← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister voor Medische Zorg van 9 januari 2018, nr. IENM/BSK-2017/291098, houdende vaststelling van nadere regels ter bescherming van personen tegen de gevaren van blootstelling aan ioniserende straling (Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming)

Geldende tekst a fecha 2018-02-06

Gelet op Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom (PbEG L 13/1) en Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (PbEU 2011, L 199);

Gelet op de artikelen 2.3, eerste lid, 3.2, eerste en vierde lid, 3.4, vierde lid, 3.6, derde lid, onder e, 3.17, vijfde lid, 3.20, vierde lid, 3.22, derde lid, 4.7, eerste lid, 4.15, derde lid, 5.4, derde en vierde lid, 5.5, derde lid, 5.7, zesde lid, 6.2, zesde lid, 6.7, eerste lid, 6.21, eerste en derde lid, 9.8, eerste lid, 9.10, eerste en tweede lid, 10.4, derde lid, en 10.8, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming en artikel 76, derde lid, van de Kernenergiewet;

Gelet op de artikelen 1, 18, eerste lid, 19, 41, 41a en 42 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en de artikelen 1b, 1c, 2, 4c, 23, 27 en 32 van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen;

Gelet op artikel 33 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;

BESLUITEN:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. (begripsomschrijvingen)

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Rechtvaardiging

Artikel 2.1. (generieke aanwijzing handelingen en maatregelen als gerechtvaardigd of niet-gerechtvaardigd)
1.

De in bijlage 2.1, onderdeel A, genoemde categorieën of soorten handelingen of maatregelen worden generiek als gerechtvaardigd aangewezen overeenkomstig artikel 2.3, eerste lid, van het besluit.

2.

De in bijlage 2.1, onderdeel B, genoemde categorieën of soorten handelingen of maatregelen worden generiek als niet-gerechtvaardigd aangewezen overeenkomstig artikel 2.3, eerste lid, van het besluit.

Hoofdstuk 3. Controlestelsel

§ 3.1. Handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal

Artikel 3.1. (handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal)
1.

Als categorieën of soorten handelingen als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van het besluit, waarbij van nature voorkomend radioactief materiaal is betrokken en werknemers of leden van de bevolking daardoor een blootstelling ondergaan of kunnen ondergaan die vanuit het oogpunt van stralingsbescherming niet kan worden verwaarloosd, worden aangewezen de in bijlage 3.1, onderdeel A, genoemde categorieën of soorten handelingen.

2.

Als handelingen met natuurlijke bronnen als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, van het besluit, waarvoor vanuit het oogpunt van stralingsbescherming bezorgdheid bestaat dat een handeling kan leiden tot de aanwezigheid van in de natuur voorkomende radionucliden in het water, waardoor de kwaliteit van het drinkwater of andere blootstellingsroutes wordt of worden beïnvloed, worden aangewezen de in bijlage 3.1, onderdeel B, genoemde handelingen.

§ 3.2. Vergunning, registratie en kennisgeving

Artikel 3.2. (complexvergunning)

Een complexvergunning is vereist:

Artikel 3.3. (aanwijzing van gevallen waarin bij een aanvraag om een vergunning gegevens m.b.t. een beveiligingsplan, bedrijfsnoodplan of beëindigingsplan dienen te worden verstrekt)

In gevallen, waarin krachtens artikel 4.2, 6.2 of 10.1 een beveiligingsplan, bedrijfsnoodplan of beëindigingsplan is vereist, worden bij een aanvraag om een vergunning gegevens met betrekking tot die plannen verstrekt als bedoeld in artikel 3.6, derde lid, aanhef en onderdeel e, van het besluit.

§ 3.3. Vrijstelling en vrijgave controlestelsel

Artikel 3.4. (vrijstelling radioactieve materialen)
1.

Vrijstellingswaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor onbeperkte hoeveelheden als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel A.

2.

Vrijstellingswaarden voor radionucliden op basis van de totale activiteit als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel B, kolom 3.

3.

Vrijstellingswaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor handelingen met matige hoeveelheden van elk type materiaal als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel B, kolom 2.

Artikel 3.5. (vrijgavewaarden radioactieve materialen)

Vrijgavewaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor handelingen met onbeperkte hoeveelheden radioactieve materialen als bedoeld in artikel 3.20, vierde lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel A.

Hoofdstuk 4. Algemene regels voor bronnen en handelingen in geplande blootstellingsituaties

§ 4.1. Beveiligingsplan

Artikel 4.1. (afbakening werkingssfeer)

Deze paragraaf is niet van toepassing voor zover de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen van toepassing is.

Artikel 4.2. (aanwijzing gevallen waarin een beveiligingsplan is vereist)

De verplichting tot het zorgen voor een beveiligingsplan krachtens artikel 4.7, eerste lid, van het besluit, berust op de ondernemer die houder is van een vergunning voor het verrichten van handelingen met categorie 1-, 2-, of 3-stoffen.

§ 4.2. Financiële zekerheid hoogactieve bronnen

Artikel 4.3. (financiële zekerheid hoogactieve bronnen)

Het minimumbedrag waarvoor per volume-eenheid af te voeren hoogactieve bron, de daarbij behorende bronhouder en de vaste afscherming financiële zekerheid als bedoeld in artikel 4.15, derde lid, van het besluit, wordt gesteld, bedraagt € 175 per dm3, of gedeelte daarvan, af te voeren materiaal.

Hoofdstuk 5. Informatie en deskundigheid

Afd. 5.1. Stralingsbeschermingsdeskundigen

§ 5.1.1. Eisen deskundigheid en opleiding

Artikel 5.1. (vereiste niveau van deskundigheid)

Deskundigheid van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.4, derde lid, van het besluit, voor een handeling waarvoor een vergunning, registratie of kennisgeving is vereist of voor een maatregel of blootstellingsituatie waarvoor een kennisgeving is vereist, is ten minste van het niveau:

Artikel 5.2. (eisen stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige)
1.

Aan de eisen met betrekking tot de kennis, vaardigheden en bekwaamheden van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, wordt voldaan, indien:

2.

Aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens voldaan door een persoon die overeenkomstig paragraaf 5.1.3 heeft aangetoond te beschikken over competenties en kwalificaties die gelijkwaardig zijn.

Artikel 5.3. (eisen opleiding stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige)

Een opleiding bij een erkende instelling tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige:

Artikel 5.4. (eisen stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige)
1.

Aan de eisen met betrekking tot de kennis, vaardigheden en bekwaamheden van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, wordt voldaan indien:

2.

Aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens voldaan door een persoon die overeenkomstig paragraaf 5.1.3 heeft aangetoond te beschikken over competenties en kwalificaties die gelijkwaardig zijn.

Artikel 5.5. (eisen opleiding stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige)

Een opleiding bij een erkende instelling tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige:

§ 5.1.2. Registratie (inschrijving register, herregistratie of buitengewone registratie)

Artikel 5.6. (registratie)
1.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

2.

Registratie, herregistratie of buitengewone registratie van een stralingsbeschermingsdeskundige vindt plaats door de Autoriteit indien is voldaan aan de voorwaarden die krachtens deze paragraaf daaraan worden gesteld.

Artikel 5.7. (criteria voor registratie)
1.

Voor registratie als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, is een diploma van een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige vereist.

2.

Voor registratie als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, is een diploma van een opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige vereist.

3.

Registratie is eenmalig en kent een duur van vijf jaar.

Artikel 5.8. (criteria voor herregistratie van een stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige)
1.

Voor herregistratie van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, is vereist:

2.

Een herregistratie kent een duur van maximaal vijf jaar.

Artikel 5.9. (criteria voor herregistratie van een stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige)
1.

Voor herregistratie van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, is vereist:

2.

Een herregistratie kent een duur van maximaal vijf jaar.

Artikel 5.10. (criteria voor buitengewone registratie van een stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige)
1.

Voor een buitengewone registratie als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, is vereist:

2.

Een buitengewone registratie kent een duur van maximaal vijf jaar.

Artikel 5.11. (criteria voor buitengewone registratie van een stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige)
1.

Voor een buitengewone registratie als stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, is vereist:

2.

Een buitengewone registratie kent een duur van maximaal vijf jaar.

§ 5.1.3. Erkenning EU-beroepskwalificaties

Artikel 5.12. (begrippen)

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 5.13. (aanvraag)
1.

Een aanvraag wordt ingediend bij de Autoriteit.

2.

De aanvrager overlegt de documenten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a tot en met d, van de algemene wet. Op verzoek van de Autoriteit worden ook de documenten, bedoeld in onderdeel e of f van het genoemde artikel, overgelegd.

3.

