Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2018–2019

Type ZBO-regeling
Publication 2019-06-20
State In force
Source BWB
artikelen 608
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Ingangsdatum: 1 januari 2019

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet op de Wet budgettering wachtgelden en instelling Participatiefonds (Stb. 1995, 155), het Besluit Participatiefonds (Stb. 1996, 384) en de statuten van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs, het volgende reglement voor het Primair Onderwijs vast te stellen

Paragraaf 1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

    1. Afvloeiingsvolgorde: de volgorde waarin werknemers conform hoofdstuk 10 van de CAO PO voor afvloeiing in aanmerking komen. Hierin is tevens het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband betrokken. Hoofdregel is dat eerst alle werknemers met een tijdelijk dienstverband dienen te zijn afgevloeid voordat het dienstverband van werknemers met een vast dienstverband kan worden beëindigd.
    1. Beëindiging dienstverband: beëindiging van een dienstverband voor onbepaalde tijd door middel van een uitspraak van de kantonrechter, een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden of ontslag.
    1. Benoeming of aanstelling in reguliere betrekking: een (her)benoeming of (her)aanstelling niet zijnde een vervangingsaanstelling.
    1. Bestuursvoorschriften: de bestuursvoorschriften en bijlagen zoals die door het bestuur van het Participatiefonds zijn vastgesteld ter bevordering van een correcte toepassing van het reglement Participatiefonds, en integraal onderdeel uitmaken van het reglement Participatiefonds.
    1. CAO PO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 juli 2016 tot 30 september 2017 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft.
    1. Detachering: de situatie dat onderwijspersoneel op eigen verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd op basis van een detacheringsovereenkomst wordt belast met werkzaamheden bij een andere werkgever.
    1. Dienstverband in het kader van vervanging (vervangingsbetrekking): een tijdelijk dienstverband van een werknemer ter vervanging van een afwezige werknemer wegens de hieronder limitatief opgesomde gronden van afwezigheid.Vervanging voor deze gronden van afwezigheid wordt aangemerkt als vervanging in de zin van het reglement Participatiefonds.
    1. Ziekteverlof als bedoeld in de ZAPO;
    1. Schorsing als bedoeld in de artikelen 3.15 tot en met 3.18 en 4.12 tot en met 4.15 CAO PO.
    1. Gecompenseerd vakantieverlof indien het zwangerschaps- en bevallingsverlof van de vrouwelijke werknemer dat samenvalt met een schoolvakantie. Indien werknemer in een schooljaar door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten, heeft hij recht op (het restant van) het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW
    1. Verlof dat door het bevoegd gezag met toepassing van artikel 8.6 CAO PO opnieuw wordt verleend.
    1. Betaald dan wel onbetaald buitengewoon verlof (artikelen 8.7, 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13 en 8.15 CAO PO).
    1. Buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 8.18 CAO PO voor zover verleend met behoud van salaris.
    1. Betaald dan wel onbetaald ouderschapsverlof (artikelen 8.19, 8.20 en 8.21 CAO PO).
    1. Verlof wegens zwangerschap of bevalling.
    1. Studieverlof van de leraar die gebruik maakt van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008.
    1. Kwalitatieve fricties (het oplossen van): het ten koste van werknemers met een bepaalde functie vrijmaken van formatieruimte ten behoeve van werknemers met een andere functie omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren.
    1. Loonkostentool: de digitale tool van het Participatiefonds aan de hand waarvan een werkgever de vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden maakt en de loonkosten van werknemers van wie het dienstverband niet is voortgezet of beëindigd berekent.
    1. Modelverklaring: een verklaring waar een werkgever bij het indienen van een vergoedingsverzoek gebruik van kan maken om aan te tonen dat is voldaan aan de voorwaarden van het Participatiefonds.
    1. Natuurlijk verloop: de omvang van de loonkosten volgens de digitale tool van het Participatiefonds van niet voortgezette of beëindigde dienstverbanden zonder dat daar voor de werknemer in kwestie een uitkering op volgt op grond van de WW, de WOPO of de ZAPO.
    1. Landelijke subsidie: een subsidie verstrekt door de landelijke (rijks)overheid.
    1. Loonkosten: het betreft hier de bruto loonkosten minus de eventuele brutokortingen vermeerderd met de werkgeverslasten en reguliere toeslagen.
    1. Onderwijsassistent in opleiding: de functie als bedoeld in artikel 3.29 en 4.27 van de CAO PO.
