Wet van 26 september 2018, houdende regels tot uitvoering van het antidopingbeleid en tot instelling van de Dopingautoriteit (Wet uitvoering antidopingbeleid)

Type Wet
Publication 2025-07-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om te voorzien in een publiekrechtelijke regeling voor de uitvoering van het antidopingbeleid en de instelling van de Dopingautoriteit als publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan ter versterking van het antidopingbeleid;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Algemene regels voor sporters
1.

Iedere sporter draagt ervoor zorg dat hij in het belang van een dopingvrije sport handelt in overeenstemming met een voor hem bindend dopingreglement.

2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is een sporter die behoort tot de topsportgroep in het belang van een dopingvrije sport verplicht tot het verstrekken van zijn verblijfsgegevens aan de Dopingautoriteit.

3.

Indien een sporter wordt onderworpen aan een dopingcontroleproces en zich verzet tegen het afnemen en verzamelen van lichaamsmonsters vinden die afname en verzameling niet bij hem plaats.

Artikel 3. Bekendmaking Wereld Anti-Doping Code
1.

Onze Minister draagt zorg voor de bekendmaking van de Wereld Anti-Doping Code en wijzigingen daarvan in de Staatscourant.

2.

De bekendmaking kan geschieden in de Engelse taal.

Artikel 4. Instelling Dopingautoriteit
1.

Er is een Dopingautoriteit.

2.

De Dopingautoriteit is gevestigd te Capelle aan den IJssel.

3.

De Dopingautoriteit bezit rechtspersoonlijkheid.

4.

De Dopingautoriteit is de nationale antidopingorganisatie, bedoeld in de Wereld Anti-Doping Code.

Artikel 5. Taken
1.

De Dopingautoriteit heeft tot taak:

2.

De taken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, worden uitgevoerd in overeenstemming met de Wereld Anti-Doping Code en internationale standaarden.

Artikel 6. Bevoegdheden
1.

De Dopingautoriteit is ter uitvoering van het dopingcontroleproces bevoegd tot:

2.

Voorts is de Dopingautoriteit ter uitvoering van haar wettelijke taken bevoegd tot:

3.

Onverminderd het elders in deze wet bepaalde is de Dopingautoriteit ter uitvoering van haar wettelijke taken bevoegd tot het verzamelen en verwerken van informatie uit openbare en andere bronnen, waaronder persoonsgegevens van sporters en van begeleiders van sporters als bedoeld in artikel 2, onderdeel 5, van het op 19 oktober 2005 tot stand gekomen Internationaal verdrag tegen doping in de sport (Trb. 2006, 194), die verband kunnen houden met mogelijke overtredingen van een dopingreglement.

Artikel 7. Inrichting
1.

De Dopingautoriteit bestaat uit ten hoogste drie leden onder wie de voorzitter.

2.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. De leden kunnen worden herbenoemd voor eenzelfde periode.

3.

De benoeming en de herbenoeming van de leden geschiedt op de voordracht van een of meer door Onze Minister aangewezen sportorganisaties. De voorgedragen kandidaat-leden voldoen aan de functieprofielen die door Onze Minister, de Dopingautoriteit en de door Onze Minister aangewezen sportorganisatie of sportorganisaties gezamenlijk zijn opgesteld.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de procedures die worden gevolgd bij de voordracht van de kandidaat-leden en bij de gezamenlijke opstelling van de functieprofielen, bedoeld in het derde lid.

Artikel 8. Bestuursreglement
1.

De Dopingautoriteit stelt een bestuursreglement vast en maakt dit openbaar.

2.

Het bestuursreglement, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval regels over de taakuitoefening, samenwerking en besluitvorming door de leden van de Dopingautoriteit, integriteit, mandaat en volmacht.

Artikel 9. Financiering

De kosten van de Dopingautoriteit worden bestreden uit de rijksbegroting, inkomsten uit tarieven en andere inkomsten.

Artikel 10. Tarifering
1.

De kosten die samenhangen met het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen b en e, kunnen ten laste worden gebracht van degene ten behoeve van wie deze werkzaamheden worden verricht.

2.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald op welke wijze de betrokkenheid van een of meer door Onze Minister aangewezen sportorganisaties wordt gewaarborgd bij de totstandkoming van tarieven als bedoeld in het eerste lid.

3.

Indien Onze Minister goedkeuring onthoudt aan het besluit tot vaststelling van de begroting, wordt de hoogte van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling vastgesteld. De door Onze Minister vastgestelde tariefhoogten kunnen maximumbedragen zijn.

Artikel 11. Toezicht door Onze Minister

Artikel 22, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, is niet van toepassing op besluiten van de Dopingautoriteit.

Artikel 12. Uitwisseling van gegevens met bestuursorganen en antidopingorganisaties
1.

De Dopingautoriteit verstrekt het openbaar ministerie, de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de gegevens die zij behoeven voor de uitvoering van hun taken.

2.

Voorts kan de Dopingautoriteit persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, verstrekken aan:

3.

De Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verstrekken de Dopingautoriteit de gegevens die zij behoeft voor de uitvoering van haar taken, met uitzondering van gegevens over gezondheid.

4.

De inspecteur, bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene douanewet, verstrekt de Dopingautoriteit de gegevens die zij behoeft voor de uitvoering van haar taken, voor zover de Dopingautoriteit daarom verzoekt.

5.

Sportorganisaties zijn bevoegd persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid, die zij ontvangen van de Dopingautoriteit te verwerken in het kader van de tuchtrechtelijke procedures tegen sporters die worden verdacht van het overtreden van het dopingreglement dat door hun is vastgesteld.

6.

De in het eerste tot en met vierde lid bedoelde gegevensverstrekkingen vinden niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen daardoor onevenredig wordt geschaad.

7.

Onverminderd het bepaalde in het zesde lid vindt de verstrekking van persoonsgegevens aan antidopingorganisaties, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, uitsluitend plaats indien:

Artikel 13. Overige bepalingen over de verwerking van persoonsgegevens
1.

De gegevensverwerkingen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, vinden uitsluitend plaats voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het dopingcontroleproces.

2.

De Dopingautoriteit is verantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor de gegevensverwerkingen, bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de gegevensverwerkingen, bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, en de gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhef en onderdeel b.

Artikel 13a. Evaluatiebepaling

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 14. Instelling Beoordelingscommissie dopingzaken
1.

Er is een Beoordelingscommissie dopingzaken.

2.

De Beoordelingscommissie dopingzaken heeft haar zetel in een door Onze Minister te bepalen gemeente.

Artikel 15. Taken
1.

De Beoordelingscommissie dopingzaken is als beroepsorgaan belast met het beroep tegen besluiten van de Dopingautoriteit die genomen worden ter uitvoering van artikel 5, eerste lid, onder a, b of c voor zover ingevolge de Wereld Anti-Doping Code of internationale standaarden die besluiten appellabel zijn, tenzij ingevolge de Wereld Anti-Doping Code of internationale standaarden het Hof van Arbitrage voor Sport:

2.

Het beroep bedoeld in het eerste lid kan worden ingediend door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die ingevolge de Wereld Anti-Doping Code of internationale standaarden daartoe bevoegd is.

3.

Bij de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kunnen persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, andere bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, worden verwerkt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.