Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 12 september 2018, nr. IENW/BSK-2018/116306, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 2018–2019 (Tijdelijke subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 2018–2019)

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-10-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, 8, eerste lid en tweede lid, onderdeel b, 9, 22 en 23, vijfde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de subsidieregeling

Doel van deze regeling is het verstrekken van financiële bijdragen aan de binnenvaartsector ten behoeve van projecten die bijdragen aan de duurzaamheid van de sector door reductie van CO2-, NOX-, PM- emissies of methaanslip.

Artikel 3. Subsidiabele projecten
1.

Projecten zijn subsidiabel indien deze gericht zijn op het gebruik van alternatieve brandstoffen, alternatief motorgebruik, voor- of nabehandelingstechnieken of motormanagement, inrichting en gebruik van het schip ten behoeve van de reductie van CO2-, NOX- en PM-emissies of methaanslip bij de voortstuwing van voor de binnenvaart gebruikte schepen.

2.

De volgende typen projecten, die op de in het eerste lid genoemde doelstellingen zijn gericht, kunnen voor subsidie in aanmerking komen:

Artikel 4. Verdeelsleutel
1.

De Minister verleent subsidie voor projecten op basis van een door de Innovatieraad Binnenvaart schriftelijk opgestelde rangschikking conform de volgende criteria:

2.

Voor elk van de in het eerste lid genoemde criteria is per project een maximum van 10 punten te behalen.

3.

Indien twee of meer projecten na de rangschikking op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.

Artikel 5. Subsidieplafond

Voor de subsidie is ten hoogste beschikbaar:

Artikel 6. Subsidiemaximum en subsidiabele kosten
1.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 250.000,– per project.

2.

De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:

3.

De steunintensiteiten voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling, respectievelijk voor haalbaarheidsstudies, kunnen worden verhoogd overeenkomstig de bepalingen van artikel 25, zesde lid, respectievelijk zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

4.

Onder studiekosten vallen de volgende posten:

5.

Indien geen loonkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, geldt daarvoor een uurtarief van € 35,–. Het bepaalde in subonderdeel 2°, is op dit tarief niet van toepassing.

Artikel 7. Cumulatie

Voor een project waarvoor eerder door een bestuursorgaan of de Europese Commissie aan de aanvrager staatssteun is verstrekt kan alleen subsidie worden verleend met inachtneming van de criteria uit artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 8. Specifieke afwijzingsgrond

De subsidie wordt afgewezen indien de subsidie wordt aangevraagd door een ondernemer in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 9. Uitvoeringsinstantie

Als uitvoeringsinstantie wordt aangewezen het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart van de Stichting Projecten Binnenvaart te Rotterdam. De uitvoeringsinstantie heeft tevens een adviserende rol in de rangschikking van de aanvragen.

Artikel 10. Indiening aanvraag
1.

Een aanvraag wordt gericht aan de Minister.

2.

De aanvraag voor 2018 wordt uiterlijk 1 november 2018 ingediend bij de uitvoeringsinstantie.

3.

De aanvraag voor 2019 wordt uiterlijk 1 augustus 2019 ingediend bij de uitvoeringsinstantie.

4.

De aanvraag bevat de in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit genoemde gegevens en wordt ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld aanvraagformulier als bedoeld in bijlage 1 van deze subsidieregeling.

Artikel 11. Subsidieverstrekking en -vaststelling
1.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag.

2.

De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn verricht alsmede de datum waarop de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld.

3.

De subsidieontvanger is verplicht om:

Artikel 12. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de voor die datum verleende subsidies.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 2018–2019.

Bijlage 1. als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 2018

Aanvraagformulier Tijdelijke subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 2018

Stuur het ingevulde formulier met bijlagen naar:

EICB/SPB

t.a.v. subsidie innovatie duurzame binnenvaart (IDB)

Kantoor A2.04

Vasteland 78

3011 BL Rotterdam

Meer informatie: www.eicb.nl/idb

info@eicb.nl

+31 10 7989830

1.

Project:

2.

Aanvrager/Penvoerder

2.1 Contactpersoon aanvrager:

2.2 Contactgegevens intermediair:

2.3 Overige aanvragers:

3.

Ondertekening:

4.

Verplichte Bijlagen:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.