Regeling cursusfaciliteiten en studietoelage

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-02-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

28 augustus 1987,

Nr. DPAM/AMP PP87/010/4278

Gelet op de artikelen 6 en 7 van de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht 1982 (Stb. 1982, 648);

Besluit:

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Hoofdstuk 1. Cursusfaciliteiten

Artikel 1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Aan de militair kan met het oog op het volgen van een studie of opleiding in het belang van het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij op zijn verzoek door het hoofd defensieonderdeel een tegemoetkoming in de daartoe noodzakelijk gemaakte kosten worden verleend.

2.

De tegemoetkoming zoals bedoeld in het voorgaande lid kan op verzoek van de militair na de datum van ingang van zijn ontslag tot ten hoogste een jaar worden voortgezet.

Permanente link

Artikel 3
1.

De kosten voor les, college-, inschrijvings-, practicum-, tentamen-, examen- en diplomagelden komen voor volledige vergoeding in aanmerking.

2.

In de kosten voor de aanschaf van studiemateriaal en leermiddelen wordt over het jaar 2026 een tegemoetkoming verstrekt van ten hoogste € 816,00.

3.

De gemaakte excursie-, reis- en verblijfkosten komen voor volledige vergoeding in aanmerking, doch uitsluitend indien wordt aangetoond dat deze kosten voor de studie of opleiding noodzakelijk waren.

4.

De verlening van de in de voorgaande leden genoemde faciliteiten blijft voor het volgen van praktisch vliegonderricht achterwege.

Artikel 4

De militair kan met het oog op het volgen van een studie eenmalig op kosten van Defensie een beroepskeuze/studieadvies inwinnen. In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel de militair op diens verzoek toestaan om meer dan eenmaal op kosten van Defensie een dergelijk advies in te winnen.

Artikel 5

Indien op basis van vrijwilligheid door de commandant aan te wijzen deskundig defensiepersoneel hiervoor beschikbaar is, kan de militair aanspraak maken op studiebegeleiding.

Artikel 6

Voor zover de bestaande infrastructurele voorzieningen het toelaten wordt door de commandant aan de militair ruimte ter beschikking gesteld ten behoeve van studie.

Artikel 7
1.

De militair worden geen werkzaamheden of diensten opgedragen op de dag waarop hij tentamen of examen aflegt, tenzij het dienstbelang zulks onvermijdelijk maakt.

2.

De militair worden geen werkzaamheden of diensten opgedragen op de dag die voorafgaat aan de dag waarop hij examen of tentamen aflegt, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet.

Hoofdstuk 2. Studietoelage

Artikel 8

(Vervallen).

Artikel 9
1.

Door het hoofd defensieonderdeel kan aan de militair een studietoelage worden toegekend, indien hij met het oog op het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij aan een in Nederland gevestigde en erkende onderwijsinstelling niet-schriftelijk wetenschappelijk, algemeen vormend of vakonderricht volgt.

2.

De in het voorgaande lid van dit artikel bedoelde studietoelage dient als tegemoetkoming bij het financieren van de uitgaven, die de militair gedurende de periode, waarvoor de toelage voor zijn persoon wordt verleend, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, redelijkerwijs moet doen, ter zake van:

3.

De verlening van een studietoelage blijft voor het volgen van praktisch vliegonderricht achterwege.

Artikel 10
1.

Een studietoelage kan worden toegekend in de vorm van:

2.

Het voor de eerste maal toekennen van een studietoelage geschiedt tot een door het hoofd defensieonderdeel te bepalen bedrag en voor de duur van ten hoogste één jaar.

3.

Zolang de militair zijn opleiding binnen een, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, redelijke termijn nog niet heeft voltooid, kan hem bij een bevredigend studieverloop telkens voor de duur van ten hoogste één jaar opnieuw een studietoelage worden verleend tot een door het hoofd defensieonderdeel te bepalen bedrag.

Artikel 11
1.

Een verzoek om in aanmerking te komen voor een studietoelage kan slechts worden ingewilligd, indien naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel:

2.

Een verzoek om in aanmerking te komen voor een studietoelage kan worden afgewezen, indien, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel in de kosten van de door de militair beoogde opleiding door het verlenen van een studietoelage uit anderen hoofde genoegzaam is of zal worden voorzien.

3.

Indien de militair, die in beginsel voor toekenning van een studietoelage in aanmerking komt, gedurende de periode, waarvoor de toelage zal worden verleend, over netto-inkomsten, verkregen uit eigen arbeid, kan beschikken, die (vermoedelijk) meer bedragen dan een door het hoofd defensieonderdeel vast te stellen bedrag, wordt het meerdere van die inkomsten op de te verlenen toelage in mindering gebracht, met dien verstande, dat hij altijd een studietoelage als tegemoetkoming in de kosten zoals genoemd in artikel 9, tweede lid, onder a, b, c, f en g ontvangt.

