Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 5 maart 2018, nr. IENW/BSK-2018/43439, houdende regels inzake het verstrekken van subsidie voor het transport van drinkwater of ander water op Bonaire, Sint Eustatius en Saba en voor de exploitatie van de RWZI op Bonaire over de kalenderjaren 2018 tot en met 2022 (Tijdelijke subsidieregeling drinkwater BES en rioolwaterzuiveringsinstallatie Bonaire 2018–2022)
Gelet op artikel 4 in samenhang met artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en g, en artikel 5 van de Kaderwet subsidies I en M en de artikelen 2, eerste en derde lid, en 4 van het Kaderbesluit subsidies I en M;
BESLUIT:
Artikel 1. (begripsomschrijvingen)
In deze regeling en daarop gebaseerde besluiten wordt verstaan onder:
- eilandsbestuur: eilandsbestuur als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet openbare lichamen BES;
- minister: minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- RWZI: rioolwaterzuiveringsinstallatie te Bonaire, beheerd door Water- en Energiebedrijf Bonaire NV;
- subsidieontvanger: eilandsbestuur van Saba, Sint Eustatius Utility Company N.V. (STUCO) of Water- en Energiebedrijf Bonaire N.V.
Artikel 2. (subsidieverlening)
Aan de subsidieontvanger kan op aanvraag over een of meer van de kalenderjaren 2022 tot en met 2026 subsidie worden verleend met als doel het geheel of gedeeltelijk dekken:
- a. van de kosten over de genoemde kalenderjaren die worden verdisconteerd in het vaste gebruikstarief of het wegtransporttarief voor drinkwater of, voor Saba, het reverse osmosis water, teneinde deze tarieven die in rekening worden gebracht bij afnemers, te verlagen;
- b. met ingang van het kalenderjaar 2022, van de prijs van het door of vanwege het eilandsbestuur van Saba gebottelde drinkwater, teneinde de prijs van drinkwater voor afnemers te verlagen;
- c. van de kosten over de genoemde kalenderjaren van investeringen in de infrastructuur voor de productie en distributie van drinkwater met het oog op de kwaliteit en continuïteit van de openbare drinkwatervoorziening.
Aan het Water- en Energiebedrijf Bonaire NV kan op aanvraag over een of meer van de kalenderjaren 2022 tot en met 2026 subsidie worden verleend met als doel het dekken van de exploitatietekorten van de RWZI over de genoemde kalenderjaren.
De subsidie, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt verleend onder de voorwaarde dat daarvoor voldoende middelen beschikbaar zijn op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Artikel 3. (subsidiebedragen)
De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, bedraagt ten hoogste het bedrag in EUR volgens de onderstaande tabel, inclusief eventueel verschuldigde BTW:
| Omschrijving / kalenderjaar | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|---|---|
| 1. BONAIRE | |||||
| 1a. Vast gebruikstarief drinkwater of kosten wegtransport drinkwater Bonaire | 925 450 | 925 450 | 925 | 925 | 925 |
| 1a. Vast gebruikstarief drinkwater of kosten wegtransport drinkwater Bonaire | 3.275 | 3.751 | 4.358 | 4.482 | 4.485 |
| Koopkracht pakket | 743,536 | 729,035 | 577,013 | ||
| Subtotaal 1a | 4.650 | 5.126 | 6.026,536 | 6.136,035 | 5.987,013 |
| 1b. Investeringen drinkwater Bonaire | 450 | 450 | |||
| Subtotaal 1b | 450 | 450 | |||
| 1c. Exploitatiekosten RWZI Bonaire | 1.000 500 500 | 1.000 500 | 1.000 500 | 1.000 | 1.000 |
| Subtotaal 1c | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 |
| TOTAAL BONAIRE: | 7.100 | 7.076 | 7.526,536 | 7.136,035 | 6.987,013 |
| 2. SABA | |||||
| 2a. Wegtransport drinkwater of wegtransport reverse osmosis water Saba | 100 | 100 168 | 100 168 | 100 168 | 100 168 |
| Koopkracht pakket | 362,482 | 372,779 | 257,144 | ||
| Subtotaal 2a | 100 | 268 | 630,482 | 640,779 | 525,144 |
| 2b. Investeringen drinkwater Saba | 1.000 | ||||
| Subtotaal 2b | 1.000 | ||||
| TOTAAL SABA: | 1.100 | 268 | 630,482 | 640,779 | 525,144 |
| 3. SINT EUSTATIUS | |||||
| 3a. Vast gebruikstarief drinkwater of kosten wegtransport reverse osmosis water Sint Eustatius | 193 889 | 193 865 | 193 891 | 193 917 | 193 943 |
| Koopkracht pakket | 93,981 | 145,982 | |||
| Subtotaal 3a | 1.082 | 1.058 | 1.177,981 | 1.110 | 1.281,982 |
| 3b. Investeringen drinkwater Sint Eustatius Extra investering drinkwater Sint Eustatius | 1.500 | 1.500 2.045 | 1.000 | ||
| Subtotaal 3b | 1.500 | 3.545 | 1.000 | ||
| TOTAAL SINT EUSTATIUS | 2.582 | 4.603 | 1.177,981 | 2.110 | 1.281,982 |
| TOTALEN 1,2,3 | 10.782 | 11.947 | 9.334,999 | 9.886,814 | 8.794,139 |
Artikel 4. (aanvraag)
De aanvraag om subsidie kan op een of meer van de genoemde kalenderjaren betrekking hebben. Voor zover betrekking hebbend op een lopend kalenderjaar wordt deze zo spoedig mogelijk doch uiterlijk voor 1 september van dat jaar ingediend. Deze termijn kan door de minister worden verlengd tot een daarbij te bepalen datum.
