoerd en gemonitord.
Artikel 4
Bij de technische inrichting van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, wordt:
- a. voor het houden van de basisregistratie ondergrond een uitwijkconfiguratie beschikbaar gesteld, en
- b. van de in de basisregistratie ondergrond opgenomen gegevens en modellen iedere werkdag een back-up gemaakt.
Artikel 5
Met betrekking tot beveiliging van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, treft de Organisatie technische en organisatorische maatregelen om gegevens en modellen, in het bijzonder persoonsgegevens, te beveiligen tegen inbreuk, verlies en onrechtmatige verwerking.
Hoofdstuk 3. Controle van de basisregistratie ondergrond
Artikel 6
De controle van het operationeel beheer, bedoeld in artikel 6 van de wet, wordt uitgevoerd met volledige medewerking van de Organisatie en bestaat uit een primaire controle en, als bij de primaire controle tekortkomingen zijn geconstateerd die zijn opgenomen in het oordeel van de controlerende partij, een hercontrole.
Artikel 7
Bij de primaire controle vindt in ieder geval een beoordeling plaats van de adequate uitvoering van de volgende aspecten binnen de Organisatie:
- a. de opzet en het bestaan van maatregelen en procedures die in de borging van de wettelijke eisen moeten voorzien met inachtneming van de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2, en
- b. de werking van de getroffen maatregelen en procedures.
De primaire controle is in ieder geval gericht op de volgende elementen:
- a. de inrichting en organisationele inbedding van en interne besluitvorming over de basisregistratie ondergrond,
- b. de processen, bedoeld in artikel 3,
- c. de conformiteit en de continuïteit van de gebruikte in beheer en in ontwikkeling zijnde systemen,
- d. de kwaliteit en kwantiteit van de in de basisregistratie ondergrond beschikbare gegevens en modellen,
- e. de verwerking van persoonsgegevens, en
- f. de activiteiten, genoemd in artikel 14, eerste lid.
Artikel 8
De resultaten van de primaire controle worden neergelegd in een primair controlerapport.
Uiterlijk één week na de primaire controle wordt een concept van dat rapport ter bevestiging van de geconstateerde feiten aan de Organisatie gezonden.
Het primair controlerapport wordt uiterlijk één maand na de primaire controle door de controlerende partij vastgesteld en aan de Organisatie en de Minister gezonden.
Artikel 9
Als bij de primaire controle tekortkomingen zijn geconstateerd die zijn opgenomen in het oordeel van de controlerende partij, stelt de Organisatie binnen één maand na de vaststelling van het primair controlerapport een verbeterrapport op, waarin de maatregelen worden beschreven die getroffen zijn ter verbetering van de geconstateerde tekortkomingen.
Het verbeterrapport wordt na vaststelling onverwijld aan de Minister gezonden.
Op basis van het verbeterrapport vindt een hercontrole plaats. De hercontrole heeft alleen betrekking op de punten ten aanzien waarvan tekortkomingen zijn geconstateerd en heeft tot doel het op systematische wijze toetsen of door de Organisatie zodanige maatregelen zijn getroffen dat aan de wet en de daarop berustende bepalingen op dat moment op adequate wijze uitvoering is gegeven.
De resultaten van de hercontrole worden in een hercontrolerapport vastgelegd.
Artikel 8, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘primaire controle’ wordt gelezen: hercontrole.
