Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2019 (Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 10 oktober 2018 krachtens artikel 15 van de Wet op de Rechtsbijstand, goedgekeurd bij besluit van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 2 november 2018)

Type ZBO-regeling
Publication 2018-12-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat advocaten die rechtsbijstand in de zin van de wet willen verlenen zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad). De Raad stelt dan ook als voorwaarde voor het toevoegen van (beginnende) advocaten op basis van de Wrb dat een verzoek om inschrijving bij de Raad eerst volledig is behandeld en is ingewilligd.

Het bestuur van de Raad kan op grond van de artikelen 14 en 15 van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op de organisatie van het kantoor waar de rechtsbijstandverlener werkzaam is, de verslaglegging van de advocaat omtrent de door hem/haar verleende bijstand, het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks kan worden toegevoegd en de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsgebieden.

Deze inschrijvingsvoorwaarden van de Raad zijn algemeen verbindende voorschriften, die regels bevatten waarnaar advocaten die zich bij de Raad inschrijven zich behoren te richten. Er bestaan algemene voorwaarden die voor alle ingeschreven advocaten gelden en bijzondere voorschriften voor rechtsbijstand op specifieke rechtsgebieden.

De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) heeft Gedragsregels1Gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten. en verordeningen vastgesteld waarnaar advocaten zich behoren te richten. De deken in een arrondissement is belast met het toezicht op advocaten die kantoor houden in dat arrondissement. Daar waar het controle van de naleving van de eigen inschrijvingsvoorwaarden betreft, heeft de Raad een eigenstandige bevoegdheid. De Raad heeft hiervoor maatregelbeleid vastgesteld.2Dit maatregelbeleid is gepubliceerd op www.rvr.org.

Kennisneming door advocaten en naleving van de Gedragsregels en verordeningen van de NOvA is van belang. Advocaten handelen volgens de kernwaarden zoals genoemd in artikel 10a Advocatenwet, waarbij zij zich inspannen om een zo duurzaam mogelijke oplossing voor het juridisch probleem van de burger te bereiken. Volgens Gedragsregel 18 behoort een advocaat met zijn cliënt te overleggen of er termen zijn om te trachten door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand te verkrijgen.3Gedragsregel 18:1.Tenzij een advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt niet in aanmerking kan komen voor door de overheid gefinancierde rechtshulp, is hij verplicht met zijn cliënt vóór de aanvaarding van de opdracht en verder steeds tussentijds wanneer daartoe aanleiding bestaat, te overleggen of er termen zijn om trachten door de overheid gefinancierde rechtshulp te verkrijgen.2.De advocaat zal van de cliënt voor de behandeling van een zaak waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van eigen bijdragen, verschotten en proceskosten volgens de daarvoor geldende regels.3.Wanneer de cliënt mogelijk in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp en niettemin de keuze maakt daarvan geen gebruik te maken, dient de advocaat dat schriftelijk vast te leggen. Voorts behoort de advocaat de hem opgedragen zaken zorgvuldig te behandelen en daarbij steeds het bijzondere karakter van de relatie tussen advocaat en cliënt voor ogen te houden (Regel 12). Artikel 6.2. van de Verordening op de Advocatuur bepaalt dat de advocaat de organisatie van zijn kantoor, alsmede de dienstverlening aan de cliënt adequaat dient in te richten. In het kader van het verlenen van rechtsbijstand op basis van de Wrb is daarbij verder van belang dat de advocaat zich richt naar het principe dat het ontvangen van een subsidie voor werkzaamheden met zich meebrengt dat de ontvanger daarvan deze werkzaamheden zo doelmatig mogelijk uitvoert.

De Raad en de dekens hebben in 2011 een informatieprotocol afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie teneinde het toezicht op advocaten binnen het stelsel te verbeteren, deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast, laatstelijk in 2015.4http://www.rvr.org/Informatie+voor+advocaten/over-aanvragen/inschrijven.html Door zich bij de Raad in te schrijven stemt de advocaat met deze afgesproken informatie uitwisseling in en geeft hij daarvoor toestemming aan de Raad.

