Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 juni 2018, nr. IenW/BSK-2018/123399, houdende vaststelling van regels ter uitvoering van de titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer en het Besluit energie vervoer en tot intrekking van de Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 en wijziging van de Regeling brandstoffen luchtverontreiniging (Regeling energie vervoer)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-03-26
State In force
Source BWB
artikelen 61
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 9.7.1.1, 9.7.1.4, 9.7.2.3, vierde en vijfde lid, 9.7.4.5, eerste lid, 9.7.4.6, eerste, derde en vierde lid, 9.7.4.7, eerste lid, 9.7.5.2, eerste lid, 9.7.5.3, vijfde lid, 9.7.5.5, eerste en tweede lid, 9.8.1.4, 9.8.2.3, zesde en zevende lid, 9.8.4.2, eerste lid, 9.8.4.3, derde lid, 9.8.4.5, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer en de artikelen 7, zesde lid, 9, tweede lid, 11, eerste en vierde lid, 12, 15, tweede lid, 18, 21, 24, 39, tweede lid, 40, 41 en 42 van het Besluit energie vervoer;

BESLUIT:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • bewijs van duurzaamheid: bewijs dat de duurzaamheid en de broeikasgasemissiereductie van een geleverde hoeveelheid fysieke biobrandstof aantoont, afgegeven door een gecertificeerde schakel van een duurzaamheidssysteem op basis van zijn massabalans;
  • bewijs van hernieuwbaarheid: bewijs dat de broeikasgasemissiereductie van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare brandstof aantoont, afgegeven door een gecertificeerde schakel van een vrijwillig systeem op basis van zijn massabalans van hernieuwbare brandstoffen;
  • fiatteur: natuurlijk persoon die een door een rekeningbevoegde voorgestelde transactie moet goedkeuren;
  • gecertificeerde schakel van een duurzaamheidssysteem: een onderneming of een partij die gecertificeerd is volgens een duurzaamheidssysteem;
  • gecertificeerde schakel van een vrijwillig systeem; een onderneming die gecertificeerd is volgens een vrijwillig systeem;
  • LNG: vloeibaar gemaakt aardgas;
  • massabalans: een boekhouding die een getrouwe weergave geeft van de in- en uitgaande stromen en voorraad van duurzame grondstoffen voor biobrandstoffen en duurzame biobrandstoffen van een onderneming gedurende een bepaalde periode, als onderdeel van een door de inboeker gehanteerd duurzaamheidssysteem;
  • minister: minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • rekeningbevoegde: natuurlijk persoon die alle handelingen die mogelijk zijn op een rekening, met uitzondering van het goedkeuren van een transactie, mag uitvoeren;
  • transactie: registerhandeling met betrekking tot de invoer van een levering tot eindverbruik, een inboeking van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie of een afboeking of overboeking van hernieuwbare brandstofeenheden.
Artikel 2

De energie-inhoud op basis van de onderste verbrandingswaarde van de geleverde brandstof, de geleverde biobrandstof of de geleverde hernieuwbare brandstof, waarvoor bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie geen energie-inhoud vermeldt,

  • a. wordt door de leverancier tot eindverbruik onderscheidenlijk de inboeker ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond met behulp van een erkende methode die bestemd is voor het vaststellen van de verbrandingswaarde van de brandstof of de biobrandstof;
  • b. wordt bepaald door een volgens ISO-/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium; en
  • c. betreft een representatieve waarde.
Artikel 3
1.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen welke ondernemingen een jaarverplichting hebben. Hiertoe levert zij ten minste in oktober een voorlopige lijst met namen van de ondernemingen die naar verwachting een jaarverplichting hebben over het lopende kalenderjaar en in februari een lijst met namen van de ondernemingen met een jaarverplichting over het voorafgaande kalenderjaar. Deze lijst omvat de houders van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën, geregistreerd geadresseerden voor minerale oliën en importeurs, die meer dan 500.000 liter benzine, diesel of zware stookolie uitslaan tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns.

2.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of in het register de levering tot eindverbruik door ondernemingen juist en volledig is geregistreerd. Hiertoe voert de rijksbelastingdienst ten minste een gegevensanalyse uit nadat zij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit. Ook verstrekt zij aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van ondernemingen bedoeld in het eerste lid.

3.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om specifieke toezicht- of handhavingsonderzoeken te doen naar producenten van biobrandstoffen of hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in artikel 9.7.6.1 van de wet, ondernemingen die gecertificeerd zijn volgens een duurzaamheidsysteem als bedoeld in artikel 9.7.6.2 van de wet of ondernemingen die een rekening hebben in het register.

4.

De rijksbelastingdienst en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de invulling van het bepaalde in dit artikel een bestuursovereenkomst.

§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer

Artikel 4

Bij het invoeren van de hoeveelheid benzine, diesel en zware stookolie, bedoeld in artikel 9.7.2.3, eerste lid, van de wet, vermeldt de leverancier tot eindverbruik de volgende gegevens:

  • a. soort brandstof;
  • b. bestemming van de brandstof;
  • c. periode overeenkomend met de periode van de accijnsaangifte;
  • d. volume in liters bij een temperatuur van 15 °C;
  • e. of de opgave afwijkt van de accijnsopgave en de omvang van de afwijking;
  • f. indien de opgave afwijkt van de accijnsopgave, de verklaring voor die afwijking.
Artikel 5

Vervallen

§ 3. Inboeken hernieuwbare energie vervoer

Artikel 6
1.

De hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C, of de fysieke hoeveelheid in kilogrammen, die blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt.

2.

Voor een hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van de desbetreffende opslaglocatie een bewijs van duurzaamheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

3.

Bij vermenging in een opslagtank van een fysieke hoeveelheid vloeibare biobrandstof met een hoeveelheid vloeibare fossiele brandstof wordt de biobrandstof bij deelleveringen uit dat mengsel in gelijke percentages aan die deelleveringen toegekend.

4.

Voor het aantonen dat een fysieke hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof is geleverd aan de Nederlandse markt, voldoet de inboeker aan de in bijlage 1, deel B, genoemde eisen.

5.

Voor zover een hoeveelheid vloeibare biobrandstof in een brandstof of aan een bestemming is geleverd die niet in bijlage 1, deel A, is vermeld, is de inboeking niet toegestaan.

6.

Indien de geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt, dan komt de aard van de grondstof van het bewijs van duurzaamheid overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring.

Artikel 7
1.