Desgevraagd verschaft de aanvrager tevens de informatie, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de algemene wet.

Artikel 5.14. (aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid)
1.

Indien bij de toepassing van artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de algemene wet is gebleken dat de kennis, vaardigheden en bekwaamheden van de aanvrager wezenlijk verschillen van de daaraan gestelde eisen, bedoeld in artikel 5.5, derde lid, van het besluit, en dat het daardoor noodzakelijk is dat een aanpassingsstage wordt doorlopen of een proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, maakt de aanvrager zijn keuze tussen de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid kenbaar, tenzij artikel 11, vijfde lid, van de algemene wet van toepassing is.

2.

In afwijking van het eerste lid, kan, in geval artikel 11, zesde lid, van de algemene wet van toepassing is, worden bepaald dat zowel een aanpassingsstage wordt doorlopen als een proeve van bekwaamheid wordt afgelegd.

3.

Bij de toepassing van dit artikel wordt artikel 11, zevende en achtste lid, van de algemene wet in acht genomen.

Artikel 5.15. (aanpassingsstage)

Indien de aanvrager voor een aanpassingsstage in aanmerking wenst te komen, stelt de Autoriteit vast:

Artikel 5.16. (proeve van bekwaamheid)

Indien de aanvrager voor een proeve van bekwaamheid in aanmerking wenst te komen, stelt de Autoriteit vast:

Artikel 5.17. (kosten)

De kosten die samengaan met de aanvraag, zoals het in behandeling nemen van de aanvraag, de afgifte van de beslissing op de aanvraag en het organiseren van een proeve van bekwaamheid en van een aanpassingsstage, kunnen, met inachtneming van artikel 33, derde lid, van de algemene wet, ten laste van de aanvrager komen.

Artikel 5.18. (afwijzen aanvraag)

De aanvraag wordt afgewezen, indien de aanvrager de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft volbracht of de daaraan verbonden kosten niet heeft voldaan.

Artikel 5.19. (intrekken afgegeven erkenning EU-beroepskwalificatie)

Indien na afgifte van de erkenning van de EU-beroepskwalificaties is gebleken, dat de bij de aanvraag overgelegde documenten niet geldig, vals of vervalst waren, wordt de erkenning ingetrokken en vervangen door een afwijzing van de aanvraag.

Artikel 5.20. (tijdelijke en incidentele dienstverrichting)
1.

Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting in Nederland door een dienstverrichter als bedoeld in artikel 21 van de algemene wet, in een functie die gewoonlijk wordt uitgeoefend door een stralingsbeschermingsdeskundige, overlegt deze dienstverrichter aan de Autoriteit de documenten, bedoeld in artikel 23, derde lid, onderdeel a tot en met d, van de algemene wet. Op verzoek van de Autoriteit worden ook de documenten, bedoeld in onderdeel e of f, van het genoemde artikel, overgelegd.

2.

Onverminderd het eerste lid, overlegt de dienstverrichter die een functie wil gaan verrichten die gewoonlijk door een stralingsbeschermingsdeskundige wordt uitgeoefend, voorafgaande aan de eerste dienstverrichting in Nederland aan de afnemer van zijn dienst, de gegevens, bedoeld in artikel 29, onder a tot en met d, van de algemene wet.

Artikel 5.21. (informatieplichten IMI)
1.

Ten behoeve van de uitvoering van artikel 31b van de algemene wet, informeert de Autoriteit onmiddellijk de Minister en de Minister wie het aangaat nadat een migrerende beroepsbeoefenaar door een rechterlijke instantie of een andere bij of krachtens de wet bevoegde instantie in Nederland schuldig is bevonden aan het gebruik van valse beroepskwalificaties in verband met een procedure als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 3a van de algemene wet of de daarop gebaseerde bepalingen van deze regeling.

2.

Onverminderd het eerste lid, verstrekt de Autoriteit de Minister en de Minister wie het aangaat op diens verzoek alle informatie die hij nodig heeft ten behoeve van de uitvoering van de algemene wet.

Afdeling 5.2. Toezichthoudend medewerker stralingsbescherming

Artikel 5.22. (eisen deskundigheid en opleiding toezichthoudend medewerker stralingsbescherming)
1.

Een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming heeft voor toepassingen die behoren tot een hierna genoemde categorie een opleiding gevolgd die voldoet aan de eisen, genoemd in het bijbehorend onderdeel van bijlage 5.2:

2.

Een opleiding bij een erkende instelling voorziet een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor een in het eerste lid bedoelde toepassing van de bijbehorende kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in het desbetreffende onderdeel van bijlage 5.2.

3.

Een opleiding bij een erkende instelling als bedoeld in het tweede lid:

Afdeling 5.3. Eisen aan opleidingen voor medisch-radiologische handelingen

Artikel 5.23. (eisen opleidingen voor medisch-radiologische handelingen)
1.

Een opleiding bij een erkende instelling voor opleidingen voor medisch-radiologische handelingen voorziet een persoon als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid van de in die leden bedoelde kerncompetenties en overige kwalificaties.

2.

Voor andere medische specialisten als bedoeld in artikel 3 van de Regeling stralingsbescherming medische blootstelling, onder wiens verantwoordelijkheid medisch-radiologische handelingen worden uitgevoerd: de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.3, onderdeel A.

3.

Voor radiotherapeuten-oncoloog als bedoeld in artikel 3 van de Regeling stralingsbescherming medische blootstelling: de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.3, onderdeel B.

4.

Voor radiologen als bedoeld in artikel 3 van de Regeling stralingsbescherming medische blootstelling: de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in bijlage 5.3, onderdeel C.

Artikel 5.24. (eisen opleidingen voor medisch-radiologische handelingen, vervolg)

Een opleiding bij een erkende instelling voor opleidingen voor medisch-radiologische handelingen:

Afdeling 5.4. Kwaliteitsborging erkende instellingen

Artikel 5.25. (eisen procedures en examens)

Een opleiding aan een erkende instelling beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging van de examens indien:

Artikel 5.26. (eisen procedures en diploma’s)

Een opleiding aan een erkende instelling beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging van de diploma’s, hetgeen in ieder geval omvat dat:

Afdeling 5.5. Organisatie deskundigheid

§ 5.5.1. Organisatie algemeen

Artikel 5.27. (verplichtingen ondernemer)
1.

De ondernemer zorgt ervoor dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zo vaak als nodig, maar in ieder geval jaarlijks voor 1 juni, over het voorafgaande kalenderjaar verantwoording aan de ondernemer aflegt door middel van een rapportage.

2.

De rapportage bevat een opsomming van de activiteiten in dat kalenderjaar in het kader van de stralingsbescherming en de resultaten daarvan.

3.

De rapportage wordt opgeslagen in het beheersysteem en bevat in ieder geval:

§ 5.5.2. Stralingsbeschermingseenheid

Artikel 5.28. (vereiste aanwezigheid stralingsbeschermingseenheid)
1.

De aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid is vereist in gevallen waarin overeenkomstig artikel 3.2 een complexvergunning is vereist.

2.

De aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid is voorts vereist binnen inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, waarop het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is.

3.

Bij andere vergunningen dan bedoeld in het eerste of tweede lid kan worden bepaald dat de aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid is vereist, indien in de desbetreffende onderneming:

Artikel 5.29. (nadere regels taken, bevoegdheden en werkwijze stralingsbeschermingseenheid)

Indien de aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid wordt vereist, beschikt de ondernemer over een interne regeling stralingsbescherming, waarin in ieder geval is vastgelegd:

Artikel 5.30. (taken stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige in de stralingsbeschermingseenheid)

De stralingsbeschermingsdeskundige, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, in de stralingsbeschermingseenheid heeft tot taak:

Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen inzake blootstelling

§ 6.1. Stralingsincidenten, ongevallen en radiologische noodsituaties

Artikel 6.1. (systeem voor het registreren en analyseren van stralingsincidenten, ongevallen of radiologische noodsituaties)

De verplichting tot het invoeren en in werking houden van een systeem voor het registreren en analyseren van stralingsincidenten, ongevallen of radiologische noodsituaties, bedoeld in artikel 6.2, zesde lid, van het besluit, berust op de in artikel 4.2, aangewezen vergunninghouders.

Artikel 6.2. (bedrijfsnoodplan)

De verplichting tot het zorgen voor een bedrijfsnoodplan als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van het besluit, berust op de in artikel 4.2 aangewezen ondernemer.

§ 6.2. Bouwmaterialen

Artikel 6.3. (aanwijzing bouwmaterialen)
1.

Als bouwmaterialen, bedoeld in artikel 6.21, eerste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 6.1 genoemde bouwmaterialen.

2.

