Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 30 oktober 2018, nr. IENW/BSK–2018/176078, over boordvoorzieningen in het kader van de Subsidieregeling riolering woonboten 2018–2020

Type Beleidsregel
Publication 2018-12-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, van de Subsidieregeling riolering woonboten 2018-2020 en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Subsidieregeling riolering woonboten 2018–2020 in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Een boordvoorziening dient te voldoen aan de eisen, genoemd in hoofdstuk 2 van deze beleidsregel, om te kwalificeren als een deugdelijke boordvoorziening als bedoeld in artikel 5 van de subsidieregeling, en om voor subsidieverlening in aanmerking te komen.

Artikel 3. Beoordeling

Door een installateur wordt na afloop van de werkzaamheden een schouwrapport opgesteld, waarbij de boordvoorziening wordt getoetst aan deze beleidsregel.

Hoofdstuk 2. Eisen

Artikel 4. Boordvoorziening

Een boordvoorziening bevat ten minste de volgende onderdelen:

Artikel 5. Binnenhuisriolering

Een binnenhuisriolering voldoet aan de volgende eisen:

Artikel 6. Pompinstallatie
1.

De pompinstallatie heeft voldoende vermogen om het afvalwater te kunnen afvoeren. Zo nodig worden één of meer hulppompen toegepast.

2.

De pompinstallatie voldoet aan de volgende eisen:

Artikel 7. Ontvangstreservoir
1.

Het ontvangstreservoir heeft een bruto-inhoud van ten minste 50 liter, tenzij uit het schouwrapport blijkt dat toepassing van een kleiner ontvangstreservoir nodig is in verband met de beschikbare ruimte aan boord.

2.

Het ontvangstreservoir is voorzien van een aansluiting voor een beluchtings- en ontluchtingsleiding.

Artikel 8. Persleiding
1.

De persleiding is voorzien van een terugslagklep en een afsluiter ter voorkoming van terugloop van afvalwater uit het riool richting de woonboot.

2.

De leidingdiameter van de persleiding wordt in overleg met de rioolbeheerder gedimensioneerd.

Artikel 9. Wanddoorvoer
1.

De wanddoorvoer bestaat uit een doorvoerbuis van RVS, ABS-kunststof of hiermee vergelijkbare materialen.

2.

De wanddoorvoer van de persleiding van binnen naar buiten de woonboot heeft twee schaaldelen aan weerszijden van de wanddoorvoer.

Artikel 10. Walslang
1.

De walslang bestaat uit een flexibele slang voorzien van een verwarmingslint en isolatie.

2.

Het verwarmingslint is aangebracht:

3.

Een walslang met een verwarmingslint in de slang voldoet aan de volgende eisen:

4.

Een walslang met een verwarmingslint buiten de slang voldoet aan de volgende eisen:

Artikel 11. Walaansluiting

De walslang tussen de woonboot en de kade of de oever wordt aangesloten op de walaansluiting of de aansluiting van een drijvende IBA.

Hoofdstuk 3. Financiële aspecten

Artikel 12. Factuur

De factuur, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de subsidieregeling, vermeldt de aangeschafte of geïnstalleerde onderdelen van de boordvoorziening.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 13. Inwerkingtreding
1.

Deze beleidsregel treedt in werking op het tijdstip waarop de Subsidieregeling riolering woonboten 2018–2020 in werking treedt.

2.

Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 juli 2021, met dien verstande dat hij van toepassing blijft op voor die datum ingediende aanvragen van subsidies.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.