Bij een levering van een gasvormige biobrandstof met behulp van het gastransportnet, is de hoeveelheid geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, de geleverde hoeveelheid in kilogrammen die door garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen boekhoudkundig vergroend wordt.

2.

Bij een levering van een gasvormige biobrandstof met behulp van een directe lijn, is de hoeveelheid geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, de geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen die voor die lijn door garanties van oorsprong voor niet-netlevering uit hernieuwbare energiebronnen boekhoudkundig vergroend wordt.

3.

De geleverde hoeveelheid gas in kilogrammen, bedoeld in het eerste lid, blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt en heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof die op de garanties van oorsprong vermeld is.

4.

De geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen, bedoeld in het tweede lid, blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt en heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof die op de garanties van oorsprong voor niet-netlevering vermeld is.

5.

De garanties van oorsprong, bedoeld in het eerste lid, en de garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in het tweede lid:

  • b. hebben een einddatum van geldigheid die ligt binnen of na de einddatum van de bij de inboeking opgegeven periode van de levering van gas of biogas;
  • c. hebben betrekking op in Nederland geproduceerd gas uit hernieuwbare bronnen.
6.

Voor de bepaling van de omvang in kilogrammen van de garanties van oorsprong, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt de inhoud in MWh uitgedrukt in MJ en gedeeld door de bovenste verbrandingswaarde van 42,20 MJ/kg.

7.

Indien de geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt, dan komt de aard van de grondstof van de garanties van oorsprong, bedoeld in het derde en vierde lid, overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring.

Artikel 8
1.

De hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C of kilogrammen zoals blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer.

2.

Voor een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van hernieuwbare brandstoffen van de desbetreffende opslaglocatie en desbetreffende soort brandstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

3.

Voor het aantonen dat een hoeveelheid ingeboekte vloeibare hernieuwbare brandstof als een onderdeel van een mengsel met een fossiele brandstof van een andere samenstelling is geleverd, voldoet de inboeker aan de in bijlage 2 genoemde eisen.

4.

Voor zover een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof in een brandstof of aan een bestemming is geleverd die niet in bijlage 1, deel A, is vermeld, is de inboeking niet toegestaan.

Artikel 9
1.

De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt.

2.

De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van de aansluiting.

3.

De hoeveelheid met een directe lijn geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt is de hoeveelheid geleverde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt en die voor die lijn door garanties van oorsprong voor niet-netlevering van duurzame elektriciteit vergroend wordt.

4.

De geleverde hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het vorige lid, heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid elektriciteit die op de garanties van oorsprong vermeld is.

5.

De garanties van oorsprong, bedoeld in het tweede lid:

  • b. hebben een einddatum van geldigheid die ligt op of na de einddatum van de bij de inboeking opgegeven periode van de levering van de elektriciteit;
  • c. hebben betrekking op in Nederland geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.
Artikel 10
1.

De inboeker beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij de hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie juist verantwoordt.

2.

De inboeker controleert elk kwartaal in relatie tot de overige bedrijfsadministratie:

  • a. zijn voorraadverloop per soort hernieuwbare energie, waarbij de eindvoorraad gelijk is aan de beginvoorraad opgeteld met het saldo van de leveringen van hernieuwbare energie vervoer in die periode; met
  • b. het totaal van inboekingen per soort geleverde hernieuwbare energie in het register, bedoeld in artikel 9.7.5.1 van de wet, waarbij de leveringen ten minste even groot zijn als de inboekingen.
3.

Bij het inboeken van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie vermeldt de inboeker:

  • b. de gegevens zoals die vermeld zijn op de bewijsstukken.
4.

De inboeker beschikt over bewijsstukken met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het derde lid.

Artikel 11
1.

De factor voor ingeboekte vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof, bedoeld in artikel 9.7.4.4, tweede lid, van de wet, is tweeënhalf.

2.

Het gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, voor leveringen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, is het door het Centraal bureau voor statistiek bekendgemaakte gemiddelde aandeel van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in Nederland twee jaar voorafgaand aan het lopende kalenderjaar.

3.

Voor het gedeelte van de geleverde elektriciteit dat de inboeker op locatie aantoonbaar uit hernieuwbare bronnen heeft opgewekt, wordt het volledige gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, voor leveringen als bedoeld in artikel 9 gebruikt.

4.

Voor leveringen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het besluit, wordt het volledige gedeelte van de energie-inhoud, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, gebruikt.

5.

De factor voor ingeboekte elektriciteit, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, is vier.

6.

De factor voor geleverde brandstoffen aan luchtvaart en scheepvaart, bedoeld in artikel 9.7.4.6, vierde lid, is voor luchtvaart 1,2 en voor zeevaart 0,4.

7.

De factor, bedoeld in artikel 9.7.4.8, eerste lid, voor de geleverde soorten biobrandstoffen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, is twee.

Artikel 12

De importeur die een hoeveelheid vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof heeft ingeboekt, overlegt aan het bestuur van de emissieautoriteit een bewijs van aangifte accijns voor die hoeveelheid.

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14
1.

De grondstoffen, bedoeld in artikel 9.7.4.6, eerste lid, onderdeel b, sub 2, van de wet, zijn opgenomen in bijlage 5.

2.

Een grondstof in bijlage 5 vervalt met ingang van de datum van toepassing van een gedelegeerde handeling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 28, zesde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie, indien de betreffende grondstof is opgenomen in de lijst van grondstoffen van bijlage IX, deel A of B, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16
1.

De dubbeltellingverificateur:

  • b. controleert of te verifiëren hoeveelheden grondstoffen voor biobrandstoffen en biobrandstoffen zijn bepaald met behulp van voldoende nauwkeurige meters;
  • c. controleert of het toegepaste duurzaamheidssysteem passend is voor de gebruikte grondstof;
  • d. houdt een deugdelijke boekhouding bij van de dubbeltellingverificatie en het verificatieproces. Het verificatiedossier laat duidelijk alle relevante verificatiestappen en hun onderlinge samenhang zien, bevat voldoende motivering van de keuzes die de hij heeft gemaakt in het kader van zijn oordeelsvorming, bevat een voldoende gedetailleerde vastlegging van de uitgevoerde verificatiewerkzaamheden, is volledig en overzichtelijk;
  • e. meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit vermoedens van fraude.
2.

De dubbeltellingverificatie en de dubbeltellingverklaring voldoen aan de eisen gesteld in bijlage 7.

Artikel 17
1.

