Beleidsregel van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 mei 2018, nr. WJZ/18020186, inzake de kwaliteit van de opvang van invasieve uitheemse diersoorten (Beleidsregel kwaliteit opvang invasieve uitheemse diersoorten)

Type Beleidsregel
Publication 2018-05-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 7, 17, 19 en 20 van de Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014 L 317);

Gelet op de artikelen 3.37 en 3.40 van de Wet natuurbescherming en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Deze beleidsregel geldt voor de verlening van een ontheffing van artikel 3.37 van de Wet natuurbescherming, in samenhang met artikel 3.29 van de Regeling natuurbescherming, op grond van artikel 3.40 van de Wet natuurbescherming, aan opvangcentra die dieren behorende tot soorten die worden genoemd op de Unielijst opvangen of gaan opvangen.

2.

Aan een opvangcentrum dat handelt overeenkomstig het protocol dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit wordt op grond van artikel 3.40 van de Wet natuurbescherming een ontheffing verleend van het voorschrift, genoemd in artikel 7, eerste lid, aanhef, in samenhang met onderdelen b en d, van de Verordening uitheemse invasieve soorten.

3.

Een ontheffing heeft geen betrekking op de verbodsbepalingen van artikel 7, eerste lid, aanhef in samenhang met onderdeel a, c, e, f, g of h, van de Verordening invasieve uitheemse soorten.

Artikel 3

Een ontheffing als bedoeld in artikel 2 wordt slechts verleend indien:

Artikel 4

Aan een ontheffing als bedoeld in artikel 1 wordt het handelen overeenkomstig het protocol dat is opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel als voorschrift verbonden.

Artikel 5

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel kwaliteit opvang invasieve uitheemse diersoorten.

Artikel 6

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Bijlage

Protocol opvang invasieve uitheemse diersoorten

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1. Definities

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doelstellingen

Artikel 3. Beperking activiteiten

Artikel 4. Handelwijze

Artikel 5. Bereikbaarheid

Artikel 6. Samenwerking andere opvangcentra

Paragraaf 2. Opvang, specialisatie van het opvangcentrum in een diersoort of diersoorten of soortgroepen, opname en acceptatie

Artikel 7. Opvangbeleid

Artikel 8. Opname en acceptatie

Paragraaf 3. Huisvesting en verzorging

Artikel 9. Opvanginrichting

Artikel 10. Verblijven

Artikel 11. Aanwezige ruimten

Artikel 12. Huisvesting

De handelwijze, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel b, bevat een op de soort toegepaste omschrijving van hetgeen als passende huisvesting en verzorging wordt gezien. Daarbij wordt rekening gehouden met de eis dat opgevangen dieren die een roofdier-prooi relatie hebben, elkaar niet kunnen waarnemen, met dien verstande dat voor vogels met een roofdier-prooidier relatie uitsluiten van visueel contact voldoende is.

Artikel 13. Voeding

Artikel 14. Hygiëne

Artikel 15. Zoönosen

Artikel 16. Voorkomen voortplanting en melden geboortes

Artikel 17. Veterinaire zorg

Artikel 18. Beoordeling binnengebracht dier

Artikel 19. Controle

Artikel 20. Verdenking aangifteplichtige dierziekten

Paragraaf 4. Structurele oplossingen

Artikel 21. Structurele oplossingen

Artikel 22. Onderbrengen bij particulieren

Artikel 23. Afwegingskader met betrekking tot de keuze voor een structurele oplossing

Ieder opvangcentrum stelt een afwegingskader vast met betrekking tot de keuze voor een structurele oplossing voor een dier. In het afwegingskader dient bij de keuze rekening te worden gehouden met de artikelen 22 tot en met 24. Dit kader wordt vastgelegd in het beleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel i.

Paragraaf 5. Doden

Artikel 24. Doden

Paragraaf 6. Medewerkers

Artikel 25. Beheerder

Artikel 26. Medewerkers

Artikel 27. Organisatorische continuïteit

In het beleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel m, wordt vastgelegd hoe de organisatorische continuïteit wordt gewaarborgd. Daartoe behoren ten minste voorzieningen in geval dat essentiële medewerkers, zoals de beheerder, niet beschikbaar zijn.

Paragraaf 7. Bezoekers

Artikel 28. Bezoekers

Paragraaf 8. Register en logboek

Artikel 29. Register

Artikel 30. Logboek

Paragraaf 9. Slotbepaling

Artikel 31. Afwijkingsmogelijkheid

Indien het opvangcentrum te maken krijgt met een onvoorziene situatie waardoor het zich gedwongen ziet van de voorschriften van het protocol dat is opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel af te wijken, stelt het onverwijld de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland daarvan op de hoogte.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.