Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 31 december 2018 tot aanwijzing van laagbelastende staten en staten die zijn opgenomen op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden)
Geldende tekst a fecha 2020-01-01
Gelet op artikel 13ab van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
Besluit:
Artikel 1. Reikwijdte
Deze regeling geeft uitvoering aan artikel 13ab van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Artikel 2
Als staten als bedoeld in artikel 13ab, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 worden aangewezen:
- a. op grond van artikel 13ab, derde lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969: Anguilla, Bahama’s, Bahrein, Barbados, Bermuda, Britse Maagdeneilanden, Guernsey, Isle of Man, Jersey, Kaaimaneilanden, Turkmenistan, Turks- en Caicoseilanden, Vanuatu en Verenigde Arabische Emiraten;
- b. op grond van artikel 13ab, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969: Amerikaanse Maagdeneilanden, Amerikaans Samoa, Fiji, Guam, Oman, Samoa, Trinidad en Tobago en Vanuatu.
Artikel 3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019 en vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.