Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 1 februari 2018, nr. WJZ/17203973, houdende regels voor het verstrekken van subsidies door de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de instituten voor toegepast onderzoek (Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies en artikel 3, derde lid, van de Wet van 31 mei 1937, houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting (Stb. 1937, 523);

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 3
1.

Het instituut legt eenmaal per vier jaren een strategisch plan ter goedkeuring voor aan de minister. De goedkeuring geschiedt, in afwijking van de begripsbepaling van minister in artikel 1, door de minister die op basis van deze regeling instituutssubsidie verstrekt aan het instituut.

2.

De minister richt zich bij de beoordeling en goedkeuring van dit plan op de publieke taken van het instituut, de voorgenomen besteding van publieke gelden voor kennisontwikkeling en publiek-private samenwerking en de economische activiteiten voor zover die van directe invloed zijn op de publieke taken.

3.

Een strategisch plan wordt uiterlijk ingediend op 31 mei van het boekjaar voorafgaand aan het eerste boekjaar waarop het strategisch plan betrekking heeft.

4.

In het strategisch plan beschrijft het instituut in elk geval:

5.

De minister beslist, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, uiterlijk op 31 juli van het boekjaar voorafgaand aan het eerste boekjaar waarop het strategisch plan betrekking heeft over de goedkeuring van het strategisch plan.

Artikel 4

In aanvulling op artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht bevat het activiteitenplan:

Artikel 5
1.

De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken aan een instituut dat ten doel heeft toepassingsgericht onderzoek te doen om kennis te ontwikkelen, toe te passen en te verspreiden om maatschappelijke vraagstukken op te lossen, bij te dragen aan de innovatiekracht van Nederland en strategische onderzoeksfaciliteiten te beheren.

2.

De minister verstrekt subsidie in de vorm van instituutssubsidie, programmasubsidie of infrastructuursubsidie.

Artikel 6
1.

In afwijking van artikel 4:60 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk acht weken voor de aanvang van het boekjaar ingediend.

2.

De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 7
1.

Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit waarvoor instituutssubsidie, programmasubsidie of infrastructuursubsidie wordt aangewend, die zien op:

2.

Indien voor de uitvoering van een programma dat gefinancierd wordt met programmasubsidie apparatuur wordt aangeschaft, maakt de eventuele restwaarde van deze apparatuur geen deel uit van de subsidiabele kosten voor dat programma.

3.

De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

4.

Winstopslagen of continuïteitsopslagen bij transacties binnen een groep worden alleen in aanmerking genomen voor zover het gebruikelijk is die ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen.

5.

Afschrijvingskosten van apparatuur en gebouwen worden lineair berekend als fractie van de aanschafprijs op basis van bedrijfseconomische grondslagen en normen.

Artikel 8
1.

De subsidiabele kosten worden berekend op basis van een voor het instituut gebruikelijke en controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die het instituut stelselmatig toepast.

2.

De kosten van aangeschafte apparatuur en verbruikte materialen en hulpmiddelen worden berekend op basis van historische aanschafprijzen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.