    1. Ontslag: ontslag op grond van de opzeggings- en ontslagronden, genoemd in de CAO PO en tussentijdse beëindiging van een tijdelijk dienstverband.
    1. Ontslagbeleid: de regeling Ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.4b van de CAO PO.
    1. Outplacement: van een planmatige begeleiding door een derde van een met ontslag bedreigde werknemer bij het verwerven van een reguliere betrekking elders, waarbij een brede oriëntatie op de arbeidsmarkt en een wezenlijke financiële inspanning van de werkgever kenmerkend zijn.
    1. Participatiefonds: de door de Minister aangewezen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet ten behoeve van gewezen personeel.
    1. Reorganisatie: een verandering in de organisatie van één of meer scholen of een Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, waaronder ook begrepen de opheffing van bestaande dan wel de introductie van nieuwe functies, die gepaard gaan met ingrijpende personele gevolgen.
    1. Samenwerkende werkgevers: besturen die in het kader van het sectorplan PO een gezamenlijk transfercentrum hebben opgericht.
    1. Schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar.
    1. Schoolsoort: het basisonderwijs en de scholen voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO en het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC.
    1. Schoonmaakpersoneel: werknemers waarvan in de functieomschrijving is opgenomen het schoonmaken en schoonhouden van de binnenzijde van het schoolgebouw en waarvoor de bekostiging is genormeerd in de materiële vergoeding.
    1. Sociaal Plan: een door de werkgever en door tenminste drie van de vier vakcentrales ondertekend Sociaal Plan als bedoeld in artikel 10.3 de CAO PO.
    1. Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds: door het bestuur van het Participatiefonds aangewezen organisatie voor de afhandeling van de vergoedingsverzoeken.
    1. Uitgestelde beëindiging van het dienstverband: een dienstverband dat niet is beëindigd of een tijdelijk dienstverband dat is voortgezet per de datum waarop de daling van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden voor personeel is gedaald, maar waarvan de beëindiging of het niet voortzetten met één jaar is uitgesteld.
    1. (vervallen).
    1. Werkgelegenheidsbeleid: de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO.
    1. Werkgever: het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 WPO en artikel 1 WEC, respectievelijk het bevoegd gezag van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 68 WPO en artikel 69 WEC en het Regionaal Expertisecentrum, als bedoeld in artikel 28b WEC, tenzij het bevoegd gezag door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard is uitgezonderd van aansluiting bij de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs.
    1. Werkloosheidsuitkeringskosten: de uitkeringskosten zoals beschreven in de Werkloosheidswet en de Werkloosheidsregeling onderwijspersoneel primair onderwijs (alsmede de voor de totstandkoming van de WOPO van toepassing zijnde bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen in het primair onderwijs waar werknemers nog recht op zouden hebben), voor zover deze door de daartoe bevoegde instanties toegekend zijn.Daaronder wordt mede verstaan, de kosten van het in één keer afkopen van deze rechten volgens artikel 16 van de Werkloosheidsregeling onderwijspersoneel primair onderwijs en bijbehorende aanvullende voorwaarden, mits aan alle daarvoor gestelde voorwaarden is voldaan en er een akkoordverklaring op de berekening door het daartoe bevoegde orgaan aan ten grondslag ligt.
    1. WOPO: de regeling Werkloosheidsuitkering onderwijspersoneel primair onderwijs.

Hoofdstuk 2. Premie

Paragraaf 2.1. verplichting tot betaling van premie

Artikel 2:1. Doel van de premie

De werkgever is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften, een door het Participatiefonds te bepalen bijdrage te voldoen in verband met de kosten voor werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.

Hoofdstuk 3. Vergoedingsverzoeken

Paragraaf 3.1. Vergoedingsverzoeken

Artikel 3:1. Vergoedingsverzoek

De werkgever:

  • a. die een dienstverband van een werknemer beëindigt of een tijdelijk dienstverband niet voortzet; en
Artikel 3:1a. Vrijstelling instroomtoets

Het schoolbestuur komt in aanmerking voor vrijstelling van de toets behorende bij een vergoedingsverzoek, indien is voldaan aan het bepaalde in lid 1 tot en met 3. Het gevolg daarvan is dat het Participatiefonds de werkloosheidskosten die uit de beëindiging van dit dienstverband voortvloeien, voor rekening neemt.

    1. Er wordt vrijstelling verleend als de werknemer:
  • a. minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest bij het schoolbestuur dat een beroep doet op de vrijstelling; en

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.