4.

Een studietoelage wordt in één bedrag of in termijnen uitbetaald.

Artikel 12

Indien de militair aan wie een in termijnen uit te betalen studietoelage is verleend, na ontvangst van een gedeelte van het toelagebedrag, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, wegens onvoldoende aanleg of ontwikkeling bij zijn opleiding onbevredigende vorderingen maakt of die opleiding voortijdig beëindigt, blijft de verdere uitbetaling van de toelage achterwege.

Artikel 13

De militair die – na toekenning van een toelage in de vorm van een renteloos voorschot – zijn opleiding heeft voltooid of haar voortijdig heeft beëindigd is, indien geen eerdere algehele aflossing heeft plaatsgevonden, verplicht die gelden binnen een tijdvak van 15 jaren, aanvangende op een door het hoofd defensieonderdeel te bepalen tijdstip en in door het bevoegd gezag vast te stellen termijnen, terug te betalen, tenzij het bevoegd gezag om redenen van billijkheid anders bepaalt.

Artikel 14
1.

Alvorens de militair voor de eerste maal in het genot van een studietoelage wordt gesteld, verplicht hij zich bij een op schrift gestelde verklaring (schuldbetekenis), met inachtneming van hetgeen in deze uitvoeringsvoorschriften ter zake is bepaald, alle hem met het oog op zijn opleiding als studietoelage te verstrekken gelden terug te betalen, die daarvoor in aanmerking zullen komen.

2.

De militair, die een verzoek tot toekenning van een studietoelage heeft ingediend of aan wie een zodanige toelage is toegekend, is verplicht het hoofd defensieonderdeel alle gegevens te verstrekken, die deze met betrekking tot het verlenen en/of terugbetalen van de toelage nodig heeft.

Hoofdstuk 3. Wervingsmaatregel burgerrijbewijzen

Artikel 15. Opleiding burgerrijbewijs

Ten aanzien van de in bijlage 1 en 2 genoemde categorieën personeel wordt het criterium ‘studie of opleiding in het belang van het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij’ als bedoeld in artikel 2 zodanig verruimd dat daaronder tevens wordt begrepen:

waarbij de kosten tot een maximum van € 2.000,= worden vergoed.

Artikel 16. Aanvullende rijopleiding

Voor de militair behorend tot de in bijlage 1 en 2 genoemde categorieën personeel die reeds in het bezit is van een rijbewijs B, wordt onder het criterium ‘studie of opleiding in het belang van het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij’ als bedoeld in artikel 2 mede begrepen een voertuigbeheersingscursus dan wel het zich eigen maken van theoretische en praktische vaardigheden verband houdende met het besturen van andere motorvoertuigen of aanhangwagens waarbij de kosten tot een maximum van € 500,= worden vergoed.

Artikel 17

Aanspraak op de in artikel 15 en 16 genoemde faciliteiten hebben:

waarbij de totale aanspraak per militair beperkt blijft tot één maal de faciliteiten zoals opgenomen in artikel 15 en één maal de faciliteiten zoals opgenomen in artikel 16.

Artikel 18. Voorwaarden aanspraak

Teneinde aanspraak te kunnen maken op de in artikel 15 en 16 genoemde faciliteiten dient:

Artikel 19. Beëindiging aanspraak
1.

Aanspraak op de in artikel 15 en 16 genoemde faciliteiten vervalt dan wel verlening van de faciliteiten eindigt op het moment dat:

2.

Indien de omstandigheden genoemd onder b of c niet aan de militair te wijten zijn, behoudt de militair aanspraak op de faciliteiten.

3.

In afwijking van het gestelde in het tweede lid van artikel 2 eindigt de aanspraak op de datum van ingang van het ontslag van de militair.

Artikel 20. Loonheffing

De loonheffing alsmede de inhoudingen als bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, welke over de ingevolge artikel 15 en 16 genoemde faciliteiten zijn verschuldigd, komen voor rekening van het Ministerie van Defensie.

Artikel 20a. Grondslag

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het Besluit houdende wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in het kader van de invoering van een flexibel personeelssysteem voor de krijgsmacht berust deze regeling op artikel 154f tot en met 154h van het AMAR1Stb. 2007, 584..

Artikel 21. Citeertitel en inwerkingtreding

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling cursusfaciliteiten en studietoelage’ en treedt in werking met ingang van de datum van dagtekening. De regeling wordt gepubliceerd in de MP 31-300, waarvan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.