Regeling uitkering chroom-6 Defensie

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-06-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Verhouding tot aansprakelijkheid
1.

Door het aanvaarden van een uitkering op grond van deze regeling doet de werknemer geen afstand van een lopende of een toekomstige aansprakelijkstelling.

2.

Uitkering uit hoofde van deze regeling houdt geen erkenning van aansprakelijkheid door de Staat der Nederlanden in.

3.

Een aanvraag voor de uitkering of de coulanceregeling geldt niet als aansprakelijkstelling of als stuiting van de verjaring.

Artikel 3. Recht op immaterieel deel uitkering werknemer
1.

De werknemer komt op zijn aanvraag in aanmerking voor de uitkering als aannemelijk is dat hij:

2.

Onder de in het eerste lid, onder a, bedoelde functie wordt mede verstaan de werkzaamheden waarvan het aan de hand van het in bijlage 4 opgenomen toetsingskader aannemelijk is dat die vallen in een groep zoals opgenomen in bijlage 1.

3.

In aanvulling op het eerste lid, geldt bij COPD dat de diagnose voor deze aandoening moet zijn gesteld uiterlijk binnen tien jaar na de laatste blootstelling aan chroom-6 bij Defensie.

4.

De termijn van een jaar, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing bij allergisch contacteczeem, allergische astma en -rhinitis en perforatie van het neustussenschot.

5.

Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, en het tweede lid, geldt dat de functie of werkzaamheden moeten hebben plaatsgevonden tussen 31 december 1969 en 1 januari 2015.

Artikel 4. Recht op uitkering na overlijden werknemer
1.

Indien de werknemer overlijdt na het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, maar voordat op de aanvraag is beslist, wordt de uitkering, voor zover hij daarvoor in aanmerking zou zijn gekomen, uitgekeerd aan de erfgenamen, op voorwaarde dat een verklaring van erfrecht wordt overgelegd.

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder aanvraag, bedoeld in het eerste lid, ook begrepen de door de werknemer ingediende aanvraag van de coulancetegemoetkoming.

Artikel 5. Hoogte van immaterieel deel uitkering
1.

Het immaterieel deel van de uitkering, genoemd in de artikelen 3 en 4, wordt berekend aan de hand van bijlage 3.

2.

Voor zover bij de berekening van de uitkering de duur van blootstelling aan chroom-6 van belang is, worden afzonderlijke perioden van blootstelling in relevante functies of werkzaamheden bij elkaar opgeteld.

3.

De uitkering wordt verrekend met bedragen voor zover die reeds zijn toegekend in verband met de aandoening waarvoor deze uitkering wordt toegekend.

4.

In afwijking van het eerste lid heeft de werknemer bij een combinatie van verschillende aandoeningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, recht op een uitkering ter hoogte van het hoogste bedrag, aangevuld met 50% van het bedrag behorend bij andere aandoeningen.

5.

Bij verergering van de aandoening, waarbij op basis van deze regeling een hogere uitkering wordt toegekend, vindt verrekening plaats met een eerdere uitkering die in verband met deze aandoening is toegekend.

Artikel 6. Recht op materieel deel uitkering werknemer
1.

Ongeacht het aantal aandoeningen wordt bij recht op een uitkering, bedoeld in de artikelen 3 en 4, eenmalig een bedrag betaald ter hoogte van € 4.110,59.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien eerder een uitkering op grond van deze regeling is toegekend.

Artikel 7. Recht op uitkering nabestaande
1.

De nabestaande heeft recht op een nabestaandenuitkering ter hoogte van € 4.110,59 als aannemelijk is dat de werknemer is overleden aan long-, neus-, neusbijholte-, maag- of strottenhoofdkanker of aan een chronische longziekte met AMA-klasse 4, en in verband met deze aandoening:

2.

Als de nabestaande reeds is overleden wordt voor de toepassing van het eerste lid, het bedrag van € 4.110,59 toegekend aan het kind van de werknemer, of bij meerdere kinderen aan hen gezamenlijk, op voorwaarde dat een verklaring van erfrecht wordt overgelegd.

Artikel 8. Gevolmachtigde nabestaanden of erfgenamen
1.

Voor zover er meer dan één nabestaande of erfgenaam is, dragen zij er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 4, 7, tweede lid en 7a, derde lid.

2.

De volmacht is schriftelijk, ondubbelzinnig en door alle betrokkenen ondertekend.

Artikel 9. Indienen aanvraag
1.

De werknemer dient de aanvraag voor de uitkering in bij de uitvoerder.

2.

De werknemer hoeft geen aanvraag in te dienen als hem een coulancetegemoetkoming is toegekend.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van stukken die nodig zijn om te bepalen of de werknemer voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van de uitkering.