In geval met toepassing van de in artikel 6.21, tweede lid, van het besluit bedoelde methode door de ondernemer is bepaald dat er een gerede kans is dat het referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar als bedoeld in artikel 9.10, achtste lid, van het besluit wordt overschreden, doet de ondernemer ter uitvoering van artikel 6.21, derde lid, van het besluit een kennisgeving aan de Autoriteit.

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8. Medische blootstelling

Artikel 8.1. (eisen aan medisch-radiologische apparatuur)

De ondernemer zorgt ervoor dat:

Hoofdstuk 9. Blootstelling van leden van de bevolking

Artikel 9.1. (dosisbeperking registratieplichtige handelingen)
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een multifunctionele individuele dosis verstaan: een effectieve dosis die het gevolg is van het gebruik van een gebied buiten de locatie op zodanige wijze dat dit de hoogst mogelijke dosis geeft.

2.

De ondernemer zorgt ervoor dat bij het verrichten van een handeling, behorend tot een categorie als genoemd in artikel 3.10, derde lid, van het besluit, waarvoor een registratie is vereist:

3.

In geval van handelingen met van nature voorkomende radionucliden waar de schade ten gevolge van die handelingen bepaald en getoetst wordt via de externe straling ten gevolge van de besmetting van enig niet-bereikbaar oppervlak, geldt met het oog op de stralingsbescherming dat, indien de externe straling onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van een bron een hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 10 microsievert per uur, zodanige maatregelen worden genomen dat voor die handelingen een dosisbeperking van 1 millisievert effectieve dosis in een kalenderjaar wordt gehanteerd.

Artikel 9.2. (referentieniveaus)
1.

Voor blootstelling van leden van de bevolking in een radiologische noodsituatie geldt een referentieniveau als bedoeld in artikel 9.8, eerste lid, onder a, van het besluit van 100 millisievert als acute effectieve dosis of jaarlijkse effectieve dosis.

2.

Voor blootstelling van leden van de bevolking in de transitie van een radiologische noodsituatie naar een bestaande blootstellingsituatie, in het bijzonder bij de beëindiging van langetermijnbeschermingsmaatregelen zoals vestiging elders, geldt een referentieniveau als bedoeld in artikel 9.8, eerste lid, onder b, van het besluit van 20 millisievert als jaarlijkse effectieve dosis.

3.

Voor blootstelling van leden van de bevolking in een bestaande blootstellingsituatie geldt een referentieniveau als bedoeld in artikel 9.10, eerste lid, van het besluit, van 20 millisievert als jaarlijkse effectieve dosis.

Hoofdstuk 10. Het beheer en het zich ontdoen van radioactieve afvalstoffen

Artikel 10.1. (aanwijzing categorieën van gevallen waarin een beëindigingsplan vereist is)

In gevallen behorend tot de volgende categorieën handelingen zorgt de ondernemer voor een beëindigingsplan als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van het besluit:

Hoofdstuk 11. Intrekking en wijziging overige regelingen

Artikel 11.1. (intrekking)

De Uitvoeringsregeling stralingsbescherming en de Regeling bekendmaking rechtvaardiging gebruik van ioniserende straling worden ingetrokken.

Artikel 11.2. (wijziging Regeling nucleaire drukapparatuur)

Wijzigt de Regeling nucleaire drukapparatuur.

Artikel 11.3. (wijziging Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen)

Wijzigt de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen.

Artikel 11.4. (wijziging Regeling detectie radioactief besmet schroot)

Wijzigt de Regeling detectie radioactief besmet schroot.

Artikel 11.5. (wijziging bijlage bij artikel 1, § 1.1, van de Regeling indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet)

Wijzigt de Regeling indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet.

Artikel 11.6. (wijziging Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen)

Wijzigt de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen.

Artikel 11.7. (wijziging Regeling nucleaire veiligheid kerninstallaties)

Wijzigt de Regeling nucleaire veiligheid kerninstallaties.

Hoofdstuk 12. Nadere overgangsbepalingen

Artikel 12.1. (nadere regels overgangsrecht, algemeen)

Indien in een vergunning, ontheffing of andere beschikking, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend op grond van de wet of een daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, wordt verwezen naar een bepaling of bijlage van het Besluit stralingsbescherming of van een op dat besluit gebaseerde ministeriële regeling, geldt die verwijzing met ingang van dat tijdstip als een verwijzing naar de volgens de concordantietabel, opgenomen in de nota van toelichting bij het besluit, overeenkomstige bepaling van het besluit of van de op die bepaling gebaseerde bepaling van een ministeriële regeling of verordening.

Artikel 12.2. (nadere regels overgangsrecht vergunningen, algemeen)

Indien een vergunning die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend krachtens het Besluit stralingsbescherming, krachtens artikel 12.5, derde of zesde lid, van het besluit wordt aangemerkt als een registratie, blijven de aan die vergunning verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen met ingang van dat tijdstip van kracht, tenzij strijdig met de bij of krachtens het besluit voor de desbetreffende handeling of bron gestelde algemene regels.

Artikel 12.3. (nadere regels overgangsrecht, vervoer)
1.

Voor zover een handeling meldingsplichtig was ingevolge het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit, en voor deze handeling een vergunningplicht is gaan gelden ingevolge het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, als gewijzigd door artikel 13.2 van het besluit, wordt binnen een jaar na dat tijdstip een aanvraag om een vergunning ingediend. De melding of globale melding geldt als tijdelijke vergunning tot het tijdstip waarop de beslissing op de aanvraag onherroepelijk is geworden, doch uiterlijk tot het tijdstip waarop de melding of globale melding zou zijn vervallen.

2.

Voor zover ingevolge het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit, een vergunning is verleend voor een handeling die ingevolge het besluit kennisgevingsplichtig is geworden, geldt die vergunning met ingang van dat tijdstip als een kennisgeving, tot het tijdstip waarop de vergunning zou zijn ingetrokken of zou zijn vervallen.

Artikel 12.4. (nadere regels overgangsrecht; sommatie)

Indien in een vergunning, ontheffing of andere beschikking, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend op grond van de wet of een daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, wordt verwezen naar een in de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming opgenomen sommatiemethode, geldt die verwijzing met ingang van dat tijdstip als een verwijzing naar de overeenkomstige methode, bedoeld in artikel 3.4, vijfde lid, van het besluit, met inachtneming van artikel 3.17, tweede en derde lid, van het besluit.

Artikel 12.5. (nadere regels overgangsrecht, sommatie met Asom of Csom)
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ‘Asom’ of ‘Csom’ verstaan: de gewogen sommatie van de activiteit of activiteitsconcentratie van de natuurlijke radionucliden, volgens de in bijlage 7.2 behorende bij artikel 7.3 van de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, aangegeven methode, waarbij voor de wijze van uitvoering van de gewogen sommatie wordt verwezen naar bijlage 1.2 behorende bij artikel 1.2, tweede lid, van de genoemde regeling.

2.

Indien in een vergunning, ontheffing of andere beschikking, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend op grond van de wet of een daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, een voorschrift, voorwaarde of beperking is opgenomen waarin een waarde wordt bepaald met behulp van de begrippen ‘Asom’ of ‘Csom’, blijft die waarde met de daaraan ten grondslag liggende berekeningsmethode, bedoeld in het eerste lid, ook na het genoemde tijdstip onverminderd van toepassing.

Artikel 12.6. (nadere regels overgangsrecht, financiële zekerheid hoogactieve bronnen)

In gevallen waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling op grond van het Besluit stralingsbescherming een verplichting tot financiële zekerheidstelling voor een hoogactieve bron gold, wordt binnen drie maanden na dat tijdstip aan artikel 4.3 voldaan.

Artikel 12.7. (nadere regels overgangsrecht, reguliere procedure Awb voor vergunningen voor bepaalde handelingen met van nature voorkomende radionucliden)

Artikel 11.2, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om vergunning voor handelingen met van nature voorkomende radionucliden, met dien verstande dat in deze gevallen voor ‘handelingen met open bronnen’ wordt gelezen ‘handelingen met van nature voorkomende radionucliden’ en dat bij de sommatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dat artikel, wordt getoetst aan de vrijstellingswaarden voor de totale activiteit, bedoeld in bijlage 3, onderdeel B, tabel B, kolom 3, van het besluit of bijlage 3.2, tabel B, kolom 3, van deze regeling.

Hoofdstuk 13. Slotbepalingen

Artikel 13.1. (inwerkingtreding)
1.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.

2.

Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na de datum van uitgifte van het koninklijk besluit waardoor het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt, treedt deze regeling, in afwijking van het eerste lid, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met de datum van inwerkingtreding van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Artikel 13.2. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Bijlagen. bij de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Bijlage bij hoofdstuk 2. Rechtvaardiging, optimalisatie, dosislimitering

Bijlage 2.1, behorend bij artikel 2.1 (aanwijzing van categorieën of soorten gerechtvaardigde of niet-gerechtvaardigde handelingen en maatregelen).

Bijlagen bij hoofdstuk 3. Controlestelsel

Bijlage 3.1, behorend bij artikel 3.1 (aanwijzing van handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal).

Bijlage 3.2, behorend bij de artikelen 3.4 en 3.5 (vrijstellings- en vrijgavewaarden).

Bijlage bij hoofdstuk 4. Algemene regels voor bronnen en handelingen in geplande blootstellingsituaties

Bijlage 4.1, behorend bij de artikelen 1.1 en 4.2 (begrippen en indeling van radioactieve stoffen in categorieën met het oog op het beveiligingsplan).

Bijlagen bij hoofdstuk 5. Informatie en deskundigheid

Bijlage 5.1, behorend bij afdeling 5.1, de paragrafen 5.1.1 en 5.1.2 (eisen deskundigheid en opleiding stralingsbeschermingsdeskundigen).

Bijlage 5.2, behorend bij afdeling 5.2 (eisen deskundigheid en opleiding toezichthoudend medewerker stralingsbescherming).

Bijlage 5.3, behorend bij afdeling 5.3 (eisen opleidingen medisch-radiologische handelingen).

Bijlage bij hoofdstuk 6. Algemene bepalingen inzake blootstelling

Bijlage 6.1, behorend bij artikel 6.3, eerste lid (lijst van grondstoffen en bouwmaterialen die gezien de uitgezonden gammastraling in aanmerking moeten worden genomen, omdat ze kunnen leiden tot een overschrijding van het desbetreffende referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar en om die reden aandacht vragen vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming).

Bijlage. bij hoofdstuk 2. rechtvaardiging, van de regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Bijlage 2.1. behorend bij artikel 2.1 (aanwijzing van categorieën of soorten gerechtvaardigde of niet-gerechtvaardigde handelingen en maatregelen).

1 Voor alle toepassingen gelden in meer of mindere mate de argumenten ‘werkgelegenheid’, ‘de verhoging van gemak’ en ‘economische of sociale voordelen voor de maatschappij’.

2 Bepaalde aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd, zijn voor ‘civiel’ gebruik niet te rechtvaardigen en daarom ingevolge het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming verboden.

3 Voor zover het de blootstelling van het personeel of leden van de bevolking ten gevolge van onderzoek of therapie van anderen of dieren betreft en niet de blootstelling van personen of dieren die zelf een onderzoek of therapie ondergaan.

1 Er is slechts sprake van opslag in verband met vervoer, indien deze opslag in het kader van het vervoer noodzakelijk is en in beginsel niet langer duurt dan twee werkdagen. Indien een langere periode noodzakelijk is, dient dit te worden gemotiveerd.

Bijlagen. bij hoofdstuk 3. Controlestelsel, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Bijlage 3.1. behorend bij artikel 3.1 (aanwijzing van handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal).

Lijst van handelingen waarbij van nature voorkomend radioactief materiaal is betrokken en werknemers of leden van de bevolking daardoor een blootstelling ondergaan of kunnen ondergaan die vanuit het oogpunt van stralingsbescherming niet kan worden verwaarloosd.

Lijst van handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal, waarvoor vanuit het oogpunt van stralingsbescherming bezorgdheid bestaat dat een handeling kan leiden tot de aanwezigheid van in de natuur voorkomende radionucliden in het water, waardoor de kwaliteit van het drinkwater of andere blootstellingsroutes wordt of worden beïnvloed.

Bijlage 3.2. behorend bij de artikelen 3.4 en 3.5 (vrijstellings- en vrijgavewaarden)

Waarden voor de activiteitsconcentratie voor de vrijstelling of vrijgave van materialen die standaard op elke hoeveelheid en op elk type vaste materialen kunnen worden toegepast.

Vrijstellings- en vrijgavewaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor onbeperkte hoeveelheden als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit, respectievelijk artikel 3.20, vierde lid, van het besluit.

Deel 1: kunstmatige radionucliden;

Deel 2: van nature voorkomende radionucliden.

Tabel A, deel 1

1 Moeder-radionucliden en hun dochternucliden waarvan de dosisbijdragen in de dosisberekening worden opgenomen (zodat enkel het vrijstellingsniveau van de moeder-radionuclide moet worden beschouwd), worden in Aanhangsel A bij tabel A gegeven.

Aanhangsel A bij tabel A.

Tabel A, deel 2

Van nature voorkomende radionucliden.

Waarden voor de activiteitsconcentratie voor de vrijstelling of vrijgave van materialen die standaard op elke hoeveelheid en op elk type vaste materialen kunnen worden toegepast.

Tabel B. Vrijstellingswaarden voor de totale activiteit (kolom 3) en vrijstellingswaarden voor de activiteitsconcentratie in matige hoeveelheden van elk type materiaal (kolom 2).

Vrijstellingswaarden voor radionucliden op basis van de totale activiteit als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit, (kolom 3) en vrijstellingswaarden voor handelingen met matige hoeveelheden van elk type materiaal als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit (kolom 2).

1 OBT = organisch gebonden tritium.

2 Moeder-radionucliden en hun dochternucliden waarvan de dosisbijdrage in de dosisberekening worden opgenomen (zodat enkel het vrijstellingsniveau van het moeder-nuclide moet worden beschouwd), worden hierna in Aanhangsel A bij tabel B vermeld: Moeder-radionuclide-sec: Moeder-radionucliden in evenwicht met hun dochternucliden waarvan de dosisbijdrage in de dosisberekening worden opgenomen (zodat enkel het vrijstellingsniveau van het moeder-nuclide moet worden beschouwd), worden hierna in Aanhangsel A bij tabel B vermeld.

3 Radionucliden, waarvoor dosisberekening de activiteit, respectievelijk activiteitsconcentratie van de kortlevende dochternucliden opgeteld moeten worden bij die van de moeder, worden hierna in Aanhangsel B bij tabel B vermeld.

Aanhangsel A bij tabel B.

Lijst van de in tabel B bedoelde radionucliden in seculair evenwicht met hun dochters

Aanhangsel B bij tabel B.

Radionucliden, waarvan voor dosisberekening de activiteit, resp. activiteitsconcentratie van de kortlevende dochternucliden opgeteld moeten worden bij die van de moeder.

De in Aanhangsel B bij tabel B genoemde radionucliden hebben dochters met halveringstijden van 10 dagen of minder, die voor 10% of meer bijdragen aan de dosis.

Deze dochters zijn ook niet meegenomen bij de evenwichten als opgenomen in aanhangsel A van tabel B. Zij dienen derhalve bij dosisberekeningen in de sommatie meegenomen te worden. Voorts is de ratio tussen de moeder en dochter bij evenwicht gegeven.

Hoeveelheidsgrenzen als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, onderdeel c, laatste volzin, van het besluit.

(gereserveerd)

Bijlagen. bij hoofdstuk 4. Algemene regels voor bronnen en handelingen in geplande blootstellingsituaties, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Bijlage 4.1. behorend bij de artikelen 1.1 en 4.2 (begrippen en indeling van radioactieve stoffen in categorieën met het oog op het beveiligingsplan).

In deze bijlage wordt verstaan onder:

A: activiteit van een radionuclide als gedefinieerd in bijlage 2 van het besluit;

D: D-waarde van een radionuclide, bepaald overeenkomstig tabel 1 van het document ‘Dangerous Quantities of Radioactive Material (D-Values)’, EPR-D-Values 2006, van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA1http://www-pub.iaea.org/MTCD/publications/PDF/EPR_D_web.pdf), waarbij de laagste waarde wordt genomen.

Voor de toepassing van deze tabel wordt de indeling in een categorie bepaald op basis van de expliciete aanwijzing in de tabel of, indien deze er niet, is door de A/D waarde.

Indien verschillende radioactieve stoffen worden gebruikt of opgeslagen in één ruimte, maar er per stof afzonderlijk beveiligingsmaatregelen zijn getroffen, wordt de categorie indeling per stof bepaald als hierboven aangegeven. Indien geen afzonderlijke beveiligingsmaatregelen getroffen zijn, dan wordt de categorie-indeling bepaald door de categorie met de laagste cijferaanduiding, door voor de afzonderlijke stoffen te vergelijken:

De gesommeerde A/D-waarde wordt daarbij bepaald volgens de formule:

Waar

Ai,n = activiteit van iedere radioactieve stof i met radionuclide n,

Dn = D waarde voor radionucliden.

