Invordering, Leidraad Invordering BES
Artikel 8.38. Taken en bevoegdheden van de ontvanger
8.38.1. Inleiding
Niet op alle artikelen van de wet zijn beleidsregels gemaakt. In deze leidraad zijn alleen de artikelen opgenomen waarop wel beleidsregels zijn gemaakt.
8.38.2. Definities
Deze Leidraad verstaat onder:
8.38.3. Reikwijdte beleidsvoorschriften
Voor zover de wet hierop van toepassing is – en uit het zinsverband niet anders volgt – strekken de in deze Leidraad opgenomen beleidsvoorschriften zich ook uit tot premies en vorderingen waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen tenzij uit aanwijzingen van derden voor wie de Belastingdienst invordert anders volgt.
8.38.4. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen
Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de Belastingdienst de voorkeur.
8.38.5. Aansprakelijkgestelden en andere derden
De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Voor zover dat het geval is wordt onder belastingschuldigen ook begrepen aansprakelijkgestelden en andere derden.
8.38.6. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven
Als de ontvanger invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunnen bedreigen van een bedrijf of geheel van bij elkaar horende bedrijven met meer dan vijftig werknemers, vraagt hij daarvoor toestemming aan de landelijk directeur Particulieren, dienstverlening en bezwaar te Nederland.
8.38.7. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen
Op verzoek van de belastingschuldige of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen openstaan waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Ook verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich de afgelopen drie jaren voor wat betreft de invordering geen moeilijkheden hebben voorgedaan. Hierbij kan worden gedacht aan niet (tijdig) betalen of uitstel in verband met betalingsproblemen. In de verklaring kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermelden.
De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belastingschuldige of reikt deze aan hem uit. Toezending of uitreiking aan een ander dan de belastingschuldige is niet toegestaan, tenzij de ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot ontvangst van de verklaring bevoegd is.
8.38.8. Conservatoir beslag
Om de rechten van de Staat veilig te stellen heeft de ontvanger naast de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen. Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger.
8.38.8.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering
Het kan gebeuren dat de ontvanger geen toestemming krijgt tot het leggen van conservatoir beslag omdat de rechter in eerste aanleg geen gegronde vrees voor verduistering van de goederen aanwezig acht. In zo’n situatie legt de ontvanger niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van artikel 8.52 van de wet.
8.38.8.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag
Als het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen als de belasting in redelijkheid materieel verschuldigd is. Het opleggen van de belastingaanslag wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700, derde lid, Rv BES.
8.38.9. Gerechtelijke procedures – toestemming
In gerechtelijke procedures (eerste aanleg en hoger beroep) waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van de landelijk directeur Particulieren, dienstverlening en bezwaar te Nederland. Het voorgaande geldt niet voor:
Artikel 8.39. Kosten
8.39.1. Aan derden toekomende bedragen
Onder de bedragen die op grond van artikel 2.5 van het uitvoeringsbesluit aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht, vallen:
De laatstgenoemde kosten worden alleen in rekening gebracht als de verkoop op uitdrukkelijk verzoek van de belastingschuldige elders gebeurt of als daarbij voornamelijk zijn belang is gediend. Eventuele gemaakte reiskosten door de Belastingdienst voor de betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangschrift kunnen niet op de belastingschuldige worden verhaald, evenmin als mogelijke porti- en telefoonkosten.
Artikel 8.40. Toerekening van betalingen
8.40.1. Toerekening van betalingen
In artikel 8.40 van de wet is geregeld in welke volgorde de ontvanger een betaling afboekt. De ontvanger boekt eerst af op de kosten van vervolging, daarna op de interest, vervolgens op de bestuurlijke boeten en als laatste op de oudste openstaande aanslagen of termijnen.
8.40.2. Tijdstip van betaling
Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst. Bij betaling door middel van storting gevolgd door overboeking bij een bank, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting.
8.40.3. Betaling bij vergissing
Met de terugbetaling van een bedrag dat is voldaan ten gevolge van een evidente vergissing of misverstand aan de zijde van de betaler, betracht de ontvanger bijzondere voorzichtigheid.
Het is zeer wel mogelijk dat de betaling niet onverschuldigd heeft plaatsgehad, zodat de schuldvordering is tenietgegaan en invordering niet zonder meer opnieuw kan plaatshebben.
In die situaties betaalt de ontvanger het betaalde bedrag niet terug, tenzij de betrokkene voor de ontvanger verklaart dat hij geen beroep zal doen op het feit dat de schuld in een eerder stadium teniet is gegaan en dat hij de schuld op een later moment op de juiste wijze zal voldoen.
Artikel 8.44. Aanmaning en interest
8.44.1. Aanvang en einde interest berekening
Interest wordt berekend over het tijdvak dat aanvangt op de eerste dag van de maand na de vervaldag van de voor de belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn. Voor de toepassing van de eerste volzin blijft artikel 8.52. van de wet buiten toepassing.
Het tijdvak waarover interest wordt berekend eindigt op de laatste dag van de maand waarin de betaling plaatsvindt.