De aanvraag bevat de volgende gegevens en bescheiden:
- a. een projectplan of plan van aanpak met betrekking tot de wijze waarop de subsidie over het jaar of de jaren waarvoor deze wordt aangevraagd bijdraagt aan het doel van de subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, met een beschrijving van de prestaties die met de subsidie worden bekostigd;
- b. het benodigde subsidiebedrag in euro’s met een gespecificeerde begroting over het desbetreffende jaar of de desbetreffende jaren die een goed inzicht geeft in de kosten van de te subsidiëren activiteit en het effect van de subsidie erop, waaronder een liquiditeitsoverzicht waaruit de benodigde subsidie blijkt;
- c. indien voorschotten worden gevraagd, een weergave van de liquiditeitsbehoefte gedurende het desbetreffende jaar of de desbetreffende jaren; dit kan het liquiditeitsoverzicht, bedoeld onder b, zijn;
- d. de gegevens van de aanvrager, waaronder het bankrekeningnummer en een bewijs dat deze op naam van de aanvrager staat.
Artikel 5. (verplichtingen subsidieontvanger)
De voor enig kalenderjaar te subsidiëren activiteiten moeten uiterlijk 31 december van dat jaar zijn verricht, met dien verstande dat in geval van een subsidie, verleend over een tijdvak van meerdere kalenderjaren, de activiteiten uiterlijk 31 december van het laatste kalenderjaar moeten zijn verricht.
De subsidieontvanger is verplicht onverwijld een schriftelijke melding aan de minister te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel vóór de in het eerste lid genoemde datum zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen uiterlijk op de in het eerste lid genoemde datum zal worden voldaan.
De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit door de minister op elk moment op eenvoudige en duidelijke wijze de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten kunnen worden afgeleid. De subsidieontvanger verleent hiertoe aan de minister of door haar aangewezen personen toegang tot door subsidieontvanger gebruikte plaatsen en medewerking aan de gegevensverstrekking.
De administratie en de daarbij behorende stukken worden gedurende ten minste vijf jaren na de subsidievaststelling bewaard.
Indien door een ander bestuursorgaan voor dezelfde activiteiten subsidie wordt verstrekt, doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan de minister.
De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister alle medewerking aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitoefenen van de gesubsidieerde activiteiten een bijdrage heeft geleverd aan het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 2.
Artikel 6. (intrekken of wijzigen van de subsidieverstrekking)
De minister kan een beschikking tot subsidieverlening of subsidievaststelling intrekken of wijzigen indien:
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;
- b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidieverlening of subsidievaststelling verbonden verplichtingen;
- c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling zou hebben geleid, of
- d. de subsidieverlening of subsidievaststelling anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
Artikel 7. (subsidievaststelling)
De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 september na het laatste kalenderjaar van het tijdvak waarvoor subsidie is aangevraagd, bij de minister een aanvraag tot subsidievaststelling in.
De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling door middel van een financiële verantwoording aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de subsidieontvanger:
- a. indien de subsidieontvanger een nutsbedrijf is, bij een totaal aan ontvangen subsidie of subsidies van € 3 miljoen of meer gedurende het desbetreffende kalenderjaar, een financieel verslag over waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten. Dit verslag gaat vergezeld van een goedkeurende verklaring van een registeraccountant, accountant-administratieconsulent of andere onafhankelijke accountant volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening gevoegde controleprotocol van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waarin wordt verklaard dat de subsidie rechtmatig is besteed aan de activiteiten en dat de subsidieverplichtingen zijn nageleefd. Bij een totaal aan ontvangen subsidie of subsidies lager dan € 3 miljoen gedurende het desbetreffende kalenderjaar kan de rekening en verantwoording tevens plaatsvinden door middel van de jaarrekening met het jaarverslag en de verklaring, bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES;
- b. indien de subsidieontvanger een openbaar lichaam is, de jaarrekening over met het jaarverslag en de verklaring, bedoeld in artikel 38 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, stelt de minister de subsidie vast.
De subsidie kan lager worden vastgesteld dan het subsidiebedrag als:
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;
- b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
- c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; of
- d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
Artikel 8. (betaling)
Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de bekendmaking van de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.
Artikel 9. (voorschotten)
Aan de subsidieontvanger kunnen voorschotten worden verleend van ten hoogste 100 procent van de in artikel 3 genoemde subsidiebedragen.
Artikel 10. (onverschuldigde betaling)
Indien na de intrekking, wijziging of vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 6 of 7 sprake is van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen deze door de minister worden teruggevorderd.
Artikel 11. (inwerkingtreding)
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2018.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de krachtens deze regeling verstrekte subsidies.
Artikel 12. (citeertitel)
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling drinkwater BES en rioolwaterzuiveringsinstallatie Bonaire 2022 tot en met 2026.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 5a. (afwijking)
In afwijking van artikel 5, eerste lid, kan de minister in het belang van de doelmatigheid of continuïteit van de openbare drinkwatervoorziening of de RWZI en op verzoek van de subsidieontvanger toestemming verlenen:
- a. tot verlenging van de in dat lid bedoelde termijn of tijdvak tot een daarbij genoemde datum tot welke de subsidie kan worden aangewend;
- b. tot het eerder aanwenden van de voor een kalenderjaar of reeks van kalenderjaren verleende subsidie;
- c. tot het aanwenden van subsidie voor een andere, vergelijkbare of samenhangende activiteit.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk ingediend en met redenen omkleed. Zo nodig kan de minister om nadere gegevens verzoeken.
Een toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk verleend, kan onder voorwaarden worden verleend en wordt onderdeel van de subsidievaststelling.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.