Wet van 17 oktober 2018, houdende regels ter uitvoering van Richtlijn 2016/943/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PbEU 2016, L157) (Wet bescherming bedrijfsgeheimen)

Type Wet
Publication 2023-02-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels vast te stellen ter implementatie van Richtlijn 2016/943/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PbEU 2016, L157);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen

Artikel 2
1.

Het verkrijgen van een bedrijfsgeheim zonder de toestemming van de houder van het bedrijfsgeheim is onrechtmatig wanneer het bedrijfsgeheim is verkregen door middel van:

2.

Het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim is onrechtmatig wanneer het bedrijfsgeheim zonder de toestemming van de houder van het bedrijfsgeheim wordt gebruikt of openbaar gemaakt door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die:

3.

Het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim is ook onrechtmatig wanneer een natuurlijke persoon of rechtspersoon op het moment van het verkrijgen, gebruiken, of openbaar maken, wist, of gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim direct of indirect werd verkregen van een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte als bedoeld in het tweede lid.

4.

Het produceren, aanbieden of in de handel brengen van inbreukmakende goederen, of de invoer, uitvoer of opslag van inbreukmakende goederen voor die doeleinden, wordt ook als een onrechtmatig gebruik van een bedrijfsgeheim beschouwd wanneer de natuurlijke persoon of rechtspersoon die dergelijke activiteiten uitvoert, wist of, gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim onrechtmatig werd gebruikt.

Artikel 3
1.

Als het onrechtmatig verkrijgen van een bedrijfsgeheim wordt niet beschouwd het verkrijgen door middel van:

2.

Als het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim wordt niet beschouwd het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken dat op grond van het recht van de Europese Unie of bepalingen bij of krachtens de wet vereist of toegestaan is.

Artikel 4

De rechter wijst een vordering of verzoek om toepassing van de maatregelen en procedures in het kader van deze wet af wanneer het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim plaatsvond in een van de volgende gevallen:

Hoofdstuk 3. Handhaving van bedrijfsgeheimen

Artikel 5
1.

De voorzieningenrechter kan op vordering van de houder van het bedrijfsgeheim jegens de vermeende inbreukmaker de volgende voorlopige maatregelen bevelen:

2.

De houder van het bedrijfsgeheim kan voorts verzoeken om verlof tot beslaglegging op de vermeende inbreukmakende goederen of hij kan de afgifte van dergelijke goederen vorderen, met inbegrip van ingevoerde goederen, om te voorkomen dat deze in de handel worden gebracht of zich in het handelsverkeer bevinden. De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering betreffende beslaglegging en executie tot afgifte van roerende zaken zijn van toepassing.

3.

De voorzieningenrechter kan op vordering van de houder van het bedrijfsgeheim tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor schadeloosstelling van de houder van het bedrijfsgeheim. Het openbaar maken van een bedrijfsgeheim in ruil voor het stellen van zekerheden is niet toegestaan.

Artikel 6
1.

De rechter kan op vordering van de houder van het bedrijfsgeheim de volgende maatregelen jegens de inbreukmaker bevelen:

2.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met f, worden op kosten van de inbreukmaker uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.

Artikel 7
1.

De rechter houdt bij de beslissing over een vordering krachtens artikel 5, eerste lid, of artikel 6, eerste lid, of over een verzoek krachtens artikel 5, tweede lid, en bij het beoordelen van de evenredigheid ervan, rekening met de specifieke omstandigheden van het geval, met inbegrip van:

2.

Wanneer de rechter de looptijd van de staking of het verbod, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a en b, beperkt, moet deze looptijd lang genoeg zijn om de handels- en economische voordelen teniet te doen die de inbreukmaker zou hebben kunnen halen uit het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim.

3.

Op vordering van de persoon jegens wie een maatregel, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a en b, is genomen, kan deze maatregel worden ingetrokken of anderszins buiten werking worden gesteld indien er geen sprake meer is van een bedrijfsgeheim op gronden die niet aan die persoon kunnen worden toegerekend.

4.

Op vordering van de persoon jegens wie een maatregel, bedoeld in artikel 6, eerste lid, kan worden genomen, kan de rechter deze persoon bevelen om in plaats van de toepassing van deze maatregel een schadevergoeding te betalen aan de houder van het bedrijfsgeheim indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

5.

De schadevergoeding, bedoeld in het vierde lid, bedraagt niet meer dan het bedrag van de royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien die persoon toestemming had gevraagd om het desbetreffende bedrijfsgeheim te gebruiken, voor de periode waarin het gebruik van het bedrijfsgeheim verboden had kunnen worden.

Artikel 8
1.

De houder van het bedrijfsgeheim kan schadevergoeding vorderen van een inbreukmaker die wist of had moeten weten dat hij onrechtmatig een bedrijfsgeheim verkreeg, gebruikte of openbaar maakte.

2.

In passende gevallen kan de rechter de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag.

Artikel 9
1.

De rechter kan op vordering van de houder van het bedrijfsgeheim gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen worden getroffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak.

2.

De rechter houdt bij de beslissing over een bevel tot een in het eerste lid bedoelde maatregel en bij de beoordeling van de evenredigheid ervan rekening met:

Hoofdstuk 4. Wijziging van andere wetten

Artikel 10

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel 11

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 3.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 13

Deze wet wordt aangehaald als: Wet bescherming bedrijfsgeheimen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.