Wet van 7 november 2018, houdende regels met betrekking tot het verlenen van trustdiensten en het toezicht daarop (Wet toezicht trustkantoren 2018)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels met betrekking tot het toezicht op trustkantoren te herzien, door een uitbreiding van de normen inzake de integere en beheerste bedrijfsvoering van trustkantoren, een aanscherping van de verplichtingen inzake het verrichten van cliëntenonderzoek en het uitbreiden van het instrumentarium voor toezicht en handhaving, en daartoe de Wet toezicht trustkantoren te vervangen, ten einde de integriteit van het financiële stelsel in Nederland te bevorderen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, 119);
- belastingadvies: adviseren over de opzet, inrichting of werking van structuren van rechtspersonen en vennootschappen gericht op de toepassing van internationaal en nationaal belastingrecht;
- bijkantoor: duurzaam in een andere staat dan de staat van de zetel aanwezig onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid van een trustkantoor;
- cliënt: natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap met wie een zakelijke relatie wordt aangegaan of die een trustdienst laat verrichten;
- de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
- doelvennootschap: rechtspersoon of vennootschap waaraan de trustdiensten, bedoeld in de onderdelen a en b van de begripsomschrijving van trustdienst, worden verleend;
- familielid van een politiek prominente persoon: familielid van een politiek prominente persoon als bedoeld in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- financieren van terrorisme: gedraging strafbaar gesteld in artikel 421, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
- Financiële inlichtingen eenheid: Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- gekwalificeerde deelneming: rechtstreeks of middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste aandelenkapitaal of een daarmee vergelijkbaar belang, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap;
- groep: economische eenheid waarin natuurlijke personen, rechtspersonen, en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden;
- identificeren: opgave van de identiteit laten doen;
- integriteitrisico:
- a. risico van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is bepaald;
- b. risico van betrokkenheid van het trustkantoor of zijn medewerkers bij handelingen die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad;
- introducerende instelling: instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme die behoort tot dezelfde groep als het trustkantoor;
- lidstaat: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
- moederonderneming: moederonderneming als bedoeld in artikel 2, negende lid, van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182);
- Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
- personenvennootschap: een maatschap als bedoeld in artikel 1655 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, een vennootschap onder firma als bedoeld in artikel 16 van het Wetboek van Koophandel en een commanditaire vennootschap als bedoeld in artikel 19 van het Wetboek van Koophandel, alsmede een maatschap of vennootschap naar buitenlands recht die met deze rechtsvormen vergelijkbaar is;
- persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon: persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon als bedoeld in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- persoonsgegeven: persoonsgegeven als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming;
- politiek prominente persoon: politiek prominente persoon als bedoeld in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- trustdienst:
- a. het optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennoot van een vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is ten behoeve van een cliënt;
- b. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die een adres of postadres ter beschikking stellen, als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel c, en 14, eerste lid, onderdeel c, van de Handelsregisterwet 2007, aan een rechtspersoon of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als het trustkantoor, indien ten minste één van de volgende aanvullende werkzaamheden wordt verricht ten behoeve van die rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap:
- 1°. het geven van juridisch advies of het verlenen van bijstand, met uitzondering van het verrichten van receptiewerkzaamheden;
- 2°. het verzorgen van belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden;
- 3°. het verrichten van werkzaamheden in verband met het opstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het voeren van administratie;
- 4°. het werven van een bestuurder voor een rechtspersoon of vennootschap;
- 5°. andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanvullende werkzaamheden;
- c. het verkopen van of bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen;
- d. het zijn van een trustee in opdracht van een niet tot dezelfde groep behorende natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap;
- e. andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diensten;
- trustkantoor: degene die, al dan niet tezamen met andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, beroeps- of bedrijfsmatig een of meer trustdiensten verleent;
- uiteindelijk belanghebbende: uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in artikel 1 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- vierde anti-witwasrichtlijn: richtlijn 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141);
- witwassen: gedragingen strafbaar gesteld in de artikelen 420bis, 420bis.1, 420ter, 420quater en 420quater.1 van het Wetboek van Strafrecht;
- zakelijke relatie: zakelijke, professionele of commerciële relatie tussen een trustkantoor en een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een vennootschap, die verband houdt met trustdiensten verleend door het trustkantoor en waarvan op het tijdstip dat het contact wordt gelegd, wordt aangenomen dat deze enige tijd zal duren;
- zetel: plaats waar een trustkantoor volgens haar statuten of reglementen is gevestigd of, indien het trustkantoor geen rechtspersoon is, de plaats waar het trustkantoor zijn hoofdvestiging heeft.
