Regeling cliëntenparticipatie UWV 2018

Type ZBO-regeling
Publication 2024-05-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

Besluit:

Artikel 1. Definities
Artikel 2. Reikwijdte regeling

Deze regeling is van toepassing op de organisatie en werking van de door UWV ingestelde cliëntenraden.

Artikel 3. Taak cliëntenraad

De cliëntenraad heeft tot taak UWV gevraagd en ongevraagd te informeren en te adviseren over het uitvoeringsbeleid en de uitvoeringspraktijk, alsmede ontwikkelingen te signaleren die van invloed kunnen zijn op de (kwaliteit van de) dienstverlening van UWV aan cliënten. De cliëntenraad heeft tot taak de collectieve cliëntenbelangen te behartigen.

Artikel 4. Bevoegdheden
1.

Initiatiefrecht

2.

Informatierecht

3.

Adviesrecht

Artikel 5. Instellen commissie
1.

De cliëntenraad heeft de bevoegdheid om in overleg met UWV commissies en/of werkgroepen in het leven te roepen die de raad adviseren. De cliëntenraad draagt verantwoordelijkheid voor de samenstelling van genoemde commissies en werkgroepen. Daarbij kan de cliëntenraad onder meer de expertise van leden van de cliëntenraad inroepen en kijken naar de verdeling van de te verrichten werkzaamheden. De cliëntenraad wijst de leden van de commissies en/of werkgroepen aan uit haar midden en kan in voorkomende gevallen op basis van een meerderheidsbesluit de aanwijzing van één of meer leden intrekken.

2.

De commissies worden ingedeeld naar de structuur van UWV voor zover dit uit de aard van de dienstverlening voortvloeit.

3.

De commissie wijst uit haar midden een lid aan dat belast is met de coördinatie van de werkzaamheden van die commissie en dat als contactpersoon van die commissie fungeert richting de cliëntenraad.

4.

De gezamenlijke cliëntenraden kunnen na overleg met elkaar en UWV zgn. ‘Brede Werkgroepen’ instellen. De Brede Werkgroep kiest uit haar midden een coördinator, die verantwoordelijk is voor bijeenroepen, agendering en communicatie. Doel van deze zgn. ‘Brede Werkgroepen’ is het samenwerken in multidisciplinaire samenstelling (over de verschillende raden heen) vorm te geven.

Artikel 6. Centrale cliëntenraad
1.

Er is een centrale cliëntenraad, die gesprekspartner is van de Raad van Bestuur. De centrale cliëntenraad, bestaat uit 16 leden. De leden van de centrale cliëntenraad dienen in Nederland woonachtig te zijn. Bij de samenstelling van de cliëntenraad wordt gestreefd naar een goede afspiegeling van het cliëntenbestand van UWV.

2.

Als gesprekspartners van deze cliëntenraad treden op een lid van de Raad van Bestuur, de directeur Klant & Service en één of meer beslissingsbevoegden van UWV. De samenwerking wordt éénmaal per jaar geëvalueerd.

3.

De te behandelen thematiek is afgestemd op zaken waarvoor door de Raad van Bestuur beslissingen kunnen worden genomen en betreft in ieder geval:

4.

De cliëntenraad overlegt minimaal vier keer per jaar met UWV.

5.

De centrale cliëntenraad benoemt uit zijn midden contactpersonen voor elke decentrale cliëntenraad. Deze contactpersonen kunnen de communicatie naar de betreffende decentrale cliëntenraad verzorgen, deelnemen aan de vergaderingen van de betreffende decentrale cliëntenraad en als toehoorder aanwezig zijn bij de overlegvergaderingen als bedoeld in artikel 7 lid 4 van de betreffende decentrale cliëntenraad.

Artikel 7. Decentrale cliëntenparticipatie
1.

Per district is er een cliëntenraad, die gesprekspartner is van het management van dat district, bestaande uit 16 leden, die woonachtig zijn in dat district.

Bij de samenstelling van de cliëntenraad wordt gestreefd naar een goede afspiegeling van het cliëntenbestand van UWV.

2.

Als gesprekspartners van deze cliëntenraad treden op het hoofd Klant & Service en één of meer districtsmanagers en/of regiomanagers van andere onderdelen van UWV. De samenwerking wordt éénmaal per jaar geëvalueerd.

3.

De te behandelen thematiek is afgestemd op zaken waarvoor op districtsniveau beslissingen kunnen worden genomen en betreft in ieder geval:

4.

De cliëntenraad overlegt minimaal vier keer per jaar met UWV.

5.

De cliëntenraad kan in overleg met UWV instrumenten toepassen voor het verkrijgen van cliëntsignalen vanuit de uitvoeringspraktijk in de lokale vestigingen (werkpleinen). Instrumenten die met instemming van UWV worden toegepast, worden door het UWV gefaciliteerd.