8.44.2. Methodiek berekening
De in rekening te brengen interest wordt berekend over iedere betaling afzonderlijk. De interest wordt enkelvoudig berekend. Bij de bepaling van het aantal dagen waarover interest wordt berekend, wordt een verstreken maand gesteld op 30 dagen en een jaar op 360 dagen. De maand waarin de enige of laatste betalingstermijn van de aanslag valt, wordt tot het werkelijke aantal dagen in aanmerking genomen, met dien verstande dat de maand februari altijd op 28 dagen wordt gesteld.
Artikel 8.45. Dwanginvordering
8.45.1. Aanmaning en dwangschrift
De aanmaning is de eerste vervolgingsmaatregel als de belastingschuldige niet binnen de gestelde termijn betaalt. Als de aanmaning niet tot betaling leidt, kan de ontvanger tot dwanginvordering overgaan. De dwanginvordering start met het uitvaardigen van een dwangschrift. Het dwangschrift verschaft de ontvanger een executoriale titel, waarmee hij naast de belastingaanslag ook de bestuurlijke boete, de interest en de kosten van vervolging kan invorderen. Dit laatste is geregeld in artikel 8.46 van de wet.
Het dwangschrift wordt bekendgemaakt door middel van betekening. De betekening van het dwangschrift met bevel tot betaling vindt plaats overeenkomstig de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES met betrekking tot de betekening van exploten.
Artikel 8.48. Betekening door de belastingdeurwaarder
8.48.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder
De belastingdeurwaarder is bevoegd tot het uitbrengen van alle exploten en het treffen van alle invorderingsmaatregelen die rechtstreeks verband houden met de invorderingstaak en de hieruit voortvloeiende bevoegdheden van de ontvanger.
Dit brengt met zich dat de belastingdeurwaarder ook bevoegd is tot die werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel 8.38, tweede lid, van de wet gerechtigd is. Daarnaast is de belastingdeurwaarder bevoegd tot die werkzaamheden die verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend in rechte optreedt.
Artikel 8.49. Tenuitvoerlegging dwangschriften
8.49.1. Tenuitvoerlegging algemeen
8.49.1.1. Volgorde uitwinning bij beslag
Als de ontvanger naast zaken van de belastingschuldige, ook zaken in beslag heeft genomen waar derden rechten op hebben, wint hij die zaken uit in de volgende volgorde:
De ontvanger hoeft deze volgorde niet in acht te nemen als op voorhand duidelijk is dat:
8.49.1.2. Opheffing beslag tegen betaling door een derde
Als de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing van het beslag dat hij ten laste van de belastingschuldige heeft gelegd, kan de ontvanger hieraan zijn medewerking verlenen. Hierbij moet ten minste zijn voldaan aan de volgende voorwaarden:
De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken. Hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden.
8.49.1.3. Onderhandse verkoop
Als een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop, vraagt de ontvanger de belastingschuldige om instemming met de onderhandse verkoop. Indien de belastingschuldige zijn instemming niet verleent en daarbij geen redelijk belang heeft, kan de ontvanger besluiten over te gaan tot onderhandse verkoop.
De ontvanger gaat allereerst na of het bod afkomstig is van een onafhankelijke derde. Als de koopsom direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige komt, gaat de ontvanger niet akkoord met een onderhandse verkoop. Daarnaast houdt de ontvanger rekening met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde-rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. De ontvanger heft het beslag niet op wanneer het aangeboden bedrag direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige afkomstig is.
Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de Staat worden geschaad.
8.49.1.4. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop
De ontvanger kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen:
De ontvanger geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het beslag. Hierbij geldt als voorwaarde dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is dan die van een onderhandse verkoop.
8.49.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
8.49.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken
Als de belastingdeurwaarder op het woonadres van de belastingschuldige niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden met gebruikmaking van artikel 444 Rv BES, blijft deze wijze van tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege.
De belastingdeurwaarder laat in zo’n situatie een schriftelijke kennisgeving achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer op het woonadres zal vervoegen.
Deze handeling blijft achterwege als een belastingschuldige stelselmatig achter elkaar hierop heeft laten aankomen of als hij van deze handelwijze misbruik maakt dan wel als op andere wijze het belang van de invordering zich tegen deze handelwijze verzet.
8.49.2.2. Omvang van het beslag op roerende zaken
Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als – naar het oordeel van de belastingdeurwaarder – ruimschoots voldoende is voor dekking van de openstaande schuld inclusief interest en kosten.
8.49.2.3. Beslag op roerende zaken van derden
Als het de belastingdeurwaarder bekend is dat onder de voor beslag vatbare zaken zich zaken van derden bevinden waarop ook verhaal mogelijk is, legt hij eerst zoveel mogelijk beslag op de zaken die eigendom zijn van de belastingschuldige.
Pas als de zaken van de belastingschuldige zelf onvoldoende dekking bieden voor de openstaande schuld, legt de ontvanger beslag op de zaken van derden.