Bijlagen. bij hoofdstuk 5. Informatie en deskundigheid, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Bijlage 5.1. behorend bij afdeling 5.1, de paragrafen 5.1.1 en 5.1.2 (eisen deskundigheid en opleiding stralingsbeschermingsdeskundigen).

Om te voldoen aan de kerncompetenties om te worden ingeschreven als stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige dient deze persoon aan te tonen over de volgende kerncompetenties te beschikken:

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige:

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau algemeen coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau van algemeen coördinerend deskundige):

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau algemeen coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige:

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau algemeen coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau van coördinerend deskundige):

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

Bijlage 5.2. behorend bij afdeling 5.2 (eisen deskundigheid en opleiding toezichthoudend medewerker stralingsbescherming).

De eindtermen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen zijn primair bedoeld voor de medewerker die toezicht houdt op toepassingen met medisch-beeldvormende röntgenapparatuur ten einde werknemer en omgeving tegen de nadelige gevolgen van ioniserende straling bij radiologische toepassingen te beschermen en daarmee – indirect – ook de patiënt beschermt. De medisch professional is primair verantwoordelijk voor zijn/haar medisch handelen en is daarmee verantwoordelijk voor de bescherming van de patiënt met inachtneming van de bescherming van werknemer en omgeving.

Nadere typering van de context

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen heeft wettelijke taken met betrekking tot het verzorgen van opleiding en bij- en nascholing van werknemers en het voorlichten van werknemers over toepasselijk vastgestelde procedures en ter plekke geldende regelgeving.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen in staat is:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen:

Nadere typering van de context

De rol van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen is altijd dezelfde: lokaal toezicht houden op de handelingen met straling teneinde de stralingsbescherming van werknemers en leden van de bevolking te waarborgen. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen werkt binnen de kaders en verantwoordelijkheid van de stralingsbeschermingsdeskundige.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen in staat is:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen:

Nadere typering van de context

Kennis, met betrekking tot regelgeving, werkmethoden en toepassingen, kan snel verouderen en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen zelf, maar ook voor de werknemers, die binnen het betreffende toepassingsgebied, onder zijn toezicht staan.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen in staat is:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen:

1 European Qualifications Framework for Lifelong Learning. Het betreft een voorstel tot harmonisatie van de verschillende opleidingsniveaus in de landen van de Europese Unie, waarbij niveau 1 het laagste niveau is en niveau 8 het hoogste.

De eindtermen zijn verdeeld in drie categorieën met de aanduidingen K (kennis), V (vaardigheden) en C (competenties). Deze zijn in de genoemde volgorde hiërarchisch gerangschikt en een hogere categorie-aanduiding impliceert dat ook aan de voorgaande categorie of categorieën moet zijn voldaan (K < V < C).

Nadere typering van de context

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur zal toezien op een verantwoord gebruik van röntgenstraling en wanneer mogelijk gebruik maken van alternatieven. Hij dient een actieve rol te vervullen in de toepassing van het ALARA-principe als het gaat om afstand nemen en afscherming. Ook de opnametechniek is van belang: wanneer röntgenopnamen gemaakt worden met een goede opnametechniek en een correcte diagnostische beeldkwaliteit, kan voorkomen worden dat er opnamen moeten worden overgemaakt. Dit is een belangrijke vorm van stralenreductie. Het is dan ook essentieel voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur om praktische vaardigheden op te doen tijdens de opleiding.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur kennis heeft over:

Nadere typering van de context

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur is ervoor verantwoordelijk dat met een röntgenapparaat gewerkt wordt binnen een veilige werkomgeving (inclusief beschermingsmiddelen) volgens de huidige wet- en regelgeving en dient te zorgen voor schriftelijke en mondelinge instructies voor medewerkers. Hij ziet erop toe dat een correcte administratie wordt gevoerd en weet wanneer hij experts moet raadplegen, bijvoorbeeld voor het opstellen of laten goedkeuren van de risicoanalyse. Bij de controle van de administratie wordt ook de blootstelling van de medewerkers en derden (inclusief dosislimieten) in ogenschouw genomen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur kennis heeft over:

Nadere typering van de context

Omdat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur verantwoordelijk is voor het gebruik van röntgenstraling bij een dier, moet hij de risico’s hiervan kennen en kunnen uitleggen. Om de risico’s goed te begrijpen is kennis over algemene fysische onderwerpen, dosimetrie en de biologische effecten van straling essentieel. Om de risico’s op een proactieve en heldere manier te kunnen overdragen, dient de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming over een professionele houding en communicatieve vaardigheden te beschikken. Naast de communicatie met medewerkers en eigenaren van dieren betreft dit ook de communicatie met deskundigen en de inspectiedienst.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur kennis heeft over:

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus kent twee niveaus:

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus niveau B is in de nabijheid van een handeling of is oproepbaar. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus niveau C zal lokaal aanwezig zijn of in de nabijheid zijn van een handeling en zal altijd onder een geconsigneerd toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus niveau B werkzaam zijn.

De kerncompetenties voor deze twee niveaus worden in bijlage 5.2 onderdelen D-1 en D-2 verder uitgewerkt.

Nadere typering van de context

Deze werkzaamheden worden voor een groot deel ter plaatse of in de nabijheid van de handeling uitgevoerd. Daarnaast omvatten de werkzaamheden administratieve taken en het deelnemen aan regulier overleg. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C schakelt de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B in voor de aan toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B voorbehouden taken en handelt verder binnen de door de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B aangegeven kaders. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C stemt waar nodig met de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B op professionele wijze af ter waarborging van de kwaliteit van de stralingsbescherming bij de toepassing waarvoor hij verantwoordelijk is.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de nucleaire industrie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Nadere typering van de context

Adequate preventie en voorzorgsmaatregelen sluiten niet uit dat op zeker moment een incident, waarbij stralingsrisico’s een rol spelen, dreigt of zich daadwerkelijk voordoet. In een dergelijke situatie wordt van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C verwacht dat deze eerstelijnsacties onderneemt, de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B of stralingsbeschermingsdeskundige (waarschuwt en zich vervolgens aan diens aanwijzingen houdt.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Nadere typering van de context

Met de juiste houding, overtuiging en communicatieve vaardigheden zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C effectief zijn werk kunnen uitvoeren. Daarnaast is het van belang dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C op de hoogte is van de meest recente ontwikkelingen. Kennis, zoals met betrekking tot regelgeving en werkmethoden/toepassingen, veroudert soms snel en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zelf, maar ook voor de werkers die in de organisatie onder zijn toezicht staan. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C heeft taken met betrekking tot de voorlichting aan en instructie van (blootgestelde) werkers (al dan niet zwanger). Verder zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C betrokken zijn bij calamiteitenoefeningen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

De eindtermen voor de opleiding tot toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus op B-niveau bestaan uit twee modules. De eerste module is gelijk aan de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige. De tweede module, de module splijtstofcyclus, bestaat uit twee delen:

Deel twee van de module splijtstofcyclus kan ook gebruikt worden voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus op C-niveau in navolging op een opleiding verspreidbare stoffen op C-niveau.

Deel een: Toezichthoudende taken

Nadere typering van de context

Deze werkzaamheden worden voor een groot deel ter plaatse of in de nabijheid van de handeling uitgevoerd. Daarnaast omvatten de werkzaamheden administratieve taken en het deelnemen aan regulier overleg. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B schakelt de stralingsbeschermingsdeskundige in voor de aan stralingsbeschermings-deskundige voorbehouden taken en handelt verder binnen de door de stralingsbeschermingsdeskundige aangegeven kaders. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B stemt waar nodig met de stralingsbeschermingsdeskundige op professionele wijze af ter waarborging van de kwaliteit van de stralingsbescherming bij de toepassing waarvoor hij verantwoordelijk is.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de nucleaire industrie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Alle overige kennis en vaardigheden om deze competentie uit te voeren zijn aan bod gekomen in de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige).

Nadere typering van de context

Adequate preventie en voorzorgsmaatregelen sluiten niet uit dat op zeker moment een incident, waarbij stralingsrisico’s of kriticiteitsrisico’s een rol spelen, dreigt of zich daadwerkelijk voordoet. In een dergelijke situatie wordt van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B verwacht dat deze eerstelijnsacties onderneemt en de stralingsbeschermingsdeskundige waarschuwt.

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Alle overige kennis en vaardigheden om deze competentie uit te voeren zijn aan bod gekomen in de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige).