In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt onder de begrippen «trust», «trustee» en «insteller» verstaan hetgeen daaronder in het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141) wordt verstaan.
Hoofdstuk 2. Vergunningen
Artikel 2. Overdraagbaarheid van vergunningen
Vergunningen en ontheffingen, verleend ingevolge deze wet, zijn persoonlijk en niet overdraagbaar.
Artikel 3. Verbod op trustdienstverlening zonder vergunning
Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning beroeps- of bedrijfsmatig trustdiensten te verlenen.
Het is een ieder met zetel in een andere lidstaat verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning beroeps- of bedrijfsmatig trustdiensten te verlenen naar Nederland, dan wel vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor beroeps- of bedrijfsmatig trustdiensten te verlenen.
Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden beroeps- of bedrijfsmatig naar Nederland trustdiensten te verlenen, dan wel vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor beroeps- of bedrijfsmatig trustdiensten te verlenen.
Het is een ieder verboden:
- a. werkzaamheden te verrichten gericht op activiteiten die in strijd zijn met de verboden in het eerste tot en met derde lid; of
- b. zonder vergunning op grond van deze wet werkzaamheden te verrichten gericht op zowel het ter beschikking stellen van een postadres of bezoekadres als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van trustdienst, als het verrichten van aanvullende werkzaamheden als bedoeld in dat onderdeel, ten behoeve van een en dezelfde natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap.
Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op:
- a. de Nederlandsche Bank;
- b. een lichaam dat krachtens publiekrecht rechtspersoonlijkheid bezit;
- c. een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig opdrachten van tijdelijke aard die betrekking hebben op management- en organisatievraagstukken, met daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden, uitvoert of doet uitvoeren, voor zover deze de diensten, bedoeld in onderdeel a van de begripsomschrijving van trustdienst, verleent.
Het tweede lid is niet van toepassing op trustkantoren, zonder bijkantoor in Nederland, die beschikken over een vergelijkbare vergunning in een andere lidstaat en waarop toezicht wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen.
Artikel 4. Trustkantoor in aangewezen staat
Artikel 3, derde lid, is niet van toepassing op een trustkantoor dat:
- a. zijn zetel heeft in een bij ministeriële regeling aangewezen staat;
- b. in die staat bevoegd is als trustkantoor werkzaam te zijn; en
- c. beschikt over een vergunning van de Nederlandsche Bank voor het verlenen van trustdiensten naar Nederland, dan wel vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
Op grond van het eerste lid, onderdeel a, worden slechts staten aangewezen waar toezicht op het verlenen van trustdiensten wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het aanwijzen van staten als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 5. Vrijstelling en ontheffing
Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden verleend van artikel 3, eerste tot en met derde lid, artikel 3a, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, onderdeel c. Aan deze vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag een ontheffing verlenen van artikel 3, eerste tot en met derde lid, en artikel 4, eerste lid, onderdeel c, indien de aanvrager aantoont dat de specifieke situatie van een trustkantoor dat rechtvaardigt en dat de belangen die deze wet beoogt te beschermen voldoende worden gewaarborgd. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6. Vergunning
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, of artikel 4, eerste lid, onderdeel c, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 10, eerste, tweede, derde en vierde lid en 11 tot en met 14 gestelde regels.
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij ministeriële regeling te bepalen gegevens.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.