Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 3 juli 2018, kenmerk 1372100-178565-IenZ, houdende regels voor de subsidiëring van het ontwikkelen van persoonlijke gezondheidsomgevingen 2018–2021 (Subsidieregeling impulsfinanciering PGO-leveranciers 2018–2021)
Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening,
- de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352),
- informatiestandaarden: de Informatiestandaard MedMij Basisgegevensset Zorg 2017 (PULL), de Informatiestandaard MedMij Medicatieproces (PULL), de Informatiestandaard MedMij Huisartsengegevens (PULL) en de Informatiestandaard MedMij Zelfmetingen (PUSH),
- kosten: de investeringskosten van de subsidieontvanger voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit,
- leverancier: producent en tevens eigenaar van een of meer PGO’s,
- MedMij afsprakenstelsel: de set van afspraken die door de Stichting MedMij wordt beheerd ten behoeve van het veilig uitwisselen van persoonsgegevens tussen een zorggebruiker en zorgverleners,
- PGO: een persoonlijke gezondheidsomgeving, zijnde een digitale toepassing waarmee een zorggebruiker gegevens kan uitwisselen met zorgverleners,
- zorggebruiker:
- a. een verzekerde als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
- b. een persoon die op grond van artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen is ontheven van de verplichtingen, opgelegd op grond van de Wet langdurige zorg;
- c. een persoon die uit hoofde van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens een overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is, recht heeft op zorg of andere diensten in de zin van de Zorgverzekeringswet.
Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling
Op deze regeling zijn de artikelen 3.1, 3.3 tot en met 3.5, 6.1, 7.1 en 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.
Artikel 3. Subsidiabele activiteiten en subsidieperiode
De Minister kan eenmalig een projectsubsidie verstrekken aan een leverancier voor de kosten van de bouw of aanpassing van een PGO, ten behoeve van de realisatie van een PGO die voldoet aan:
- a. het MedMij afsprakenstelsel en
- b. de informatiestandaarden.
In afwijking van artikel 4.3, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt de subsidie voor ten hoogste een jaar verleend.
Artikel 4. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal € 160.000 per leverancier.
Artikel 5. Subsidievoorwaarde
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien deze in overeenstemming is met de de-minimisverordening.
Artikel 6. Subsidieplafond
Het subsidieplafond bedraagt € 4.000.000.
Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 7. Aanvraag tot subsidieverlening
De aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ingediend uiterlijk 31december 2019.
Voor de aanvraag tot verlening van een subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
De aanvraag tot verlening van een subsidie gaat vergezeld van:
- a. een de-minimisverklaring en
- b. een verklaring van de Stichting MedMij dat de leverancier kandidaat-deelnemer is bij het MedMij afsprakenstelsel in de rol van dienstverlener ten behoeve van een zorggebruiker.
Artikel 8. Bevoorschotting en betaling
De Minister verleent bij de beschikking tot verlening een voorschot van 100%.
Het voorschot wordt in een keer betaald.
Artikel 9. Aanvraag tot vaststelling
Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag dat bestaat uit de totale werkelijke kosten verminderd met de totale werkelijke opbrengsten tot een maximum van het in de verlening genoemde bedrag.
De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een:
- a. financieel verslag,
- b. een overeenkomst van de leverancier met de Stichting MedMij met betrekking tot de PGO waarvoor de subsidie is aangevraagd, waaruit blijkt dat de PGO in overeenstemming is met het MedMij afsprakenstelsel, en
- c. een verklaring van de Stichting MedMij dat de PGO waarvoor de subsidie is aangevraagd voldoet aan de informatiestandaarden.
Artikel 10. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2018 en vervalt met ingang van 31 december 2021.
Artikel 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling impulsfinanciering PGO-leveranciers 2018–2021.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.