Nadere typering van de context

Met de juiste houding, overtuiging en communicatieve vaardigheden zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming-splijtstofcyclus effectief zijn werk kunnen uitvoeren. Daarnaast is het van belang dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming-splijtstofcyclus op de hoogte is van de meest recente ontwikkelingen. Kennis, zoals met betrekking tot regelgeving en werkmethoden/toepassingen, veroudert soms snel en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zelf, maar ook voor de werkers die in de organisatie onder zijn toezicht staan. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming-splijtstofcyclus heeft taken met betrekking tot de voorlichting aan en instructie van (blootgestelde) werkers (al dan niet zwanger). Verder zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming-splijtstofcyclus betrokken zijn bij calamiteitenoefeningen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus op niveau B naast de opgedane vaardigheden in de stralingsbeschermingsdeskundige opleiding (niveau coördinerend deskundige) ook:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Overige kennis en vaardigheden nodig om kerncompetentie 3 uit te voeren

zijn aan bod gekomen in de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige).

Deel 2 specifieke nucleaire kennis

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus:

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen kent drie niveaus, waarbij om pragmatische redenen is aangesloten bij de grenzen van de Richtlijn Radionuclidenlaboratoria2Richtlijn Radionucliden-laboratoria, Min. van VROM, Hoofdinspectie Milieuhygiëne, Publicatie 94-02, 1994 – ingetrokken in 2002; relevante delen zijn in veel vergunningen opgenomen., die in elk geval voor reguliere handelingen aansluiten bij de graduele aanpak:

De kerncompetenties voor deze drie niveaus worden in bijlage 5.2, onderdelen E-1, E-2 en E-3 nader uitgewerkt.

Voor een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau B) zijn geen aparte eindtermen geformuleerd – deze persoon dient de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van een (algemeen) coördinerend deskundige succesvol te hebben afgerond.

Deze werkzaamheden worden voor een groot deel op of in de nabijheid van het laboratorium uitgevoerd. Daarnaast omvatten de werkzaamheden administratieve taken en het deelnemen aan regulier overleg. Voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) is dit doorgaans een belangrijk nevenbestanddeel van zijn overige werkzaamheden. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) schakelt de stralingsbeschermings-deskundige in voor de aan de stralingsbeschermingsdeskundige voorbehouden taken en handelt verder binnen de door de stralingsbeschermingsdeskundige aangegeven kaders. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) stemt waar nodig met hem op professionele wijze af ter waarborging van de kwaliteit van de stralingsbescherming bij de toepassing waarvoor hij verantwoordelijk is.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Adequate preventie en voorzorgsmaatregelen sluiten niet uit dat op zeker moment een incident, waarbij stralingsrisico’s een rol spelen, dreigt of zich daadwerkelijk voordoet. In een dergelijke situatie wordt van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) verwacht dat deze eerstelijnsacties onderneemt, de stralingsbeschermingsdeskundige waarschuwt en zich vervolgens aan diens aanwijzingen houdt.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Kennis veroudert soms snel, zoals met betrekking tot regelgeving en werkmethoden/toepassingen en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zelf, maar ook voor de werknemers die in de organisatie onder zijn toezicht staan. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) heeft wettelijke taken met betrekking tot het verzorgen van opleiding en bij- en nascholing van werknemers en het voorlichten van werknemers over toepasselijk vastgestelde procedures en ter plekke geldende regelgeving, zoals beschreven in artikel 7.2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming. Verder zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) betrokken zijn bij calamiteitenoefeningen en op aanwijzing van de stralingsbeschermingsdeskundige bijdragen aan de voorbereiding en begeleiding van overheidsinspecties.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

In de kerncompetenties 1 tot en met 3 zijn in generieke zin de basiscompetenties weergegeven waarover een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) dient te beschikken. De uitwerking van deze competenties is in de meeste – maar niet alle – gevallen nog algemeen van aard. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) dient met betrekking tot het verspreidbare karakter van radioactieve stoffen specifieke kennis te hebben.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Dit preventieve werk wordt voor een groot deel op of in de nabijheid van het laboratorium uitgevoerd. Daarnaast omvatten de werkzaamheden administratieve taken en het deelnemen aan regulier overleg. Voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) is dit doorgaans een belangrijk nevenbestanddeel van zijn overige werkzaamheden. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) schakelt de stralingsbeschermingsdeskundige in voor de aan stralingsbeschermings-deskundige voorbehouden taken en handelt verder binnen de door de stralingsbeschermingsdeskundige aangegeven kaders. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) stemt waar nodig met hem op professionele wijze af ter waarborging van de kwaliteit van de stralingsbescherming bij de toepassing waarvoor hij verantwoordelijk is.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Adequate preventie en voorzorgsmaatregelen sluiten niet uit dat op zeker moment een incident, waarbij stralingsrisico’s een rol spelen, dreigt of zich daadwerkelijk voltrekt. In een dergelijke situatie wordt van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) verwacht dat deze eerstelijnsactie onderneemt, de stralingsbeschermings-deskundige waarschuwt en zich vervolgens aan diens aanwijzingen houdt.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Kennis veroudert soms snel, zoals met betrekking tot regelgeving en werkmethoden/toepassingen en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zelf, maar ook voor de werknemers die in de organisatie onder zijn toezicht staan. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) heeft wettelijke taken met betrekking tot het verzorgen van opleiding en bij- en nascholing van werknemers en het voorlichten van werknemers over toepasselijk vastgestelde procedures en ter plekke geldende regelgeving, zoals beschreven in artikel 7.2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming. Verder zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) betrokken zijn bij calamiteitenoefeningen en op aanwijzing van de stralingsbeschermingsdeskundige bijdragen aan de voorbereiding en begeleiding van overheidsinspecties.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

In de kerncompetenties 1 tot en met 3 zijn in generieke zin de basiscompetenties weergegeven waarover een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) dient te beschikken. De uitwerking van deze competenties is in de meeste – maar niet alle – gevallen nog algemeen van aard. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) dient met betrekking tot het verspreidbare karakter van radioactieve stoffen specifieke kennis te hebben.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal houdt toezicht op handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal waarbij normaal gesproken de blootstelling kleiner is dan 1 mSv/jaar. Deze handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal worden veelal uitgevoerd in een omgeving met andere (overheersende) veiligheid- en gezondheidsrisico’s. Om tot een juiste risico inschatting te komen en de juiste afwegingen te kunnen maken met betrekking tot de voor te schrijven beschermingsmaatregelen, is het van belang dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voldoende bekend is met de industrie waarin de handelingen uitgevoerd worden, en dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zich voldoende op de hoogte stelt van de in deze industrie, en tijdens de specifieke handelingen aanwezige veiligheids-, gezondheids- en milieurisico’s. De toezichthoudende taken van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming worden uitgevoerd binnen de taken en verantwoordelijkheden zoals deze zijn vastgelegd in de voorschriften en procedures van de organisatie waarbinnen de handelingen worden uitgevoerd. In deze organisatie werkt de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming onder verantwoording van de stralingsbeschermingsdeskundige en legt aan hem zo nodig verantwoording af.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal:

Handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal kunnen in een omgeving met een complexe verantwoordelijkheidsstructuur worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen andere werkzaamheden van invloed zijn op handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal en zijn vaak meerdere werknemers direct bij de handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal betrokken. Het is daarom van belang dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zich hiervan bewust is en met alle relevante betrokkenen effectief communiceert.

In deze context gaat het er om dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met natuurlijke bronnen:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal:

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers kent drie niveaus, welke aansluiten bij de drie niveaus voor de toezichthoudend medewerker voor verspreidbare radioactieve stoffen (zie bijlage 5.2, onderdeel E):

De kerncompetenties voor de drie niveaus toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers zijn in onderstaande tabel samengevat.

Specifieke kerncompetentie voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers:

Nadere typering van de context:

Kerncompetentie 5 is een doornummering van de kerncompetenties 1 t/m 4 genoemd in de leerdoelen van de opleiding voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen, zoals beschreven in de bijlage 5.2, onderdeel E-2 (voor niveau C) en onderdeel E-3 (voor niveau D). Hierin geven kerncompetenties 1 tot en met 3 in generieke zin de basiscompetenties weer waarover een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen dient te beschikken. De uitwerking van deze competenties is in de meeste – maar niet alle – gevallen nog algemeen van aard. Kerncompetentie 4 van bijlage 5.2, onderdelen E-2 en E-3, beschrijft de specifieke leerdoelen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C en D) met betrekking tot het verspreidbare karakter van radioactieve stoffen.

In kerncompetentie 5 komen de specifieke leerdoelen aan de orde die de toezichthoudend medewerker versnellers niveau C of toezichthoudend medewerker versnellers niveau D moet beheersen met betrekking tot het veilig kunnen werken met en rondom een versneller.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers:

In de beschrijvingen van de kerncompetenties wordt specifiek onderscheid gemaakt tussen kennis (K), vaardigheden (V) en competenties (C).

