Accountantsprotocol vervoerders 2017

Type ZBO-regeling
Publication 2021-12-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Beleidsregel met betrekking tot de verklaring, bedoeld in artikel 63c, negende lid, van de Wet personenvervoer 2000, van de accountant van vervoerders, bedoeld in artikel 63c, eerste en tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000, die op grond van artikel 63a van de Wet Personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor het verrichten van openbaar vervoer.

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op de artikelen 15, 63a, 63c, 87, vijfde lid, en 124d van de Wet personenvervoer 2000,

Besluit:

Hoofdstuk 1. Inleiding

Paragraaf 1.1. Achtergrond

Paragraaf 1.2. Grondslag, doelstelling en toepassingsbereik

Paragraaf 1.3. Belangrijke definities en begrippen

Paragraaf 1.4. Procedures en termijnen

Hoofdstuk 2. Protocol; onderzoeksaanpak

Paragraaf 2.1. Relevante wet- en regelgeving

Paragraaf 2.2. Reikwijdte van het onderzoek

Paragraaf 2.3. Betrouwbaarheid en materialiteit

Paragraaf 2.4. Minimale werkzaamheden

Subparagraaf 2.4.1. Algemeen

Subparagraaf 2.4.2. Gescheiden boekhouding (art 63c, vierde lid, onder a, van de Wp2000)

Subparagraaf 2.4.3. Kostprijsadministratie (art 63c, lid 4 onder b en c, van de Wp2000)

Subparagraaf 2.4.4. Voorwaarden gescheiden boekhouden (onderdeel 5 van de bijlage bij Verordening (EG)1370/2007)

Hoofdstuk 3. Protocol; Accountantsproducten

Paragraaf 3.1. Rapportage accountant

Subparagraaf 3.1.1. Inleiding

Subparagraaf 3.1.2. Opname oordeel in controleverklaring bij de jaarrekening

Subparagraaf 3.1.3. Opname oordeel in assurance-rapport

Paragraaf 3.2. Aanvullende rapportages

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Bijlage. Uitleg van enkele relevante bepalingen en termen uit de Wet personenvervoer 2000 en verwante regelgeving

In deze Bijlage worden enkele begrippen uit de Wp2000 en verwante regelgeving uitgelegd, die relevant zijn voor de boekhoudkundige scheiding en de controle of het onderzoek van de accountant. Hierbij wordt uitdrukkelijk opgemerkt dat de onderstaande uitleg geen betrekking heeft op de situatie bedoeld in artikel 63c, elfde lid, van de Wp2000.

1. De term ‘subsidie’ in artikel 63c van de Wp2000

In de leden 1, 2 en 3 van artikel 63c van de Wp2000 komt de volgende zinsnede voor:

‘[...] waarbij voor die concessie een subsidie als bedoeld in artikel 22 is verstrekt [...]’. Met de term ‘subsidie’ is in dit verband het volgende bedoeld. Het betreft volgens artikel 22 van de Wp2000 subsidies die het bevoegde overheidsorgaan aan de vervoerder verstrekt, met het oog op het verzorgen van het openbaar vervoer dat in de concessie is omschreven. Het gaat dus alleen om subsidies die worden verstrekt voor het verzorgen van het openbaar vervoer, in het geval de concessie voor het verzorgen van dat vervoer is gegund zonder dat daartoe een aanbesteding heeft plaatsgevonden, op grond van artikel 63a van de Wp2000.

2. Welke activiteiten moeten boekhoudkundig worden afgescheiden en waarvan?

In artikel 63c, leden 1, 2 en 3 van de Wp2000 is voorgeschreven dat de betreffende vervoerder een ‘gescheiden’ boekhouding moet hebben; lid 4 (onder a) van die bepaling spreekt van ‘gescheiden’ administratie. Dit roept de vraag op welke activiteiten boekhoudkundig van elkaar moeten worden gescheiden en hoe. In dit verband wordt in artikel 63c, negende en tiende lid, van de Wp2000 verwezen naar onderdeel 5 van de Bijlage bij Verordening (EG) nr. 1370/2007.6Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007, betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad. De vervoerders bedoeld in artikel 63a van de Wp2000 moeten – onder meer – voldoen aan de vereisten uit dat onderdeel van die Bijlage.