De Raad heeft voorts een privacyverklaring opgesteld waarin is aangegeven op welke wijze zij persoonsgegevens verwerkt.5http://www.rvr.org/Informatie-over-de-raad/organisatie/privacy/privacy-raad-voor-rechtsbijstand.html

De Raad heeft in deze inschrijvingsvoorwaarden afzonderlijke deskundigheidseisen opgenomen voor Strafrecht, Jeugdzaken, Psychiatrisch patiëntenrecht, Vreemdelingenrecht, Asiel- en Vluchtelingenrecht, Internationale kinderontvoering, Personen- en familierecht en Slachtofferzaken. Ook gelden specifieke voorwaarden voor de verlening van rechtsbijstand in het kader van het (jeugd)straf-, vreemdelingen-, psychiatrisch patiënten- en uit- en overleveringspiket.

Voor bijzondere curatoren gaan naar verwachting vanaf juli 2019 specifieke deskundigheidseisen gelden. Advocaten dienen te voldoen aan die voorwaarden om te kunnen worden benoemd als bijzonder curator en een vergoeding van de Raad voor Rechtsbijstand te ontvangen. Er is voorzien in een overgangsregeling. De Raad zal advocaten hierover in 2019 tijdig informeren in de e-nieuwsbrief.

De Raaf zal voorts met ingang van 2020 deskundigheidseisen voor de rechtsterreinen arbeidsrecht, huurrecht en sociaal zekerheidsrecht in de inschrijvingsvoorwaarden opnemen. Tevens zal de Raad met ingang van 2020 het aantal specialisaties waarvoor een advocaat bij de Raad ingeschreven kan staan, beperken. De Raad zal de huidige en nieuw in te voeren specialisaties daarvoor indelen in overkoepelende ‘specialisatiegroepen’. Daarbij zal zo veel mogelijk worden aangesloten bij de door de NOvA binnen diens kwaliteitsbeleid gehanteerde indeling van rechtsgebieden. Een advocaat zal vanaf 2020 voor maximaal vier specialisatiegroepen en drie piketsoorten ingeschreven kunnen staan. De Raad zal advocaten hierover in 2019 tijdig informeren in de e-nieuwsbrief.

Uitgangspunt is dat gesubsidieerde rechtsbijstand alleen wordt verleend door advocaten die zich daar eerst voor hebben ingeschreven. De Raad kan op grond van art. 16 Wrb uitsluitend in bijzondere gevallen een niet-ingeschreven advocaat toevoegen. Dit is het geval indien een rechtzoekende uitdrukkelijk en gemotiveerd om toevoeging van de niet ingeschreven advocaat verzoekt of indien voor de verlening van rechtsbijstand op een bepaald rechtsgebied onvoldoende advocaten met de desbetreffende specialistische deskundigheid zijn ingeschreven. Het verstrekken van een toevoeging aan een niet-ingeschreven advocaat dient een uitzondering te blijven. Een advocaat die op grond van art. 16 Wrb vaker dan sporadisch een verzoek om toevoeging indient dient zich op grond van de Wrb te laten inschrijven.

In ieder geval zal aan een niet-ingeschreven advocaat geen toevoeging worden verleend indien hij toevoeging verzoekt op een terrein waarop in de door de Raad vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen worden gesteld.

Artikel 1. Kantoororganisatie, verhouding met de Raad (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 2. Opgave Nieuw kantoor en verklaring kantoororganisatie (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 3. Naleven overeengekomen kwaliteitssystemen (art. 15 lid 1 sub b Wrb)9Naar verwachting zal in 2019 het gewijzigde artikel 26 Advocatenwet inzake het verrichten van kwaliteitstoetsen in werking treden. Vanaf het moment van inwerkingtreding is het gestelde in dat artikel ook van toepassing op de bepalingen in dit artikel.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.