De handelingen worden binnen de terreingrenzen van het eigen bedrijf of op wisselende plaatsen in geheel Nederland uitgevoerd. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie zal ter plaatse zelfstandig of met collega(’s) moeten handelen. Er wordt gewerkt met zeer sterke bronnen van ioniserende straling. Door de relatief hoge risico’s zijn verantwoordelijkheidsgevoel en veiligheidsgevoel van groot belang.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

De administratieve taken zijn een klein maar belangrijk deel van de werkzaamheden. Het gaat hier vooral om het voorkómen van het verlies van radioactieve bronnen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie zal voldoende communicatieve vaardigheden moeten bezitten om de werksituatie te beschrijven. Ook moet hij voldoende vaardig zijn om omstanders op veilige afstand te houden en hen een gerust gevoel te geven. Tot slot moet hij zijn ervaring kunnen delen met zijn collega.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Leerdoelen stralingspracticum voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Vanwege het belang dat aan het practicum in de opleiding wordt gehecht, worden op basis van de genoemde eindtermen de specifieke en minimale practicumleerdoelen hieronder samengevat. De intentie van het practicum is vaardigheden te verwerven die relevant zijn voor de werkomgeving.

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

De geformuleerde eindtermen voor toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen zijn verdeeld in drie categorieën met de volgende aanduidingen

K (kennis), V (vaardigheid), en C (competentie). Toepassen van C impliceert dat aan K en V moet zijn voldaan.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen:

Nadere typering van de context:

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen is er voor verantwoordelijk dat er veilig wordt gewerkt volgens de wet- en regelgeving en dient te zorgen voor schriftelijke en mondelinge instructies voor medewerkers. Hij draagt zorg voor het gebruik van de juiste meetapparatuur en beschermingsmiddelen. Hij ziet erop toe dat een correcte administratie wordt gevoerd en weet wanneer hij de stralingsbeschermings-deskundige moet raadplegen, bijvoorbeeld voor het opstellen of laten goedkeuren van de risicoanalyse. Hij zorgt voor een gedegen administratie voor blootstelling van de medewerkers en derden (inclusief dosislimieten). Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het beheerssysteem op gebied van stralingsbescherming.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen kennis heeft van:

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen:

Bijlage 5.3. behorend bij afdeling 5.3 van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (eisen opleidingen medisch- radiologische handelingen).

De eindtermen zijn voorzien van de aanduidingen K = kennis (knowledge); V = vaardigheden (skills) en C = competenties (competences). Deze drie categorieën zijn in de genoemde volgorde hiërarchisch ondergeschikt: een hogere categorie-aanduiding impliceert dat ook aan de voorgaande moet zijn voldaan (K < V < C).

Nadere typering van de context

De procedures onder doorlichting zullen doorgaans worden uitgevoerd in daartoe geschikte ruimtes (bewaakte of gecontroleerde zones), zoals operatiekamers, katheterisatiekamers of angioruimtes. Vaak – maar niet altijd en overal, afhankelijk van de lokale afspraken – wordt de doorlichting uitgevoerd of ondersteund door een MBB’er, een verpleegkundige of een OK-assistent. Gedurende de procedure is de aanwezige medisch specialist (de opdrachtgever conform de Wet BIG) verantwoordelijk voor (optimalisatie van) zowel de dosis die de patiënt ontvangt als die van de in de onderzoeks- of behandelruimte aanwezige medewerkers.

In deze context gaat het erom dat de medisch specialist:

Daarvoor is het nodig dat de medisch specialist8De items genoemd onder deze en de twee hierna volgende, analoge rubrieken zijn de feitelijke leerdoelen van de stralingsbeschermingscursus.:

In het algemeen zal het werken volgens gebruikelijke protocollen (Good Medical Practice) leiden tot geoptimaliseerde patiëntendoses en relatief lage doses voor de medewerkers, met andere woorden: dosisreductie voor de patiënt is meestal congruent met een lagere dosis voor de arts en de omloopmedewerker. Desondanks moet er – zeker bij een hoog werkaanbod en bij bepaalde procedures – extra aandacht worden gegeven aan beschermende maatregelen voor de medewerkers. De dosislimieten voor de medisch specialist en de medewerkers mogen niet worden overschreden.

In deze context gaat het erom dat de medisch specialist:

Daarvoor is het nodig dat de medisch specialist:

Aangezien de medisch specialist verantwoordelijk is voor de toegediende stralingsdosis aan de patiënt, moet hij de risico’s hiervan kennen en kunnen uitleggen. Omdat een deel van de kennis een beperkte houdbaarheid heeft, is het van belang dat de medisch specialist de funderende principes uit de stralings-hygiëne en aanverwante vakgebieden begrijpt, zodat hij in staat is zijn kennis bij te houden.

In deze context gaat het erom dat de medisch specialist:

Daarvoor is het nodig dat de medisch specialist:

Onderstaande eindtermen hebben als algemeen leerdoel kennis en inzicht te verwerven aangaande de basisprincipes van stralingsfysica, radiotherapeutisch toegepaste fysica, radiobiologie en stralingshygiëne. De eindtermen zijn voorzien van de aanduidingen K = kennis (knowledge): feiten, principes, theorieën, praktijken; V = vaardigheden (skills): cognitief en praktisch en C = competenties (competences): verantwoordelijkheid en autonomie. Deze drie categorieën zijn in de genoemde volgorde hiërarchisch ondergeschikt: een hogere categorie-aanduiding impliceert dat ook aan de voorgaande moet zijn voldaan (K < V < C). Dus een competentie vereist beheersing van de daaronder behorende vaardigheden en kennis.

B. Eindtermen stralingshygiëne voor radiotherapeuten-oncoloog.

B.1. Radiobiologie

Kennis

Vaardigheden

Competenties

geen

B.2. Basis van stralingsfysica

Kennis

Vaardigheden

Competenties

geen

B.3. Toegepaste stralingsfysica voor radiotherapie

Kennis

Vaardigheden

Competenties

B.4. Concepten en uitgangspunten van stralingsbescherming

Kennis

Vaardigheden

Competenties

De opbouw van de hierna volgende eindtermen is een directe vertaling van de tabellen van het Europese MEDRAPET-rapport waarbij de originele nummering en systematiek zijn gehandhaafd met betrekking tot de onderdelen radiologie, nucleaire geneeskunde voor radiologen, nucleair geneeskundigen en interventieradiologie. Hierin zijn de leerdoelen op het gebied van de stralingshygiëne gedefinieerd waarbij de termen kennis (K), vaardigheden (V) en competenties (C) worden gehanteerd in oplopende hiërarchische volgorde. Ten behoeve van de herkenbaarheid in dit document zijn de eindtermen voor de verschillende doelgroepen aangegeven met de toevoeging ‘r’ voor alle radiologen, ‘i’ voor interventieradiologen en ‘n’ voor nucleair radiologen (bijv. Kr.1 of Cn.7). Als voorwoord voor ieder deel is een corresponderend stuk uit het MEDRAPET-rapport vrij vertaald en op de Nederlandse situatie geijkt en verwoord.

Aangezien alle volgens de nieuwe opleiding opgeleide radiologen in Nederland enkele van oudsher nucleair-geneeskundige verrichtingen gaan uitvoeren zijn enkele eindtermen voor nucleair radiologen overgeheveld naar de eindtermen voor alle radiologen, conform de suggestie in het MEDRAPET-rapport. Sommige hiervan zijn aangepast met betrekking tot het vereiste kennisniveau en hebben een achtervoegsel ‘a’ gekregen (bijv. Kn.2a). Om zo veel mogelijk het Europese brondocument te volgen zijn deze leerdoelen in originele vorm blijven staan bij de aanvullende leerdoelen voor nucleair radiologen. Enkele specifieke toevoegingen zijn aangeduid met nl.