De inboekverificateur:

  • a. beheert de inboekverificatieverklaringen en de rapporten van bevindingen in het register, bedoeld in artikel 9.7.5.1 van de wet;
  • b. vermeldt in het register het resultaat van de verificatie per soort hernieuwbare energie;
  • c. houdt een deugdelijke boekhouding bij van de inboekverificatie en het verificatieproces. Het verificatiedossier laat duidelijk alle relevante verificatiestappen en hun onderlinge samenhang zien, bevat voldoende motivering van de keuzes die de hij heeft gemaakt in het kader van zijn oordeelsvorming, bevat een voldoende gedetailleerde vastlegging van de uitgevoerde verificatiewerkzaamheden, is volledig en overzichtelijk;
  • d. meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit vermoedens van fraude.
2.

Het rapport van bevindingen wordt opgesteld op basis van een verificatie van alle inboekingen per soort hernieuwbare energie die ter verificatie werden aangeboden.

3.

De inboekverificatie en de inboekverificatieverklaring voldoen aan de eisen, gesteld in bijlage 8.

§ 4. Register hernieuwbare energie vervoer

Artikel 18
1.

Het register is toegankelijk via het internet.

2.

Voor de toegang tot het register wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit aangewezen inlogmiddel.

3.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan de toegang tot het register opschorten indien schade is ontstaan of dreigt te ontstaan aan het register.

4.

Het bestuur van de emissieautoriteit neemt alle maatregelen die redelijkerwijs verwacht kunnen worden om te zorgen dat het register beschikbaar is op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur.

Artikel 19
1.

De aanvraag voor een rekening vermeldt de gewenste faciliteiten.

2.

Bij de aanvraag voor een rekening verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg de volgende gegevens:

  • a. de naam, het vestigingsadres en handelsregisternummer van de onderneming;
  • b. de naam en een kleurenkopie van het geldige legitimatiebewijs van de statutair vertegenwoordigingsbevoegde van de onderneming;
  • c. de naam, het vestigingsadres, het elektronisch postadres en het telefoonnummer van de rekeningbevoegden en fiatteurs;
  • d. het bewijs van een actieve bankrekening van de onderneming;
  • e. indien de onderneming een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën heeft of geregistreerd geadresseerde voor minerale oliën is, de afgiftedatum, de ingangsdatum, de einddatum en het nummer van de vergunning voor de accijnsgoederenplaats, alsmede het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer (RSIN).
3.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan verzoeken om:

  • a. een verklaring omtrent het gedrag van de persoon, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b; en
  • b. waarmerking van de kleurenkopie van het legitimatiebewijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
Artikel 20
1.

Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg een overzicht van de administratieve organisatie, bedoeld in artikel 10.

2.

Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg voorts de volgende gegevens:

  • a. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof wil inboeken:
  • 1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
  • 2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
  • 3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en
  • 4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
  • b. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof wil inboeken:
  • 1°. bij levering met het gastransportnet: het EAN van de gasaansluiting of gasaansluitingen en de naam van de netbeheerder van die gasaansluiting of gasaansluitingen, dan wel bij levering met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
  • 2°. het adres waar de gasaansluiting of aansluitingen, dan wel het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten zich bevinden;
  • 3°. bij levering met het gastransportnet: een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op het gastransportnet in te winnen.
  • c. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof wil inboeken:
  • 1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
  • 2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen;
  • 3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en
  • 4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
  • d. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof wil inboeken:
  • 1°. de naam en het vestigingsadres van de locatie of locaties voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland;
  • 3°. in geval van het leveren van een gasvormige hernieuwbare brandstof met een waterstofcontainer: de naam en het adres van de locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd;
  • 4°. bewijs dat de locatie, bedoeld onder sub 3, gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is.
  • e. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid elektriciteit wil inboeken:
  • 1°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: het EAN van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, alsmede de naam van de netbeheerder van die elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel bij leveringen met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
  • 2°. het adres waar de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel de directe lijn zich bevinden;
  • 3°. bij leveringen met het elektriciteitsnet:
  • i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
  • 4°. bij leveringen met behulp van een accupakket of elektrolyt: de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt.
Artikel 21
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit controleert of de gegevens en documenten die verstrekt zijn, volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.

2.

Indien is voldaan aan de eisen voor het hebben van een rekening maakt de emissieautoriteit uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van de gegevens, bedoeld in de artikelen 19 en 20 in het register een rekening aan voor de aanvrager.

3.

Alvorens de rekening te gebruiken accepteert de rekeninghouder de gebruiksvoorwaarden.

Artikel 22
1.

De rekeninghouder meldt wijzigingen van de op hem betrekking hebbende gegevens, bedoeld in artikel 19, tweede lid, en artikel 20, tweede lid, onderdelen a, c en d, binnen twintig werkdagen langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit.

2.

De emissieautoriteit wijzigt de gegevens, nadat de juistheid van de melding, bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld overeenkomstig die melding binnen twintig werkdagen na ontvangst van die melding.

3.

Artikel 21, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

De rekeninghouder beheert de gegevens, bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b en e, en zorgt dat ze volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.

Artikel 23
1.

Indien een rekeningbevoegde weet of vermoedt dat een onbevoegde persoon zich toegang tot de rekening kan verschaffen, blokkeert hij de toegang tot zijn rekening en meldt hij dit onverwijld langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit.

2.

Indien een melding als bedoeld in het eerste lid is ontvangen, controleert de emissieautoriteit of de toegang tot de desbetreffende rekening geblokkeerd is.

3.

Tot het moment waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, wordt elke toegang tot de rekening als bevoegd aangemerkt.

Artikel 24
1.

De rekeninghouder wijst per rekening ten minste twee rekeningbevoegden aan.

2.

De rekeninghouder kan per rekening twee of meer fiatteurs aanwijzen.

3.

Een rekeninghouder heeft opgeteld per rekening niet meer dan tien rekeningbevoegden of fiatteurs.

4.

Een rekeningbevoegde kan slechts fiatteur zijn voor een transactie die hij niet heeft voorgesteld.

§ 5. Rapportages hernieuwbare energie vervoer

Artikel 25

Het overzicht, bedoeld in artikel 9.7.4.7, eerste lid, van de wet, wordt openbaar gemaakt op 4 januari, 4 maart, 4 april, 10 mei, 4 juli en 4 oktober, dan wel op de eerste werkdag na de genoemde datum.

