Wet van 17 oktober 2018, houdende regels ter implementatie van richtlijn (EU) 2016/1148 (Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen)

Type Wet
Publication 2024-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het gelet op richtlijn (EU) 2016/1148 noodzakelijk is om wettelijke bepalingen vast te stellen ter bevordering van de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Taken van Onze Minister

Artikel 2. (centraal contactpunt; CSIRT voor essentiële diensten; instantie voor vrijwillige meldingen)

Onze Minister is:

Artikel 3. (taken van Onze Minister)
1.

Onze Minister heeft, ter voorkoming of beperking van het uitvallen van de beschikbaarheid of het verlies van integriteit van netwerk- en informatiesystemen van vitale aanbieders, en van andere aanbieders die onderdeel zijn van de rijksoverheid, ter verdere versterking van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving en ter uitvoering van de NIB-richtlijn, de volgende taken:

2.

Voorts heeft Onze Minister, ter voorkoming van nadelige maatschappelijke gevolgen in en buiten Nederland, tot taak: het verstrekken van ingevolge het eerste lid, onder e, verkregen gegevens over dreigingen en incidenten met betrekking tot andere netwerk- en informatiesystemen dan bedoeld in de aanhef van het eerste lid aan:

3.

Voorts heeft Onze Minister tot taak: de behandeling van vrijwillige meldingen als bedoeld in artikel 16.

Hoofdstuk 3. Taken van andere instanties

Artikel 4. (bevoegde autoriteit; CSIRT voor digitale diensten)
1.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de NIB-richtlijn, is voor de sectoren, genoemd in bijlage II van die richtlijn:

Bevoegde autoriteit Sector
Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat energie
Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat digitale infrastructuur
De Nederlandsche Bank N.V. bankwezen
De Nederlandsche Bank N.V. infrastructuur voor de financiële markt
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat vervoer
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat levering en distributie van drinkwater
Onze Minister voor Medische Zorg gezondheidszorg
2.

Voor de digitale diensten, genoemd in bijlage III van de NIB-richtlijn, is:

3.

De bevoegde autoriteit heeft voor wat betreft de aanbieders van een essentiële dienst in de betrokken sector of sectoren, onderscheidenlijk voor de digitaledienstverleners, tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.

4.

Het CSIRT voor digitale diensten heeft voor wat betreft digitaledienstverleners de in bijlage I, onder 2, van de NIB-richtlijn genoemde taken.

Hoofdstuk 4. Beveiligingseisen en melding van incidenten

§ 1. Algemeen

Artikel 5. (aanwijzing van vitale aanbieders)
1.

Bij algemene maatregel van bestuur of bij besluit van een bij die maatregel genoemd bestuursorgaan worden aangewezen:

2.

Bij de toepassing van het eerste lid, onder a, worden de artikelen 5 en 6 van de NIB-richtlijn en bijlage II van die richtlijn in acht genomen.

Artikel 6. (voorrang voor sectorspecifieke EU-regels)

Voor zover artikel 1, zevende lid, van de NIB-richtlijn van toepassing is, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat daarbij aangewezen, bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften niet gelden voor daarbij aangewezen categorieën van aanbieders van essentiële diensten of digitaledienstverleners.

§ 2. Beveiliging

Artikel 7. (risico’s beheersen)
1.

De aanbieder van een essentiële dienst en de digitaledienstverlener nemen passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen om de risico’s voor de beveiliging van hun netwerk- en informatiesystemen te beheersen. De maatregelen zorgen, gezien de stand van de techniek, voor een niveau van beveiliging dat is afgestemd op de risico's die zich voordoen.

2.

De in het eerste lid bedoelde maatregelen van de digitaledienstverlener houden in elk geval rekening met de volgende aspecten:

Artikel 8. (incidenten voorkomen en gevolgen van incidenten beperken)

De aanbieder van een essentiële dienst en de digitaledienstverlener nemen passende maatregelen om incidenten die de beveiliging van de voor de verlening van de betrokken dienst gebruikte netwerk- en informatiesystemen aantasten, te voorkomen en de gevolgen van dergelijke incidenten zo veel mogelijk te beperken, teneinde de continuïteit van die dienst te waarborgen.

Artikel 9. (nadere regels)

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de maatregelen, bedoeld in de artikelen 7 en 8.

§ 3. Meldplicht voor incidenten

Artikel 10. (aangewezen vitale aanbieder)
1.

De vitale aanbieder, aangewezen op grond van artikel 5, eerste lid, onder a of b, meldt onverwijld bij Onze Minister:

2.

De aanbieder van een essentiële dienst meldt een incident als bedoeld in het eerste lid, onder a, ook onverwijld bij de bevoegde autoriteit.

3.

Onverminderd artikel 13 meldt de aanbieder van een essentiële dienst een incident bij een digitaledienstverlener onverwijld bij Onze Minister en bij de bevoegde autoriteit, als dat incident aanzienlijke gevolgen heeft voor de continuïteit van zijn essentiële dienst.

4.

Om te bepalen of een incident aanzienlijke gevolgen heeft voor de continuïteit van de essentiële dienst, worden in elk geval in aanmerking genomen:

5.

In afwijking van artikel 1 wordt in het derde lid onder digitaledienstverlener tevens de digitaledienstverlener verstaan die niet valt onder de jurisdictie van Nederland.

Artikel 11. (bij de melding te verstrekken gegevens)

De in artikel 10 bedoelde melding omvat in ieder geval:

Artikel 12. (verstrekking nadere gegevens door aangewezen vitale aanbieder)
1.

Desgevraagd verstrekt de aanbieder die een melding als bedoeld in artikel 10, eerste of derde lid, bij Onze Minister heeft gedaan, Onze Minister onverwijld alle overige gegevens die noodzakelijk zijn om:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als de aanbieder een incident heeft gemeld bij de bevoegde autoriteit en deze de door haar ontvangen gegevens heeft verstrekt aan Onze Minister.

Artikel 13. (digitaledienstverlener)
1.

Een digitaledienstverlener meldt een incident met aanzienlijke gevolgen voor de verlening van de door hem verleende dienst in de Europese Unie onverwijld bij:

2.

Om te bepalen of een incident aanzienlijke gevolgen heeft als bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval in aanmerking genomen:

3.

Het eerste lid geldt alleen als de digitaledienstverlener toegang heeft tot de informatie die nodig is om te beoordelen of het incident aanzienlijke gevolgen heeft als bedoeld in dat lid.

Artikel 14. (verstrekking nadere gegevens door digitaledienstverleners)
1.

Desgevraagd verstrekt de digitaledienstverlener die een melding als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, bij het CSIRT voor digitale diensten heeft gedaan, het CSIRT voor digitale diensten onverwijld alle overige gegevens die noodzakelijk zijn om:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als de digitaledienstverlener een incident heeft gemeld bij de bevoegde autoriteit en zij de door haar ontvangen gegevens heeft verstrekt aan het CSIRT voor digitale diensten.

Artikel 15. (nadere regels meldplicht)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.