Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 juni 2018, nr. IenW/BSK-2018/123399, houdende vaststelling van regels ter uitvoering van de titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer en het Besluit energie vervoer en tot intrekking van de Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 en wijziging van de Regeling brandstoffen luchtverontreiniging (Regeling energie vervoer)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-03-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 9.7.1.1, 9.7.1.4, 9.7.2.3, vierde en vijfde lid, 9.7.4.5, eerste lid, 9.7.4.6, eerste, derde en vierde lid, 9.7.4.7, eerste lid, 9.7.5.2, eerste lid, 9.7.5.3, vijfde lid, 9.7.5.5, eerste en tweede lid, 9.8.1.4, 9.8.2.3, zesde en zevende lid, 9.8.4.2, eerste lid, 9.8.4.3, derde lid, 9.8.4.5, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer en de artikelen 7, zesde lid, 9, tweede lid, 11, eerste en vierde lid, 12, 15, tweede lid, 18, 21, 24, 39, tweede lid, 40, 41 en 42 van het Besluit energie vervoer;

BESLUIT:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 2

De energie-inhoud op basis van de onderste verbrandingswaarde van de geleverde brandstof, de geleverde biobrandstof of de geleverde hernieuwbare brandstof, waarvoor bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie geen energie-inhoud vermeldt,

Artikel 3
1.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen welke ondernemingen een jaarverplichting hebben. Hiertoe levert zij ten minste in oktober een voorlopige lijst met namen van de ondernemingen die naar verwachting een jaarverplichting hebben over het lopende kalenderjaar en in februari een lijst met namen van de ondernemingen met een jaarverplichting over het voorafgaande kalenderjaar. Deze lijst omvat de houders van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën, geregistreerd geadresseerden voor minerale oliën en importeurs, die meer dan 500.000 liter benzine, diesel of zware stookolie uitslaan tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns.

2.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of in het register de levering tot eindverbruik door ondernemingen juist en volledig is geregistreerd. Hiertoe voert de rijksbelastingdienst ten minste een gegevensanalyse uit nadat zij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit. Ook verstrekt zij aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van ondernemingen bedoeld in het eerste lid.

3.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om specifieke toezicht- of handhavingsonderzoeken te doen naar producenten van biobrandstoffen of hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in artikel 9.7.6.1 van de wet, ondernemingen die gecertificeerd zijn volgens een duurzaamheidsysteem als bedoeld in artikel 9.7.6.2 van de wet of ondernemingen die een rekening hebben in het register.

4.

De rijksbelastingdienst en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de invulling van het bepaalde in dit artikel een bestuursovereenkomst.

§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer

Artikel 4

Bij het invoeren van de hoeveelheid benzine, diesel en zware stookolie, bedoeld in artikel 9.7.2.3, eerste lid, van de wet, vermeldt de leverancier tot eindverbruik de volgende gegevens:

Artikel 5

Vervallen

§ 3. Inboeken hernieuwbare energie vervoer

Artikel 6
1.

De hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C, of de fysieke hoeveelheid in kilogrammen, die blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt.

2.

Voor een hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van de desbetreffende opslaglocatie een bewijs van duurzaamheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

3.

Bij vermenging in een opslagtank van een fysieke hoeveelheid vloeibare biobrandstof met een hoeveelheid vloeibare fossiele brandstof wordt de biobrandstof bij deelleveringen uit dat mengsel in gelijke percentages aan die deelleveringen toegekend.

4.

Voor het aantonen dat een fysieke hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof is geleverd aan de Nederlandse markt, voldoet de inboeker aan de in bijlage 1, deel B, genoemde eisen.

5.

Voor zover een hoeveelheid vloeibare biobrandstof in een brandstof of aan een bestemming is geleverd die niet in bijlage 1, deel A, is vermeld, is de inboeking niet toegestaan.

6.

Indien de geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt, dan komt de aard van de grondstof van het bewijs van duurzaamheid overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring.

Artikel 7
1.

Bij een levering van een gasvormige biobrandstof met behulp van het gastransportnet, is de hoeveelheid geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, de geleverde hoeveelheid in kilogrammen die door garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen boekhoudkundig vergroend wordt.

2.

Bij een levering van een gasvormige biobrandstof met behulp van een directe lijn, is de hoeveelheid geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, de geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen die voor die lijn door garanties van oorsprong voor niet-netlevering uit hernieuwbare energiebronnen boekhoudkundig vergroend wordt.

3.

De geleverde hoeveelheid gas in kilogrammen, bedoeld in het eerste lid, blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt en heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof die op de garanties van oorsprong vermeld is.

4.

De geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen, bedoeld in het tweede lid, blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt en heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof die op de garanties van oorsprong voor niet-netlevering vermeld is.

5.

De garanties van oorsprong, bedoeld in het eerste lid, en de garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in het tweede lid:

6.

Voor de bepaling van de omvang in kilogrammen van de garanties van oorsprong, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt de inhoud in MWh uitgedrukt in MJ en gedeeld door de bovenste verbrandingswaarde van 42,20 MJ/kg.

7.

Indien de geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt, dan komt de aard van de grondstof van de garanties van oorsprong, bedoeld in het derde en vierde lid, overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring.

Artikel 8
1.

De hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C of kilogrammen zoals blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer.

2.

Voor een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van hernieuwbare brandstoffen van de desbetreffende opslaglocatie en desbetreffende soort brandstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.