C.1. Eindtermen stralingshygiëne voor radiologen

C.1.1 Stralingsfysica

Kennis

Vaardigheden

C.1.2 Apparatuur

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.3 Radiobiologie

Kennis

Vaardigheden

C.1.4 Stralingshygiëne algemeen

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.5 Stralingshygiëne in de radiologie (röntgenstraling)

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.6 Kwaliteit

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.7 Wet- en regelgeving

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.8 Aanvullende leerdoelen voor aios radiologie in het begin van de opleiding

Deze leerdoelen zijn een naar voren gehaalde selectie uit die voor Nucleair Radiologen ten behoeve van het onderwijs in het begin van de opleiding vanwege het (beperkte) gebruik door alle radiologen van open en ingekapselde bronnen voor diagnostische doeleinden (zie verderop in dit document; de oorspronkelijke nummering is aangehouden). Deze naar voren gehaalde leerdoelen zijn uitsluitend van toepassing op de door de radioloog protocollair uitgevoerde nucleair geneeskundige verrichtingen. Sommige leerdoelen (aangevuld met ‘a’) zijn aangepast voor de doelgroep, waarbij het uitgangspunt is dat een nucleair radioloog/nucleair geneeskundige op de afdeling primair verantwoordelijk is voor het geheel van de stralingshygiënische aspecten. De radioloog voert bepaalde verrichtingen protocollair uit.

C.1.9 Stralingshygiëne patiënt in de nucleaire geneeskunde

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.10 Stralingsbescherming voor medewerkers en omgeving in de nucleaire geneeskunde

C.2. Aanvullende eindtermen stralingshygiëne voor interventieradiologen

C.2.1 Stralingsfysica

Kennis

Vaardigheden

C.2.2 Apparatuur

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.2.3 Radiobiologie

Kennis

C.2.4 Stralingshygiëne in de interventieradiologie (röntgenstraling)

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.2.5 Kwaliteit

Kennis

Vaardigheden

C.2.6 Wet- en regelgeving

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.3 Aanvullende eindtermen stralingshygiëne voor nucleair radiologen

C.3.1 Stralingshygiëne patiënt in de nucleaire geneeskunde

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.3.2 Stralingsbescherming voor medewerkers en omgeving in de nucleaire geneeskunde

Kennis

Vaardigheden

Competenties

Bijlage. bij hoofdstuk 6. Algemene bepalingen inzake blootstelling, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Bijlage 6.1. behorend bij artikel 6.3, eerste lid

Lijst van grondstoffen en bouwmaterialen die gezien de uitgezonden gammastraling in aanmerking moeten worden genomen, omdat ze kunnen leiden tot een overschrijding van het betreffende referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar en om die reden aandacht vragen vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12.8. (nadere regels overgangsrecht, handelingen met natuurlijke bronnen)
1.

Ten aanzien van een werkzaamheid als bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, van het besluit, waarvoor ingevolge het Besluit stralingsbescherming een melding is gedaan en die op grond van dat lid is aangemerkt als een handeling met natuurlijke bronnen, waarvoor op grond van het besluit een vergunningplicht of registratieplicht is gaan gelden, wordt voor 6 februari 2020 een daartoe strekkende aanvraag ingediend.

2.

Tot het tijdstip waarop de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk van kracht is geworden geldt de melding als een tijdelijke vergunning of tijdelijke registratie.

Artikel 12.9. (nadere regels overgangsrecht, overige voorheen meldingsplichtige handelingen)
1.

Ten aanzien van een andere handeling dan bedoeld in artikel 12.11, eerste lid, van het besluit, waarvoor ingevolge het Besluit stralingsbescherming een melding is gedaan en waarvoor op grond van het besluit een vergunningplicht of registratieplicht is gaan gelden, wordt voor 6 februari 2020 een daartoe strekkende aanvraag ingediend.

2.

Tot het tijdstip waarop de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk van kracht is geworden geldt de melding als een tijdelijke vergunning of tijdelijke registratie.

Artikel 12.10. (nadere regels overgangsrecht, overige voorheen niet meldingsplichtige of vergunningplichtige handelingen)
1.

Ten aanzien van een andere handeling dan bedoeld in artikel 12.11, tweede lid, van het besluit of een werkzaamheid als bedoeld in het Besluit stralingsbescherming die voor 6 februari 2018 werd verricht en waarvoor op grond van het Besluit stralingsbescherming geen meldingsplicht of vergunningplicht gold, terwijl die handeling, of ingevolge het besluit als handeling aangemerkte werkzaamheid, op grond van het besluit kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig is geworden, wordt voor 1 juni 2019 de daartoe strekkende kennisgeving of aanvraag om een registratie of vergunning ingediend.

2.

Tot het tijdstip waarop de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk van kracht is geworden, geldt de aanvraag als een tijdelijke vergunning of een tijdelijke registratie.

Artikel 12.11. (nadere regels overgangsrecht, afwijkende vergunningvoorschriften)
1.

In gevallen waarin een vergunning die is verleend op grond van het Besluit stralingsbescherming een voorschrift bevat dat niet in overeenstemming is met het bepaalde bij of krachtens het besluit en de vergunninghouder toepassing wil blijven geven aan dat voorschrift, vraagt hij voor 6 februari 2020 een ontheffing als bedoeld in artikel 11.7 van het besluit of andere toepasselijke ontheffing krachtens het besluit aan.

2.

Tot het tijdstip waarop de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk van kracht is geworden kan het vergunningvoorschrift waarvoor de ontheffing is aangevraagd worden toegepast.

Hoofdstuk 13. Slotbepalingen

Bijlagen. bij de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Bijlage bij hoofdstuk 2. Rechtvaardiging, optimalisatie, dosislimitering

Bijlage 2.1, behorend bij artikel 2.1 (aanwijzing van categorieën of soorten gerechtvaardigde of niet-gerechtvaardigde handelingen en maatregelen).

Bijlagen bij hoofdstuk 3. Controlestelsel

Bijlage 3.1, behorend bij artikel 3.1 (aanwijzing van handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal).

Bijlage bij hoofdstuk 4. Algemene regels voor bronnen en handelingen in geplande blootstellingsituaties

Bijlage 5.2, behorend bij afdeling 5.2 (eisen deskundigheid en opleiding toezichthoudend medewerker stralingsbescherming).

Bijlage 5.3, behorend bij afdeling 5.3 (eisen opleidingen medisch-radiologische handelingen).

Bijlage bij hoofdstuk 6. Algemene bepalingen inzake blootstelling

Bijlage. bij hoofdstuk 2. rechtvaardiging, van de regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Bijlage 2.1. behorend bij artikel 2.1 (aanwijzing van categorieën of soorten gerechtvaardigde of niet-gerechtvaardigde handelingen en maatregelen).

1 Voor alle toepassingen gelden in meer of mindere mate de argumenten ‘werkgelegenheid’, ‘de verhoging van gemak’ en ‘economische of sociale voordelen voor de maatschappij’.

2 Bepaalde aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd, zijn voor ‘civiel’ gebruik niet te rechtvaardigen en daarom ingevolge het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming verboden.

Bijlagen. bij hoofdstuk 3. Controlestelsel, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Bijlage 3.1. behorend bij artikel 3.1 (aanwijzing van handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal).

Bijlage 3.2. behorend bij de artikelen 3.4 en 3.5 (vrijstellings- en vrijgavewaarden)

De in Aanhangsel B bij tabel B genoemde radionucliden hebben dochters met halveringstijden van 10 dagen of minder, die voor 10% of meer bijdragen aan de dosis.

Deze dochters zijn ook niet meegenomen bij de evenwichten als opgenomen in aanhangsel A van tabel B. Zij dienen derhalve bij dosisberekeningen in de sommatie meegenomen te worden. Voorts is de ratio tussen de moeder en dochter bij evenwicht gegeven.

Bijlagen. bij hoofdstuk 4. Algemene regels voor bronnen en handelingen in geplande blootstellingsituaties, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Bijlage 4.1. behorend bij de artikelen 1.1 en 4.2 (begrippen en indeling van radioactieve stoffen in categorieën met het oog op het beveiligingsplan).

De gesommeerde A/D-waarde wordt daarbij bepaald volgens de formule:

Waar

Bijlagen. bij hoofdstuk 5. Informatie en deskundigheid, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Bijlage 5.1. behorend bij afdeling 5.1, de paragrafen 5.1.1 en 5.1.2 (eisen deskundigheid en opleiding stralingsbeschermingsdeskundigen).

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

Bijlage 5.2. behorend bij afdeling 5.2 (eisen deskundigheid en opleiding toezichthoudend medewerker stralingsbescherming).

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen:

Bijlage 5.3. behorend bij afdeling 5.3 van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (eisen opleidingen medisch- radiologische handelingen).

C.3.2 Stralingsbescherming voor medewerkers en omgeving in de nucleaire geneeskunde

Kennis

Competenties

Bijlage. bij hoofdstuk 6. Algemene bepalingen inzake blootstelling, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Bijlage 6.1. behorend bij artikel 6.3, eerste lid

Lijst van grondstoffen en bouwmaterialen die gezien de uitgezonden gammastraling in aanmerking moeten worden genomen, omdat ze kunnen leiden tot een overschrijding van het betreffende referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar en om die reden aandacht vragen vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.