Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 26 november 2018, kenmerk 1451474-184520-MEVA, houdende regels voor subsidiëring van opleidingsactiviteiten in de ziekenhuiszorg (Subsidieregeling kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg 2019)

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op deze regeling zijn de definities van het activiteitenverslag, het financieel verslag, de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, instelling en minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing. Artikel 10.1 van deze Kaderregeling is evenmin van toepassing.

Artikel 3. Doel van de regeling
1.

De minister kan aan een instelling een subsidie verstrekken voor 2019 ten behoeve van een organisatorisch verband met een toelating als bedoeld in artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen voor het verlenen van zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van een organisatorisch verband dat in het kader van de Zorgverzekeringswet uitsluitend geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verleent.

3.

Geen subsidie wordt verstrekt voor onderwijs waarvoor onderwijsinstellingen reeds financiering ontvangen krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of op grond van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
1.

De subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van opleidingsactiviteiten die passen binnen het strategisch opleidingsplan.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten ten behoeve van:

Artikel 5. Subsidiabele kosten
1.

De kosten gemoeid met de activiteiten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, komen in aanmerking voor subsidie indien het een van de volgende kostencategorieën betreft:

2.

Kosten voor accommodatie komen niet in aanmerking voor subsidie.

3.

De activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid zijn subsidiabel voor zover zij worden verricht tussen 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019.

Artikel 6. Aanvraag tot verlening
1.

In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag vergezeld van:

2.

Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

3.

De aanvraag wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de instelling te vertegenwoordigen.

4.

De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 31 december in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar ontvangen.

5.

De aanvraag die na de termijn, bedoeld in het vorige lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.

6.

De verklaring, bedoeld in lid 1, onder c, wordt uiterlijk zes weken na de datum als genoemd in lid 4, ontvangen.

7.

Op verzoek van de minister legt de instelling een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd over;

8.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen drie weken na de datum als genoemd in lid 4, aan te vullen. De minister besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen die termijn niet of niet voldoende is aangevuld.

9.

De subsidie wordt voorts in ieder geval geweigerd indien de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

10.

Alleen wanneer instemming als bedoeld in het eerste lid, onder c, wegens zwaar moverende redenen niet mogelijk is, kan de minister besluiten dat kan worden volstaan met een jaarplan dat met een werknemersvertegenwoordiging is afgestemd.

Artikel 7. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2019 voor de ziekenhuizen en de klinieken € 165.406.000.

2.

Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2019 voor de universitair medische centra € 40.468.000.

Artikel 8. Verdeling in geval van overtekening ziekenhuizen en klinieken
1.

In geval van overtekening van het subsidieplafond wordt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor de ziekenhuizen en de klinieken verdeeld en krijgt het organisatorisch verband in eerste instantie het aangevraagde bedrag toegewezen tot het maximum van de formule (A / B) * C = D, waarbij wordt verstaan onder:

A: de Zvw-omzet van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt;

B: de som van de Zvw-omzet van alle organisatorische verbanden ten behoeve waarvan subsidie wordt verstrekt;

C: het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag;

D: het maximum bedrag van de subsidie voor het organisatorische verband.

2.

Indien na toepassing van bovenstaande formule het subsidieplafond niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag verdeeld over de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule onder het eerste lid.

3.

Bij een verdeling als bedoeld in het tweede lid, geldt de volgende formule (A / E) * F = G, waarbij wordt verstaan onder:

A: de Zvw-omzet van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt;

E: de som van de Zvw-omzet van alle organisatorische verbanden die vallen onder de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule onder het eerste lid;

F: het uit hoofde van het subsidieplafond resterende beschikbare bedrag;

G: het aanvullende beschikbare subsidiebedrag voor het organisatorische verband.

4.

De systematiek beschreven in het tweede en derde lid wordt repeterend toegepast totdat het volledige subsidieplafond is bereikt.

5.

De minister kan afwijken van de Zvw-omzet, bedoeld in artikel 1, voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, door voor de bedrijfsopbrengsten van het organisatorisch verband uit te gaan van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

Artikel 9. Verdeling in geval van overtekening universitair medische centra
1.

Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor de universitair medische centra wordt op dezelfde wijze verdeeld als bedoeld in artikel 8, eerste tot en met vierde lid.

2.

In afwijking van artikel 8, eerste lid, wordt voor de universitair medische centra verstaan onder:

A: de personeelskosten van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt;

B: de som van de personeelskosten van alle organisatorische verbanden ten behoeve waarvan subsidie wordt verstrekt.

3.

In afwijking van artikel 8, derde lid, wordt voor de universitair medische centra verstaan onder:

A: de personeelskosten van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt;

E: de som van de personeelskosten van alle organisatorische verbanden die vallen onder de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule zoals vermeld in artikel 8, eerste lid.

Artikel 10. Verantwoording

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.