Inschrijvingsvoorwaarden mediators 2018 (Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 19 december 2017 krachtens artikel 33 b van de Wet op de Rechtsbijstand)

Type ZBO-regeling
Publication 2018-02-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Raad voor Rechtsbijstand,

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat mediators die in aanmerking willen komen voor verwijzingen vanuit de gerechten of vanuit het Juridisch Loket zich inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Indien een mediator niet ingeschreven staat, kan hij geen toevoegingen voor de rechtzoekende aanvragen.

De Raad kan op grond van de artikelen 33 a en volgende van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op:

In het onderstaande zijn deze voorwaarden uitgewerkt. De voorwaarden zijn op te vatten als algemeen verbindende voorschriften.

Inschrijvingsvoorwaarden

Artikel 1. Registratie/opleidingsvereisten/evaluatie
1.

De deelnemende mediator dient MfN1MfN is de afkorting van: Mediatorsfederatie Nederland. MfN-registermediators staan ingeschreven bij de Stichting Kwaliteit Mediators (SKM). De SKM is voor wat betreft het registerbeheer en de kwaliteitssystemen de rechtsopvolger van het NMI.-registermediator te zijn. Deze MfN- registermediator heeft een door de Stichting Kwaliteit Mediators afgenomen peer review met goed gevolg ondergaan én in de drie jaar voor de datum van inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand negen mediations op basis van de Mediationovereenkomst voor de MfN-registermediator verricht.2Met betrekking tot de bedoelde negen mediations gelden de volgende eisen:–het moet gaan om mediations conform de condities van de MfN-registermediator (MfN-gedragsregels en MfN-reglement), aangevangen met een schriftelijke Mediationovereenkomst. Bemiddelingen, in welke vorm dan ook, tellen niet mee voor een inschrijving bij de Raad;–van de negen mediations moeten er minimaal drie met een vaststellingsovereenkomst zijn afgesloten;–co-mediations in een gelijkwaardige positie tellen mee tot een maximum van drie van de negen; van de overige zes dienen tenminste twee mediations met een vaststellingsovereenkomst te zijn afgesloten.

De mediator is zich er van bewust dat het behoud van de status MfN-registermediator een absolute voorwaarde is om ingeschreven te kunnen blijven als mediator. De mediator verklaart zich per direct uit te laten schrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand vanaf het moment dat de inschrijving bij de Stichting Kwaliteit Mediators3Kwaliteitsstichting van de Mediatorsfederatie Nederland eindigt. De Stichting Kwaliteit Mediators geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad voor Rechtsbijstand door.

2.

De mediator neemt deel aan kwaliteitsbevorderende bijeenkomsten die door de verwijzingsvoorziening(en) en/ of de Raad voor Rechtsbijstand zullen worden georganiseerd.

3.

De mediator dient bereid te zijn de door de MfN en de Raad voor Rechtsbijstand overeengekomen kwaliteitssystemen na te leven.

4.

De mediator verklaart deel te nemen aan een schriftelijke of mondelinge evaluatie van zijn/haar werkzaamheden voor de verwijzingsvoorzieningen indien dit door de verwijzingsvoorziening geïnitieerd wordt.

Artikel 2. Beschikbaarheid

De mediator verplicht zich steeds beschikbaar te zijn voor het doen van een verwezen mediation – behoudens vakantie en tijdens ziekte – en telkens binnen twee weken na aanmelding en acceptatie van de mediation een eerste mediationbijeenkomst te houden en vervolgafspraken zodanig te maken dat de mediation binnen drie maanden na de eerste bijeenkomst afgerond is.

Artikel 3. Organisatie kantoor/ praktijk

De mediator dient een regeling te hebben getroffen ten aanzien van de organisatie van zijn kantoor/ praktijk, waarin voldoende voorzien is in:

Artikel 4. Plaatsvervanging

Plaatsvervanging is in principe niet mogelijk. Incidenteel kan, in geval van zwaarwegende redenen voor verhindering, plaatsvervanging geschieden met een eveneens bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven mediator. Indien het om een verwijzing van de verwijzingsvoorzieningen gaat, dient dit tevens in overleg met de betreffende verwijzingsvoorziening te geschieden.

Artikel 5. Werkwijze
1.

De mediator conformeert zich aan de werkwijze horend bij de verwijzingsvoorzieningen en de gesubsidieerde rechtsbijstand, zoals het juist en volledig informeren van de cliënten over de effecten van de overeengekomen vertrouwelijkheid tijdens de mediations.

2.

De mediator stemt ermee in dat zijn praktijkgegevens, waaronder zijn affiniteiten en uurtarief, worden gepubliceerd op een openbare lijst van mediators (Mediatorsearch)

3.