4.

De Minister van Defensie verstrekt de uitvoerder of het beoordelingspanel op verzoek de inlichtingen die noodzakelijk zijn ter vaststelling van de relevante functies of werkzaamheden.

5.

De toekenning of afwijzing van het verzoek is een besluit, als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.

6.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de uitkeringen, bedoeld in de artikelen 7 en 7a.

Artikel 10. Aanvullend medisch onderzoek
1.

Als een aandoening nog onvoldoende is vastgesteld, kan de uitvoerder aanvullend medisch onderzoek laten uitvoeren.

2.

De uitvoerder schakelt bij een geschil over de aandoening een onafhankelijke medische deskundige in.

3.

De redelijke kosten die de werknemer in verband met het aanvullend medisch onderzoek heeft gemaakt, worden hem vergoed voor zover deze niet uit anderen hoofde worden vergoed. Het betreft reis- en verblijfskosten en medische kosten.

Artikel 11. Uitbetaling uitkering
1.

De uitkering wordt in één keer uitbetaald.

2.

Op verzoek van de werknemer of zijn erfgenaam betaalt de uitvoerder de uitkering in termijnen uit.

3.

De uitvoerder betaalt de uitkering zo spoedig mogelijk uit, in ieder geval binnen 8 weken na de datum waarop deze is toegekend. De uitkerings- en uitvoeringskosten komen ten laste van het Ministerie van Defensie.

4.

Als over de uitkering belasting moet worden betaald ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de loonbelasting 1964 of premie voor de volksverzekeringen ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen, komt die belasting of premie ten laste van het Rijk.

5.

Als de uitkering voor de werknemer leidt tot aantoonbaar onevenredig nadelige financiële neveneffecten, kan de Minister van Defensie in redelijkheid een maatwerkvoorziening treffen.

6.

Op de uitkeringen, bedoeld in de artikelen 7 en 7a, zijn het tweede en vijfde lid van dit artikel niet van toepassing.

Artikel 12. Ondersteuning en voorziening
1.

De werknemer die recht heeft op de uitkering, krijgt op zijn redelijk verzoek van of namens het Ministerie van Defensie advies of ondersteuning inzake het verkrijgen van een uitkering of voorziening op grond van een andere regeling.

2.

De werknemer die recht heeft op een uitkering, kan in bijzondere gevallen in aanmerking komen voor een voorziening in verband met zijn aandoening, indien hierin niet door een andere regeling wordt voorzien.

3.

Van een bijzonder geval, bedoeld in het tweede lid, is sprake indien het niet toekennen van de voorziening voor de werknemer zou leiden tot kosten die redelijkerwijs niet ten laste van hem dienen te komen en bovendien zou leiden tot ernstige bestaansverschraling.

Artikel 13. Indexering

De in deze regeling genoemde bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig het percentage van de autonome wijziging van het wettelijk minimumloon van het voorgaande jaar. De wijziging wordt door of namens de Minister van Defensie bekend gemaakt.

Artikel 14. Terugvordering

De uitkering wordt teruggevorderd indien als gevolg van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, de nabestaande of erfgenaam onjuiste informatie is verstrekt waardoor de tegemoetkoming ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

Artikel 15. Hardheidsclausule

De Minister van Defensie is bevoegd af te wijken van deze regeling indien de toepassing leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 16. Intrekking Regeling

De Tijdelijke regeling tegemoetkoming en ondersteuning slachtoffers blootstelling chroom VI houdende stoffen defensie wordt ingetrokken.

Artikel 17. Overgangsbepaling
1.

De werknemer die voor long-, neus-, neusbijholte-, maag-, strottenhoofdkanker, COPD, longfibrose of niet-immunologisch (irritatief) beroepsastma een immaterieel deel van de uitkering heeft ontvangen waarbij de hoogte is gebaseerd op de ten tijde in bijlage 3 opgenomen indeling in groep 1 categorie B of C, ontvangt een nabetaling tot het bedrag dat thans voor de betreffende aandoening staat opgenomen bij groep 1.

2.

De werknemer danwel de nabestaande aan wie bij besluit bekend is gemaakt dat hij geen uitkering krijgt voor COPD omdat de aandoening zich niet voor 1 januari 2012 heeft geopenbaard, maar wel voldoet aan een latentieperiode van tien jaar als bedoeld in artikel 3, derde lid, komt alsnog in aanmerking voor een uitkering, mits aan de overige voorwaarden is voldaan.

Bijlage 1. behorend bij de Regeling uitkering chroom-6 Defensie

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 1. behorend bij de Regeling uitkering chroom-6 Defensie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.