Besluit van 21 maart 2018, houdende regels inzake het medegebruik van antenne-opstelpunten, antennesystemen en antennes bestemd voor omroepzendernetwerken en medegebruik van fysieke infrastructuur ter bevordering van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid (Besluit medegebruik omroepzendernetwerken en fysieke infrastructuur)

Type AMvB
Publication 2022-03-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 8 december 2017, nr. WJZ / 17196656;

Gelet op richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014, L 155) en de artikelen 5a.3, tweede lid, 5a.14 en 5a.15 van de Telecommunicatiewet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 december 2017, No.W18.17.0389/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 15 maart 2018, nr. WJZ/18013189;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken in werking treedt.

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Een ontvanger beslist of aan een verzoek tot medegebruik kan worden voldaan binnen:

2.

De ontvanger kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal verlengen en doet daarvan schriftelijk mededeling aan de verzoeker.

3.

De verlenging van de termijn bedraagt ten hoogste:

Artikel 3
1.

Indien onvoldoende gegevens zijn verstrekt voor de beoordeling van het verzoek tot medegebruik, brengt de ontvanger binnen een week na ontvangst van het verzoek de verzoeker hiervan schriftelijk op de hoogte. De ontvanger geeft daarbij aan welke gegevens ontbreken en geeft daarbij een deugdelijke motivering waarom de ontbrekende gegevens noodzakelijk zijn voor de beslissing op het verzoek tot medegebruik.

2.

De verzoeker verstrekt de ontbrekende gegevens, bedoeld in het eerste lid, binnen twee weken aan de ontvanger. De termijnen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden opgeschort met ingang van de dag na de datum waarop de ontvanger de verzoeker schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het ontbreken van gegevens tot de dag waarop de ontvanger de ontbrekende gegevens heeft ontvangen.

3.

Indien de ontbrekende gegevens niet zijn verstrekt binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, kan de ontvanger besluiten het verzoek tot medegebruik niet verder te behandelen.

4.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de door de verzoeker te overleggen gegevens bij de indiening van een verzoek tot medegebruik.

Artikel 4
1.

Een houder verstrekt op verzoek van een andere houder, teneinde deze in staat te stellen met betrekking tot zijn omroepzendernetwerk een verzoek tot medegebruik in te dienen, binnen twee weken na ontvangst van dat verzoek, de daartoe benodigde gegevens. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.

2.

Het verzoek, bedoeld in het eerste lid wordt, gelet op de aanwezige behoefte tot medegebruik, beperkt tot een bepaald antenne-opstelpunt dan wel de antenne-opstelpunten in een nader aangeduid deel van het land. Daarbij wordt, indien dit reeds mogelijk is, aangegeven wat voor soort medegebruik met betrekking tot het desbetreffende antenne-opstelpunt dan wel de desbetreffende antenne-opstelpunten wordt gewenst.

3.

In het geval, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarbij een ontvanger van een verzoek tot medegebruik van zijn omroepzendernetwerk aan de verzoeker heeft medegedeeld dat deze onvoldoende gegevens heeft verstrekt om een beslissing op het verzoek tot medegebruik te nemen, verstrekt de ontvanger aan de verzoeker die informatie betreffende het antenne-opstelpunt, het antennesysteem of de antenne waarop het verzoek tot medegebruik betrekking heeft, die noodzakelijk is voor de verzoeker om op redelijke wijze aan het verzoek tot het verstrekken van de ontbrekende gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, te kunnen voldoen. De gegevens worden gelijktijdig verstrekt met de mededeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, eerste volzin.

4.

Tot de informatie, bedoeld in het derde lid, behoort in ieder geval:

5.

Voor de verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste lid kan een vergoeding op basis van werkelijk gemaakte kosten in rekening worden gebracht bij de houder die het verzoek heeft ingediend.

6.

Indien een houder niet voldoet aan een verzoek tot gegevensverstrekking als bedoeld in het eerste lid of de ontvanger niet voldoet aan de verplichting tot het verstrekken van de informatie, bedoeld in het derde lid, neemt de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag van de houder die het verzoek tot gegevensverstrekking heeft gedaan onderscheidenlijk de verzoeker, bedoeld in het vierde lid, een besluit inzake de plicht tot het verstrekken van de desbetreffende gegevens. Voor zover het gaat om de verstrekking van gegevens als bedoeld in het vierde lid, wordt met ingang van de dag na de datum waarop aan de Autoriteit Consument en Markt is verzocht een besluit als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de termijn, bedoeld in artikel 3, tweede lid, eerste volzin, opgeschort tot de dag waarop door de Autoriteit Consument en Markt een besluit is genomen. De Autoriteit Consument en Markt kan bij haar besluit in afwijking van het bepaalde in artikel 3 termijnen stellen waarbinnen:

7.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

Artikel 5

De gegevens die worden verstrekt om met betrekking tot een omroepzendernetwerk een verzoek tot medegebruik te kunnen indienen en de gegevens die worden verstrekt in het kader van een dergelijk verzoek, worden door degene aan wie de gegevens zijn verstrekt slechts gebruikt voor het doel waarvoor de gegevens zijn verstrekt. Alle informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

Artikel 6

Wijzigt het Frequentiebesluit 2013.

Artikel 7

Het Besluit medegebruik omroepzendernetwerken wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken in werking treedt.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit medegebruik omroepzendernetwerken en fysieke en publieke infrastructuur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2a

Een publiekrechtelijke rechtspersoon maakt de voorwaarden waaronder hij instemt met een verzoek tot medegebruik van publieke infrastructuur als bedoeld in artikel 5c.2, eerste lid, van de wet openbaar overeenkomstig de wijze, bedoeld in artikel 5, onderscheidenlijk 6 van de Bekendmakingswet.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.