De mediator maakt gebruik van de mediationovereenkomst zoals opgesteld door de verwijzingsvoorzieningen.

4.

De mediator voert een deugdelijke en transparante tijdsregistratie van de aan de mediation bestede tijd, de data en het soort verrichting. De Raad kan ter zake nadere aanwijzingen geven.

5.

De mediator bevordert dat voor een partij die daarvoor in aanmerking komt een toevoeging wordt verleend. Dit geldt ook voor de mediators die hebben aangegeven alleen mediations met betalende partijen te willen doen.

Indien in een specifiek geval een partij, die voor een toevoeging in aanmerking komt en daarop door de mediator is gewezen, bewust afziet van gesubsidieerde mediation, wordt dat schriftelijk vastgelegd. In dat geval kan een mediator zijn werkzaamheden niet op toevoegingsbasis declareren. Indien een toevoeging is verleend, wordt deze aan de Raad ter intrekking toegezonden.

6.

Het is de ingeschreven mediator niet geoorloofd om een beloning of provisie toe te kennen of te ontvangen voor het aanbrengen van opdrachten4Van provisie is in ieder geval geen sprake indien een mediator is aangesloten bij een intermediair en hij voor de dienstverlening van deze intermediair een in verhouding redelijke en kostendekkende vaste vergoeding betaalt..

Artikel 6. Klacht- en tuchtrecht

De mediator heeft zich gecommitteerd aan de klachtenregeling van de Stichting Kwaliteit Mediators (SKM) en het Reglement Stichting Tuchtrechtspraak Mediators d.d. 2015 en stemt in met de plicht van de SKM om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping is opgelegd aan deelnemende mediators te melden aan de verwijzingsvoorziening van de Rechtspraak en aan de Raad voor Rechtsbijstand. De mediator stemt er tevens mee in dat de SKM gevallen waarbij sprake is van een (vermoeden van) fraude/misbruik van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand van deelnemende mediators aan de Raad voor Rechtsbijstand behoort te melden.

De Raad en de SKM overleggen in 2018 over het opstellen van een gezamenlijk protocol over de onderlinge informatie uitwisseling.

Artikel 7. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering

De mediator heeft een deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering ten bedrage van € 450.000,– (zegge vierhonderdvijftigduizend euro) per gebeurtenis. Bij inschrijving verklaart de mediator aldus verzekerd te zijn, dan wel bereid te zijn dadelijk na toelating een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor minimaal € 450.000 per gebeurtenis.

Artikel 8. Monitoring

De mediator draagt zorg voor het compleet en tijdig verstrekken van de gegevens ten behoeve van de monitoring die door de verwijzingsvoorziening worden gevraagd.

Artikel 9. Mediationkamers

De mediator is bereid mediationbijeenkomsten te houden in mediationkamers die door de verwijzingsvoorziening bij de Rechtspraak zijn ingericht. Voor de gevallen waarin de verwijzingsvoorziening geen ruimte ter beschikking heeft, dient de mediator adequate ruimte ter beschikking te hebben om mediationbijeenkomsten te houden. De mediator brengt hiervoor geen kosten aan partijen in rekening.

Artikel 10. Team- en co-mediation
1.

De mediator is bereid om op te treden in teammediation waar dat door de verwijzers noodzakelijk wordt geacht. Tevens is hij/zij bereid om in die gevallen de mediation tijdig inhoudelijk en procedureel voor te bereiden.

2.

De mediator is bereid tot het laten bijwonen van verwezen mediations door een (onervaren) co-mediator. De verwijzingsvoorzieningen bieden mediators die nog geen MfN registermediator zijn, maar wel een erkende mediationopleiding hebben voltooid de gelegenheid ervaring op te doen als co-mediator. Alle door de Raad ingeschreven mediators mogen zelf co-mediators meenemen die voldoen aan de hiervoor genoemde kwalificatie.

Hierbij dienen de volgende regels in acht te worden genomen:

Artikel 11. Vergoeding voor de niet toegevoegde partij. Eigen bijdrage toevoegingscliënt
1.

In zaken die zijn verwezen door een van de verwijzingsvoorzieningen5Deze verwijzingsvoorzieningen zijn het Juridisch Loket en de verwijzingsvoorziening van de gerechten. binnen het rechtsbestel geldt, als geen enkele partij voor een toevoeging in aanmerking komt, de volgende regeling: de mediator verplicht zich om zijn uurtarief alleen in rekening te brengen voor:

Na afloop van de mediation krijgen cliënten een urenverantwoording van de mediator, waarin hij zijn tijdsbesteding gespecificeerd per uur (of gedeelte van een uur), activiteit en datum heeft vermeld, alsmede een specificatie van de (eventuele) vooraf overeengekomen bijzondere kosten. Bijzondere kosten kunnen aan partijen alleen in rekening worden gebracht indien zij daarmee vooraf hebben ingestemd.