Hoofdstuk 2. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies

§ 5. Rapportages hernieuwbare energie

Artikel 26

Vervallen

Artikel 27
1.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen welke ondernemingen rapportageplichtig zijn. Hiertoe levert zij ten minste in oktober respectievelijk februari een lijst met namen van de dan bekende rapportageplichtigen over het betreffende respectievelijk voorafgaande kalenderjaar. Deze lijst omvat de houders van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën, geregistreerd geadresseerden voor minerale oliën en importeurs, die meer dan 500.000 liter of kilogram benzine, diesel, LPG of LNG uitslaan tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns.

2.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of in het register de uitslag tot vervoersverbruik door ondernemingen juist en volledig is geregistreerd. Hiertoe voert de rijksbelastingdienst ten minste een gegevensanalyse uit nadat zij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit. Ook verstrekt zij aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van ondernemingen bedoeld in het eerste lid.

3.

De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om specifieke toezicht- of handhavingsonderzoeken te doen naar ondernemingen die een rekening hebben in het register.

4.

De rijksbelastingdienst en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de invulling van het bepaalde in dit artikel een bestuursovereenkomst.

§ 2. Rapportage- en reductieverplichting

Artikel 28

Ten behoeve van het voldoen aan de rapportageverplichting:

  • a. maakt de rapportageplichtige gebruik van de berekeningsmethode in bijlage I en de definities in artikel 2 van richtlijn (EU) 2015/652;
  • b. maakt de rapportageplichtige gebruik van zijn rekening met reductieverplichtingfaciliteit in het register.
Artikel 29
1.

Teneinde aan te tonen dat de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, van benzine en diesel, betrekking heeft op andere bestemmingen dan bedoeld in artikel 9.8.1.2 van de wet, overlegt de rapportageplichtige op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit bewijsstukken, in ieder geval een factuur en betaalbewijs waaruit dat blijkt.

2.

Teneinde aan te tonen dat de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, van betere fossiele brandstof tevens een uitslag tot vervoersverbruik is, overlegt de rapportageplichtige op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit bewijsstukken in ieder geval een factuur en betaalbewijs waaruit dat blijkt.

§ 1. Algemeen

Artikel 30

Vervallen

Artikel 31

Vervallen

Artikel 32

Vervallen

Artikel 33
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit stelt jaarlijks op uiterlijk 1 juli de broeikasgasemissiereductiebijdrage van de hernieuwbare brandstofeenheden vast voor het volgende kalenderjaar.

2.

Voor de vaststelling van de broeikasgasemissiereductiebijdrage, bedoeld in het eerste lid, maakt het bestuur van de emissieautoriteit gebruik van de broeikasgasemissiereductiebijdragen van de ingeboekte hernieuwbare energie en geleverde betere fossiele brandstoffen van het voorgaande kalenderjaar.

3.

Het bestuur van de emissieautoriteit maakt de vastgestelde broeikasgasemissiereductiebijdrage op elektronische wijze kenbaar.

§ 4. Register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies

Artikel 34

De artikelen 18 en 19 en 21 tot en met 24 zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 35

Een wijziging van de bijlagen I, II of IV van richtlijn (EU) 2015/652 gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 36

De Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 37

Wijzigt de Regeling brandstoffen luchtverontreiniging.

Artikel 38

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

Artikel 39

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling energie vervoer.

Bijlage 1. behorend bij artikel 6, vierde lid

De eisen voor het aantonen van uitslag tot verbruik van de ingeboekte vloeibare biobrandstof:

    1. Van benzine, die voldoet aan de milieutechnische specificatie van benzine volgens bijlage I van richtlijn 98/70/EG, en diesel, die voldoet aan de milieutechnische specificatie van diesel volgens bijlage II van richtlijn 98/70/EG, dan wel aan de specificatie van EN15940, en LPG, geleverd aan wegvoertuigen, niet voor de weg bestemde mobiele machines (inclusief niet-elektrische spoorvoertuigen), landbouwtrekkers, bosbouwmachines en pleziervaartuigen:
  • a. Uitslag tot verbruik met behulp van een tankauto, waarbij de inboeker, in zijn boekhouding, kan aantonen dat de geleverde benzine, diesel of LPG:
  • –. een hoeveelheid biobrandstof ter grootte van de inboeking bevatte en deze biobrandstof duurzaam was; en
  • –. vanaf een locatie geleverd is waarover hij (voor de ingeboekte biobrandstof) de massabalans beheert.
  • b. Levering onder schorsing van betaling van accijns, met behulp van een tankauto, waarbij de inboeker, in zijn boekhouding, kan aantonen dat de geleverde benzine, diesel of LPG:
  • –. een hoeveelheid biobrandstof ter grootte van de inboeking bevatte en deze biobrandstof duurzaam was;
  • –. vanaf een locatie geleverd is waarover hij (voor de ingeboekte biobrandstof) de massabalans beheert; en
    1. Van benzine, die niet voldoet aan de milieutechnische specificatie van benzine volgens bijlage I van richtlijn 98/70/EG, en diesel, die niet voldoet aan de milieutechnische specificatie van diesel volgens bijlage II van richtlijn 98/70/EG, dan wel aan de specificatie van EN15940, geleverd aan wegvoertuigen, niet voor de weg bestemde mobiele machines (met inbegrip van niet-elektrische spoorvoertuigen), landbouwtrekkers, bosbouwmachines en pleziervaartuigen Uitslag tot verbruik met behulp van een tankauto, waarbij de inboeker, in zijn boekhouding, kan aantonen dat de geleverde benzine of diesel:
  • –. een hoeveelheid biobrandstof ter grootte van de inboeking bevatte en deze biobrandstof duurzaam was;
  • –. vanaf een locatie geleverd is waarover hij (voor de ingeboekte biobrandstof) de massabalans beheert; en
  • –. door hem aan wegvoertuigen, niet voor de weg bestemde mobiele machines (met inbegrip van niet-elektrische spoorvoertuigen), landbouwtrekkers, bosbouwmachines en pleziervaartuigen geleverd is (met behulp van een factuur en betaalbewijs).
    1. Van benzine, die voldoet aan de milieutechnische specificatie van benzine volgens bijlage I van richtlijn 98/70/EG, benzine die niet aan deze milieutechnische specificaties voldoet, van diesel, die voldoet aan de milieutechnische specificatie van diesel volgens bijlage II van richtlijn 98/70/EG, dan wel aan de milieutechnische specificatie van EN15940, diesel die niet aan deze milieutechnische specificaties voldoet, en LPG, waarvoor een vrijstelling van accijns verleend is als bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de accijns (rode diesel aan binnenvaartschepen): Uitslag tot verbruik, waarbij de inboeker, in zijn boekhouding, kan aantonen dat de geleverde diesel of brandstof:
  • –. een hoeveelheid biobrandstof ter grootte van de inboeking bevatte en deze biobrandstof duurzaam was;
  • –. vanaf een locatie geleverd is waarover hij (voor de ingeboekte biobrandstof) de massabalans beheert; en
  • –. aan een binnenvaartschip in Nederland geleverd is ten behoeve van de voortstuwing.
    1. Vervallen.
    1. Van halfzware olie geleverd aan luchtvaartuigen (kerosine): Uitslag tot verbruik of leveringen onder schorsing van betaling van accijns, waarbij de inboeker, in zijn boekhouding, kan aantonen dat de geleverde kerosine:
  • –. een hoeveelheid biobrandstof ter grootte van de inboeking bevatte en deze biobrandstof duurzaam was;
  • –. vanaf een locatie geleverd is waarover hij (voor de ingeboekte biobrandstof) de massabalans beheert;
  • –. aan een luchthaven in Nederland geleverd heeft;
  • –. bij een levering met behulp van een pijplijn aan een andere vergunninghouder accijnsgoederenplaats voor minerale oliën geleverd is: dat deze andere vergunninghouder aantoonbaar aansluiting heeft met deze pijplijn en te boek staat als een bedrijf dat kerosine aan luchtvaartuigen levert.