6.

De cliëntenraad is bevoegd deel te nemen aan overlegvormen op het gebied van cliëntenparticipatie op de lokale vestigingen (werkpleinen). Op cliëntenraadsleden die deelnemen aan deze overlegvormen is de regeling Onkosten- en reiskostenvergoeding, die als bijlage bij deze regeling is opgenomen, onverkort van toepassing. Voor vergoeding van onkosten en reiskosten in verband met deelname aan overleggen binnen de arbeidsmarktregio, zoals overkoepelende overleggen van cliëntenraden van UWV met cliëntenraden van gemeenten of het regionaal werkbedrijf, is vooraf toestemming van de adviseur cliëntenparticipatie van UWV nodig.

7.

De decentrale cliëntenraad kan de uitvoering van het beleid van UWV toetsen. Indien de decentrale cliëntenraad onvolkomenheden of tekortkomingen in de uitvoering van het beleid constateert, licht de decentrale cliëntenraad de centrale cliëntenraad daar schriftelijk over in.

Artikel 8. Voordracht, benoeming en zittingsduur van de leden
1.

Kandidaten voor het lidmaatschap van een cliëntenraad worden voorgedragen door de belangenorganisaties in onderling overleg. De centrale cliëntenraad kan een wensprofiel voor een kandidaat voor een vacante zetel in de centrale cliëntenraad aan de betreffende belangenorganisatie doen toekomen. Een decentrale cliëntenraad kan een wensprofiel voor een kandidaat voor een vacante zetel in de betreffende decentrale cliëntenraad aan de betreffende belangenorganisatie doen toekomen.

2.

De door de belangenorganisaties of door de raad op grond van artikel 8 lid 4 voorgedragen cliënten worden als leden van de afzonderlijke raden door UWV benoemd voor een periode van 4 jaar. Benoemingen kunnen eenmalig met eenzelfde periode (van 4 jaar) verlengd worden. Indien een lid van een cliëntenraad gedurende de periode waarvoor hij is benoemd als lid van die cliëntenraad, lid wordt van een andere cliëntenraad, loopt de benoemingstermijn van vier jaar door. Er vangt geen nieuwe benoemingstermijn aan van vier jaar vanaf de datum dat het lid van een cliëntenraad lid wordt van een andere cliëntenraad.

3.

Personen die cliënt zijn van UWV en tevens werkzaam zijn voor of ten behoeve van UWV, kunnen niet worden benoemd als lid van een cliëntenraad. Deze bepaling blijft van kracht voor een periode van 2 jaar vanaf de beëindiging van het dienstverband en/of 2 jaar na beëindiging van de werkzaamheden voor of ten behoeve van UWV.

4.

UWV kan bij ontstentenis van een of meer in het eerste lid bedoelde voordrachten na zes maanden nadat bekend is geworden dat een zetel vacant komt, besluiten dat de vacante zetel wordt vervuld op bindende voordracht van de betrokken cliëntenraad.

5.

Werving van de in het vorige lid bedoelde leden vindt plaats via o.a. dagbladadvertenties, website cliëntenraden en overige social media. Selectie vindt plaats door een door de betrokken cliëntenraad uit zijn midden aangewezen selectiecommissie.

6.

De leden van de cliëntenraad kiezen uit hun midden een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter, een raadssecretaris en een webmaster voor de duur van een jaar. Zij kunnen zich na afloop van deze periode herkiesbaar stellen.

7.

De plaatsvervangend voorzitter fungeert alleen als voorzitter bij afwezigheid van de voorzitter.

8.

De cliëntenraad kan de voorzitter, diens plaatsvervanger, de secretaris of de webmaster zijn aanwijzing als zodanig ontnemen met dien verstande dat een besluit daartoe de instemming behoeft van twee derde deel van de leden van de betreffende cliëntenraad. Een dergelijk besluit heeft geen gevolgen voor het lidmaatschap van het betreffende lid bij de cliëntenraad. Het voornemen tot ontneming van die aanwijzing zoals hiervoor bedoeld dient te worden geagendeerd en wordt ten minste 14 dagen vóór aanvang van de vergadering aan de betreffende cliëntenraad bekend gemaakt.

9.

Tenzij de meerderheid van een cliëntenraad anders besluit, treedt de voorzitter van een cliëntenraad op als woordvoerder van die cliëntenraad.

10.

Een cliënt kan slechts in één cliëntenraad van UWV tegelijk zitting nemen.

Artikel 9. Einde lidmaatschap
1.

Het lidmaatschap van de cliëntenraad eindigt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.