8.49.2.4. Wegvoeren van beslagen zaken
Nadat de belastingdeurwaarder beslag heeft gelegd op roerende zaken, zorgt hij ervoor dat de belastingschuldige zoveel mogelijk het feitelijk gebruik behoudt.
Onder bijzondere omstandigheden kan de belastingdeurwaarder beslagen zaken wegvoeren. Hij stelt daartoe een gerechtelijke bewaarder aan als bedoeld in Rv BES. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger niet van zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de in beslag genomen zaken.
Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijs noodzakelijk is (artikel 446 Rv BES). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te worden verduisterd of beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees bestaat dat verhaal op de zaken ernstig bemoeilijkt wordt of feitelijk onmogelijk is als de zaken niet worden afgevoerd.
De belastingdeurwaarder maakt slechts gebruik van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken als:
Het wegvoeren van zaken gebeurt niet dan na daartoe verkregen toestemming van de directeur. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de directeur of van een andere door die directeur of zijn plaatsvervanger daartoe aangewezen functionaris.
8.49.2.5. Afsluiting en beslag roerende zaken
De belastingdeurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte overgaan waarin ten laste van de onderneming in beslag genomen zaken zich bevinden als:
Voor de afsluiting is voorafgaande toestemming vereist van de directeur. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de desbetreffende directeur of van een andere door die directeur of zijn plaatsvervanger daartoe aangewezen functionaris. Na afsluiting zal de belastingdeurwaarder zo spoedig mogelijk tot executoriale verkoop overgaan.
8.49.2.6. Executoriale verkoop computerapparatuur
Als de belastingdeurwaarder beslag legt op computerapparatuur, valt alleen de zogenoemde ‘hardware’ onder dit beslag. De belastingdeurwaarder moet – voordat hij tot executoriale verkoop overgaat – nagaan of deze apparatuur nog de zogenoemde ‘software’ bevat (bestanden, programma’s en dergelijke). Als dat het geval is, moet hij de belastingschuldige de mogelijkheid bieden om die software te verwijderen en een back-up te maken. Als de belastingschuldige dit niet doet, moet de belastingdeurwaarder de software (laten) verwijderen.
8.49.2.7. Bieden voor rekening van het Rijk en beslag roerende zaken
Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere medewerker van de Belastingdienst/Caribisch Nederland opdragen voor rekening van het Rijk te bieden.
8.49.3. Beslag op onroerende zaken
8.49.3.1. Verhuurde of verpachte onroerende zaken
De ontvanger die beslag op een onroerende zaak heeft laten leggen en ook de huur of pacht wil incasseren, doet hiervoor zoveel mogelijk een vordering ex artikel 8.54 van de wet onder de huurder of pachter. Er wordt in deze situatie dus niet gehandeld als bedoeld in artikel 507, derde lid, Rv BES.
8.49.4. Beslag onder derden
8.49.4.1. Derdenbeslag of vordering ex artikel 8.54
Als naast een derdenbeslag ook een vordering op grond van artikel 8.54 van de wet mogelijk is, kiest de ontvanger voor het doen van een vordering.
8.49.4.2. Derdenbeslag op een periodieke uitkering
Als de ontvanger beslag wil leggen op het loon van de belastingschuldige, moet hij rekening houden met de beperking die is geregeld in artikel 1614g van Boek 7A BW BES. Hierin is geregeld dat beslag onder de werkgever op het door deze aan de belastingschuldige verschuldigde loon is niet verder geldig dan tot een derde gedeelte van het in geld vastgestelde loon.
Als de ontvanger beslag wil leggen op een andere periodieke uitkering dan loon – bijvoorbeeld een pensioenuitkering – en de belastingschuldige toont aan dat hij en zijn gezin volledig afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud van deze periodieke uitkering, kan de ontvanger met overeenkomstige toepassing van de eerste alinea de vordering beperken tot een derde gedeelte van de in geld vastgestelde uitkering. De ontvanger doet dit niet als blijkt dat op het vrijgelaten gedeelte door derden beslag is of wordt gelegd.
Als er op het moment dat de ontvanger beslag wil leggen al beslag ligt op het loon of een andere periodieke uitkering, moet de derde onder wie beslag is gelegd de gegevens van de gerechtsdeurwaarder aan de ontvanger doorgeven. De ontvanger informeert daarop de gerechtsdeurwaarder dat hij beslag wil leggen op het loon of de periodieke uitkering. De ontvanger deelt de andere schuldeiser ook mee dat hij mogelijk enige tijd geen gelden uit zijn derdenbeslag zal ontvangen, omdat de ontvanger een preferente vordering heeft op grond van artikel 8.55 van de wet.
Artikel 8.52. Versnelde invordering
8.52.1. Versnelde invordering algemeen
Artikel 8.52 van de wet noemt de gevallen waarin de ontvanger de bevoegdheid heeft om de betalingstermijn van een belastingaanslag te negeren en tot onmiddellijke invordering dan wel dwanginvordering over te gaan. Dit mag alleen in de volgende situaties:
8.52.2. Vrees voor verduistering en versnelde invordering
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.