Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 7 december 2018, nr. WJZ/18055953, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2019 (Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019)
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;
Handelende met instemming van de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
Gezien de schriftelijke instemming van de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur-generaal Klimaat en Energie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Regio van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de Chief Economist van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het hoofd van de afdeling Financiële Diensten en Administratie van de directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de algemeen directeur Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. de Minister: de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- b. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- c. de plaatsvervangend secretaris-generaal: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- d. de hoofden van dienst:
- 1°. de directeur-generaal Agro;
- 2°. de directeur-generaal Natuur en Visserij;
- 3°. de directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof;
- 4°. de directeur-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied;
- 5°. de directeur Strategie, Kennis en Innovatie;
- 6°. de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken;
- 7°. de directeur Communicatie;
- 8°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
- 9°. de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
- e. de P&O-aangelegenheden: de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
- f. de CAO Rijk: de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk.
Artikel 2
De organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.
Artikel 3
Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op:
- a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet;
- b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet.
Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval:
- a. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister;
- b. het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels, met uitzondering van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, artikel 6, derde en vierde lid, en beleidsregels als bedoeld in artikel 6, zevende lid, en artikel 24, achtste lid;
- c. delegatie van bevoegdheden;
- d. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal is genomen;
- e. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal.
Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:
- a. de Koning en het Kabinet van de Koning;
- b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges;
- c. een minister of een staatssecretaris;
- d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie;
- e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;
- f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;
- g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges;
- h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een Minister of Staatssecretaris.
§ 2. Mandaat, volmacht en machtiging aan ondergeschikten
Artikel 4
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
- a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
- b. het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid;
- c. het vaststellen van personeelsreglementen als bedoeld in paragraaf 1.1 van de CAO Rijk en circulaires, met uitzondering van circulaires en personeelsreglementen die naar het oordeel van de secretaris-generaal door een hoofd van dienst moeten worden vastgesteld;
- d. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst;
- e. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst:
- 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat hij door hem zullen worden behandeld of;
- 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij hij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moet worden behandeld;
- f. het verkennen van de inrichting en de opbouw van nieuwe organisatieonderdelen binnen het ministerie;
- g. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
- h. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, commissies en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst;
- i. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, alsmede het bespreken van de algemene gang van zaken van de onderneming in de overlegvergadering als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst;
- j. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
- k. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
- l. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
- m. het vervullen van de bestuurlijke contactfunctie voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met regionale sleutelfiguren in geval van het uitbreken van een crisis;
- n. de algemene coördinatie van de belangen, het beleid en de activiteiten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake Caribisch Nederland, inclusief algemeen bestuurlijke taken;
- o. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfuncties;
- p. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit richting de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit, Staatsbosbeheer, Bureau Beheer Landbouwgronden, en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
- q. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, behoren in ieder geval:
- a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten:
- 1°. het directoraat-generaal Agro;
- 2°. het directoraat-generaal Natuur en Visserij;
- 3°. het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof;
- 4°. het directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied;
- 5°. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken;
- 6°. de directie Communicatie;
- 7°. de directie Financieel-Economische Zaken.
- b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten;
- c. het vaststellen van interne circulaires;
- d. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst;
- e. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende:
- 1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
- 2°. het toekennen van een hogere salarisschaal;
- 3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
- 4°. het opdragen van een andere functie;
- 5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
- 6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid;
- 7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
- 8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
- 9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
- 10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.
- f. Vervallen.
- g. het toepassen van de hardheidsclausules, genoemd in paragraaf 7.1 en 7.2 van het personeelsreglement LNV.
Artikel 5
Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
- a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;
- b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
- c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
- d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
- e. het overleggen met medezeggenschap en centrales van vereniging van ambtenaren, met uitzondering van het bespreken van de algemene gang van zaken van de onderneming in de overlegvergadering als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden;
- f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door onder meer het voorzitten van de LNV CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;
- g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- h. het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gelieerde organisaties met publieke taken;
- i. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
- j. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;
- k. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;
- l. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
- m. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
- n. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.