Besluit van 19 december 2018 tot wijziging van enige uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen
Artikel I
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel II
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.
Artikel III
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel IV
wijzigt het Besluit beleggingsinstellingen.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel V
Wijzigt het Besluit fiscale eenheid 2003.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel VI
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel VII
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel VIII
Wijzigt het Algemeen douanebesluit.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel IX
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit accijns.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel X
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XI
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XII
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XIII
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XIV
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XV
Wijzigt de Belastingregeling voor het land Nederland.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XVI
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, wat artikel 25a van de Wet belastingen op milieugrondslag betreft in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 19 november 2018, nr. 2018-0000029723;
Gelet op de artikelen 2.6, 3.18, 3.54 en 5.16b van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 4, 31a en 34 van de Wet op de loonbelasting 1964, de artikelen 15 en 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 7.3 van de Wet bedrijfsleven 2019, de artikelen 11 en 39 van de Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 3:1 van de Algemene douanewet, artikel 69a van de Wet op de accijns, artikel 77a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, de artikelen 25a en 93 van de Wet belastingen op milieugrondslag, artikel 3 van de Wet waardering onroerende zaken, artikel 37 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 33a van de Invorderingswet 1990, artikel 8.121 van de Belastingwet BES en artikel IV van Fiscale vergroeningsmaatregelen 2019;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 5 december 2018, no. W06.18.0363/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 18 december 2018, no. 2018-0000219419;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.