Bijlage 2. behorend bij artikel 8, vierde lid

In te boeken vloeibare hernieuwbare brandstoffen zijn:

(geen)

Bijlage 3. behorend bij artikel 10, tweede lid

Bij inboeking van hernieuwbare energie vervoer te vermelden gegevens:

1. Algemeen

2. Vloeibare biobrandstof

3. Gasvormige biobrandstof

4. Hernieuwbare brandstof

Deel A. Brandstof en bestemmingen

De per elektriciteitsaansluiting volgens het aan die elektriciteitsaansluiting gekoppelde bemeterde leverpunt of de aan die elektriciteitsaansluiting gekoppelde bemeterde leverpunten aan wegvoertuigen in Nederland geleverde hoeveelheid elektriciteit in kWh, met inbegrip van een identificerende naam, het adres en het EAN van de elektriciteitsaansluiting.

Bijlage 2. behorend bij artikel 8, zesde lid

De inboeker van een vloeibare hernieuwbare brandstof toont met behulp van een monstername en analyse de hoeveelheid methanol in de geleverde benzine aan die aan de milieutechnische specificatie van benzine volgens bijlage I van richtlijn 98/70/EG voldoet.

Bijlage 3. behorend bij artikel 10, tweede lid

Bij inboeking van hernieuwbare energie te vermelden gegevens:

    1. Algemeen
  • a. soort hernieuwbare energie;
  • b. datum of periode van levering aan de Nederlandse markt, aan de Nederlandse markt voor vervoer dan wel aan vervoer in Nederland;
  • c. bestemming.
    1. Vloeibare biobrandstof
  • a. Bij de levering van een tastbare hoeveelheid biobrandstof:
  • 1°. de soort vloeibare biobrandstof;
  • 2°. de hoeveelheid in liters bij 15 °C, dan wel in kilogram;
  • 3°. de locatie waar vanaf geleverd is, met inbegrip van identificerende naam, het nummer waaronder de locatie van de accijnsgoederenplaats, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns bij de Rijksbelastingdienst geregistreerd is en het adres, of de naam en adres van het belastingentrepot;
  • 5°. het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • 6°. het nummer van het bewijs van duurzaamheid;
  • 7°. de naam van de grondstof of de grondstoffen volgens het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvond;
  • 8°. het land van herkomst van de grondstof of de grondstoffen;
  • 9°. de broeikasgasemissie per grondstof in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
  • 10°. in het geval van meerdere grondstoffen: per grondstof de bijdrage van die grondstof aan de totale energie-inhoud van de biobrandstof als percentage of als GJ;
  • 11°. of de fysieke productie van de biobrandstof op een locatie plaatsvond die na 5 oktober 2015 operationeel is geworden dan wel na 1 januari 2021;
  • 12°. indien de vloeibare biobrandstof als dubbel tellend is aangemerkt: het nummer van de dubbeltellingverklaring.
  • b. Bij de vergroening van een hoeveelheid LNG die is geleverd aan de Nederlandse markt:
  • 1°. de hoeveelheid in kilogram;
  • 2°. de locatie van waaraf geleverd is, met inbegrip van identificerende naam, het nummer waaronder de locatie van de accijnsgoederenplaats bij de Rijksbelastingdienst geregistreerd is en het adres;
  • i. het nummer van de certificaatreeks;
  • ii. de aanmaakdatum van de certificaatreeks;
  • iii. de naam van de grondstof of de grondstoffen volgens het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • iv. het land van herkomst van de grondstof of de grondstoffen;
  • v. in het geval van meerdere grondstoffen: per grondstof de bijdrage van die grondstof aan de totale energie-inhoud van de biobrandstof als percentage of als GJ;
  • vi. het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • vii. de broeikasgasemissie in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
  • 4°. of de fysieke productie van de biobrandstof op een locatie plaatsvond die na 5 oktober 2015 of na 1 januari 2021 operationeel is geworden;
  • 5°. indien de vloeibare biobrandstof als dubbel tellend is aangemerkt: het nummer van de dubbeltellingverklaring.
    1. Gasvormige biobrandstof
  • a.
  • –. bij gastransportnetlevering: de per aansluiting volgens het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid gas in kilogrammen, met inbegrip van de identificerende naam, het adres en het EAN van de gasaansluiting;
  • –. bij leveringen met een directe lijn: de volgens het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen, met inbegrip van de identificerende naam, het adres en het EAN van het bemeterde leverpunt;
  • 1°. het nummer van de certificaatreeks;
  • 2°. de aanmaakdatum van de certificaatreeks;
  • 3°. de naam van de grondstof of de grondstoffen volgens het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • 4°. het land van herkomst van de grondstof of de grondstoffen;
  • 5°. in het geval van meerdere grondstoffen: per grondstof de bijdrage van die grondstof aan de totale energie-inhoud van de biobrandstof als percentage;
  • 6°. het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • 7°. de broeikasgasemissie in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
  • c. indien de gasvormige biobrandstof als dubbel tellend is aangemerkt: het nummer van de dubbeltellingverklaring.
    1. Vloeibare hernieuwbare brandstof
  • a. de soort vergroende brandstof (methanol, kerosine of LNG);
  • b. de hoeveelheid in liters bij 15 °C methanol in de hoeveelheid geleverde benzine, de hoeveelheid in liters bij 15 °C geleverde kerosine dan wel de hoeveelheid in kilogrammen geleverd LNG;
  • c. de accijnsgoederenplaats voor minerale oliën, bedoeld in artikel 1a, onderdeel b, van de Wet op de accijns waar vanaf geleverd is, met inbegrip van identificerende naam, het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de Rijksbelastingdienst geregistreerd is en het adres;
  • 1°. het nummer van de certificaatreeks;
  • 2°. de aanmaakdatum van de certificaatreeks;
  • 3°. de broeikasgasemissie in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
  • f. het nummer van de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof.
    1. Gasvormige hernieuwbare brandstof
  • a. de per bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid waterstof in kilogrammen, met inbegrip van de identificerende naam en het adres van tankstation en het EAN van het bemeterde leverpunt;
  • 1°. het nummer van de certificaatreeks;
  • 2°. de aanmaakdatum van de certificaatreeks;
  • 3°. broeikasgasemissie in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
    1. Elektriciteit
  • a.
  • –. bij netlevering: de per aansluiting volgens het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid elektriciteit in kilowattuur, met inbegrip van de identificerende naam, het adres en het EAN van de aansluiting, waarbij terugleveringen van elektriciteit uit de accu van het voertuig aan het elektriciteitsnet niet ingeboekt worden;
  • –. bij leveringen van op locatie uit hernieuwbare energiebronnen opgewekte elektriciteit: de hoeveelheid volgens de tussenmeter op locatie opgewekte hoeveelheid elektriciteit in kilowattuur, met inbegrip van het adres van de opweklocatie, waarbij terugleveringen van elektriciteit aan het elektriciteitsnet niet ingeboekt worden;
  • –. bij leveringen met een directe lijn: de volgens het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid elektriciteit in kilowattuur, met inbegrip van de identificerende naam en het adres van de directe lijn en het EAN van het bemeterde leverpunt;
  • b. bij levering met behulp van een directe lijn: van de garantie van oorsprong, bedoeld in artikel 9, tweede lid:
  • 1°. het nummer van de certificaatreeks;
  • 2°. de aanmaakdatum van de certificaatreeks;
  • 3°. Voor zover de elektriciteit met biomassabrandstoffen opgewekt is: de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, tweede tot en met zevende lid en tiende lid, en aan de efficiëntie-eisen, bedoeld in artikel 29, elfde lid, van die richtlijn.

