← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 9 juli 2018, kenmerk 1376127-178814-WJZ, houdende de zelfstandige bevoegdheid van verpleegkundig specialisten tot het verrichten van handelingen die zijn voorbehouden aan bepaalde beroepen (Regeling zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig specialisten)

Geldende tekst a fecha 2021-01-01

Gelet opartikel 36, eerste lid, onder e, derde lid, onder c, vierde lid, onder d, vijfde lid, onder e, zesde lid, onder d, negende lid, onder c, tiende lid, onder c en veertiende lid, onder e, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Als bevoegd tot het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 36, eerste, derde, vierde, vijfde, zesde, negende, tiende en veertiende lid, van de wet, wordt aangewezen de verpleegkundig specialist algemene gezondheidszorg.

Artikel 3

Als bevoegd tot het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 36, eerste, derde, vierde, vijfde, zesde en veertiende lid, van de wet, wordt aangewezen de verpleegkundig specialist chronische zorg bij somatische aandoeningen.

Artikel 4

Als bevoegd tot het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 36, vijfde, zesde en veertiende lid, van de wet, wordt aangewezen de verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg.

Artikel 5

Als bevoegd tot het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 36, vijfde en veertiende lid, van de wet, wordt aangewezen de verpleegkundig specialist preventieve zorg bij somatische aandoeningen.

Artikel 6

De verpleegkundig specialisten bedoeld in de artikelen 2, 3, 4 en 5 zijn bevoegd tot het verrichten van de in die artikelen genoemde handelingen voor zover:

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2018.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig specialisten.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.