← Geldende tekst · Geschiedenis

Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en Wet veiligheidsonderzoeken

Geldende tekst a fecha 2024-10-01

Gelet op het bepaalde in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en de Wet veiligheidsonderzoeken;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Mandaat secretaris-generaal

Artikel 2. Mandaat secretaris-generaal
1.

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

2.

Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.

Artikel 3. Ondermandaat door secretaris-generaal

De secretaris-generaal wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat te verlenen aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ten aanzien van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b.

Paragraaf 3. Mandaat Wvo

Artikel 4. Mandaat directeur MIVD
1.

Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

2.

Aan de directeur van de MIVD wordt wat betreft defensieorderbedrijven en TNO-defensieonderzoek mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

3.

In afwijking van het tweede lid zijn van mandaatverlening aan de directeur van de MIVD uitgesloten de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden voor zover respectievelijk de instemming, weigering of intrekking van de verklaring van geen bezwaar aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zelf is voorbehouden.

4.

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur van de MIVD treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.

5.

De directeur van de MIVD wordt toegestaan ondermandaat en machtiging te verlenen ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, onder a, aan onder hem ressorterende functionarissen en aan een niet onder hem ressorterende functionaris, te weten het hoofd van de unit veiligheidsonderzoeken.

6.

De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat te verlenen aan de plaatsvervangend directeur van de MIVD ten aanzien van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder f. Een afschrift van dit besluit wordt aan de Minister verzonden.

Artikel 5. Mandaat beveiligingscoördinatoren van de krijgsmachtdelen, het Defensie Ondersteuningscommando, de Defensie Materieel Organisatie en de Bestuursstaf
1.

Aan de beveiligingscoördinatoren van het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Defensie Ondersteuningscommando, de Defensie Materieel Organisatie en de Bestuursstaf worden mandaat en machtiging verleend ten aanzien van het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo, voor zover het vertrouwensfuncties betreft die worden uitgeoefend bij respectievelijk het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Defensie Ondersteuningscommando, de Defensie Materieel Organisatie met uitzondering van de directie Beleid en de Bestuursstaf met uitzondering van de MIVD.

2.

Mandaat en machtiging worden verleend aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee ten aanzien van het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo voor zover het vertrouwensfuncties betreft die worden uitgeoefend bij de Koninklijke marechaussee.

3.

De uitoefening van de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheid geschiedt slechts na instemming van de directeur van de MIVD.

4.

Bij afwezigheid van een persoon, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.

Paragraaf 4. Mandaat Wiv

Artikel 6. Mandaat directeur MIVD algemene en bijzondere bevoegdheden
1.

Mandaat en machtiging worden verleend aan de directeur van de MIVD ten aanzien van het verlenen van toestemming voor de uitoefening van algemene en bijzondere bevoegdheden zoals bedoeld in:

2.

Het verlenen van toestemming voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden door de directeur MIVD is uitgesloten, indien de uitoefening van de bevoegdheden betrekking heeft op onderwerpen met een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter of wanneer de bevoegdheden worden uitgevoerd binnen woningen.

Artikel 7. Ondermandaat algemene en bijzondere bevoegdheden

De directeur van de MIVD wordt toegestaan ondermandaat te verlenen ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 6, aan de onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van de artikelen 38, eerste lid, 42, eerste lid, onder c, 50, derde lid, 72, eerste lid en 86, tweede lid juncto vijfde lid, van de Wiv. Een afschrift van dit besluit wordt aan de Minister verzonden.

Artikel 8. Mandaat directeur MIVD samenwerking MIVD met andere instanties
1.

Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van stukken en besluiten met betrekking tot het verzoeken of verlenen van toestemming voor de vormen van ondersteuning of samenwerking als bedoeld in:

2.

De directeur van de MIVD informeert de Minister onverwijld over de in het eerste lid, onderdelen b en c, verleende toestemming.

Artikel 9. Mandaat directeur MIVD externe verstrekking van gegevens

Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

Artikel 10. Verdaagbesluiten en ontheffing reisverbod

Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:

Artikel 11. Afwezigheid of verhindering

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur van de MIVD treedt diens plaatsvervanger in de in de artikelen 6 tot en met 10 bedoelde gevallen voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 12. Voorwaarden uitoefening mandaat
1.

De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de voor de burgerlijke rijksdienst en de voor het ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels alsmede met inachtneming van de aan de uitoefening van het mandaat gestelde regels en de daaraan verbonden instructies.

2.

De mandataris is gehouden de gestelde regels en instructies op te volgen.

Artikel 13. Voorleggen ter beslissing aan mandans

De mandataris maakt geen gebruik van een aan hem verleend mandaat in de gevallen waarin hij van mening is dat de mandans een beslissing dient te nemen of een stuk dient vast te stellen en te ondertekenen.

Artikel 14. Ondertekening
1.

Ondertekening van besluiten en stukken door de secretaris-generaal met betrekking tot het in artikel 2 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:

DE MINISTER VAN DEFENSIE

voor deze,

De secretaris-generaal

Handtekening

Naam

2.

Ondertekening van besluiten en stukken door de Directeur van de MIVD met betrekking tot het in de artikelen 4 en 6 tot en met 10 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:

DE MINISTER VAN DEFENSIE

voor deze,

De Directeur Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Handtekening

Naam en militaire rang

3.

Ondertekening van besluiten en stukken door de functionarissen, bedoeld in artikel 5 van deze regeling, met betrekking tot het in artikel 5 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:

DE MINISTER VAN DEFENSIE

voor deze:

Aanduiding van de functie

Handtekening

Naam en voor zover van toepassing de militaire rang

Artikel 15. Intrekking regeling

De Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 en Wet veiligheidsonderzoeken wordt ingetrokken.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2018.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017 en de Wet veiligheidsonderzoeken.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.