Bijlage 4. behorend bij artikel 13, tweede lid

Vervallen

Bijlage 2. behorend bij artikel 8, derde lid

De inboeker die een vloeibare hernieuwbare brandstof als een onderdeel van een mengsel met een fossiele brandstof van een andere samenstelling levert, toont met behulp van een monstername en analyse de hoeveelheid van de desbetreffende vloeibare hernieuwbare brandstof in de geleverde brandstof aan.

Bijlage 3. behorend bij artikel 10, derde lid

Bij inboeking van hernieuwbare energie te vermelden gegevens:

    1. Algemeen
  • a. soort hernieuwbare energie;
  • b. datum of periode van levering aan de Nederlandse markt, aan de Nederlandse markt voor vervoer dan wel aan vervoer in Nederland;
  • c. bestemming.
    1. Vloeibare biobrandstof
  • a. Bij de levering van een tastbare hoeveelheid biobrandstof:
  • 1°. de soort vloeibare biobrandstof;
  • 2°. de hoeveelheid in liters bij 15 °C, dan wel in kilogram;
  • 3°. de opslaglocatie waar vanaf geleverd is, met inbegrip van identificerende naam, het nummer waaronder de opslaglocatie van de accijnsgoederenplaats, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns, bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is en het adres, of de naam en adres van het belastingentrepot;
  • 4°. of de vloeibare biobrandstof tot verbruik is uitgeslagen of onder schorsing van betaling van accijns aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns, is geleverd;
  • 5°. het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • 6°. het nummer van het bewijs van duurzaamheid;
  • 7°. de naam van de grondstof of de grondstoffen volgens het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvond;
  • 8°. het land van herkomst van de grondstof of de grondstoffen;
  • 9°. de broeikasgasemissie per grondstof in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
  • 10°. in het geval van meerdere grondstoffen: per grondstof de bijdrage van die grondstof aan de totale energie-inhoud van de biobrandstof als percentage of als GJ;
  • 11°. of de fysieke productie van de biobrandstof op een locatie plaatsvond die na 5 oktober 2015 operationeel is geworden dan wel na 1 januari 2021;
  • 12°. indien de vloeibare biobrandstof als dubbel tellend is aangemerkt: het nummer van de dubbeltellingverklaring;
  • 13°. of de ingeboekte biobrandstof onderdeel is van een brandstof met een hoger gehalte biobrandstof dan 50% als bedoeld in bijlage 1, deel A, onderdeel 2 of 4.
  • b. Bij de vergroening van een hoeveelheid LNG die is geleverd aan de Nederlandse markt:
  • 1°. de hoeveelheid in kilogram;
  • 2°. de opslaglocatie waar vanaf geleverd is, met inbegrip van identificerende naam, het nummer waaronder de opslaglocatie van de accijnsgoederenplaats, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns, bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is en de naam en het adres van het belastingentrepot;
  • i. het nummer van de certificaatreeks;
  • ii. de aanmaakdatum van de certificaatreeks;
  • iii. de naam van de grondstof of de grondstoffen volgens het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • iv. het land van herkomst van de grondstof of de grondstoffen;
  • v. in het geval van meerdere grondstoffen: per grondstof de bijdrage van die grondstof aan de totale energie-inhoud van de biobrandstof als percentage of als GJ;
  • vi. het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • vii. de broeikasgasemissie in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
  • 5°. of de fysieke productie van de biobrandstof op een locatie plaatsvond die na 5 oktober 2015 of na 1 januari 2021 operationeel is geworden;
  • 6°. indien de vloeibare biobrandstof als dubbel tellend is aangemerkt: het nummer van de dubbeltellingverklaring.
    1. Gasvormige biobrandstof
  • a.
  • –. bij gastransportnetlevering: de per aansluiting volgens het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid gas in kilogrammen, met inbegrip van de identificerende naam, het adres en het EAN van de gasaansluiting;
  • –. bij leveringen met een directe lijn: de volgens het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen, met inbegrip van de identificerende naam, het adres en het EAN van het bemeterde leverpunt;
  • 1°. het nummer van de certificaatreeks;
  • 2°. de aanmaakdatum van de certificaatreeks;
  • 3°. de naam van de grondstof of de grondstoffen volgens het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • 4°. het land van herkomst van de grondstof of de grondstoffen;
  • 5°. in het geval van meerdere grondstoffen: per grondstof de bijdrage van die grondstof aan de totale energie-inhoud van de biobrandstof als percentage;
  • 6°. het duurzaamheidssysteem waaronder de levering plaatsvindt;
  • 7°. de broeikasgasemissie in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
  • c. indien de gasvormige biobrandstof als dubbel tellend is aangemerkt: het nummer van de dubbeltellingverklaring.
    1. Vloeibare hernieuwbare brandstof Bij de levering van een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof:
  • 1°. de soort vloeibare hernieuwbare brandstof;
  • 2°. de hoeveelheid in liters bij 15°C of kilogrammen per soort hernieuwbare brandstof;
  • 3°. de opslaglocatie waar vanaf geleverd is, met inbegrip van identificerende naam, het nummer waaronder de locatie van de accijnsgoederenplaats, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns, bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is en het adres, of de naam en het adres van het belastingentrepot;
  • 4°. of de vloeibare hernieuwbare brandstof tot verbruik is uitgeslagen of onder schorsing van betaling van accijns aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns, is geleverd;
  • 5°. het vrijwillige systeem waaronder de levering plaatsvindt;
  • 6°. het nummer van het bewijs van hernieuwbaarheid;
    1. Gasvormige hernieuwbare brandstof Bij de levering van een hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof:
  • 1°. de geleverde hoeveelheid waterstof in kilogrammen;
  • 2°. de identificerende naam en het adres van de locatie waar de gasvormige hernieuwbare brandstof wordt geleverd, dan wel het adres van de locatie, het Europees scheepsnummer (ENI) en de naam van het vaartuig;
  • 3°. het vrijwillige systeem waaronder de levering plaatsvindt;
  • 4°. het nummer van het bewijs van hernieuwbaarheid;
  • 5°. de broeikasgasemissie per grondstof in g CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
    1. Elektriciteit
  • a.
  • –. bij netlevering: de per aansluiting volgens het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid elektriciteit in kilowattuur, met inbegrip van de identificerende naam, het adres en het EAN van de aansluiting, waarbij terugleveringen van elektriciteit uit de accu van het voertuig aan het elektriciteitsnet niet ingeboekt worden;
  • –. bij leveringen van op locatie uit hernieuwbare energiebronnen opgewekte elektriciteit: de hoeveelheid volgens de tussenmeter op locatie opgewekte hoeveelheid elektriciteit in kilowattuur, met inbegrip van het adres van de opweklocatie, waarbij terugleveringen van elektriciteit aan het elektriciteitsnet niet ingeboekt worden;
  • –. bij leveringen met een directe lijn: de volgens het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten geleverde hoeveelheid elektriciteit in kilowattuur, met inbegrip van de identificerende naam en het adres van de directe lijn en het EAN van het bemeterde leverpunt;
  • –. bij leveringen met behulp van een accupakket of elektrolyt: de geleverde hoeveelheid elektriciteit in kilowattuur, met inbegrip van het Europees scheepsnummer (ENI) en de naam van het beleverde binnenvaartschip;
  • b. bij levering met behulp van een directe lijn: van de garantie van oorsprong, bedoeld in artikel 9, tweede lid:
  • 1°. het nummer van de certificaatreeks;
  • 2°. de aanmaakdatum van de certificaatreeks;
  • 3°. Voor zover de elektriciteit met biomassabrandstoffen opgewekt is: de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, tweede tot en met zevende lid en tiende lid, en aan de efficiëntie-eisen, bedoeld in artikel 29, elfde lid, van die richtlijn.

A. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan de Nederlandse markt voor vervoer geleverde) vloeibare biobrandstof

Volgens artikel 23, eerste lid, van het Besluit energie vervoer, levert de inboekverificateur, ten behoeve van de inboekverificatie, een onbevangen en onpartijdig oordeel dat gericht is op het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid dat de inboekingen in het register geen materiële afwijking bevatten. Hiertoe toetst hij inboekingen op het voldoen aan de voorwaarden voor het inboeken van een geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof, zoals neergelegd in artikelen 9.7.4.2 en 9.7.4.5 van de Wet milieubeheer en uitgewerkt in artikel 7 van het Besluit energie vervoer en in artikel 6 en bijlage 1 van de Regeling energie vervoer.

De inboekverificatie vindt plaats overeenkomstig het goedgekeurde verificatieprotocol en op basis van een verificatieplan dat de materialiteitsgrens, genoemd in artikel 23, tweede lid, van het Besluit energie vervoer, hanteert met betrekking tot het ontdekken van kwantitatieve en kwalitatieve afwijkingen die van materieel belang zijn. Ingevolge artikel 23, tweede lid, van het Besluit energie vervoer, toetst hij vervolgens de inboekingen van vloeibare biobrandstof met een materialiteitgrens van twee procent van de totale hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof, op een drietal criteria, opgesomd in onderdelen a, b en c van dat artikel. De inboekverificateur maakt gebruik van de standaard auditingprocessen zoals de beoordeling van documenten, vraaggesprekken, observaties en het toetsen van data en informatie aan externe informatiebronnen. Het doel is om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen en te documenteren om tot een verificatieverklaring te kunnen komen. Het verificatiedossier dient alle informatie te bevatten die een toezichthouder nodig heeft om zich een oordeel te vormen over de uitvoering van de verificatie.

Van belang zijn drie elementen.

Het eerste element is de systeemverificatie, oftewel de beoordeling van de kwaliteit van de administratieve organisatie en de interne beheersingprocessen. Het tweede element is de totaalcontrole, omwille van een algemeen oordeel over de waarschijnlijkheid van de totale hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof, waarbij de inboekverificateur een boekhoudkundige koppeling maakt tussen de totale hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof, de totale hoeveelheid afgeboekte biobrandstof in de massabalans van de inboeker, de totaal ontvangen en afgegeven hoeveelheden biobrandstof, de begin- en eindvoorraden biobrandstof en de totale hoeveelheid betaalde en met een maandverklaring verlegde accijns in de accijnsboekhouding.

Het derde element is de dataverificatie, die bestaat uit steekproeven of kritische deelwaarnemingen van de gerapporteerde gegevens op basis van het verificatieplan, om te komen tot een oordeel met een redelijke mate van zekerheid over de hoeveelheid in het register ingeboekte vloeibare biobrandstof, over de juiste overname van de duurzaamheidkenmerken en over de levering aan de Nederlandse markt voor vervoer.

B. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan vervoer in Nederland geleverde) gasvormige biobrandstof

Volgens artikel 23, eerste lid, van het Besluit energie vervoer, levert de inboekverificateur, ten behoeve van de inboekverificatie, een onbevangen en onpartijdig oordeel dat gericht is op het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid dat de inboekingen in het register geen materiële afwijking bevatten. Hiertoe toetst hij inboekingen op het voldoen aan de voorwaarden voor het inboeken van een geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof, zoals neergelegd in artikelen 9.7.4.3 en 9.7.4.5 van de Wet milieubeheer en uitgewerkt in artikel 8 van het Besluit energie vervoer en in artikel 7 van de Regeling energie vervoer.

De inboekverificatie vindt plaats op basis van een verificatieplan dat de materialiteitsgrens, genoemd in artikel 23, tweede lid, van het Besluit energie vervoer, hanteert met betrekking tot het ontdekken van kwantitatieve en kwalitatieve afwijkingen die van materieel belang zijn. Ingevolge artikel 23, tweede lid, van het Besluit energie vervoer, toetst hij vervolgens de inboekingen van gasvormige biobrandstof met een materialiteitgrens van twee procent van de totale hoeveelheid ingeboekte gasvormige biobrandstof, op een drietal criteria, opgesomd in onderdelen a, b en c van dat artikel. De inboekverificateur maakt gebruik van de standaard auditingprocessen zoals de beoordeling van documenten, vraaggesprekken, observaties en het toetsen van data en informatie aan externe informatiebronnen. Het doel is om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen en te documenteren om tot een verificatieverklaring te kunnen komen. Het verificatiedossier dient alle informatie te bevatten die een toezichthouder nodig heeft om zich een oordeel te vormen over de uitvoering van de verificatie.

Van belang zijn drie elementen.

Het eerste element is de systeemverificatie, oftewel de beoordeling van de kwaliteit van de administratieve organisatie en de interne beheersingsprocessen. Het tweede element is de totaalcontrole, omwille van een algemeen oordeel over de waarschijnlijkheid van de totale hoeveelheid ingeboekte gasvormige biobrandstof, waarbij de inboekverificateur een boekhoudkundige, bij leveringen met behulp van het gastransportnet, een koppeling maakt tussen enerzijds de totale hoeveelheid ingeboekte gasvormige biobrandstof en de totale hoeveelheid op de rekening van de NEa in het Vertogas-register geboekte garanties van oorsprong en anderzijds de totale hoeveelheid op de aansluiting op het gastransportnet ontvangen gas en de hoeveelheid (met behulp van een bemeterd leverpunt) geleverde hoeveelheid gas. Bij leveringen met behulp van een directe lijn, maakt de inboekverificateur een koppeling tussen enerzijds de totale hoeveelheid ingeboekte gasvormige biobrandstof en de totale hoeveelheid op de rekening van de NEa in het Vertogas-register geboekte garanties van oorsprong niet-netlevering en anderzijds de totale hoeveelheid op de directe lijn ingevoede hoeveelheid biogas en de hoeveelheid (met behulp van een bemeterd leverpunt) geleverde hoeveelheid biogas.

Het derde element is de dataverificatie, die bestaat uit steekproeven of kritische deelwaarnemingen van de gerapporteerde gegevens op basis van het verificatieplan, om te komen tot een oordeel met een redelijke mate van zekerheid over de hoeveelheid in het register ingeboekte gasvormige biobrandstof, over de juiste overname van de duurzaamheidkenmerken van de garantie van oorsprong en de garantie van oorsprong niet-netlevering, over de periode van levering en over de bestemming van de levering, te weten vervoer in Nederland.

C. – verificatie van een hoeveelheid ingeboekte (aan wegvoertuigen in Nederland geleverde) elektriciteit

Volgens artikel 23, eerste lid, van het Besluit energie vervoer, levert de inboekverificateur, ten behoeve van de inboekverificatie, een onbevangen en onpartijdig oordeel dat gericht is op het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid dat de inboekingen in het register geen materiële afwijking bevatten. Hiertoe toetst hij inboekingen op het voldoen aan de voorwaarden voor het inboeken van een geleverde hoeveelheid elektriciteit, zoals neergelegd in artikel 9.7.4.1 en 9.7.4.5 van de wet en uitgewerkt in artikel 10 van het Besluit energie vervoer en in artikel 9 van de Regeling energie vervoer.

De inboekverificatie vindt plaats op basis van een verificatieplan dat de materialiteitsgrens, genoemd in artikel 23, tweede lid, van het Besluit energie vervoer, hanteert met betrekking tot het ontdekken van kwantitatieve en kwalitatieve afwijkingen die van materieel belang zijn. Ingevolge artikel 23, tweede lid, van het Besluit energie vervoer, toetst hij vervolgens de inboekingen met een materialiteitgrens van twee procent van de totale hoeveelheid ingeboekte elektriciteit, op een drietal criteria, opgesomd in onderdelen a, b en c van dat artikel. De inboekverificateur maakt gebruik van de standaard auditingprocessen zoals de beoordeling van documenten, vraaggesprekken, observaties en het toetsen van data en informatie aan externe informatiebronnen. Het doel is om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen en te documenteren om tot een verificatieverklaring te kunnen komen. Het verificatiedossier dient alle informatie te bevatten die een toezichthouder nodig heeft om zich een oordeel te vormen over de uitvoering van de verificatie.

Van belang zijn drie elementen.

Het eerste element is de systeemverificatie, oftewel de beoordeling van de kwaliteit van de administratieve organisatie en de interne beheersingsprocessen. Het tweede element is de totaalcontrole, omwille van een algemeen oordeel over de waarschijnlijkheid van de totale hoeveelheid ingeboekte elektriciteit, waarbij de inboekverificateur een boekhoudkundige koppeling maakt tussen de totale hoeveelheid ingeboekte elektriciteit en de totaal op een aansluiting op het elektriciteitsnet ontvangen elektriciteit.

Het derde element is de dataverificatie, die bestaat uit steekproeven of kritische deelwaarnemingen van de gerapporteerde gegevens op basis van het verificatieplan, om te komen tot een oordeel met een redelijke mate van zekerheid over de hoeveelheid in het register ingeboekte elektriciteit, over de periode van levering van de elektriciteit en over de bestemming van de geleverde elektriciteit, te weten wegvoertuigen in Nederland.

Bijlage 9. behorend bij artikel 30

Projectactiviteiten met de CDM-referentienummers; zie website http://cdm.unfccc.int/Projects/projsearch.html:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)