Richtlijn voor strafvordering wet personenvervoer 2000
Beschrijving
Deze richtlijn bevat het strafvorderingsbeleid van het OM inzake overtredingen bepaald bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), die in artikel 1 van de Wet op de economische delicten (WED) als economisch delict zijn aangemerkt.
Achtergrond
Deze richtlijn richt zich op de strafrechtelijk gehandhaafde bepalingen voortkomende uit de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000).
Vervolging
Van recidive is alleen sprake indien een soortgelijke overtreding wordt begaan binnen vijf jaar na afdoening1Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
Bij overtredingen van de Wp 2000 wordt in beginsel zonder beperking ongeacht de mate van recidive een strafbeschikking uitgevaardigd waarmee een geldboete wordt opgelegd. In afwijking daarop wordt de verdachte gedagvaard indien er bij misdrijven drie keer of vaker recidive plaatsvindt (artikel 103 Wp 2000).
Als recidive wordt geconstateerd, geldt het volgende ophogingspercentage ten opzichte van het bij de overtreding behorende geldboete:
Voor de eis ter terechtzitting wordt geen hoger tarief gehanteerd tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat verzet uitsluitend is gedaan ter uitstel van de executie of om de procesgang te vertragen2Zie eveneens Aanwijzing OM-afdoening.
NB Op overtredingen die feitgecodeerd met een politiestrafbeschikking kunnen worden afgedaan is de recidiveregeling niet van toepassing.
Indien sprake is van meer te beoordelen feiten in één strafdossier, dan worden de geldboetes van de afzonderlijke feiten opgeteld. Gezien de aard van de delicten en het functioneel daderschap worden de geldboetes bij economische delicten bij elkaar opgeteld. Binnen de door de wet gestelde grenzen kan worden afgeweken van de aangegeven bedragen, hetzij naar beneden, hetzij naar boven, indien de omstandigheden waaronder het delict is gepleegd daartoe aanleiding geven. Bij grote bedrijven, ernstige overtredingen, onrechtmatig genoten voordeel dat uitgaat boven het tarief dat vastgesteld is voor de overtreding kan een hoger tarief geïndiceerd zijn. Bij economische delicten kan de draagkracht van de rechtspersoon of natuurlijke persoon mede bepalend zijn voor de hoogte van de strafbeschikking of eis ter terechtzitting. Bij het uitvaardigen van een strafbeschikking kan tevens rekening worden gehouden met de eventuele verbeurdverklaring van een last onder dwangsom. Hiertoe bestaat echter geen verplichting, immers een dwangsom dient om uitvoering van de last te bewerkstelligen, en het verbeuren daarvan – en dus ook de invordering – betreffen alleen het niet-nakomen van de last, en vormen geen (punitieve) sanctie op de nadien geconstateerde normschendingen3HR, 20 maart 2007, LJN: AZ7078.
Bijlage. Tarieflijst
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.