De mediator geeft aan de Raad voor Rechtsbijstand het uurtarief op dat hij hanteert voor partijen die niet voor een toevoeging in aanmerking komen. De mediator kan aan partijen die niet voor een toevoeging in aanmerking komen, geen hoger uurtarief in rekening brengen dan hij aan de Raad heeft opgegeven.

Het aan de Raad opgegeven uurtarief wordt opgenomen in de onder 5.2 bedoelde openbare lijst van mediators (Mediatorsearch).

De mediator kan een instaptarief hanteren.8De mediationovereenkomst zoals opgesteld door de verwijzingsvoorzieningen bevat voorschriften ten aanzien van honorarium en kosten.

2.

Als in een zaak met twee partijen een van de partijen voor een toevoeging in aanmerking komt, behoort de mediator het aantal uren dat in het eerste lid wordt bedoeld door twee te delen. Aan de betalende partij mag niet meer dan de helft van het in het eerste lid bedoelde aantal uren in rekening worden gebracht. Aan de toegevoegde partij worden geen uren in rekening gebracht indien voor deze partij een toevoegingsvergoeding kan worden verkregen.

Deze regeling voor toevoegingszaken geldt zowel in het geval van een verwijzing vanuit een van de verwijzingsvoorzieningen als in het geval waarin de mediator partijen zonder zo’n verwijzing bijstaat.

3.

De mediator geeft aan of hij/zij bereid is om op de in het inschrijvingsformulier genoemde affiniteitsgebieden rechtzoekenden op basis van een toevoeging bij te staan.

Toevoegingen zijn niet van toepassing bij zakelijke conflicten, met uitzondering van consumententransacties.

4.

In het geval dat partijen of een van hen een aanvraag in het kader van de gesubsidieerde rechtsbijstand doen, werkt de mediator – behalve volgens deze inschrijvingsvoorwaarden – ook volgens de voorschriften van de Wet op de rechtsbijstand. Als voor een partij een toevoeging is verleend, mag de mediator aan deze partij naast de door de Raad opgelegde eigen bijdrage geen honorarium/uurtarief in rekening brengen.

5.

In het geval als omschreven in lid 4, richt de mediator zijn/ haar toevoegingsaanvragen en declaraties zorgvuldig en volledig in, met inachtneming van de regels die bij of krachtens de wet zijn gesteld. Hij/ zij neemt daarbij voorts de algemene voorschriften en beleidsregels die met het oog op de wijze van indiening van toevoegingsaanvragen c.q. declaraties door de Raad voor Rechtsbijstand zijn of worden uitgevaardigd in acht en houdt rekening met specifieke aanwijzingen van het bureau van de Raad.

Artikel 12. Registratie van affiniteiten door de Raad voor Rechtsbijstand

Bij zijn verzoek tot inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand kan de mediator één of meer affiniteiten opgeven. Een affiniteit wordt door de Raad alleen geregistreerd als per hoofdcategorie waarbinnen de affiniteit wordt opgegeven tenminste drie mediations9Het moet gaan om mediations in overeenstemming met de MfN-reglementen, aangevangen met een schriftelijke mediation overeenkomst. Andere vormen van bemiddeling, zoals buurtbemiddelingen tellen niet mee. Co-mediations kunnen meetellen als sprake is van een gelijkwaardige positie tussen de mediators. zijn behandeld. Dit moet aan de hand van (geanonimiseerde) mediationovereenkomsten aangetoond worden. Dit geldt niet voor het registreren van affiniteiten op het terrein van het Personen- en Familierecht, daarop is artikel 13 van toepassing.

Artikel 13. Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken op het terrein van het personen - familierecht

Om ingeschreven te kunnen worden voor dit vakgebied dient een mediator die om inschrijving verzoekt, naast de in artikel 1 lid 1 omschreven eisen, te voldoen aan het volgende vereiste:

Om vervolgens ingeschreven te blijven voor dit vakgebied dient een daarvoor toegelaten mediator te voldoen aan de volgende vereisten:

Artikel 14. Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken betreffende internationale kinderontvoering

Naast de voorwaarden uit de artikelen 1 tot en met 13 behoren mediators die zaken betreffende internationale kinderontvoering willen behandelen zich daarvoor apart in te inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Bij het verzoek moeten zij aantonen dat zij voldoen aan onderstaande criteria:

Artikel 15. Maximum (artikel 33a Wrb)

Om te voorkomen dat de kwaliteit van de door de mediator te verrichten werkzaamheden in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken, worden aan een mediator jaarlijks niet meer toevoegingen afgegeven dan 250.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.