Uit onderdeel 5 van die Bijlage wordt duidelijk dat de boekhoudkundige scheiding moet worden aangebracht tussen enerzijds de kosten en baten van activiteiten uit hoofde van ‘openbare dienstcontracten’7Voor de Nederlandse situatie geldt, voor zover hier relevant, dat een openbaar dienstcontract een concessie is voor openbaar vervoer, inbesteed conform artikel 63a van de Wp2000., en anderzijds de kosten en baten van ‘andere activiteiten’. Dit brengt met zich dat de boekhoudkundige scheiding in ieder geval moet worden aangebracht tussen, enerzijds, de kosten en baten van inbestede concessies voor openbaar vervoer, en, anderzijds, de kosten en baten van (concessies voor) openbaar aanbesteed openbaar vervoer en van andere (commerciële) activiteiten die de betrokken vervoerder verricht.

Voorts is in artikel 6, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1370/2007 en in onderdeel 1 van de Bijlage van die Verordening voorgeschreven dat in principe de compensatie (subsidie) dient te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Bijlage bij die Verordening. Als een vervoerder een ongedeelde compensatie ontvangt voor het uitvoeren van een (inbestede) concessie voor meerdere vormen van openbaar vervoer, dan kan de scheiding worden aangebracht tussen, enerzijds, de totale kosten en baten van de inbestede concessies voor al het openbaar vervoer dat in die concessies is beschreven, en, anderzijds, de kosten en baten van (concessies voor) openbaar aanbesteed openbaar vervoer en van andere commerciële activiteiten.

3. Wat is bedoeld met ‘objectief te rechtvaardigen beginselen inzake de kostprijsadministratie’?

In artikel 63c, vierde lid, sub b, van de Wp2000 worden ‘objectief te rechtvaardigen beginselen inzake de kostprijsadministratie’ genoemd. Hierbij kan worden gedacht aan objectieve maatstaven voor het bepalen van kostprijzen of het administreren daarvan, die gelden op grond van andere wet- en regelgeving of andere juridische verplichtingen. Zo kan bijvoorbeeld voor het bepalen van toe te rekenen loonkosten worden aangesloten bij afspraken uit collectieve arbeidsovereenkomsten. Voor afwaardering van activa kan bijvoorbeeld worden aangesloten bij gebruikelijke methoden voor afwaardering, zoals de annuïteitenmethode. Daarnaast is een kostprijsstelsel objectief te rechtvaardigen als er een plausibele reden is voor de wijze van toerekening van de kosten. Die plausibele reden mag in ieder geval niet zijn het bevorderen van kruissubsidiering.

4. Verschillen tussen de geldende boekhoudkundige regels en fiscale regels

In onderdeel 4 van de Bijlage bij Verordening (EG) nr. 1370/2007 is voorgeschreven dat ‘de kosten en ontvangsten moeten worden berekend overeenkomstig de geldende boekhoudkundige en fiscale regels.’ In de Nederlandse situatie geldt dat er verschil kan zijn tussen de toepassing van boekhoudkundige en de toepassing van fiscale regels. Daarnaast kan de toepassing van het ene regime de gelijktijdige toepassing van het andere uitsluiten. Waar dit aan de orde is, kan een consistente en gemotiveerde keuze worden gemaakt voor de toepassing van ofwel boekhoudkundige, dan wel van fiscale regels.

5. Wat is bedoeld met het begrip ‘redelijke winst’?

Tot slot wordt in de Bijlage bij Verordening (EG) nr. 1370/2007 op meerdere plaatsen de term ‘redelijke winst’ gebezigd. Deze term wordt in onderdeel 6 van die Bijlage, als volgt nader uitgelegd:

“6. Onder redelijke winst wordt een vergoeding verstaan die overeenstemt met de gebruikelijke kapitaalbeloning in de sector in een bepaalde lidstaat, rekening houdend met het risico, of het ontbreken daarvan, voor de exploitant van de openbare dienst ingevolge de tussenkomst van de overheid.”

Voor het bepalen van een dergelijke redelijke winst kunnen gangbare objectieve methoden voor dat doeleinde worden gebruikt. Hierbij valt te denken aan verschillende gebruikelijke methoden voor objectieve bepaling van (te verwachten) rendement of normrendement, bijvoorbeeld voor het bepalen van rendement op een combinatie van eigen en vreemd vermogen. Voor het bepalen daarvan kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van methoden van capital asset pricing, zoals de bepaling van weighted average costs of capital (ook wel: de WACC-methode).

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.