Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 12 september 2018, nr. IENW/BSK-2018/183049, houdende vaststelling van regels voor experimenten in het kader van vergaand geautomatiseerd varen op rijksvaarwegen (Beleidsregel experimenten vergaand geautomatiseerd varen rijksvaarwegen)

Type Beleidsregel
Publication 2018-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 1.23 van het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen en reikwijdte
1.

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

2.

Deze beleidsregel is van toepassing op een experiment waarbij met een schip vergaand geautomatiseerd wordt gevaren en door de te testen geautomatiseerde toepassing de veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar kan worden gebracht.

3.

Er worden geen experimenten met watervliegtuigen toegestaan.

Artikel 2. Aanvraag
1.

Een natuurlijk persoon of rechtspersoon kan een aanvraag voor een toestemming indienen bij de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

2.

Een toestemming kan uitsluitend worden aangevraagd voor een experiment op één of meerdere rijksvaarwegen.

3.

Ten behoeve van de aanvraag wordt een experimenteerplan opgesteld. In dit plan wordt ten minste een beschrijving opgenomen van:

Artikel 3. Aanvraagprocedure
1.

Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het door de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

2.

Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens aangeleverd:

Artikel 4. Beoordeling van de aanvraag
1.

In het kader van de aanvraag wordt beoordeeld of de maatregelen die worden genomen om de veiligheid te waarborgen en het vlotte verloop van de scheepvaart niet in gevaar te brengen, waarbij in ieder geval in aanmerking wordt genomen:

2.

Indien nodig kan het schip, in het kader van de beoordeling van de aanvraag worden geïnspecteerd.

Artikel 5. Toestemming
1.

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat verleent de toestemming indien uit de aanvraag blijkt dat:

2.

In de toestemming van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat wordt in ieder geval opgenomen:

3.

Aan de toestemming worden in ieder geval de volgende voorschriften verbonden:

4.

Aan de toestemming kunnen aanvullende voorschriften worden gesteld die nodig worden geacht voor de uitvoering van het experiment. Deze aanvullende voorschriften worden tevens opgenomen in de toestemming.

Artikel 6. Beëindiging van het experiment
1.

Het experiment eindigt op de einddatum opgenomen in de toestemming, tenzij door de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat overeenkomstig artikel 8 wordt ingestemd met een verlenging tot de nader vastgestelde datum.

2.

Indien de experimenteerpartij het experiment eerder beëindigt, wordt dit onverwijld gemeld aan de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat en vervalt daarmee de toestemming.

3.

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat kan besluiten het experiment eerder te beëindigen.

Artikel 7. Evaluatie van het experiment
1.

Binnen drie maanden na beëindiging van het experiment verzoekt de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat om een evaluatierapport van het experiment.

2.

In het evaluatierapport, bedoeld in het eerste lid, wordt door de experimenteerpartij ten minste gevraagd om:

3.

De experimenteerpartij levert op verzoek van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat voorts aanvullende informatie ten aanzien van het experiment en de te nemen vervolgstappen.

4.

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat evalueert het experiment op basis van het door de experimenteerpartij aangeleverde rapport, mede met het oog op de veiligheid en vlotte verloop van de scheepvaart.

Artikel 8. Verlenging van het experiment
1.

Het experiment kan op verzoek van de experimenteerpartij worden verlengd.

2.

De verlenging behoeft de schriftelijke instemming van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat. Aan deze instemming kunnen aanvullende voorschriften worden gesteld.

3.

De instemming, bedoeld in het tweede lid, wordt op verzoek te allen tijde getoond.

Artikel 9. Communicatie rondom het experiment
1.

Communicatie gericht tot burgers over het experiment wordt vooraf afgestemd met de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

2.

Voorlichting aan betrokkenen over het experiment wordt vooraf afgestemd met de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 oktober 2018.

Artikel 11. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel experimenten vergaand geautomatiseerd varen rijksvaarwegen.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.