Hoofdstuk 4. Het bronhouderportaal
Artikel 10
Vervallen
Hoofdstuk 5. Standaarden voor de registratie ondergrond
Artikel 11
De catalogus bestaat uit de onderdelen:
- a. geotechnisch sondeeronderzoek, opgenomen in bijlage II bij deze regeling;
- b. booronderzoek – bodemkundige boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse, opgenomen in bijlage III bij deze regeling;
- c. booronderzoek – geologische boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse, opgenomen in bijlage IV bij deze regeling;
- d. booronderzoek – geotechnische boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse, opgenomen in bijlage V bij deze regeling;
- e. wandonderzoek – bodemkundige wandbeschrijving en wandmonsteranalyse, opgenomen in bijlage VI bij deze regeling;
- f. grondwatermonitoringput, opgenomen in bijlage VII bij deze regeling;
- g. grondwatermonitoringnet, opgenomen in bijlage VIII bij deze regeling;
- h. grondwatersamenstellingsonderzoek, opgenomen in bijlage IX bij deze regeling;
- i. grondwaterstandonderzoek, opgenomen in bijlage X bij deze regeling;
- j. bodemkaart, opgenomen in bijlage XI bij deze regeling;
- k. geomorfologische kaart, opgenomen in bijlage XII bij deze regeling;
- l. hydrogeologisch model, opgenomen in bijlage XIII bij deze regeling;
- m. GeoTop, opgenomen in bijlage XIV bij deze regeling;
- n. digitaal geologisch model, opgenomen in bijlage XV bij deze regeling;
- o. formatieweerstandonderzoek, opgenomen in bijlage XVI bij deze regeling;
- p. model grondwaterspiegeldiepte, opgenomen in bijlage XVII bij deze regeling;
- q. grondwatergebruiksysteem, opgenomen in bijlage XVIII bij deze regeling;
- r. grondwaterproductiedossier, opgenomen in bijlage XIX bij deze regeling;
- s. mijnbouwconstructie, opgenomen in bijlage XX bij deze regeling;
- t. mijnbouwwetvergunning, opgenomen in bijlage XXI bij deze regeling;
- u. milieuhygiënisch bodemonderzoek, opgenomen in bijlage XXII bij deze regeling; en
- v. overheidsbesluit bodemverontreiniging, opgenomen in bijlage XXIII bij deze regeling.
Hoofdstuk 6. Inzage in en verstrekking van gegevens
Artikel 12
De verlening van inzage in de registratie ondergrond, het register brondocumenten en het register inzake meldingen modellen als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, vindt plaats via een website, een webservice en de generieke digitale infrastructuur van de overheid.
De verlening van inzage vindt plaats met inachtneming van de catalogus.
De verlening van inzage via de generieke digitale infrastructuur, bedoeld in het eerste lid, vindt tevens plaats met inachtneming van door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringshandelingen op grond van richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PbEU, L 108) inzake dataspecificaties.
Artikel 13
Als de bronhouder bij de levering van een brondocument gemotiveerd heeft aangegeven dat het gegevens bevat waarvan verstrekking achterwege kan blijven op grond van artikel 5.1 van de Wet open overheid, wordt in die gegevens geen inzage verleend en worden die gegevens niet op verzoek verstrekt, met inachtneming van artikel 24, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van inzage door en verstrekking aan bronhouders als de gegevens via een beveiligde digitale koppeling door of namens een bronhouder zijn geleverd.
Artikel 14
Voor het op verzoek verstrekken van gegevens of authentieke modellen anders dan door middel van internet of anders dan op digitale of geautomatiseerde wijze is op grond van artikel 25, tweede lid, van de wet, per kwartier of een gedeelte van een kwartier dat een medewerker van de Organisatie daaraan heeft besteed, verschuldigd:
- a. als het een administratief medewerker betreft: € 19,50;
- b. als het een technisch medewerker betreft: € 24,–;
- c. als het een senior technisch medewerker betreft: € 26,–;
- d. als het een projectleider of technisch specialist betreft: € 28,50;
- e. als het een assistent projectmanager betreft: € 31,50;
- f. als het een projectmanager betreft: € 34,–.
Onverminderd het eerste lid is een vergoeding ter hoogte van de kostprijs verschuldigd voor de middelen die zijn gebruikt voor het verstrekken als bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 15
Voor zover in de bijlagen I tot en met XXIII bij deze regeling ten aanzien van producten technische voorschriften zijn gesteld als bedoeld in de richtlijn (EU) nr. 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241), worden met die producten gelijkgesteld producten die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met die technische voorschriften wordt nagestreefd.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling basisregistratie ondergrond.
Bijlage I. behorend bij artikel 2 van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de Globale Architectuurschets Basisregistratie Ondergrond en de Programma Start Architectuur Basisregistratie Ondergrond en is tevens gepubliceerd op www.basisregistratieondergrond.nl.
Bijlage II. behorend bij artikel 11 van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus en is tevens gepubliceerd op www.basisregistratieondergrond.nl.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.