Besluit van de Minister van IenW van 25 april 2018, IENW/BSK-2018/76264, houdende vaststelling van een beleidskader voor het aanwijzen van projecten gericht op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden in het kader van de vrijstelling voor de voordelen die deelnemers aan dergelijke projecten ontvangen, opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001
Gelet op artikel 3.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
Besluit het volgende beleidskader vast te stellen voor de aanwijzing van projecten gericht op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden in het kader van de vrijstelling voor de voordelen die deelnemers aan dergelijke projecten ontvangen, opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001;
Voor de voordelen die deelnemers ontvangen uit de projecten die gericht zijn op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden bestaat een fiscale vrijstelling, welke is vastgelegd in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel i, van de Wet inkomstenbelasting 2001. Met dat artikel zijn voordelen uit projecten vrijgesteld die:
Hiermee zijn de voordelen uit de projecten die door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn aangewezen en bekendgemaakt aan de deelnemers van die projecten vrijgesteld voor de belastingheffing in de inkomstenbelasting. In de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (URIB 2001) zijn hieraan de volgende voorwaarden gesteld:
Daarnaast wordt invulling gegeven aan de motie TK 29 398 nr. 519. Met de aangenomen motie is de direct uit te keren geldelijke beloning aan een deelnemer gemaximeerd tot drie maanden. Wel is het mogelijk om aanvullend op de periode van drie maanden met een geldelijk beloning, gedurende maximaal negen maanden een andere vorm van niet-geldelijke beloningen te verstrekken. Dit in lijn met de totale maximale deelnameperiode van 12 maanden conform de URIB 2001, artikel 6a.
Dit document bevat kaders die het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan projecten stelt om in aanmerking te kunnen komen voor de hiervoor onder punt 3 genoemde aanwijzing.
De vrijstelling is vanwege doelmatigheidsredenen voorgesteld. Het bij de deelnemers belasten van het verschil tussen de ontvangen vergoeding uit in verband met de deelname aan een dergelijk project en de kosten die daarbij worden gemaakt, (bijvoorbeeld extra brandstof in verband met omrijden, kosten voor thuiswerken etc.) zal – in verhouding tot het fiscale belang – leiden tot hoge administratieve lasten bij de deelnemer aan het project en tot uitvoeringslasten bij de Belastingdienst. Door de voordelen die deelnemers van deze projecten genieten fiscaal vrij te stellen hoeven zij deze inkomsten, die normaliter als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) worden aangemerkt, niet in hun aangifte inkomstenbelasting op te nemen.
Op basis van dit beleidskader worden projecten als bedoeld in artikel 3.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001 aangewezen. Deelnemers aan dergelijke aangewezen projecten hoeven over de voordelen die zij genieten uit deze projecten, gericht zijn op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden, geen belasting te betalen. Bij de voordelen die verstrekt worden bij deelname aan de aangewezen projecten, moet gedacht worden aan:
De beloningen die deelnemers ontvangen mogen in geen geval direct noch indirect door de werkgever van de deelnemer worden bekostigd. Indien werkgevers (deels) deze voordelen bekostigen dan is sprake van loon uit dienstbetrekking. Daarvoor geldt deze fiscale vrijstelling niet. Tevens relevant voor werkgevers is dat onder voorwaarden de werkkostenregeling van toepassing kan zijn.
De aanwijzing is bedoeld voor projecten van overheden of projecten van derden in opdracht van overheden (bijvoorbeeld aannemers) die maatregelen treffen om hinderbeperking te realiseren tijdens grootschalige wegwerkzaamheden. Hierbij valt te denken aan het belonen van weggebruikers die de hinderlocaties weten te mijden of weggebruikers die bereid zijn (tijdelijk) met andere modaliteiten te gaan reizen of thuis te gaan werken. Het voordeel dat deze groep weggebruikers tijdelijk geniet, kan onder de voorwaarden van dit beleidskader en van de voorwaarden opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de URIB 2001 vrijgesteld worden van inkomstenbelasting.
Alleen projecten gericht op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden komen in aanmerking voor vrijstelling. ‘Grootschalig’ wordt als volgt getypeerd:
Het verzoek om aangewezen te worden moet ten minste de volgende onderdelen bevatten:
Voor projecten die worden aangewezen geldt dat:
Het budgetplafond voor de aanwijzing van projecten gericht op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden betreft een budgettair belang ter waarde van € 500.000,– per jaar aan voor het Ministerie van Financiën gederfde belastinginkomsten. Dit belang correspondeert met gemiddeld € 2.000.000,– aan uitgekeerde beloningen/vergoedingen aan deelnemers.
Indien meer aanvragen worden ingediend dan het jaarlijkse plafond toelaat, worden aanvragen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, geselecteerd op volgorde van het moment van indienen. De definitieve aanvragen die het eerste zijn binnengekomen en binnen het budgetplafond passen, hebben voorrang op aanvragen die later zijn binnengekomen. Het Ministerie van IenW draagt zorg voor het niet overschrijden van dit jaarlijkse budgettaire belang door een deel van het budgettaire belang als reserve vast te houden voor afwijkingen op de hieronder genoemde situaties, mede op basis van verkregen inzicht in de toekomstig te verwachten projecten gericht op hinderbeperking.
De aanwijzing van een project voor vrijstelling wordt gegeven op basis van vooraf verstrekte informatie, maar wel voor werkelijk verleende voordelen. Een vertegenwoordiger van het project treedt zo snel als mogelijk met IenW in contact in verband met de budgetconsequenties indien:
Zodra er sprake is van het bereiken van de reservezone van het budgettaire belang, stopt het Ministerie van IenW in beginsel met het aan aanwijzen van projecten.
Projecten die geen vrijstelling genieten, zullen zelf hun deelnemers actief erop wijzen dat zij de inkomstenbelasting over de beloningen/vergoedingen via hun aangifte inkomstenbelasting moeten opgeven als ‘resultaat overige werkzaamheden’.
Aanvragers krijgen schriftelijk bevestiging van IenW of het project wordt aan- of afgewezen. Bij aanwijzing draagt IenW zorg voor de publicatie van het project in de Staatscourant zodat belanghebbenden van de aanwijzing kennis kunnen nemen.
De aanvraag moet per email worden ingediend bij vrijstellingsaanvraag@minienm.nl. Op dit mailadres kunnen tevens vragen worden gesteld over dit beleidskader.
In alle gevallen waarbij in ernstige mate wordt afgeweken van vooraf verstrekte informatie dan wel de duur van het project, kan het Ministerie van IenW de aanwijzing intrekken per kalenderjaar. Intrekken van de aanwijzing zal uitsluitend plaatsvinden per lopend kalenderjaar (per 31 december). De reden hiervoor is de aangifte inkomstenbelasting per kalenderjaar wordt opgegeven en het hiermee voor zowel de Belastingdienst als voor deelnemers duidelijk is in welk kalenderjaar wel of geen vrijstelling geldt voor de voordelen die deelnemers ontvangen uit de projecten die gericht zijn op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden.
Projecten waarvan de aanwijzing tussentijds wordt ingetrokken, zullen zelf hun deelnemers actief erop wijzen dat zij de inkomstenbelasting over de beloningen/vergoedingen via hun aangifte inkomstenbelasting moeten opgeven als ‘resultaat overige werkzaamheden’.
Dit beleidskader treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.