Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 november 2018, nr. MBO/1337390, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende bekostiging voor de verbetering van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt door publiek-private samenwerking (Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2.2.3, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het beschikbaar stellen van geld ten behoeve van samenwerkingsverbanden die bestaan uit publieke en private partijen en die ten doel hebben de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt te verbeteren.

Artikel 3. Registratie

Partijen die willen samenwerken in een samenwerkingsverband, kunnen zich laten registreren bij DUS-I. De belangstelling voor deelname wordt kenbaar gemaakt met gebruikmaking van een formulier op de website van DUS-I.

Artikel 4. Subsidieplafond
1.

Voor subsidieverstrekkingen op grond van deze regeling is voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2023 in totaal € 127.000.000,– beschikbaar.

2.

De hoogte van het subsidieplafond per kalenderjaar wordt jaarlijks bekend gemaakt in de Staatscourant.

3.

Bij de bekendmaking van het subsidieplafond maakt de Minister de verdeling van het subsidiebedrag over de aanvraagperiodes per kalenderjaar bekend. Indien het bedrag voor subsidieverstrekking voor de eerste periode binnen het betreffende kalenderjaar door subsidietoewijzingen niet wordt uitgeput, wordt dit bedrag toegevoegd aan het subsidiebedrag voor de tweede aanvraagperiode van het kalenderjaar.

Artikel 5. Besteding subsidie
1.

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij wordt verstrekt.

2.

Niet-bestede middelen worden teruggevorderd.

Artikel 6. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Paragraaf 2. Subsidie voor duurzame publiek-private samenwerking

Artikel 7. Subsidieverstrekking
1.

De Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling subsidie verstrekken voor een duurzame publiek-private samenwerking die ten doel heeft de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt te verbeteren.

2.

De subsidie bedraagt ten minste € 250.000,– en ten hoogste € 2.000.000,– per subsidieaanvraag.

3.

Een aanvraag tot subsidieverlening voor een bedrag van minder dan € 250.000,– of meer dan € 2.000.000,– wordt afgewezen.

4.

De subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier of vijf kalenderjaren, gerekend vanaf de start van het project.

5.

Onverminderd het eerste lid kan een publiek-private samenwerking waaraan een instelling voor hoger onderwijs deelneemt mede als doel hebben het ontwikkelen van een Associate-degreeprogramma als bedoeld in artikel 7.8a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, indien de instelling voor hoger onderwijs bijdraagt aan de cofinanciering, bedoeld in artikel 13.

Artikel 8. Subsidieaanvraag
1.

De subsidieaanvraag kan betrekking hebben op:

2.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan alleen worden toegewezen, indien:

3.

De subsidieperiode van een project als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is succesvol afgerond indien uit de evaluatie van het project in ieder geval blijkt dat:

4.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, heeft betrekking op ten minste één van de volgende thema’s:

5.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onderdeel b, heeft in ieder geval betrekking op de thema’s, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en b.

Artikel 9. Uitbreiding Centrum voor innovatief vakmanschap

Een aanvraag als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, kan, in afwijking van artikel 11, onderdeel d, worden ingediend door het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling ten behoeve van een Centrum voor innovatief vakmanschap, indien de ontwikkeling van het betreffende Centrum aantoonbaar succesvol is afgerond.

Artikel 10. Aanvraag project entreeopleiding
1.

Indien een aanvraag in overwegende mate tot doel heeft de aansluiting van een entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet, op de arbeidsmarkt te verbeteren:

2.

Indien dit bijdraagt aan het doel van het project kan de doorstroom van een entreeopleiding naar een basisberoepsopleiding deel uitmaken van de aanvraag.

Artikel 11. Niet subsidiabel

Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

Artikel 12. Samenwerkingsverband
1.

Onderwijsinstellingen en arbeidsorganisaties werken samen in samenwerkingsverbanden om duurzame publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs vorm te geven en uit te voeren.

2.

Het samenwerkingsverband kan bestaan uit:

3.

In een samenwerkingsverband werken in ieder geval één onderwijsinstelling en in ieder geval één arbeidsorganisatie samen.

4.

Arbeidsorganisaties die nog niet deelnemen aan een samenwerkingsverband kunnen daartoe de wens kenbaar maken bij de onderwijsinstelling in het betreffende samenwerkingsverband. De onderwijsinstelling draagt er in dat geval in redelijkheid zorg voor dat de arbeidsorganisatie in de gelegenheid wordt gesteld om deel te nemen aan het samenwerkingsverband, met inachtneming van de voorschriften van de regeling.

Artikel 13. Cofinanciering
1.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting.

3.

De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c en d, gezamenlijk, bedraagt ten minste één derde en ten hoogste twee derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld of in geld waardeerbaar.

4.

De cofinanciering door de partijen in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen a en e tot en met i, bedraagt ten hoogste één derde deel van de meerjarenbegroting en is in geld waardeerbaar. De cofinanciering door de aanvragende onderwijsinstelling is uitsluitend in geld en bedraagt ten hoogste 10% van de meerjarenbegroting.

5.

Onder cofinanciering wordt niet begrepen:

Artikel 14. Documenten subsidieaanvraag

De aanvraag voor subsidie, omvat in ieder geval:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.